Brazilië, Reisverhalen

Churrasco eten in Brazilië

Gertie Rutten verblijft een paar weken in Brazilië. ‘Mijn bezoek begon in een van de grootste steden ter wereld, São Paulo. Er wonen net zoveel mensen als in heel Nederland. Het was mijn derde bezoek aan deze stad en het gaf me een kick plekken en straten te herkennen van de vorige bezoeken.’

Auteur - Gertie Rutten

Eind augustus, na vier-en-een-halve maand reizen met groepen, had ik behoefte aan een huiselijke plek. Ik kon terecht bij vrienden in São Paulo en Vitória. Als ik echt naar huis had gewild, dan had ik voor hetzelfde geld een vliegticket naar Nederland kunnen kopen. Vanwege de beperkte concurrentie is vliegen binnen Latijns Amerika niet bepaald goedkoop. ‘Eigenlijk is iedere wijk een stad op zich, van alle gemakken voorzien. Overal vind je restaurantjes en lanchonetes.’

São Paulo
Mijn bezoek begon in een van de grootste steden ter wereld, São Paulo. Er wonen net zoveel mensen als in heel Nederland. Het was mijn derde bezoek aan deze stad en het gaf me een kick plekken en straten te herkennen van de vorige bezoeken. Ik moet wel zeggen dat ik niet naar deze metropool zou gaan als ik er geen vrienden had. Deze stad maakt dat ik me heel klein voel. Want waar te beginnen in zo’n stadse jungle?
São Paulo heeft net zo veel bezienswaardigheden als wijken. Met de aanwijzingen van mijn vrienden kon ik de weg vinden. Het grappige is dat de afstanden soms best te overzien zijn. Zo ben ik lopend naar het park Ibirapuera gegaan, met het zoontje van mijn vrienden als gids. Daar is het in het weekend een drukte van belang: hippe jongeren op skates en skateboards, snelwandelende dames met walkman op, straatartiesten, ijs- en frisdrankverkopers, spelende kinderen en ga zo maar door. We hebben nog een fiets gehuurd en uiteindelijk waren we precies op tijd thuis. Het blijft een grote stad en ouders maken zich ook hier, of juist hier, snel ongerust.

De lange financiële slagader Avenida Paulista is voor mij het belangrijkste herkenningspunt. Veel banken, enkele musea, veel eettentjes, wat boekhandels en bioscopen. De straten die evenwijdig lopen aan deze avenida stralen een zorgeloze sfeer uit en dienen zich voor slenteren en mensen kijken vanaf kleine terrasjes. Er passeert een niet-aflatende stroom mensen.
Eigenlijk is iedere wijk een stad op zich, van alle gemakken voorzien. Overal vind je restaurantjes en lanchonetes, een soort snack- en koffiebar. En eten is erg belangrijk voor de Braziliaan. Zo vind je in São Paulo de allerbeste pizza, niet alleen van Brazilië, maar van de hele wereld. Mijn vrienden zijn van Italiaanse afkomst, dus ze kunnen het weten. De keuze aan pizzerias is dan ook erg groot.
Een andere typische wijk is Liberdade, de Japanse enclave met authentieke restaurants. Erg populair bij de Brazilianen. Door de hele stad vind je trouwens Japanse fastfoodrestaurants. Weer eens wat anders dan een saaie hamburger.
Mijn andere vrienden wonen in Sumiré, in een stil, bijna dorps straatje. Deze wijk ligt niet ver van Pinheiros, ook een gemoedelijke buurt. Daar vind je de grote boekhandel FNAC, met Internetcafé en koffieshop. Heerlijk om een paar uur rond te struinen.

Je concentreren op enkele buurten is wellicht de beste manier om deze immense stad te leren kennen. Om makkelijker een keuze te maken is het een aanrader om het Portugeestalige tijdschrift Veja te kopen. Als weekendbijlage krijg je een apart tijdschrift met uitgaanstips en een uitgebreid overzicht van restaurants, cafés en bioscopen per wijk. Weet je direct wat die week de hipste place to be is.

Na een paar dagen vloog ik met TAM naar Vitória in Espírito Santo, een kleine staat aan de kust tussen Rio de Janeiro en Bahía in. Ik vertrok vanaf Congonhas, het vliegveld dat in de stad zelf ligt, dit in tegenstelling tot Guarulhas, dat in het noorden van São Paulo ligt, zonder files zo’n 30-40 minuten van het centrum.
Met verbazing keek ik uit het vliegtuigraampje. Een stadse jungle, letterlijk: torenflats rezen omhoog als woudreuzen, de avenues waren de rivieren, alleen recht in plaats van kronkelend, en alles bij elkaar was de stad net zo’n dicht tapijt als het oerwoud in de Amazone. Aan beide leek geen einde te komen.
‘Ik wist dat dat een van de symptomen van dengue was. Het verklaarde ook direct de spierpijn in mijn benen en de loomheid.’

Espírito Santo
In Espírito Santo heb ik helemaal niets gedaan. Bij vrienden geweest in Aracruz, waar ik in 1997 zeven maanden heb gewerkt. Een avond hebben we een heerlijke churrasco gemaakt. Dit is een traditionele Braziliaanse barbecue. Een groot stuk rundvlees wordt boven een houtskoolvuurtje gegrild. Als de buitenkant gaar en knapperig is, wordt dat in kleine plakjes eraf gesneden (vergelijkbaar met gyros). Deze stukjes vlees combineer je met farinha (geroosterd maniokmeel) en een vinagrette met tomaat en paprika. Eenvoudig maar erg lekker als je van vlees houdt. Eten in Brazilië is zoals ik al eerder zei een erg belangrijk sociaal gebeuren.
Een andere must in Espírito Santo is een muqueca oftewel moqueca. Dit is dé traditionele visschotel met de eenvoudige ingrediënten tomaten, ui, knoflook, lente-ui en koriander. De vis wordt klaargestoofd in een kleien schotel. Heerlijk. In Bahía maken ze dit gerecht ook, alleen pikanter en met cocosmelk. Natuurlijk zeggen beide staten de enige echte muqueca te maken.

Een andere eettip voor Brazilië-reizigers is eten in een selfservice restaurant à kilo. Hier betaal je voor de hoeveelheid die je op je bord schept. De prijs is afhankelijk van het gewicht. Handig voor grote en kleine eters en er is voor iedereen wat wils: een buffet met de standaard rijst en bruine bonen, farofa (ook met geroosterd maniokmeel), vlees, pasta’s, groentes en salades. Heel gevarieerd dus. Bij de betere restaurants ligt de prijs per kilo tussen de 7 en 10 reaal (1 reaal is ongeveer 1 gulden). Het beste tijdstip om daar te eten is tijdens de lunch. Dan weet je dat het eten net is klaargemaakt.

Ziek
Waarschijnlijk ben ik een makkelijk doelwit geweest, zittend op het balkon, rustig het ene na het andere tijdschrift lezend. Zo hebben ze me gevonden. Overdag, want dan zijn ze actief: de dengue-muggen. In veel Braziliaanse steden is deze mug een plaag aan het worden. Zo ook in Vitória, want daar denk ik dat het is gebeurd.
Aan het eind van mijn reis kreeg ik last van spierpijn in mijn benen. De loom- en sloomheid weet ik aan het nietsdoen. Ik had eigenlijk helemaal niets in de gaten, totdat ik, alweer aan het werk in Ecuador, zag dat ik overal rode vlekjes op mijn lichaam had. Toen pas ging er een lichtje branden. Ik wist dat dat een van de symptomen van dengue was. Het verklaarde ook direct de spierpijn in mijn benen en de loomheid. Tegen dengue kun je je niet inenten en er zijn ook geen medicijnen voor.
Eigenlijk heb ik er relatief weinig van gemerkt. Koorts is ook mogelijk, maar daar heb ik geloof ik geen last van gehad. Het enige probate middel bij dengue is uitrusten. En dat was ik in Brazilië nou net aan het doen. Maar het bleek ook dat ik geen keuze had, want na mijn vliegreis terug naar Quito, heb ik echt waar zo’n twaalf uur achter elkaar geslapen. Toen wist ik nog niet dat ik dengue had. Nu was het dengue. Bij bepaalde vormen van deze ziekte kunnen er bij herhaalde besmettingen ernstige symptomen voorkomen. Het laat je wel even stilstaan bij wat je verder allemaal kunt oplopen. Ik slik bijvoorbeeld niets tegen malaria. Ik ga ervan uit dat mij dat niet gebeurt. Maar dat dacht ik ook van dengue. Ik laat jullie zelf de conclusie trekken.



Plaats reactie of reistip





* verplicht invoerveld

Facebook RSS Feed