Chili, Reisverhalen

Europees Chili

Reisleider Gertie Rutten trekt verder en bezoekt het meest langgerekte land ter wereld. ‘Vanuit Tacna is het nog zo’n 50 km naar Chili. Mijn eerste bestemming in dit land is Arica in de Atacama-woestijn, het droogste gebied van Zuid-Amerika.’ Chili komt haaer erg Europees over. De laatste uren in de bus had het landschap veel weg van Zuid-Europa.

Auteur - Gertie Rutten

Voor 40 dollar wil een taxichauffeur van het vliegveld mij naar Arica brengen, net over de grens.
‘Zoveel soles heb ik niet meer’, vertel ik mijn informatieverstrekker.
‘Voor 35 dollar dan’, probeert hij.
‘Ik heb nog maar 100 sol.’
‘Oké, voor 30 dollar.’
‘Eigenlijk wilde ik weten hoeveel een taxi naar het busstation kost?’
‘Dat is 10 sol, señorita, maar met een taxi vanaf het vliegveld bent u er sneller en het is comfortabeler.’
‘Zeg eens eerlijk’, vraag ik express, ‘hoeveel kost zo’n collectieve taxi naar Arica?’
‘Vijftien sol.’
Je hoeft geen rekenwonder te zijn om voor de colectivo te kiezen.

‘In Bolivia had ik een keer Chileense Gauda-kaas gekocht. Heerlijk vergeleken met de smakeloze witte kaas in de Andeslanden. Ik had mezelf beloofd dat ik in Chili op zoek mocht gaan naar die Gouda m

Grensovergang
Bij het busstation omsingelen de klantenspeurders binnen een paar seconden de taxi waarmee ik kom aanrijden.
‘Arica, Arica.’ Ze trekken me nog net niet door het raampje naar buiten. Een man laat zien dat hij al vier paspoorten heeft en met mij erbij kan de colectivo direct vertrekken. De andere mannen probeer ik te negeren, maar dat is moeilijk. Ook al is het duidelijk dat ik met de vier paspoorten meega, blijven ze als gieren op mij azen.

Buiten wacht een lange, lage, pikzwarte Amerikaanse Ford. De ramen open, de stad uit, de woestijn in. Een droge, warme wind slaat me letterlijk om de oren. Bij de Peruaanse grens moet eerst de bagage worden gecontroleerd. De
beambte steekt met moeite haar hand in mijn strak ingepakte rugzak.
‘Alleen kleren?’ vraagt ze. Ja hoor.
Dan is mijn handbagage aan de beurt. Het toilettasje gaat open en ze haalt het flesje met wit poeder eruit.
‘Wat is dit?’
Zonder te twijfelen antwoord ik: ‘Talkpoeder.’
Ze ruikt aan het flesje en stopt het terug. Ik mag verder, ik mag het land uit. Weer een stempel in mijn paspoort. Bij de Chileense controlepost nog een. Daarna wordt de bagage nog een keer gecontroleerd. Op drugs en illegaal fruit. De eerste om welbekende redenen, de tweede om het fruitvliegje uit het land te houden.

Santiago of Valparaíso
De Ford zoeft over de rechte weg door de woestijn naar Arica. Langs de weg een groot bord: Santiago 2091. Ik weet nog niet of ik met de bus naar Valparaíso zal gaan of met het vliegtuig naar Santiago. Een nieuw bord: Santiago 2085.
Wij rijden Arica in.
De verschillen vallen me al direct op. Vergeleken met Peru zijn de huizen moderner en wat opvallender is: ze zijn af. Geen in de lucht stekend ijzerdraden voor een toekomstige tweede of derde verdieping. In plaats daarvan flatgebouwen en bakstenen huizen. Geen grijsbruine adobe meer.
Op het busstation in Arica moet ik verschillende dingen uitzoeken en beslissen. De bussen naar Valparaíso, de havenstad twee uur van Santiago vandaan, zijn al vertrokken. Morgen vertrekken ze weer rond het middaguur. Een taxichauffeur is me behulpzaam. Hij haalt een schrift met telefoonnummers uit zijn voertuig en ik mag de telefoon van de centrale gebruiken om te informeren naar de vliegprijzen naar Santiago voor vanavond. Ik vind 200 dollar echter te veel van het goede en met die beslissing kan ik een eind maken aan het dubben. Ik wissel wat dollars, koop het buskaartje naar Valparaíso voor de volgende ochtend en laat me door de behulpzame taxichauffeur naar een hostel brengen.

Modern Arica
Arica heeft een modern centrum. Veel winkels en veel banken. Met het oversteken van de grens ben ik twee uur kwijtgeraakt, de Chileense zomertijd is verantwoordelijk voor een daarvan. Het komt me wel goed uit, want ik heb naast het ontbijt in het hotel en het minibroodje en cakeje in het vliegtuig niets meer gegeten. Het is voor mij half vier, maar officieel is het half zes, etenstijd.
In Bolivia had ik een keer Chileense Gauda-kaas gekocht. Heerlijk vergeleken met de smakeloze witte kaas in de Andeslanden. Ik had mezelf beloofd dat ik in Chili op zoek mocht gaan naar die Gouda met een a. Aan het einde van de winkelstraat kom ik uit bij een pizzeria. Ik heb lekkere trek en vraag borrelhapjes. Kaas, ham en olijven.
‘Toch niet die witte kaas, hoop ik.’
‘Nee, Gauda’, zegt de ober tot mijn grote blijdschap.
Dat mijn zoektocht al in het eerste restaurant waar ik ga zitten ten einde komt, vind ik veelbelovend.
Na het vroege avondeten slenter ik door de stad. De zeelucht verdrijft de uitlaatgassen. Het is een heerlijke zomerse avond. Een beeld van O’Higgins, een van de helden van de oorlog tegen Bolivia en Peru eind negentiende eeuw, kijkt uit over een plein. Vooral bij Arica is destijds veel gevochten. Aan hetzelfde plein staat een kerk die door de beroemde architect Eiffel is gebouwd. Helemaal van ijzer. Het gebouw is knus en klein, hier en daar wat roest.
Dan schrik ik. Ik sta bij een zebrapad en een auto stopt. Hij stopt, zodat ik kan oversteken. De afgelopen acht maanden is mij dit nooit overkomen. Alleen maar toeterende auto’s die je waarschuwen dat ze eraan komen en dat jij aan de kant moet. Op de terugweg naar het hotel gebeurt het nog een keer. Opnieuw stopt een auto bij een zebrapad. Het is geen toeval.

‘Ik heb moeite met hun uitspraak van het Spaans. Ik moet erg goed luisteren om hen te verstaan. Ze praten snel en lijzig, spreken de s niet uit.’

Dertig uur bussen
Op 21 december om 16.35 uur kom ik aan in Valparaíso. Bijna dertig uur in een bus, waarvan twintig uur door de woestijn, een uur of vijf door een heuvelachtig heilandschap met cactussen en de rest langs groentevelden, fruit- en wijngaarden.
Bij deze busservice waren de maaltijden inclusief. De eerste lunch was rijst met kip en een aardappel. Het avondeten gaargekookte spaghetti met een platgeslagen stuk rundvlees. Het ontbijt vier boterkoekjes en eenderde kopje thee. De tweede lunch bestond uit pasta met een rundvleessaus. Die laatste smaakte prima, maar dat kan ook zijn geweest door de smaakloze voorafgaande gerechten.
Verder kregen we drie video’s te zien. Twee keer ‘Who am I?’ met Jackie Chan, die zich voor een deel in Rotterdam afspeelt, en een keer die griezelfilm met Harrison Ford en Michelle Pfeifer. Ik ben de titel kwijt. Iets met ‘deep under’ of zo. De afleiding tijdens dertig uur bussen. Tot mijn verbazing heb ik goed geslapen. Deze bussen hebben stoelen semi-cama, wat half bed betekent. Ze zijn iets breder en er is meer beenruimte. Op een soort plankje dat naar voren klapt, kunnen je benen rusten.

Tijdens deze lange reis had ik de tijd om de Chilenen wat te observeren en aan hen te wennen. Ik heb moeite met hun uitspraak van het Spaans. Ik moet erg goed luisteren om hen te verstaan. Ze praten snel en lijzig, spreken de s niet uit. Het duurt daarom even voordat ik de informatie heb verwerkt en kan antwoorden. Mijn accent vinden ze blijkbaar ook vreemd, want op een of andere manier verstaan ze mij ook niet altijd.

Europees Chili
Chili komt mij erg Europees over. De laatste uren in de bus had het landschap veel weg van Zuid-Europa. De huizen zijn anders, vaak van hout of baksteen. Er zijn meer mensen met lichtgekleurd haar. In het algemeen kun je zeggen dat het er welvarender uitziet. Mij vielen twee (ziekte)symptomen van welvaart op: overgewicht en roken. Pas als bepaalde zaken je opvallen, kom je er achter dat je ze een tijd niet hebt gezien. Dat was zeker het geval met roken. Bij iedere tussenstop staken de meeste passagiers een sigaret op. In de andere Andeslanden is roken een luxe; sigaretten worden per stuk gekocht. Je ziet het minder.

Valparaíso
De afgelopen dagen heb ik doorgebracht in Valparaíso, de havenstad in het midden van het land. Bij sommige bestemmingen heb je bepaalde verwachtingen, bij andere weer helemaal niet. Soms weet je niet wat je moet verwachten. Dat was het geval bij Valparaíso. Ik had geen idee wat ik van deze stad zou vinden, wist ook niet hoelang ik zou willen blijven.
Na een eerste wandeling en kennismaking werd ik nieuwsgierig naar de steil bebouwde heuvels, de felgekleurde houten huizen en de uitzichten op de zee en de stad. Deze stad straalt de vergane glorie van de 19e eeuw uit. Het bijzondere van deze havenstad is de ligging: 93% van de stad is op de heuvels gebouwd, slechts 7% is plat. Daar ligt de haven, het zaken- en het winkelcentrum, ook wel ‘el Plan’ genoemd.
Het zonnetje en de lange zomeravonden maken het vakantiegevoel compleet. Ik voel me hier op mijn gemak. Ik tour over de heuvels, slenter door de historische wijken op Cerro Alegre en Concepción en vergaap me aan de verroeste en opgekalefaterde herenhuizen. Ik bezoek twee musea van Pablo Neruda, de Chileense dichter die in 1971 de Nobelprijs voor Literatuur won. Zijn sfeervolle huizen in Valparaíso en in Isla Negra, liggen beide op schitterende plekken. La Sebastiana kijkt uit op de ontelbare bonte heuvels en de haven, en het uitgebouwde strandhuisje verklapt waar de dichter zijn inspiratie uithaalde: de zee, het strand en de aangespoelde en aangewaaide verhalen van ver weg. Zijn verzamelingen van schelpen, insekten, boegbeelden en flessen hebben allemaal een verhaal.

Nu ben ik vijf dagen verder en is het tijd om mijn reis te vervolgen. Vanavond neem ik de bus naar het zuiden, naar Valdivia in het Merendistrict. Veertien uur met de bus. Daar kom ik op ongeveer dezelfde breedtegraad als Nederland. Ik hoop dat de zomer niet te Hollands is en het meevalt met de regen. Ik heb tenslotte vakantie.



Plaats reactie of reistip





* verplicht invoerveld

Facebook RSS Feed