Frankrijk, Reisverhalen
Elzas blijkt Franser dan Frans
De keuze is beperkt. We hebben maar vijf dagen en kennen de meeste dichtbijbestemmingen al. De Elzas is echt zo’n streek waar je verzeild raakt, vrijwel niemand lijkt er bewust voor te kiezen. Toch is het een aangename streek met met veel sfeer en weinig regen. De Duitse grens is dichtbij, maar de Elzas is nog echt Frankrijk. Het is er een heerlijke rotzooi en het glooiende landschap staat vol wijnranken. De stad Colmar moet je gezien hebben.
Dat deel van Frankrijk ergens bovenin, tegen de Duitse grens aan, heeft me nooit aangesproken. Foto’s van vakwerkhuizen gaven me het idee van schone straten, beschaafd verkeersgedrag en zuurdesembrood. Ofwel, waarom dan niet gelijk naar Duitsland zelf. De Elzas blijkt echter Franser dan Frans.
Onze eerste stop is midden in de Vogezen. Ik dacht dat ik de enige was die zo gek was hier naar toe te gaan, maar niets blijkt minder waar. Ondanks de regen, die met bakken uit de hemel komt, en de indrukkwekkend lage temperaturen voor augustus, stikt het hier van de campings. De ‘col de la Schlucht’, de bergpas die de grens van Lotharingen met de Elzas vormt, heeft iets weg van een pretpark. Massa’s mensen worden met een zomerse skilift naar boven gehesen om van het uitzicht te genieten. Het hoogste punt is wel hoger dan je denkt, zo dichtbij huis. Alleen jammer dat er een sportvliegtuigje drie keer over ons hoofd suist als we het na een zware klim, met de auto, bereikt hebben.
Gerardmer
Ondanks dat het bergmeer bij Gérardmer er best mooi uitziet, met wat prille zonnestralen, en dat het gebied verder een prettige losse sfeer heeft; Met een champignon zoekend oud vrouwtje en een heerlijk ranzig café vol met lelijkerds zonder gebit, besluiten we toch door te trekken. De nachten zijn te koud en ooit heb ik gehoord dat Colmar, aan de andere kant van de bergen, na Perpignan de droogste stad van Frankrijk is.
De Elzas-kant van de Vogezen is simpelweg mooi. Als we achterom kijken zien we diepe kloven en een grote wijdsheid aan groen. Niets doet ons herinneren aan de drukte aan de andere kant. We dalen langzaam af en zien de thermometer in de auto stijgen. Na de vierde haarspeldbocht breekt ook de zon door. Even na Munster beginnen wijnranken het landschap te sieren, met hier en daar een ruïnekasteel ertussen. Wij zijn meer dan tevreden en hebben de dorpen nog niet eens van dichtbij gezien.
Wijn is fijn.
Colmar
Het centrum van Colmar is namelijk erg mooi. Niet een beetje vakwerk, maar alles vakwerk. Geen ordelijke gedoe, maar oud, ingezakt en uitgedroogd. Historie. Iedereen praat Frans, eet Frans en beweegt Frans. Alleen de ober, op het terras, spreekt een beetje Duits als het hem niet snel genoeg gaat. In de omgeving zijn meerdere dorpjes die iets hebben van een openlucht museum Turckheim, Riquewihr en Kaysersberg. In het laatste dorp kan je het geboortehuis van Albert Schweitzer bewonderen. Deze zendingsarts kreeg in 1952 de Nobelprijs voor de Vrede wegens zijn strijd tegen o.a. Lepra. Het doet er eigenlijk allemaal niet toe. Als je een beetje je best doet waan je je in het zuiden. Je brengt je tempo terug, bbq’t een beetje, bekijkt een van de dorpjes of wandelt tussen de wijnranken. De Elzas is een streek om eenvoudig van je vakantie te genieten.
Uitzicht vanaf het hoogste punt van de Vogezen.
Ferme Auberges’
Nog een laatste aanrader zijn de ‘Ferme Auberges’, dat zijn boerderijen waar je, naast dat ze boeren, ook kan eten. Ze zijn in deze streek dik bezaaid en primitief. De avond valt, wij hebben honger, maar in Frankrijk eten ze pas om acht uur (zeggen ze altijd). Het bord wijst ons de bergen in, richting ‘Petit Ballon’. De weg wordt donker en onverhard als er drie reeën de weg overspringen. Wanneer we eindelijk iets naderen dat op een boerderij lijkt, denken we als eerste: “moeten we hier eten?”. Een goed bemeste koeienkont heet ons welkom en de ganzen maken een hels lawaai om aan te geven dat er gasten zijn. Inderdaad lijkt een deel van de boerderij ingericht als restaurant maar de boerin maakt ons duidelijk dat we hadden moeten reserveren. Balen! Wat had ik hier graag gegeten. Uiteindelijk eten we in een stuk geciviliseerdere auberge met alleen varken op het menu, want dat hebben ze vanmorgen geslacht. Het vlees is nog heerlijk rood. De dag erna heb ik ‘buikpijn’ maar dat neem ik op de koop toe. Het enige waar ik spijt van heb is dat ik die andere auberge niet gereserveerd had.
Het oude centrum van Turckheim .