Tibet, Reisverhalen
Een tocht over de Friendship Highway
Dennis Remmelzwaal stapt het vliegtuig in op weg naar de Tibetaanse hoofdstad Lhasa. Tegenover hen neemt een stewardess plaats en hij zet haar op de foto. Zijn plan voor het verblijf is geboren: hij besluit Tibetaanse vrouwen te gaan fotograferen. ‘In een soort supermarkt staan drie vrouwen in traditionele kleding achter de counter. Ik flits ze van drie meter in het gezicht. De middelste wordt boos.’
Eeuwen duurde het voordat de eerste westerling Tibet bereikte. Dat lag voor een groot deel aan het ruige, ontoegankelijke landschap. De Friendship Highway vormt tegenwoordig een rechtstreekse verbinding tussen Lhasa in Tibet en Kathmandu in Nepal. Het asfalt ontbreekt op grote stukken, maar de oogverblindende natuur doet het ongerief voor de reiziger snel vergeten. Reis om de Wereld medewerker Dennis Remmelzwaal blikt terug op zijn reis in Tibet.
Er wordt in de vertrekhal niets in het Engels omgeroepen, en het komt regelmatig voor dat toeristen nog uren nadat hun toestel is vertrokken blijmoedig in de hal zitten te wachten. Na een oponthoud in de wachtruimte waar het blauw van de rook ziet, klinkt er via de luidspreker een onbegrijpelijke aankondiging in het Chinees. Gelukkig begrijpen de tweehonderd andere passagiers het, want ze springen onmiddellijk overeind en dringen in rijen van zes de smalle trap af naar de wachtende bussen op het platform. Bij het toestel aangekomen wordt het op een hollen gezet om de beste plaatsen te bemachtigen. Hoewel de plaatsen genummerd zijn, trekt bijna niemand zich daar iets van aan. Stewardessen proberen alles in goede banen te leiden, maar niemand luistert. Wanneer alles op orde is, rijdt het vliegtuig over de startbaan. De motoren trillen hevig tijdens de start, terwijl de Boeing moeizaam naar hoger sferen klim.
Schichuan
Twintig minuten nadat we zijn opgestegen, breekt het toestel door de wolken boven de Schichuan-vallei. De dageraad breekt aan en een rozerode gloed verspreidt zich. Ver onder ons ligt China, en verderop komt het Tibetaanse Hoogland in zicht. Uiteindelijk wordt de daling ingezet, maar beneden is niets van een vliegveld of een landingsbaan te zien. Het toestel blijft maar dalen en dalen in het ochtendgloren. De bergtoppen die ik van veraf heb gadegeslagen, komen onheilspellend dichtbij. Vlak voordat de wielen de grond raken, doemt er een grijze strook van de landingsbaan op. In twee uur tijd bereiken we het kloppende hart van Tibet. Als de landing ingezet wordt, pakken sommige mensen hun handbagage al en lopen naar de uitgang. Wederom moet een stewardess ingrijpen.
Nieuwtjes uitwisselen op Barkhor-plein.
Zwaaiende kinderen
De stad ligt aan de andere kant van de heuvels ten noorden van de luchthaven, de weg volgt de loop van de Tsangpo rivier. Ik zie uitgestrekte velden groene gerst, het voornaamste gewas van Tibet en hoog in de bergen zie ik zwarte silhouetten van de yaks. Af en toe passeren we een dorpje waar Tibetaanse kinderen langs de weg naar ons zwaaien. De dorpjes zien er prachtig en heel uitnodigend uit. Kleine groepjes huizen van een of twee verdiepingen met ommuurde binnenplaatsen staan dicht op elkaar in de uitlopers van het gebergte. De huizen zien er solide uit, erop berekend om het barre klimaat te weerstaan. De muren zijn tot op heuphoogte opgetrokken uit steen, met daarboven in de zon gedroogde leembrokken tot aan het dak. De ramen, diep in de witgepleisterde muren verzonken, zijn gevat in merkwaardig gevormde zwarte kozijnen. Elk Tibetaanse raamkozijn is aan de onderkant enkele centimeters breder dan aan de bovenkant. Bovenop de platte daken staan takken, versierd met kleurige gebedsvlaggetjes die wapperen in de wind. Het vrolijke blauw, wit, rood, groen en geel steekt fel af tegen het diepe blauw van het Tibetaanse uitspansel. Elk gebedsvlaggetje bevat een afbeelding van lungta, het met juwelen opgetuigde drakenpaard dat elke keer dat het vlaggetje wappert in de wind de gebeden van de eigenaar naar de goden vervoert.
De Pangla-pas.
Yakmest als brandstof
De grotere dorpen beschikken over een behoorlijk hakhoutperceel. Hout is een kostbaar goed in de hooglanden van Tibet en wordt nooit verspild. Op alle binnenplaatsen liggen tegen de muren hoge stapels aanmaakhout opgestapeld dat in de bergen bijeengesprokkeld is. Het gebrek aan vaste brandstof in de vorm van hout is nauwelijks een probleem voor de Tibetanen, die over een prima houtvervanger beschikken; yakmest. De mest wordt overdag verzameld door jonge kinderen die in de heuvels kuddes schapen of yaks hoeden. Als de kinderen ‘s avonds terugkeren met hun manden vol mest, is het gewoonlijk de vrouw die tot taak heeft de grondstof te mengen met een beetje water en indien voorradig wat gerststro. Het resultaat van deze huisvlijt wordt vervolgens in de vorm van koekjes op de witgepleisterde buitenmuren geplakt om te drogen in de zon. Zodra ze kurkdroog zijn, worden ze als brandstof gebruikt.
Nomaden kinderen.
Potolapaleis
Wanneer we de voorstedelijke bebouwing van de Lhasavallei binnenrijden, zegt een stem voorin de bus “Potola”. Zelfs vanaf deze afstand kan ik de witgepleisterde onderkant en het goud van de daken van het potalapaleis onderscheiden, de voormalige winterresidentie van de Dalai Lama’s.
We moeten rustig aan doen in verband met de ijle lucht op deze hoogte – 3600 meter, maar sommige mensen bestormen toch de trappen van de Potola. Ik heb moeite met de kleine en langzame stappen en aan alle kanten schieten locals en pelgrims mij voorbij. De eerste indrukken zal ik nooit vergeten: het levendige Barkhor plein met de daaraan gelegen Jokhang tempel en de pelgrimsroute om de tempel. Vrouwen, prachtig uitgedost met sieraden, ook op het hoofd en in het haar, die de de kora (rondgang) lopen. Khampa mannen duidelijk herkenbaar aan hun lange haar met een rode draad daarin gevlochten, allen met een gebedsmolen in de hand. Monniken op afgetrapte gympies en “wilde” pelgrims stinkend naar de yakboter. De pelgrimsroute is vol winkels, kraampjes en straatverkopers met gebedsvlaggen, bontmutsen, gebedssnoeren, thanka’s en yakboter. ‘s Morgens en laat in de middag is het zo druk dat je vanzelf in de goede richting loopt.
Lunchen aan de Friendship Highway.
Een tempel vol yakboter
Voor de ingang van de Jokhang tempel klinkt het geluid van biddende pelgrims. Vaak knielen zij neer op een matje en buigen dan voorover zodat de handen, waaraan zij een stuk hout hebben zitten, de grond raakt. Eenmaal binnen in de tempel drink ik op de binnenplaats een kommetje yakboterthee met de monniken. Nadat ik een yakboterkaarsje heb gebrand, sluit ik aan in de enorme rij van voornamelijk pelgrims, maar wat een ranzige geur van yakboter hangt er om die mensen heen! In een soort polonaise stand, maar dan bij de heupen, sta ik te wachten. Dan plukt een monnik mij uit de rij om naar binnen te mogen. Aan de ene kant voel ik me zeer opgelaten, aan de andere kant is het een soort verlossing van de yakboterlucht. In de hoofdtempel hangt er een bijzondere sfeer. Het is een duister geheel met diverse verschillende heilige vertrekken waarlangs de stoet zich begeeft. Ik sluit me weer ergens aan en volg. De Tibetanen geven veel donaties, al is het maar een dubbeltje, en offeren overal yakboter met hun duim of hand. Het gevolg is dat de trapleuningen en treden van de tempels onder de boter zitten. Plotseling hoor ik trompetgeschal en ga er op af. Dan zie ik reciterende monniken en hoor rinkelende bellen en doffe trommelslagen. Wat is dit fantastisch!
Tashi Delek, een bijzondere ontmoeting.
Tempel moe
Ik bezoek het Ganden klooster dat buiten de stad ligt. Het is een prachtige rit door de Kyichu vallei met het laatste halfuur een stijging van negenhonderd meter. Tegen de bergwand ligt het dorpje dat uit verschillende kloostercomplexen bestaat. Een hele horde kinderen komt op me afgerend in de hoop iets bij elkaar te bedelen. De kinderen, allemaal gekleed in lompen, hebben stuk voor stuk last van een snotneus. Enkele pelgrims zien er welvarender uit. Ze zijn getooid in dikke mantels van schapenvacht. Hun lichamen zijn op sommige plaatsen behangen met kornalijnen, jade en vooral turkooizen sieraden die ze willen verkopen om hun pelgrimage te financieren. Ze nemen me vanaf een afstandje nieuwsgierig op. Ik ben een beetje “tempel moe”.Wanneer de nacht nog over de uitgestorven stad hangt, verlaat ik Lhasa. De enige hoorbare geluiden zijn afkomstig van jankende straathonden die rond dit tijdstip bezit nemen van de hoofdstad. Het allereerste stuk tuffen we in een versleten bus eenzaam op een geasfalteerde weg. De meer dan negenhonderd kilometer lange Friendship Highway naar Kathmandu zullen we in een aantal etappes afleggen. Op zo’n honderd kilometer van Lhasa passeren we de top van de Kamba la, de eerste pas die tevens uitzicht biedt op het oogverblindende Yamdrok Tso. Rondom een moerassige vlakte bij het turkooizen meer graast een kleine kudde yaks. De kudde wordt, evenals enkele bergtoppen, scherp weerspiegeld in het wateroppervlak. Onderweg bij een restaurant schuif ik bij een aantal Tibetaanse vrouwen aan en geniet mee van de boterthee.
Op weg naar Shigatse, Tibets tweede stad, breng ik eerst een bezoek aan het klooster van Sakya. Hoewel een belangrijk deel tijdens de Culturele Revolutie is vernietigd, staat het klooster nog altijd als een fort. Het contrast met de nietige huisjes die schilderachtig tegen de steile wanden van het roodbruine omringende gebergte zijn geplakt, is treffend. Indrukwekkend is het immense Tashilhunpo klooster in Shigatse, de officiële zetel van de Panchen Lama. De volgende ochtend breng ik hieraan een uitgebreid bezoek.
Direct achter een grote zware poort word ik bij de baldakijnachtige hoofdingang door twee kaalgeschoren monniken uitgenodigd om aan een immense gebedsmolen te draaien. Het brengt een vreemdsoortig ratelend geluid teweeg. De uitnodiging heeft een reden. Aan de binnenzijde van iedere gebedsmolen bevinden zich mantrische lettergrepen. Door het draaien worden de gebeden vermenigvuldigd. Ook niet-boeddhisten mogen dit doen, want ieder gebed is er weer een.
Binnen wordt volop geofferd aan de goden. De lucht is er zwanger van tsampa, een soort gerstdeeg, en van de yakboter. In diverse ruimten prevelen monniken in alle rust hun gebeden. Soms laten ze in een religieuze trance hun bewonderenswaardige ultradiepe basstemmen trillen.
De Panchen Lama
De Panchen Lama is na de Dalai Lama de belangrijkste religieuze figuur in Tibet. Traditioneel benoemt de een de ander na diens overlijden. In 1989 overleed de vorige Panchen Lama. Het probleem is nu dat er twee Panchen Lama’s zijn. De een werd door de Dalai Lama erkend, de andere is door de Chinezen uitgekozen. Het door de Dalai Lama gekozen jongetje is al jarenlang met zijn ouders spoorloos verdwenen en wordt door Amnesty de jongste politieke gevangene genoemd. In Tibet hangen overal foto’s van de vorige Panchen Lama en bijna geen foto’s van de Chinese kandidaat.
‘s Avonds bestel ik momo’s, gestoomde meelballetjes gevuld met groenten, voorafgegaan door een heerlijke warme soep. Een tafel verderop wordt gefondued door een luid smakkend en slurpend Chinees gezelschap. Dit valt echter in het niet bij de rochelende geluiden van een Tibetaanse gast, die daarop zonder schroom een enorme fluim op de vloer jenst. Bijna overal in Shigatse hebben Tibetaanse kenmerken het veld moeten ruimen voor Chinese. Op talrijke plaatsen zie je verdachte rode lichtjes, het zijn bijna allemaal Chinese meisjes die er werken. Ze zitten meestal geduldig te breien, wachtend op de komst van klanten. In een grote zaak waagt de jetset een dansje op de muziek van een liveband. Tussen het aanwezige publiek zijn opvallend veel geüniformeerde Chinese militairen. Ze zijn er puur voor vermaak. Niet om een oogje in het zeil te houden.
Overweldigend landschap
We zetten de tocht over de Friendship Highway voort. Met een karig ontbijt achter de kiezen hobbel ik verder op een onverharde weg. Die is nu slecht begaanbaar doordat zwerfkeien in allerlei soorten en maten her en der verspreid liggen. De omgeving is echter overweldigend. Vrijwel leeg, ruig en onherbergzaam, waarin behalve gele, bruine en rode tinten ook regelmatig het meanderende wit van omringende bergkappen zichtbaar is. Overal woeste hellingen waar praktisch geen sprietje gras groeit. Af en toe een uit leem opgetrokken woning met een klein erf dat ommuurd is door opgestapelde stenen. Dat laatste is bedoeld om het schaarse vee, zoals een enkele yak of een paard, te herbergen. Zoals dat bij elke pas of top gebruikelijk is, wordt ook deze plek gemarkeerd door een groot aantal gebedsvlaggen. Ze zijn allemaal bedrukt met zogenaamde mantra’s, religieuze en mystieke formules waarmee bepaalde beschermgoden worden aangeroepen.
Het gruis knarst regelmatig onder de wielen. De laatste twee uur dalen we af door een spectaculaire kloof en bereiken de grenspost bij Zhangmu. Een verzameling van eenvoudige houten gebouwtjes, waar voornamelijk etenswaren, frisdrank en sigaretten worden verkocht, typeert de plaats. Een grote kudde schapen drentelt voorbij zonder zich te bekommeren over andere weggebruikers. Gespannen wacht iedereen op wat er gebeuren gaat. De kans bestaat altijd dat in dit gebied landslides voor een aanzienlijke vertraging zorgen. Die zijn er volgens een Chinese douanebeambte ook, maar dan verderop aan de Nepalese zijde. Het stukje niemandsland dat volgt, lijkt te zijn weggevaagd alsof er een bombardement heeft plaatsgevonden.
Laat je niet besodemieteren
Bij de grens in Kodari staat Shiva, een jonge gids uit Kathmandu, ons volgens afspraak op te wachten. Een gezette Chinese militair met een opvallend zwaar brilmontuur maakt absoluut geen haast en snauwt iedereen op knorrige wijze enkele onverstaanbare woorden toe. Tussen de bedrijven door lopen geldwisselaars met luid piepende zakjapanners en stapels roepies gedreven in het rond om dollars te wisselen. “Laat je niet besodemieteren”. “Duik niet onder de een op negen”, merkt een andere reisgenoot op. Anderhalf uur later wordt het vertreksein gegeven. Nu weer in Kathmandu. Het is acclimatiseren als je vanuit Nederland in Nepal aankomt, maar het is ook acclimatiseren als je vanuit Tibet in Nepal aankomt. Moderne muziek, souvenirwinkels, toeristen, toeristen en nog eens toeristen. De meesten schoon en chique gekleed. Belangrijkste bezigheden lijken: eten, drinken, inkopen doen en sterke verhalen vertellen.