Bangladesh, Reisverhalen

De toerist als attractie in Bangladesh

Leon en Maartje reden 33 duizend kilometer van Nederland naar Australië en via de voormalige Sovjetunie naar China en Zuidoost Azië. In Bangladesh is de belangstelling voor de twee blanke toeristen enorm: ‘De brutaalste nieuwsgierigen beginnen nu ook het restaurant binnen te dringen, dat al snel tjokvol staat. Ze leunen over onze schouders, zitten zowat op onze borden en opgewonden jongetjes vragen handtekeningen.’

Auteur - Maartje Schneemann

Enkele kilometers na de grens ligt het eerste dorp. Uit een klein restaurantje van bamboe komen heerlijke geuren en we besluiten even wat te eten. De eigenaar ontvangt ons opgetogen. Zo vaak stoppen hier geen grote motoren met blanken erop. We gaan achter het ‘raam’ zitten om de motoren wat in de gaten te houden. Maar tegen de tijd dat we onze rijst met vis krijgen, zijn de motoren al aan het zicht onttrokken door een groepje belangstellenden.

Ook voor ons raam heeft zich al een aardig oploopje gevormd. En bij iedere hap groeit de belangstelling. De eigenaar vindt dit niet prettig voor ons en hangt een gordijn aan de buitenkant van het open raam. Maar nieuwsgierige koppetjes steken er al snel onderdoor. En na drie minuten is het gordijn weg. Achter Maartje zie ik opeens vingers door het vlechtwerk komen die kijkgaatjes maken. En het enige dat wij doen, is het eten van rijst met vis.

Bangladesh

Aanzwellend publiek

Onder het gewicht van het aanzwellende publiek buigen de rietwanden van de lichte constructie nu echter vervaarlijk door. Alle restaurantgasten schuiven hun tafels tegen de wandjes uit angst dat het hele hutje in elkaar klapt. Maar de brutaalste nieuwsgierigen beginnen nu ook het restaurant binnen te dringen, dat al snel tjokvol staat. Ze leunen over onze schouders, zitten zowat op onze borden en opgewonden jongetjes vragen handtekeningen. Iedereen is vrolijk en vindt dit een komische situatie, maar ik zie dat Maartje zich ongemakkelijk begint te voelen. De bestelde thee kan ons niet meer bereiken maar de rekening wel, samen met het vriendelijke doch zeer dringende verzoek de zaak nu snel te verlaten voordat er echt rampen gebeuren.

Bangladesh

Met enige moeite banen we ons een weg naar buiten. Platgedrukt tegen de motoren hebben we nauwelijks ruimte om onze jassen aan te trekken. Dit is echt absurd! Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt, zelfs niet in Afrika waar de belangstelling toch ook wel eens massaal kon zijn. Hier moeten we een foto van maken. Ik doe het kofferdeksel open en honderden ogen houden hun adem in voor wat deze toverkist gaat opleveren. Een fototoestel. Gelach en geroezemoes stijgen op. Iedereen wil op de foto. De achtersten gaan op hun tenen staan of klimmen op de busjes en de vrachtwagens die zijn gestopt, en een vader achteraan houdt zijn baby hoog in de lucht om vereeuwigd te worden. Heel voorzichtig proberen we even later de motoren door de menigte te rijden. Pas aan het eind van het dorp kunnen we gas geven. In onze spiegeltjes zien we honderden lachende Bengalezen wuiven.

Bangladesh

Bengaals schrift

Vlak land. Natte rijstvelden. Bamboehutten op terpen. Asfaltweggetjes over smalle dijken. We hebben geen idee waar we zijn, want de bewegwijzering is in Bengaals schrift. Ik heb nooit geweten dat er zoveel ‘schriften’ zijn ter wereld. Met Russisch, Chinees, Arabisch, Latijn en spijkerschrift had je het wel zo’n beetje gehad, dacht ik geloof ik. Ik had geen idee dat ze in Pakistan, India, Nepal en Bangladesh al hun verschillende talen ook allemaal anders opschreven. Dat ze hier in Bangladesh dan ook nog eens totaal andere cijfers gebruiken, waarmee ze zelfs anders tellen, vervult me met zoveel verbazing dat ik bijna verontwaardigd ben. Wat ontzettend onhandig! Voor ons.

Bangladesh

Ik wou dat ik van was was

We komen uit in Rangpur, een stadje waarvan de wegen in het midden samenkomen op een rotonde. Aan die rotonde ligt een hotel, waarin Leon naar een kamer gaat vragen. Ik wacht buiten bij de motoren en bekijk nieuwsgierig de mensen en de winkels en de huizen en de riksja’s om verschillen met India te ontdekken. Er zijn hier in ieder geval veel fietsriksja’s. Erg veel fietsriksja’s. Heel erg veel fietsriksja’s. Die allemaal stil staan en naar mij kijken. Oh help. Denkt ook de verkeersagent op de rotonde als hij het verkeer ziet stokken. Dus hij begint te fluiten. En de riksja’s die de rotonde niet meer op kunnen, beginnen te bellen, terwijl de verkeersagent blijft fluiten en iedereen zich verrekt om te kunnen zien wat er te zien valt. “Ik wou dat ik van was was / en mij de zon bescheen / en dat ik dan een plas was / en in de aard verdween,” zong mijn grootmoeder in haar kostschooltijd. En ik voel me nu precies zó.

Eindelijk alleen…

Leon weet niet wat hij ziet als hij weer buiten komt en de rotonde stampvol met rinkelende riksja’s staat die worden begeleid door onophoudelijk politiegefluit. We proberen snel uit het zicht te raken door de motoren naar de hotelgarage te brengen, maar de toegestroomde menigte geeft ons zo weinig ruimte dat we de mensen gewoon opzij moeten duwen. Nu beginnen we ons werkelijk ongemakkelijk te voelen. Als de motoren eenmaal zijn ‘weggeborgen’ wurmen we ons met onze bagage door de toeschouwers naar het hotel, om op onze kamer op bed neer te ploffen… Rust. Eindelijk alleen… Oh nee, er staat nog een man in de kamer. “Nou dag, bedankt, tot ziens, het was ons een waar genoegen, mooi hotel, werkelijk, misschien zien we elkaar morgenvroeg weer.” Maar hij blijft rustig met zijn handen op z’n rug naast de deur staan. Zou hij daar de hele nacht blijven staan of zo? Tot we bedenken dat hij misschien een fooi wil. En jawel, geld doet wonderen. Onmiddellijk is hij vertrokken. Om plaats te maken voor drie schoonmaaksters die zomaar binnen komen lopen om naar ons te kijken. En dan valt in heel de wijk de elektriciteit uit zodat we, verhuld door het duister, ongezien naar het dichtstbijzijnde dure restaurant kunnen lopen – in de hoop dat daar niet iedereen zomaar binnen mag komen – om in het meest afgelegen hoekje bij kaarslicht ongestoord het meest goedkope gerecht te eten.

Rijst en vis

Na onze ervaring van gisteren zien we op tegen de lunch. Maar honger doet ons toch stoppen. En deze keer toont niemand interesse. We eten rijst met vis. De rijst en de vis waar we de hele ochtend tussen door reden. Over dijken door de plomp. Tot aan de horizon waterveldjes omheind door dijkjes, zoals Hollandse veldjes omheind zijn door watersloten. Buffels die het water ploegen. Waterverplaatsmechanieken in soorten en maten. Felgroene velden met zaailingen. Boeren tot hun enkels in het water duwen groene sprietjes in een onzichtbare blubbergrond. Visfuiken in de rijstvelden en in de vijvers en de rivieren. Want Bangladesh heeft twee maal de oppervlakte van Nederland om in te vissen. En toch is vis of vlees voor velen te duur en is er niet genoeg rijst voor iedereen.

Bangladesh heeft ook achteneenhalfduizend kilometer bevaarbare waterweg, maar wij moeten zo nodig op wielen het land door. Over dijken en bruggen en ook met de boot. Een boot dwars over de plek waar de megarivieren Ganges en Jamuna samensmelten.



Regentijd en armoede

Gemiddeld valt er in De Bilt 78 centimeter regen per jaar. In de heuvels ten noorden van Bangladesh valt jaarlijks elf meter. In de regentijd staat Bangladesh dan ook voor eenderde deel onder water en in een heftige regentijd voor tweederde deel. Rivieren stromen onbelemmerd het laagland in en terpen worden eilanden.

Paradijs

Het is een zegen voor Sonar Bangla, het Gouden Bengalen, het land dat de Mogolen hun paradijs op aarde noemden, het wingewest van opeenvolgende heersers. Want ieder jaar brengt het water weer een nieuwe laag vruchtbaar slib mee, waardoor de boeren het hele jaar rijst kunnen verbouwen, al eeuwen en eeuwen, zonder de grond uit te putten.

Water

Maar de rijkdom van deze vruchtbaarheid bracht ook eeuwen van uitbuiting, die het land berooid achterlieten toen het eindelijk onafhankelijk werd. En armoe verwekt baby’s; Bangladesh telt 125 miljoen mensen in een gebied van vier keer Nederland. En net zoals Hollanders steeds vaker in de uiterwaarden gaan wonen, zet ook de groeiende Bengaalse bevolking steeds vaker zijn hutten dicht bij de rivier. Dat is een van de oorzaken dat cyclonen en abnormale regenval iedere keer weer zo veel slachtoffers maken, wat een van de weinige dingen is die wij in Nederland van Bangladesh weten.

Plaats reactie of reistip





* verplicht invoerveld

Facebook RSS Feed