India, Reisverhalen
Backpacken in India (1): Assam en Meghalaya
Qauthar Saleh is begonnen aan een wereldreis, die hem door Azië, Australië en Zuid-Amerika voerde. India was het eerste land waar hij een aantal weken verblijft, te starten met een familiebezoek in de door toeristen weinig bezochte staten Assam en Mahalaya. Daarna gaat de reis naar Zuid-India langs de steden Bangalore, Mysore en Cochin onder andere, en niet te vergeten Kerala’s Backwaters. ‘De mensen hier zijn super aardig en gastvrij. Meteen de eerste avond dat ik hier was namen mijn oom en tante mij mee naar een bruiloftsreceptie. Nog geen 6 uur in de stad en mijn eerste feestje al gehad. Dat begint goed.’
Vandaag is het Republic Day. Zeg maar een soort Koninginnedag. Maar in plaats van zaklopen of andere oud-Hollandsche spelletjes te doen wordt deze dag hier vaak aangegrepen om te gaan rellen. Het is dus verstandig om vandaag binnen te blijven. Het huis van mijn tante staat zo’n 10 km van het stadscentrum, maar je weet maar nooit.
Dit zijn zo van die dingetjes waarvan je kan zeggen dat het toch wel terecht is dat er een negatief reisadvies voor dit gebied is uitgegeven. De avond dat ik hier aankwam heeft de politie twee rebellen neergeschoten. Nog zoiets. Wekelijks vinden er wel een paar van dit soort incidenten plaats. Maar in het algemeen zijn de rebellen, er zijn hier verschillende afsplitsingsbewegingen actief, vooral op het platteland bezig en niet in de grote steden.
Een oom van me vertelde dat hij naar Guwahati was verhuisd omdat het in de plaats waar hij eerst woonde toch wel arelax werd. De plaatselijke rebellen eisten beschermgeld maar als je dat betaalde kreeg je het leger achter je aan wegens collaboratie. Maar afgezien van dit verplichte dagje binnen en drie keer fouilleren op het vliegveld merk ik zelf vrij weinig van de insurgency. Een groot voordeel van dit alles is wel dat er verder absoluut geen toeristen zijn (de mietjes).
Huwelijk India
De mensen hier zijn super aardig en gastvrij. Meteen de eerste avond dat ik hier was namen mijn oom en tante mij mee naar een bruiloftsreceptie. Nog geen 6 uur in de stad en mijn eerste feestje al gehad. Dat begint goed. Op de receptie waren zo’n 50 mensen schat ik en het was dus een goede gelegenheid om mij bij verschillende mensen te introduceren. De echte huwelijksplechtigheid had de dag te voren plaatsgehad en deze avond was een informele aangelegenheid. Een en ander vond plaats in een grote tent. De bruid zat op een verhoging de kado’s in ontvangst te nemen. Uiteraard werd er ook eten geserveerd. Het is hier gebruikelijk dat als je gasten krijgt, je de gasten ook te eten geeft. Om dan dat eten te weigeren is onbeleefd en bovendien: no is not an answer.
Indiaas eten
Na de receptie gingen we nog even langs bij mijn oom en tante die daar in de buurt wonen. Mijn tante vroeg of ik nog een kopje thee wilde. Dat wilde ik wel na de maaltijd op de receptie. Nu drinken ze hier in het algemeen thee met melk, maar vooruit. Mijn tante ging de thee zetten en na een paar minuten vroeg ze of we naar de eetkamer kwamen. In de eetkamer stond een volledig gedekte tafel met 5 dampende schalen eten. No is not an answer.
De volgende dag kreeg ik een typisch regionaal ontbijt: plakrijst. Erg voedzaam. Als lunch wordt hier meestal een warme maaltijd gebruikt en na de lunch stond een bezoek aan een oude kennis van mijn Pa op de agenda. Thee in de eetkamer, weigeren is onbeleefd. Na thuiskomst was het al weer tijd voor het avondeten. Om 9 uur ‘s avonds lag ik in een zware coma op bed. Vandaag zijn we al bij twee mensen op bezoek geweest en het is bijna theetijd. Ik moet zeggen dat ik tot nu toe niets gegeten heb dat niet lekker was. Zelfs de gevreesde Indiase zoetigheden waren goed te eten. En het is wel apart om bananen uit eigen tuin te eten. Alleen de hoeveelheden daar zal ik me nog een beetje op moeten instellen. Ik weet nu wel hoe die ene kerel uit de film Seven zich gevoeld moet hebben.
Naar Shillong
Shillong ligt ongeveer 100km ten zuiden van Guwahati. Het is een bergstadje en over de exacte hoogte bestond wat verwarring maar 5000 voet lijkt mijn bij nader inzien aannemelijker dan 5000 meter. Shillong ligt in de deelstaat Meghalaya en om er te komen is een tocht van ongeveer 3 uur over een bochtige bergweg noodzakelijk. Precies op de staatsgrens verandert de weg van een weg met meer kuilen dan asfalt in een prima geasfalteerde weg die breed genoeg is om twee vrachtwagens te laten passeren. De weg wordt voornamelijk gebruikt door vrachtverkeer en bussen. Er zijn geen riksja’s of fietsers te bekennen. Niets staat dus een tochtje door dit super coole landschap in de weg. Mis. Deze gasten zijn echt knettergek. De weg is breed genoeg om twee vrachtauto’s te laten passeren dus is de weg ook breed genoeg voor een vrachtauto om een andere vrachtauto of bus in te halen. Het feit dat we het nog steeds over een steil klimmende en dalende en vooral bochtige bergweg hebben wordt kennelijk alleen door mij opgemerkt.
Halverwege een stop om te tanken bij een station dat nog niet helemaal aan alle milieueisen voldoet. Loodvrije benzine, dat wel. Naast ons staat een man zijn auto vol te gooien, zijn sigaret losjes in zijn mondhoek. Hmm, eventjes vroeg ik me af of het een mooie dood zou zijn, omkomen in een vuurzee op een berg in Meghalaya. Maar al snel besloot ik dat dat het Nederlandse nieuws toch niet zou halen en het dus geen mooie dood is voor een backpacker. Gelukkig gingen we zonder ontploffingen weer verder.
Shillong
De sfeer in Shillong is heel on-Indiaas. Het is heel erg op het Westen georiënteerd. Het ziet er absoluut niet westers uit maar het heeft ergens wel iets Brits. Het zit in kleine dingetjes. In plaats van de Indiase pyjamabroeken dragen ze hier jeans en in plaats van de jingeljangel hindimuziek staat hier vooral MTV aan en zijn Metallica en U2 hier populair. Plus dat hier wel mensen zijn die kunnen rijden en bijvoorbeeld afstand houden. En dan natuurlijk het weer. Het regent er veel en de temperatuur ligt tussen de 5 en 25 graden. Toen ik er was was het voor Nederlandse begrippen stralend lenteweer. Avonds werd het behoorlijk fris, zo’n 5 graden en iedereen die ik daar sprak zei dat ik het er wel fijn moest vinden omdat het in Nederland ook koud is.
We sliepen in een houten huis uit 1940. Onverwarmd. Het voordeel van een houten huis is wel dat het earthquake proof is. Daarmee wordt bedoeld dat als het instort het minder pijn doet dan beton. Shillong en eigenlijk deze hele regio ligt op een breukvlak. Regelmatig doen zich lichte schokken voor. Maar ik heb niets gemerkt. Toch wel jammer aan een kant.
Jorhat (de geschiedenis van mijn kaalheid)
In Jorhat heerst net als in Guwahati de chaos, alleen is het een stuk minder druk en veel minder stoffig. Ook hier had ik een druk programma met bezoeken aan alle familieleden en kennissen. Net als in Nederland heb ik ook hier enige moeite om uit te leggen waar ik meebezig ben. De verwarring slaat snel toe. Ik heb mijn verhaal dus maar samengevat tot dat ik klaar ben met mijn studie en dat ik in Australië ga werken. Wat feitelijk niet onjuist is. Het is hier gebruikelijk dat mensen huisbedienden hebben. Dat zijn jongens of meisjes die praktisch bij de familie inwonen en daar schoonmaken en koken en zo. Het is dan wel genant om te vertellen dat ik mijn baan heb opgezegd omdat ik te hard moest werken, soms wel tien uur op een dag. Terwijl deze lui voor een bescheiden loontje soms 24 uur per dag standby moeten zijn. Gelukkig spreken de meesten geen Engels.
Een avond waren we uitgenodigd voor een diner bij iemand wiens twaalfjarige dochter erg goed scheen te kunnen dansen. Wat ik niet verwacht had was dat ze ook zou optreden, live in de huiskamer. Dat was apart. Bij een ander bezoek kwam plotseling de foto van de broer van mijn overgrootvader te voorschijn. Dat was bizar, sprekend mijn pa. We logeerden bij de zussen van mijn oom. Met aan de ene kant het huis waar mijn grootouders hebben gewoond en aan de andere kant het stuk grond dat eigendom is van mijn vader. Mijn vaderland. Het staat vol met onkruid en er lopen wat verdwaalde koeien. In het midden staat een grote termietenheuvel. En, zoals de oplettende Discovery kijkers zullen weten, worden termietenheuvels vaak als nestplaats gebruikt door cobra’s. Inspectie van het perceel vanaf het balkon leek mij dus ruim voldoende. Het nieuws dat er in de buurt ook echt iemand door een slang was gebeten was ook niet echt geruststellend.
Kaziranga National Park
Onderweg terug naar Guwahati hebben we een nacht doorgebracht in het Kaziranga National Park. Een van de laatste plekken waar de zeldzame eenhornige neushoorn nog voorkomt. het park is overigens ook een favoriete schuilplek voor ULFA-strijders wat ons jeeptochtje door de jungle net iets spannender maakt. Natuurlijk ook een tochtje op een olifant gemaakt. Dat is cool. Want anders dan met de jeep lopen de dieren niet weg en kunnen we dwars door de grazende kuddes buffels en neushoorns lopen.
Mijn persoonlijke favoriet van het park is de eigenaar van het hotel die sprekend op Cheech Marin lijkt. Daar had ik eigenlijk een foto van moeten nemen maar van mijn oom mocht ik niets zeggen omdat niemand mocht weten dat ik een buitenlander was. Toeristen betalen namelijk tien keer meer dan Indiërs. Gevolg was wel dat de rondleiding in het Assamees was. Maar goed, zo’n tochtje is ook prima zonder al dat woudloper blabla.
Vandaag is het voor de tweede keer mijn laatste dag in Assam. Een goed moment voor enige contemplatie. Ik heb het erg naar mijn zin gehad. De sfeer was overal erg warm en open. Nergens de Aziatische gereserveerdheid. Alles was heel informeel. Tenminste, ik heb me overal heel informeel gedragen… de meeste mensen die ik ontmoet heb waren gepensioneerd, de mensen van mijn leeftijd studeren of werken elders. Maar nu ik zelf ook feitelijk met pensioen ben, voelde ik me wel thuis in het ritme van eten en slapen.
Deze trip heeft me ook een aantal inzichten opgeleverd. Ik weet nu waar mijn aversie tegen werken vandaan komt. Assamezen zijn namelijk, op een paar uitzonderingen na, allemaal heel erg lui. Het schijnt dat de Britten mensen uit andere delen van India moesten halen om op de theeplantages te werken omdat de Assamezen dit vertikten te doen. En ook nu zijn het de Bengali’s die hier het hardste werken.
Maar goed, morgen ga ik toch echt vertrekken. En dan is het uit met de luxe. Dan ben ik alleen tussen een miljard idioten. In een land met een atoombom maar waar wel minstens een keer per dag de stroom uitvalt. En een land waar ze zelfs je organen stelen, zodat ik elke morgen eerst mijn ingewanden zal moeten tellen.
Zuid-India
Ik zit nu in Cubbon Park in Bangalore. Bangalore ligt zo’n 350 km ten westen van Chennai. Mijn trein vertrok vanochtend al om 6 uur en ik ben hier om 11 uur aangekomen. Mijn neef komt pas om half zeven aan dus ik heb van de tijd gebruik gemaakt om alvast een beetje door de stad te slenteren.
Het was de eerste keer dat ik in volledig backpack tenue op pad ging. Tot nu toe had ik mijn rugzak zin de flightbag gelaten en over mijn schouder gedragen. Maar nu was het tijd voor het echte werk. En daar liep ik dan met een verkeerd afgestelde rugzak op het heetst van de dag. In Chennai had ik me ook al bedacht dat het niet zo slim is om rond het middaguur een stadwandeling te maken. En na twee dagen flink doorbakken te zijn bij een temperatuurtje van 30 a 35 graden, besloot ik de derde dag vroeg op te staan. Het kostte wat inspanning maar ik stond half negen buiten voor het hotel. Erg fijn dat ik er pas drie straten verder in de gaten kreeg dat alles hier pas rond een uurtje of 10, 11 open gaat. Maar goed, ik liep vandaag dus flink met mijn rugzak te ploeteren en ben dus maar, vlak voordat ik dacht dat ik ging flauwvallen, een restaurantje in gestrompeld waar ik op mijn gemak de afstelling van mijn rugzak kon regelen. De juiste afstelling van de rugzak is een niet onbelangrijke factor in het draagcomfort kan ik mededelen.
Mysore
Mysore is een gemoedelijk stadje ten westen van Bangalore, drie uur met de bus. Ik denk dat ik het hier wel een tijdje uit kan houden. Bangalore was trouwens ook prima vertoeven. Bangalore is het IT-hart van India en het centrum heeft wel iets westers. De pogingen om het westen te imiteren hebben in India een hoog ‘vooral doorgaan’-karakter. een typisch voorbeeld daarvan zijn de shopping malls, zoals bijvoorbeeld Spencer Plaza in Chennai. Spencer Plaza is gebouwd als een echte shopping mall met een fonteintje op de begane grond, roltrappen en een glazen lift. Wat het geheel dan weer net jammer maakt is dat alle daar gevestigde winkels van die typische Indiase winkeltjes zijn waarin zoveel mogelijk spullen zo onoverzichtelijk mogelijk zijn opgestapeld. Niet dat ik zit te wachten op de zoveelste Levy’s Store maar dit is dan ook weer net niets. Maar Bangalore is goed op weg.
Indiase Drum & Bass Ik was naar Bangalore gekomen omdat mijn neef daar moest draaien. Samen met een vriend heeft hij een act en ze schijnen ondertussen redelijk groot te zijn in de US underground. De club waar mijn neef moest draaien was de 180 Proof, een van de meest trendy bars in India. De inrichting was super strak en deze club had net zo goed in Rotterdam of ergens anders kunnen staan. Voor het optreden stond nog een interview met een of ander blad gepland. Nadat mijn neef en zijn vriend omstandig hadden uitgelegd dat zij deel uit maken van een soort los vast verband van muzikanten en acts en dat het idee om traditionele Indiase muziek met moderne Drum&Bass te mixen uit London komt, vroeg de interviewer nog ongeveer vijf keer in verschillende bewoordingen wat Drum&Bass nu precies is. Wat mij erg benieuwd maakt naar wat er uiteindelijk in het interview komt te staan. Het optreden zelf was OK. Mijn neef kan wel een aardig plaatje draaien. Zijn vriend speelt daarbij tabla, een Indiaase handtrommel, wat het geheel inderdaad een Indiafeeling geeft. Apart was wel dat de enigen die dansten de San Francisco posse en familie van de tablaspeler waren.
De trap
Vandaag ga ik naar de Sri Chamundeswari Tempel. Deze tempel ligt op een heuvel en ik heb om drie uur met Steve op de top afgesproken. Steve is een kerel uit Engeland, net gescheiden en hij mist zijn twee zoontjes. Steve lust wel een biertje. Het is de bedoeling dat je via de trap naar de tempel toe gaat. We hebben het hier over een trap met meer dan 1000 treden. Maar goed, ik heb toch alle tijd dus laat ik het maar proberen en een beetje spirituele reiniging kan ook geen kwaad.
1000 treden zijn heel veel treden. Het is nog steeds zo’n 35 graden, op zich niet onaangenaam, maar als je duizend treden aan het beklimmen bent is het toch wel killing. Ik was ook nog aan het bijkomen van de thali die ik net gegeten had. Thali’s zijn geniaal. Voor 40 rupee, ongeveer twee piek, krijg je een bord met een aantal bakjes met zeer smakelijk prut en rijst en chapati. Het mooie van dit gerecht is dat er een kerel rondloopt die steeds je bord bijvult en je zoveel kan eten als je wilt. Dat zijn dingen die deze backpacker wel kan waarderen.
Valk voor het eind van de trap stond een klein hutje waarin een man zat die mij een bloempje gaf. Foute boel, dit wordt betalen. En ja hoor, binnen 0 seconden was ik voorzien van een stip op min voorhoofd, was er een soort zegening uitgesproken en werd er een schaaltje opgehouden waar ik een klein financieel offer kon maken om een en ander te effectueren. Aan de reactie van de man kon ik opmaken dat mijn 5 rupees nauwelijks genoeg waren om de ceremonie te voltooien. Mijn belofte dat ik mijn volgende leven nog wel een keertje langs zou komen scheen niet echt over te komen.
Behalve de tempel is er op de berg ook nog het Godly Museum. In het museum wordt door middel van slechte muurschilderingen de boodschap overgebracht dat we ons nu in het laatste stadium van een zich steeds herhalende cyclus van 5000 jaar bevinden. Zeer binnenkort zal de cyclus opnieuw beginnen in het paradijs en alleen de zuiveren van geest zullen daar worden toegelaten. Een enigszins verontrustende boodschap aangezien ik vrees dat in de loop der jaren mijn geest niet meer zo heel zuiver is gebleven. Ik hoop dat ik mijn reis nog kan afmaken en vraag mij af of mijn 5 rupee zegening wel voldoende bescherming biedt.
Headshake
Indiërs hebben een nogal afwijkende manier waarop ze hun hoofd schudden. Als ze nee schudden bedoelen ze ja. Was het in Assam al apart om een verhaal te vertellen aan iemand die driftig nee zit te schudden, de verwarring is compleet als ik nee schud omdat ik nee bedoel. Dan denken die lui dat ik ja bedoel. Vooral als je staat te wachten totdat je kan oversteken (iets wat Indiërs zelf nooit doen, die steken gewoon over) dan stoppen er constant riksja’s die denken dat je daarop staat te wachten. Het is dan zaak om snel van deze lui af te komen anders kom je de straat nooit over. Ik heb dus maar een handgebaar ontwikkeld waarvan ik hoop dat het niet te beledigend overkomt.
Een subtiele hoofdschudvariatie is het diagonaal bewegen van het hoofd. Dit betekent bedankt of ok. Hoe verder het hoofd beweegt hoe groter de dank. Toen ik een keer 10 rupees aan de schoonmaakboy gaf omdat ik geen vijfje had dacht ik dat zijn hoofd eraf zou vallen. Waarschijnlijk wordt deze boy normaal nooit getipt.
Cochin
Ik zit nu op het terras van een heel relax maar alcoholvrij tentje op het water van de baai. De zwoele avondwind brengt enige verkoeling en tevens een ontzettende baggerlucht wat op zich niet zo vreemd is want waarschijnlijk komt het riool van Cochin (1,1 milj. inwoners) rechtstreeks in de baai uit.
Cochin bestaat uit twee delen: het moderne vasteland en het historische schiereiland. Vandaag ben ik maar eens naar het schiereiland gegaan. Alle bezienswaardige items bevinden zich daar. De Santa Cruz Basilica was is inderdaad indrukwekkend. Van buiten ziet het eruit als een of ander brak kerkje maar binnen zijn ze redelijk los gegaan. Het paleis was minder. Een paar honderd jaar geleden heeft iemand daar een aantal dames met ontzettende jetsers op de muur geschilderd. Op zich een initiatief dat mijn volledige instemming geniet maar al met al was het niet zo heel erg opwindend.
Prettige afwisseling is dat ze hier naast de standaard winkeltjes met houtsnijwerk en bronzen beeldjes, waar overigens super coole spullen tussen zitten, ook galerietjes hebben met moderne kunst van locale kunstenaars. Als ik straks rijk ben dan moet ik nog maar eens een wereldreis maken. Dan kan ik al die shit kopen en een plekje geven in mijn riante villa.
Trivandrum
Trivandrum is wel een ok stadje. Trivandrum heet tegenwoordig Thiruvananthapuram. De grapjassen hier hebben op een bepaald moment besloten om een aantal plaatsnamen te veranderen. Bombay heet nu officieel Mumbai. Madras is Chennai, Cochin is Kochi. Mijn favoriet blijft Ooty dat nu officieel Udhagamandalam heet. Ik kan me niet voorstellen dat Udhagamandalam in de locale taal makkelijker is uit te spreken dan Ooty. Maar goed, ik schijn elke naam toch verkeerd uit te spreken dus het maakt allemaal niet zoveel uit.
In Trivandrum bevinden alle historische items zich binnen loopafstand van mijn hotel wat wel zo makkelijk is. Vandaag ben ik langs de Sri Padmanabhaswamy tempel gelopen. Dit tempelcomplex is alleen toegankelijk voor hindu’s. Erg flauw is dat ze er een grote muur omheen hebben gezet. Alleen het hoofdgebouw dat 30 meter hoog is is te zien. De poorten worden bewaakt door tempelwachters. Er bestaan dus ook brede Indiers. Het is alsof er binnen een party aan de gang is met als dresscode sari of dhoti. De tempelwachters zien eruit alsof ze je zonder moeite ook een stip op je voorhoofd geven als je toch doorloopt, maar dan met de bamboe stok die ze in hun handen hebben. Dan maar een fotootje van het hoofdgebouw, ook goed.
Woman’s seat
Op weg van Cochin naar Trivandrum had ik mij zo efficiënt mogelijk met mijn backpack geïnstalleerd op de achterbank van de bus. Pas bij Kollam, na drie uur reizen stroomde de bus vol. De mannen naast mij veerden op om een aantal dames te laten zitten. Zeer galant. Er stond nog een meisje maar er was nu plek zat op de bank dus daar kwam ik weer goed vanaf. Het meisje ging alleen niet naast mij zitten en de kerel die bij haar stond begon tegen mij aan te praten. Eerst dacht ik dat hij ook wilde zitten en dat ik voor hem moest opstaan. Ik probeerde duidelijk te maken dat ik mijzelf redelijk had ingebouwd met mijn backpack en dat het vrij lastig was voor mij om op te staan. Uiteindelijk schakelde de man over op Engels en riep hij dat ik op een woman’s seat zat. De achterbank van de bus is gereserveerd voor dames.
In een zeer lenige beweging wist ik mij zeer vlug vanachter mijn rugzak staande naast de man te manoeuvreren. Nu was het na drie uur zitten wel prettig om te staan maar een mevrouw op de achterbank gebaarde dat ik wel naast haar kon gaan zitten, er was immers nog plek. Ik bedankte vriendelijk maar deze dame stond erop. Dus na een minuutje gestaan te hebben zat ik weer op de bank maar nu aan de andere kant. De vrouw legde uit dat de achterbank weliswaar gereserveerd was voor vrouwen maar dat als er plek was mannen er best ook op mochten zitten.
Kanyakumari
Ik ben nu in Kanyakumari, het zuidelijkste punt van India plusmin 100 km ten zuiden van Trivandrum. Hier komen de Golf van Bengalen, de Arabische zee en de Indische Oceaan bij elkaar. Hindu’s vinden het hier allemaal nogal heilig dus die hebben er een bedevaartsoord van gemaakt. Ondanks dat er vrij veel mensen op af komen is het niet echt toeristisch wat op zich wel prettig is.
Vandaag heb ik een bezoekje gebracht aan het Vivekananda Memorial dat is gebouwd op een eilandje vlak voor de kust. Vivekananda, a.k.a the Wandering Monk, besloot rond 1880 India rond te gaan trekken, hij maakte zich sterk voor sociale gerechtigheid en, zo leren we in het plaatselijke museum, hij kon erg goed zingen.
Ik heb vandaag ook mijn toekomst laten voorspellen door een kaartlezer. Deze figuren kom je ook overal tegen. Ze hebben een parkiet in een schandalig klein kooitje zitten en op commando pikt de vogel een kaart van de stapel waarin jouw lot staat beschreven. Helaas sprak mijn kaartlezer bitter weinig Engels dus hij moest zich tot de hoofdlijnen beperken. Het kwam erop neer dat ik rijk ging worden en een rijke vrouw ga trouwen (in willekeurige volgorde). Over de voorspellende gaven van de parkiet kan je zo je twijfels hebben, maar deze kerel wist wel precies wat ik wilde horen.
Madurai
Ik ben vandaag in Madurai aangekomen, 235 km ten noorden van Kanyakumari, 6 uur lang recht omhoog, zeg maar. Dit was de langste busrit die ik tot nu toe gemaakt heb. Reizen begint langzamerhand een soort verslaving te worden. Na een uur heb je al een houten reet en de rit door de dorre Indiase vlakte is geestdodend, maar toch is het een soort van jammer als je de plek van bestemming hebt bereikt.
Tijdens zo’n lange rit lijkt het soms net alsof je naar een film zit te kijken, als of het allemaal niet echt is en dat je morgen weer gewoon naar werk moet. Ook heb ik al een paar keer als ik wakker werd het gevoel gehad dat ik ook wel eens na feestjes heb gehad. Waar ben ik en hoe kom ik naar huis? Maar voorlopig ga ik er maar vanuit dat het allemaal echt aan de gang is. Ik vermaak me prima, de terugslag laat voorlopig nog op zich wachten.
De Backwaters is een gebied van meren en kanaaltjes vlak achter de kust. Op sommige plekken is de strook land tussen de zee en de backwaters maar een paar meter breed en kan je de golven van de zee zien. Op sommige plekken is er verbinding met de zee en is het water zout op andere plekken is het water zoet daar tussenin is het dus brak. Ben ik een keertje fit, is het water brak.
Het boottochtje is een soort tropische uitvoering van een Friese merentocht. Het is een supermooie omgeving maar acht uur is wat aan de lange kant. Gelukkig was er een goed gevulde koelbox aan boord. Toen ik het echter wel tijd vond voor een drankje lag de koelboxsherrif in een diepe slaap. En om hem nou wakker te maken vond ik ook weer zo wat. toen maar een praatje aangeknoopt met twee Spaanse boys. Waren wel ok gasten, waren ook in Varkala geweest. Een van hen sprak geen Engels dus die was hier in India redelijk op zijn maat aangewezen. De man van de koelbox was ondertussen ook weer bij positieven en terwijl de palmen, kerkjes en visnetten langzaam aan ons voorbij gleden zaten wij prima van het middagzonnetje te genieten.