Aruba, Reisverhalen

Aruba en Curaçao: Twee eilanden, twee karakters

Aruba vereert haar helden. Curaçao kiest voor Nederlanders. Twee eilanden met ieder zijn grote broer. René Hoeflaak verblijft een week op Aruba en gaat daarna naar Curaçao. Beide eilanden, hebben , buiten het zonnige klimaat, verder weinig met elkaar gemeen, zo merkt René. ‘Een paar straten van de jachthaven zien we al een ander Aruba. Stille straten, dorre grasveldjes, buurtsupers, buurtcafés en duistere types, met en zonder fles.’ Een verhaal over hangouderen, levende standbeelden en adoptie-ezels.

Auteur - René Hoeflaak

Aankomst op Beatrix International Airport. De aankomsthal en omgeving is brandschoon en ziet er opgeruimd uit. Aruba is klaar voor haar gasten. Bijna zonde om het asfalt te betreden. Ons hotel Talk of The Town ligt niet ver van de landingsbaan, bij de Vondellaan. Vooral bij zonsondergang is het een fraai gezicht om – met palmbomen op de voorgrond – vliegtuigen te zien landen.

Aruba standbeeld Wilhelmina Oranjestad; Het standbeeld van koningin Wilhelmina (foto: René Hoeflaak)
Aruba standbeeld Betico Croes Plaza Betico Croes: Het standbeeld van Betico Croes. (foto: René Hoeflaak)
Aruba standbeeld Simon Bolivar En nog een standbeeld, deze is van Simon Bolivar, op de Plaza Simon Bolivar (foto: René Hoeflaak).

Betico Croes

Arubanen houden van helden en eren die graag met standbeelden. Op de rotonde bij het hotel staat het borstbeeld van LG Smith, de voorman van de Lago olieraffinaderij. Op de twee pleinen achter het hotel staan standbeelden van vrijheidstrijder Simon Bolivar (met paard) en Betico Croes, voorvechter van de status aparte en vrijheidstrijder. Hij kwam uitgerekend op de ingangsdatum van de Status Aparte om het leven bij een auto ongeluk.
Na een kwartiertje lopen over de LG Smith Boulevard staan we aan de rand van het centrum oog in oog met het standbeeld van Shon A. Eman, ook voorvechter van de Status Aparte van Aruba en in die zin ook een vrijheidstrijder. In het park van het Renaissance Hotel, daar tegenover, staat het beeld Koningin Wilhelmina. Door al die standbeelden, weten we in twintig minuten al veel over de Arubaanse geschiedenis.
Om het af te leren, stoppen we naast het parlement ook nog even bij het standbeeld van Henny Eman, kleinzoon van Shon A. en eerste premier van het eiland. De straat- en pleinnamen komen overeen met de standbeelden. Dat is wel zo makkelijk. Ik vraag mij af wie naar wie is genoemd; De straat naar het standbeeld of andersom?. Hoe dan ook; Voorvechters van Status Aparte hebben in ieder geval een streepje voor bij het krijgen van een standbeeld.

Aruba postkantoor Het mooie, azuurblauwe postkantoor in Oranjestad op Aruba. (foto: René Hoeflaak)

Oranjestad

De sfeer rondom de jachthaven van Oranjestad houdt het midden tussen Disney World en Miami Vice. Dure jachtboten, cruiseschepen, veel Amerikanen met petten en korte broeken, Starbucks, steakhouses, casino’s, Shopping Malls en cabrio’s. Voor rust en stilte moet je dan ook een eindje verder zijn, achter het casino, aan het water. Niet alle keien in het water blijken echter keien. Hoe langer we kijken, hoe meer leguanen we zien. Naamloze levende standbeelden.
Een paar straten van de jachthaven zien we al een ander Aruba. Stille straten, dorre grasveldjes, buurtsupers, buurtcafés en duistere types, met en zonder fles. Het postkantoor aan de Kerkstraat is wel toe aan een verfrissende opknapbeurt. Zowel binnen als buiten lijkt de tijd stil te hebben gestaan. Het plein voor de Sint Fransiscuskerk, aan de overkant, is een favoriete hangplek voor lokale hangouderen.

“Booming city” San Nicolas

“Centrum van San Nicolas? Welk centrum?” is de eerste vraag van de taxichauffeur wanneer we hem vragen ons in het centrum van San Nicolas af te zetten. Rijdend langs de Balashi brouwerij, vraagt de chauffeur zich hardop af, wat we gaan doen in San Nicolas. Eénmaal aangekomen in de tweede stad van Aruba, vragen wij ons dat ook af. Hier is niet veel te beleven. Tenminste…. overdag. In de hoogtijdagen van de Lago olieraffinaderij was San Nicolas een “booming “ city, aldus alle reisgidsen.
Een smeltkroes van culturen, een stad met een eigen cultuur en Caribische uitstraling en dag en nacht vertier, zo lezen we vrijwel in alle gidsen. Anno 2010 is dat wel even anders. Verlaten straten, huizen met dichtgespijkerde ramen, winkels met tralies en bewapende security. De stad heeft veel weg van een verlaten industrieterrein. Een spookstad. In ieder geval is de glorie in San Nicolas vergaan, zeker na de definitieve sluiting van de raffinaderij, enkele jaren geleden. Alleen Charlie’s Bar , geopend door Rotterdammer Charlie Brouns in 1941, herinnert nog aan de “gouden jaren”. “We moeten het nu meer hebben van de dag” aldus de eigenaar Charlie jr. die in een bijzin opmerkt, dat in San Nicolas ander soort vertier is. De taxichauffeur was op dit punt duidelijker: “Many hookers, there”. We pakken een gewone lijnbus terug naar Oranjestad.

Aruba natuurreservaat Eén van de mooie natuurreservaten op Arubam Donkey Sanctuary (foto: René Hoeflaak).

Rondje Aruba; Van Santa Cruz naar Palm Beach

Tijdens een avondritje van Oranjestad naar ons hotel, klikt het tussen Milton en ons. We vragen hem dan ook voor een ochtendtour Aruba met zijn taxi, later in de week. Milton rijdt ons via zijn geboortedorp Santa Cruz naar de rotsen van Casibari en Ayo. Ik kruip en klim onder en door de rotsen door naar boven. Het uitzicht op Aruba en de hooiberg is het kruipen meer dan waard. Onderweg naar de Natural Bridge gaat het asfalt over in zand. Overal cactussen.
We stoppen nog even bij het ezelreservaat. Milton’s adoptie-ezel Lang- oor maakt het goed. De Natural Bridge blijkt geen brug meer te zijn. Drie jaar geleden sloeg de natuur toe en stortte de brug in. Het geweld van de branding in de strakblauwe hemel blijft een traktatie voor het oog. Even verderop stoppen we nog even bij de verlaten goudmijnen op het strand. We schieten een foto bij de Californië vuurtoren en rijden langs de hotels van het moderne Palm Beach terug naar Oranjestad. Daar bezoeken we in Fort Zoutman het Historische Museum van Aruba. We leren en zien veel over de Arubaanse geschiedenis. De teksten zijn in het Spaans en Engels, niet in het Nederlands. Zoals het eigenlijk ook is in Aruba.

landhuis Jan Kock, Landhuis Jan Kock, ook wel bekend als Galerie Nena Sanchez. (foto: René Hoeflaak)

Van Oranjestad naar Willemstad

Op Aruba komen we vrijwel geen Nederlander tegen. het voelt als een vakantie op een Amerikaans eiland. Aruba is internationaal georiënteerd. Hoe anders is dat op Curaçao, twintig minuten vliegen van Aruba. Zo’n dertig keer per dag gaat er een vlucht tussen beide eilanden.
De band met Nederland is ook de inzet van de verkiezingen in Curaçao. Die zijn binnen enkele dagen en dat is te merken. Onderweg naar het hotel passeren auto’s met vlaggen onze shuttlebus. Langs de weg verkiezingsposters. Onze vrolijke chauffeuse is zeker geen zwevende kiezer. “Ik zit niet te wachten op Chavez toestanden”.
In Curaçao slapen we in de Scuba Lodge. Een klein en sfeervol hotel in Pietermaai, aan de rand van Willemstad. De eigenaren zijn Nederlanders net als bijna alle gasten in zowel het hotel als op het eiland. Na een weekje Aruba moeten we daar wel aan wennen.

Curacao Handelskade Willemstad Curaçao, De Handelskade in Willemstad. (foto: René Hoeflaak)
Curacao Natural Bridge Aruba; De resten van Natural Bridge.(foto: René Hoeflaak)

Pietermaai

De buurt Pietermaai ligt in Punda, op tien minuten wandelen van het hart van Willemstad en iets ten zuiden van het Waaigat. Pietermaai was ooit een “rijke” wijk met fraaie en vrijstaande landhuizen van Joodse en welgestelde zakenlieden. De buurt raakte in verval , de bewoners trokken weg. Junks (tjollers) namen bezit van de huizen, steegjes en straten. Kortom, een buurt waar je beter niet gezien kon worden. Pietermaai kampte met een imago-probleem.
Maar dat verandert. De vervallen huizen worden opgeknapt een met de renovatie en opening van de Scuba Lodge is de toon gezet voor een wederopstanding. Pietermaai solliciteert nadrukkelijk naar de rol van HOT SPOT. Naast de Scuba Lodge, in Vila Toscane, eten, drinken en genieten we aan de nachtelijke branding in The Moon. Even verderop vinden we Nederlandse restaurants als Rozendaels, Mundo Bizar en Intermezzo met Nederlandse gasten en een Nederlandse menukaart. Zoals overal op Curaçao en zoals nergens op Aruba. Zonnig Aruba en zonnig Curaçao, een twee-eiige tweeling.

Curacao The moon op Pietermaai Curaçao, Club The Moon op Pietermaai. (foto: René Hoeflaak)
Curacao Zoutmeer Het zoutmeer op Curaçao. (foto: René Hoeflaak)



Plaats reactie of reistip





* verplicht invoerveld

Facebook RSS Feed