Nieuw-Zeeland, Reisverhalen
Coromandel, Beauty of the North
Vroeger overspoeld door goudzoekers is daar in het plaatsje Thames nu niets meer van te merken. Het gehucht bestaat uit een hoofdstraat en wat zijstraatjes die op twee handen te tellen zijn. Het lijkt wel of de tijd er heeft stilgestaan, en dat zo dichtbij een metropool als Auckland. Taupo, Rotorua en de Tongariro Crossing; de meeste mensen die het noordereiland van Nieuw-Zeeland bezoeken komen niet verder dan de geijkte paden. Voor wie eens wat anders wil, ligt er een prachtig schiereiland in het noorden: The Coromandel.
De meeste mensen die Nieuw-Zeeland bezoeken, komen op het Noordereiland niet verder dan de gebruikelijke plaatsen Auckland, Taupo, en met een beetje geluk wordt ook de Tongariro Crossing nog gelopen. Wie van de geijkte paden af wil, moet eens naar het Coromandel Schiereiland gaan. Prachtige natuur in een omgeving waar nauwelijks iemand woont en de tijd lijkt stil te staan.
Coromandel Schiereiland ligt aan de Golf van Hauraki en is binnen een paar uur rijden vanuit Auckland bereikbaar. Als stad is Auckland niet verkeerd, er is een hoop te doen en met de Sky Tower en de spectaculaire haven is sinds 1985, toen de Franse geheime dienst er het Greenpeace schip Rainbow Warrior tot zinken bracht, de stad bij de meeste mensen wel blijven hangen. Toch, eenmaal de stad verlaten ben je meteen verkocht. Voordat je het weet rijd je tussen de schapen door langs prachtig mooie uitzichten.
Wij volgen de kustlijn van de Golf van Hauraki en rijden naar het noorden, richting het plaatsje Coromandel, waar we gepland hebben te overnachten. Het eerste dorpje van betekenis is Thames. Vroeger overspoeld door goudzoekers is daar nu niets meer van te merken, het gehucht (huidige inwoneraantal 6500) bestaat uit een hoofdstraat en wat zijstraatjes die op twee handen te tellen zijn. Het lijkt wel of de tijd er heeft stilgestaan, en dat zo dichtbij een metropool als Auckland.
Het schiereiland Coromandel is door het natte klimaat erg groen.
Waiheke Island
Na wat boodschappen gedaan te hebben, rijden we verder. Ik constateer dat het hier enorm groen is, en direct merk ik waarom. Het regent hier namelijk nogal eens en dat zorgt voor soms prachtige taferelen, glooiend berglandschap met links en rechts boerderijtjes waar de rook uit de schoorsteen komt. Regelmatig stoppen we om foto’s te nemen en van de schitterende vergezichten te genieten. In de verte zien we het vasteland waar we vanochtend vertrokken. Als we nog wat noordelijker zijn is aan de horizon zelfs Waiheke Island te zien, een minuscuul eilandje voor de kust van Auckland. De boottocht erheen duurt drie kwartier en om een of andere reden heb ik besloten er, ondanks prachtige verhalen, niet heen te gaan. Die fout zal ik volgende keer niet meer maken, besluit ik.
De kustlijn richting het noorden is soms erg ruw.
Rapaura Watertuinen
Tussen Thames en Coromandel volgen we de kustlijn, die ons langs voornamelijk Maori-dorpjes voert. Via plaatsjes die luisteren naar namen als Tararu, Ngarimu Bay en Te Puru bereiekn we uiteindelijk Te Mata, de toegangsweg naar de Rapaura Watertuinen op de weg naar Coroglen. De naam is toepasselijk, aangezien het vandaag sowieso al druilerig weer is en we aan water geen gebrek hebben. We zijn bijna de enigen in het parkje. We maken een rondje langs de prachtige vijvers, watervalletjes en paadjes door de diverse tuinen. Er werkt hier een drietal mensen in vaste dienst die de hele dag bezig zijn met snoeien, grasmaaien, en het anderszins verzorgen van de vijvers. Na anderhalf uur rijden we terug over de onverharde weg naar de hoofdweg en vervolgen onze reis naar Coromandel.
Na de goudkoorts eind negentiende eeuw, werd Coromandel weer een onbeduidend plaatsje met slechts twee straten. Toch presteren we het om te verdwalen.
Rapaura Watertuinen op de weg naar Coroglen.
Locals
Hoewel enorm vochtig, is het inmiddels gestopt met regenen. We arriveren aan het eind van de middag in het dorpje, dat na de hoogtijdagen, waarin meer dan 10.000 goudzoekers hun geluk kwamen beproeven, weer een onbeduidend plaatsje met slechts duizend inwoners is. Niettemin presteren we het om in het geheel van twee straten verdwaald te raken. Na diverse locals om raad te hebben gevraagd blijkt dat de kaart die we hebben niet klopt, en we bereiken ons hostel vervolgens vrij snel.
De zonsondergang in het haventje van Coromandel.
The White House
Het hostel zegt eigenlijk alles over dit deel van het land. Niet alleen de naam –The White House- maar vooral de omvang is er eentje om aan te wennen: twee huisjes met respectievelijk zeven en acht bedden, dat is even aanpassen als je de onpersoonlijke gebouwen van Sydney en Auckland als maatstaf gebruikt, waar dat aantal minimaal drie cijfers heeft. Opmerkelijk zijn hier trouwens de benzineprijzen: in de grote steden betaal je ongeveer NZ$1 per liter, wat neerkomt om slechts € 0,45, maar als je daarbuiten tankt kan dat wel dertig tot veertig procent duurder uitvallen.
Na de Fish & Chips maaltijd, hoe kan het ook anders, lopen we nog even naar het haventje, waar we van de zonsondergang genieten. Wat een rust, ik zou hier wel maanden kunnen blijven. Coromandel, Beauty of the North.