Costa Rica, Reisverhalen
Chinese invloeden in Costa Rica
Wilbert van Haneghem en zijn vriendin Cytha Walsh krijgen een aanbod dat ze niet kunnen weigeren: babysitten op zes katten en gratis de beschikbaarheid krijgen over een huis en auto. Dat huis is dan wel een riante bungalow aan een strand van Costa Rica en die auto een 4WD terreinwagen waarmee het land verkend kan worden. Drie weken genieten zij van alle natuurpracht die het land te bieden heeft. Wilbert houdt een dagboek bij en vertelt in drie episodes over hun ervaringen. Wilbert en Cytha krijgen te maken met chagrijnig Amerikaans veiligheidspersoneel en een corrupte Costa Ricaanse politieagent die hen wil “helpen”. De eerst bezochte vulkaan El Arenal blijkt zeer indrukwekkend maar het voldoet niet helemaal aan het beeld dat de meeste foto’s geven.
We nemen alles nog een keertje door: overal aan gedacht? We weten hoe de 4WD van de auto werkt, waar de kluis in huis aanwezig is, dat we het pistool niet mogen gebruiken omdat we geen license to kill hebben, welke kat wel en welke niet in huis mag, waar het kattenvoer staat, hoe de buren heten en wat hun telefoonnummers zijn, hoe we ex-politieman en bewaker kunnen bereiken, wanneer de tuinman komt en hoe lang hij doorgaans werk heeft, dat de schoonmaakster elke week op vrijdag om 06.00 uur voor de deur staat. Ja, we zijn compleet, nu de paklijst nog samen doornemen en we kunnen naar Costa Rica vertrekken!
We hebben een aanbod gekregen dat we niet konden weigeren: ruim drie weken verblijven we in het huis van een collega van ons, op Costa Rica welteverstaan, gratis en voor niets, met terreinwagen voor de deur en strand grenzend aan het achterhek. Dat kostte ons zo’n drie seconden bedenktijd; doen natuurlijk! Eén maar: we moeten er wel voor zorgen dat hun zes katten nog gezond blijven tijdens ons verblijf en wij ze met liefde en kattenvoer omringen.
De volgende dag vertrekken we naar Miami. We sluiten aan in een van de vele rijen om met handbagage en al (koffers bleven wel in het vrachtruim, viel nog mee) door de douane te mogen en ons even later na een rondleiding door de vele gangen van de luchthaven bijna moeten uitkleden om door een detectiepoortje te gaan. ‘Remove your belt, put your shoes in the box’ schreeuwt de beveiligingsman over de rij wachtenden heen. We verwijderen alle metalen objecten, halen op verzoek de laptop uit de tas en tonen dat het wel een computer is en geen speeltje van de heer Osama bin L. te K. We schuifelen door het poortje, geen wonder dat er geen enkel signaal klinkt, zelfs sieraden zijn afgedaan door de mensen. En dan klagen passagiers op Schiphol dat hun nagelschaartje is afgenomen… in Miami moet je bijna je amalgaamvullingen afstaan!
Highway in Costa Rica
Zoals afgesproken met onze collega die voor ons in het huis zat, staat de auto bij een hotel vlakbij het vliegveld van San Jose, de dag erop beginnen we aan onze tocht door het land richting kust, waar we na zo’n zes uur aankomen bij Playa Potrero, ‘ons’ dorpje voor de komende drie weken. We leggen een groot deel van de rit af over de Transamerican Highway die dwars door Midden-Amerika gaat. Denk nu niet aan een soort van A1 of zo, een landweg in Zeeland heeft meer gelijkenis! Het is een tweebaansweg vol vrachtverkeer met een maximumsnelheid van 80 km/u, als je dat al haalt, want je moet ook regelmatig diepe kuilen in de weg ontwijken of er in de 1e versnelling doorheen rijden.
Het huis voldoet aan de verwachtingen, of nee, het overtreft alle verwachtingen en de stoutste dromen. Een heerlijke bungalow met mooie tuin dat direct uitkomt op het zwarte lavazandstrand. De Pacific Ocean buldert en bruist op enkele meters van de patio, zo luid overigens dat we er later wat moeilijk van kunnen slapen.
Tropische buien
De eerste dagen vullen we met het verkennen van de stranden en dorpjes in de buurt. Van zwemmen komt nog niet veel, omdat het telkens als we bij het strand aankomen met bakken uit de lucht komt. Zo’n tropische bui houdt doorgaans twee uur aan waarna het weer opklaart maar ook heel benauwd is. We maken er het beste van door een biertje te drinken op een overdekt terrasje en te zien hoe de regen de modder van de auto afspoelt, bekijken de vele vogels in de bomen, horen dierengeluiden die we totaal niet herkennen en genieten van ‘Pura Vida’ zoals de Costa Ricanen zouden zeggen… het pure leven. We raken al helemaal gewend aan de lokale gewoontes!
Tijdens onze ritjes over zandwegen en door de groene bergen komen we regelmatig cowboys tegen, Sabaneros genaamd in het Costaricaans. Ze trekken, net alsof het een Marlboro-reclame is, compleet met witte hoed, door de zon gelooide huid en stoere snor met hun kudde koeien of enkele paarden door hun landerijen en regelmatig langs of over de weg. Dan krijg je dus filevorming lokale stijl.
Corruptie? Welnee; helpen!
Bij gebrek aan flitspalen staan er zeer regelmatig politiecontroles verscholen achter bomen of gewoon midden op de weg. Ook wij worden een keer aangehouden. Zijn badge glimt in het zonlicht als hij naar onze auto toeloopt, het bruine uniform zit als gegoten om zijn torso, waardoor de insignes en strepen nog beter en ruiger uitkomen. Alleen zijn zwarte honkbalpetje met daarop in oranje het logo van het drankje Jägermeister valt uit de toon. Op zijn commando haal ik mijn rijbewijs en kopie van mijn paspoort tevoorschijn. ‘Autopapieren’, bast de man ons toe met een vage glimlach rondom de mond. En die hebben we net niet bij ons, ‘ze liggen in de kluis in het huis, veel veiliger’, probeert Cytha in haar beste Spaans/Costa Ricaans. Tien minuten van spraakverwarring, vertalingen en gespeelde domheid bij beide partijen (hij gelooft écht niet dat we in NL geen autopapieren op zak hoeven te hebben) komt hij tot de conclusie dat de auto dan maar in beslag genomen moet worden, wij te voet verder kunnen – nog zeker twintig minuten rijden! – en we de auto bij het dichtstbijzijnde politiebureau in Liberia op anderhalf uur rijden kunnen ophalen. En wij moeten natuurlijk nog een boete van twintig USD betalen. Op onze schrik op dit voorstel doet hij alsof hij nadenkt. ‘Ik probeer een manier te vinden om jullie te helpen’ zegt hij, een eufemisme voor nadenken hoeveel geld we kunnen missen. In de Lonely Planet wordt er al over geschreven: corruptie! Maar dan in positieve zin, dat het eigenlijk niet meer bestaat. Helaas, de LP heeft niet altijd gelijk.
Als we nu twintig US Dollar betalen, contant natuurlijk, en we geen bonnetje vragen, mogen we doorrijden en is alles opgelost. Aangezien we de precieze regels niet kennen, maar inderdaad niet in het bezit zijn van autopapieren, kan ‘ie ons alles wijsmaken. Gelukkig heb ik slechts 10 USD zichtbaar in mijn portemonnee en zo wordt de boete ineens gehalveerd, hij is het moeilijke onderhandelen ook beu, we zijn inmiddels al zo’n twintig minuten bezig en we geven ons alledrie niet gemakkelijk gewonnen. Met een glimlach en een handdruk nemen we afscheid, tien Dollar lichter, een ervaring rijker en nog tevreden dat het slechts hierbij blijft, je hoort wel eens van bedragen van in de honderden Dollars.
Jammer dat we geen leuk honkbalpetje bij ons hadden, die andere toerist is er nog beter van afgekomen.
Sputterende vulkaan Arenal
We gaan erop uit. Voor drie dagen gaan we een stukje toeren en de nog werkende vulkaan Arenal bezoeken. Op de wegenkaart staat al aangegeven dat een gedeelte van de weg ernaartoe waarschijnlijk nog slechter is dan wat we al gewend zijn. En we zijn al gewaarschuwd dat de bewegwijzering zo waardeloos is, dat er menig relatie op gesneuveld moet zijn.
Veelal is er keurig een bord op enkele uren afstand waarop staat aangegeven waar de plaats of toeristische bezienswaardigheid zich bevindt. En daar blijft het dan ook bij. Want hoe dichterbij je komt, des te minder borden zijn er. T-splitsingen en kruisingen zijn er daarentegen te over, dus elke keer nemen we een gok, om even later weer om te keren en de andere weg te gokken. Zo bereiken we na vele frustraties en gehobbel over de soms van de regen gladde modderwegen het plaatsje La Fortuna. De vulkaan zijn we dan al gepasseerd, en ook de daarbij gelegen duurdere hotels met prachtig uitzicht.
Als het niet bewolkt is tenminste. Nu is de top geheel in een witte wolkendek gehuld en zien we geen heil in het betalen van een dure kamer met uitzicht op iets wat we al genoeg zien tijdens ons werk: wolken. In het hotel nemen we voor de zekerheid toch maar even een kamer met uitzicht op de andere kant van de vulkaan en de volgende ochtend om 05.30 uur heb ik vijf minuten om foto’s te schieten, tussen twee passerende wolkenformaties in. Nu maar hopen dat ze gelukt zijn.
Als we even later tussen huizenhoog riet lopen, onderaan de vulkaan, hebben we beter zicht. Vooral het geluid is indrukwekkend en lopend over het zwarte lavazand klinkt het sputteren en knallen van de kleine uitbarstingen onheilspellend. Ook nu weer helaas geen zicht op oranje lava, maar de ervaring en spanning (niet alleen van de vulkaan, ook van mogelijke slangen en andere dieren) is uniek genoeg.
De rest van de ochtend en middag belonen we onszelf met een bezoekje aan het decadente en overheerlijke Tabacon Resort met vele hotsprings, thermale baden, gelegen in prachtige tuinen, midden in de natuur.
Valse karaoke Upala
Diezelfde middag rijden we richting het noorden, gewoon om weer eens een andere weg te proberen en eindigen we in Upala, vlakbij de grens met Nicaragua. Het is een plaats waar veel werklui uit het buurland komen en tevens zakenlui, zo meldt onze reisbijbel. De hotels zijn er goedkoop en schimmig, sommige kamers die we bekijken zijn niet eens voorzien van een raam en derhalve erg vochtig en klam.
Uiteindelijk kiezen we voor een hotelletje met de lieve naam Hotel Rosita. De naamgeefster is nergens te bekennen, wel heel veel mannen en onze buren blijken fervente bespelers van een autoracevideospel. Vrooooeeeeeeeeem. Wij kunnen ze door de dunne muren door horen racen en het enthousiaste geschreeuw doet je vermoeden dat je midden op de tribune van een Formule-1 circuit bent.
In Costa Rica stamt een gedeelte van de bevolking af van de vroegere Chinese arbeiders die de spoorweg hebben aangelegd. Blijkbaar is Upala (klinkt eerder Zweeds dan Spaans) ook zo’n gemeenschap waar nog Chinezen wonen, want even later gaan we eten in een restaurant met de naam Buenavista.
Dat mooie uitzicht betreft een stinkende rivier die we niet konden zien in het donker. Waar is de tijd gebleven dat je een Chinees gewoon kon herkennen aan de naam ‘grote Chinese muur’ of ‘de gouden draak’? Nu wisten we pas dat we bij de plaatselijke afhaalboer waren toen we op de menukaart verdacht veel noodles aantroffen, met namen die erg veel lijken op de Nederlandse Chinees.
En als we aan tafel zitten valt pas het Blokkerachtige Chinese porselein en de verplichte kalenders aan de muur op. Maar het moet gezegd; de mie was een leuke afwisseling van de bonen & rijst die we hier doorgaans eten en het smaakte prima. Een andere, minder geslaagde, Chineesachtige ervaring deden we even later op. De buren waren nog steeds aan het racen, maar zetten het volume op ons verzoek iets zachter. Dit had een half uur later (het is dan pas acht uur ’s avonds) weinig effect omdat de kroeg ernaast een karaoke-bar bleek te zijn.
Fluweelzacht
Wat kan een racegeluid dan fluweelzacht en lief aan de oren klinken, vergeleken bij het gekrakeel van een dronken, in de microfoon blerende, verschrikkelijk vals zingende arbeider. Het volume staat op tien, dus het is alsof we een persoonlijke serenade aan het voeteneind van ons bed krijgen. Het liedje blijkt populair, of er is gewoon weinig keus, want het wordt keer op keer herhaald door verschillende bezoekers, de een nog valser en harder krijsend dan de ander. Is dit de Chinese invloed op culturen in het buitenland? Dan staat ons nog wat te wachten als er in de nabije toekomst een toeristische vloedgolf van een miljard karaoke-liefhebbers de wereld overspoelt. Het helpt ook niet dat het kussen en de matras van plastic zijn. En de ventilator die midden in de nacht om onverklaarbare reden stopt en we van het bed afdrijven van het zweet. En de vrachtwagens net voor ons raam optrekken. Of de karaoke-zangers wegscheuren op hun motors met kapotte uitlaat.
Om 05.00 uur zijn we verheugd met de eerste zonnestralen, zodat we weg kunnen met de wallen onder de ogen weg. Die koude douche in het smerige hok slaan we maar even over.
Wij hebben echter weinig keus: in het donker rijden over deze wegen in de regentijd is namelijk nog erger en gevaarlijker dit te moeten doorstaan.