Tibet, Reisverhalen

Gebedsvlaggen en ranzige yakboter

Tibet heeft een grote aantrekkingskracht op reizigers. Dennis Remmelzwaal bezocht ondermeer de Jokhang tempel. Vanaf de vroege ochtend werpen zich hier talloze pelgrims in een voortdurende stoet voorover op de vloerstenen. Dennis bezocht de Kailash, een rondgang van 53 kilometer rond een heilige berg. ‘Onderweg, als we gaan eten, heb ik me goed kunnen redden met de woorden ‘nga sja za gi me’. Dan wordt het vlees weer van je bordje geschoven en scheppen ze wat extra groente op.’ Met leuke reistips en prachtige foto’s.

Auteur - Dennis Remmelzwaal

Aangekomen bij het toestel, op de luchthaven van Chengdu, wordt het op een hollen gezet om de beste plaatsen te bemachtigen. Kleine Chinese dames zeulen met enorme koffers door het gangpad. Hele families glimlachende Tibetanen worstelen zich moeizaam de vliegtuigtrap op met uitpuilende zakken op hun gekromde ruggen.
Schreeuwende stewardessen proberen alles in goede banen te leiden. Wanneer iedereen op orde is rijdt het vliegtuig over de startbaan. Twintig minuten nadat we opgestegen zijn, breekt het toestel door de wolken boven de Sichuan-vallei. Ver onder ons ligt China, en daar, verderop, doemt de Himalaya op.

Tsangpo vallei

Terwijl de Boeing voortwoedt boven het hoogland, worden de diepe ravijnen ondieper en de heuvels met hun besneeuwde toppen glooiender. Mijn gedachten dwalen ver weg bij de besneeuwde bergtoppen, om even later gewekt te worden door een eeuwig durende geeuw van mijn buurman. Gedurende de hele vlucht had hij geslapen en kwam er nu achter dat hij naast een “langneus” zat en glimlachte. ‘Ni hao ma’ zei ik.
‘Lhasa!’ antwoordde hij, terwijl hij uit het raampje wees. ‘Lhasa!’, zei de Chinees nogmaals, terwijl hij geestdriftig naar de vloer van het vliegtuig wees. Ik keek uit het raampje. Nog altijd niets te zien. De haast onmerkbare daling boven de Tsangpo-vallei is de eerste keer lichtelijk zenuwslopend. Het toestel bleef maar dalen en dalen in de ochtendhemel. De bergtoppen die ik van veraf verrukt had gadegeslagen, doemden nu buiten de raampjes onheilspellend dichtbij op. Als in antwoord op de vele schietgebedjes die aan boord van het toestel werden gepreveld, doemde er buiten de raampjes een strook grijze landingsbaan op vlak voordat de wielen de grond zouden raken. In twee uur tijd bereiken we het kloppende hart van Tibet.

Tibet gebedsvlag Een rugzak met op de achtergrond gebedsvlaggen.

Tibetaans raamkozijn

Per landrover rijden we richting Lhasa, een rit van anderhalf uur. Onderweg kijk ik veel uit het raam. Van tijd tot tijd rijden we door een dorpje waar Tibetaanse kinderen langs de weg naar mij zwaaien. De dorpjes zien er prachtig en heel uitnodigend uit. Kleine groepjes huizen van een of twee verdiepingen met ommuurde binnenplaatsen. De ramen, diep in de witgepleisterde muren verzonken, zijn gevat in merkwaardig gevormde zwarte kozijnen. Elk Tibetaans raamkozijn is aan de onderkant enkele centimeters breder dan aan de bovenkant.
Bovenop de platte daken staan takken, versierd met kleurige gebedsvlaggetjes die wapperen in de wind. Elk gebedsvlaggetje bevat een afbeelding van Lungta, het met juwelen opgetuigde drakenpaard dat de gebeden van de eigenaar naar de goden vervoert elke keer dat het vlaggetje wappert in de wind. De bomen zijn geel of bijna kaal. De oogst is net binnengehaald. Van grote afstand kan je de witgepleisterde onderkant en het goud van de daken van het Potalapaleis onderscheiden, de voormalige winterresidentie van de Dalai Lama’s. In Lhasa, de hoofdstad van Tibet, lijkt het alsof de oorspronkelijke bevolking zich alleen nog thuis voelt in de nauwe steegjes rond de middeleeuwse Jokhang-tempel in het oude stadscentrum.

Tibet Jokhang tempel Jokhang tempel.

Jeneverbes

Het eerste wat ik daar doe is een bezoek brengen aan deze Jokhang tempel. Door de dichte rookwalmen is de ingang van de tempel nauwelijks te zien. Het komt doordat bundels jeneverbes in kleine ovens worden verbrand. Voor de boeddhistische Tibetanen is dit gebouw het belangrijkste heiligdom.
Vanaf de vroege ochtend werpen zich hier talloze pelgrims in een voortdurende stoet voorover op de vloerstenen, die glimmen en glanzen van eeuwen devotie, voordat ze het stille heilige der heilige betreden. Of ze lopen allemaal met de klok mee om de tempel (zo’n rondgang heet een kora) heen. Je kijkt je ogen uit. Mensen met prachtige klederdrachten. Sommige families lijken van een andere planeet te komen. Het zijn wild uitziende nomaden die met een heel gezin de reis naar Lhasa hebben ondernomen. Hand in hand lopen ze hier rond en kijken alsof ze nog nooit een auto of westerling hebben gezien.

Tibet Pangla pas Pangla pas (5120 meter) met uitzicht op de Mount Everest.

Doordat het winter wordt, is er bijna geen verkeer meer. Daarom gaan we met een pelgrimstruck mee naar Mt.Kailash. Niet comfortabel, maar ik had het niet willen missen. Naast me zit een familie met een oma, twee volwassen dochters, een tienermeisje, een klein meisje en een nog kleiner jongetje. Verder is er nog een vrouw uit Kham met haar dochtertje. Ze komen uit Oost-Tibet. De vrouw heeft turkoois in het haar en vele kettingen met koraal en turkoois om haar nek. Ze kan goddelijk zingen.
De andere vrouwen zingen ook regelmatig of zeggen gebeden op. Dit laatste wordt ook gedaan door de monnik en zijn vrouw die het Tibetaanse gezelschap compleet maken. Tot slot zijn er nog drie andere toeristen (één daarvan voorin). Iedereen bemoedert de inmiddels op leeftijd zijnde oma, inclusief ik. We stoppen haar in en helpen haar uit de vrachtwagen klimmen. Gelukkig liggen er zakken met tsampa (gerstemeel) op de bodem zodat je niet meteen op de vloer stuitert.

Tibet Yamdrok meer Een familie bij het Yamdrok meer.

Het vriest dat het kraakt. Ik heb al mijn kleren aan en trek mijn slaapzak over me heen. Het is heel erg stoffig. Ik heb een zakdoek omgebonden, daaroverheen een bivakmuts en mijn capuchon. En een zonnebril voor mijn ogen. En dan nog dringt het stof door tot in je poriën. Je ziet achter in de truck bijna niets, want er zit voor het grootste deel een overkapping van zeildoek over de laadbak heen. Bovendien rijdt de vrachtwagen gedeeltelijk ook ‘s nachts. We krijgen een speciale band, doordat we een aantal dagen lief en leed met elkaar delen. Zo ligt het jongetje een tijd in mijn armen te slapen. Onderweg, als we gaan eten, heb ik me goed kunnen redden met de woorden ‘nga sja za gi me’. Dan wordt het vlees weer van je bordje geschoven en scheppen ze wat extra groente op.
De rit verloopt redelijk voorspoedig. Al is de ‘Friendships Highway’ bij lange na geen highway, maar vaak een hobbelige, ongeasfalteerde, stoffige eenbaansweg. In het voorlaatste plaatsje van onze eindbestemming moeten we stoppen. Hier is weer een checkpost. De chauffeur mag ons niet naar Darchen, het vertrekpunt van de pelgrimstocht, brengen. Ik was allang blij dat de Chinezen niet over een permit begonnen. Hier nemen we afscheid en samen met de Australiërs lopen we verder. De afstand blijkt groter dan de Tibetanen hadden gezegd en het wordt bijna donker. Er is bijna geen verkeer, maar gelukkig komt er een vrachtwagen vol hout langs, waarop enkele Tibetanen zitten. We mogen meeliften.
De volgende dag ga ik alleen rond de Kailash, de rondgang is 53 km. De berg heeft vier steile, indrukwekkende wanden. Je kan de wanden maar op bepaalde plaatsen zien. Op die plaatsen bidden de Tibetanen. Ook als de Kailash met zijn besneeuwde wanden niet is te zien, is het een indrukwekkend gezicht. Op de plaatsen waar de Kailash wel zichtbaar is, liggen gebedsstenen en wapperen gebedsvlaggen. Er zijn hier bijna geen mensen. Het pelgrimseizoen is afgelopen.

Tibet Een moeder met kind Een moeder met kind.

Elke dag een kora

Onderweg kom ik Shiva, een Indiase jongeman tegen. Hij deelt zijn Indiase maaltijd samen met mij. Het is de lekkerste maaltijd sinds ik in Tibet ben. Hij loopt de 53 km rond de Kailash in één dag. Hij is al vanaf het voorjaar bezig en probeerde elke dag een kora te lopen! Inmiddels heeft hij er 101 kora’s achter de rug. Als je het heilige aantal van 108 loopt, bereik je tijdens dit leven verlichting. Als hij klaar is met lopen, wil hij dit jaar Nederland bezoeken. Het lijkt me niet het meest verlichte land. Ik geef hem een mueslireep. Die kan hij beter gebruiken dan ik.
Behalve de Indiër kom ik onderweg nog enkele westerlingen tegen en mooi geklede Tibetaanse nomaden. Er zijn onderweg voldoende mogelijkheden om te overnachten. Er zijn drie kloosters. De eerste passeer je als je omhoog klimt. Je hebt dan een mooi uitzicht op de Kailash. Bij de tweede kun je overnachten. Het zijn primitieve onderkomens, maar er liggen matrassen. Je moet zelf voor eten zorgen. Ik had uit Nederland wonderstamppot meegenomen, een heerlijk feestmaal. Eén van de weinige voordelen van de Chinezen is dat je altijd gekookt water bij ze kan krijgen. Verder is er natuurlijk boterthee.

Laatste klim

De kora begint bij de westbank, voorbij de toegang tot de Lha lung of goddelijke vallei. Voorbij een poort die allen zegent en geneest die door de poort heen gaan. De Pelgrims zingen mantras (om mani pame hum) op het ritme van hun ademhaling en van hun tred. De tweede dag van de kora moet je vroeg op pad. Bij het noordelijke deel van de route begint de laatste klim. Het is de beklimming naar een bergpas en het hoogste punt van de kora.

Tibet

Halverwege de helling ligt Shiva Tsal. Ooit was hier een begraafplaats. Nu is het de gewoonte om iets van jezelf en van dierbaren achter te laten. Het is een koude plek die bezaaid is met allerlei kledingstukken van Tibetaanse nomaden. Overal staan ook kleine steenmannetjes (op elkaar gestapelde stenen). Eindelijk is de pas in zicht, de 5600 meter hoge Drolma-la, genoemd naar een godin die vrijheid brengt. Ik blijf niet te lang op deze bijzondere plaats (te koud) en ga door naar de bergpas. Op de pas ‘word je opnieuw geboren’ en raak je de zonden van dit leven kwijt.

tibet  Khamba Meisje met yak poseert op de Khamba pas op een hoogte van 4694 meter.

Eén rondje

Nog een keer naar de Kailash? Eén keer rond is trouwens magertjes, drie is beter en na dertien mag je de ‘geheime binnen kora’ lopen en 108…. Met de aankomende winter in het vooruitzicht lijkt één rondje mij wel genoeg. De pas zelf is zonnig en kleurrijk. Je ziet de Kailash niet, maar er hangen overal gebedsvlaggen. Uit mijn rugzak haal ik gebedsvlaggen en voeg er ook een aantal toe. Met een bezoek aan de heilige bronnen van Pretapuri besluit ik deze bedevaart. Er picknicken nomaden die met een kudde schapen de pelgrimstocht hebben volbracht. Hier ontmoet ik een Nederlands stel die mij een lift aanbieden met een landcruiser naar Katmandu.



Reistijd

Het seizoen voor de toeristen loopt van mei tot oktober, hoewel de maanden juli tot september verschillende gebieden onbegaandbaar zijn als gevolg van overvloedige regenval en landslides. Tijdens een trektocht is een goede uitrusting van belang, behalve warme kleding (thermo ondergoed), mag een slaapzak niet ontbreken. In de zomer (juni t/m augustus) is de dag temperatuur gemiddeld 20 graden in de zon, ‘s avonds ligt dit tussen de 0 en 8 graden Celsius.

Lhasa

De contrasten in Tibet zijn groot. In Lhasa vind je hoogbouw, disco’s, gsm en internet cafe’s, terwijl veel dorpjes nog geen electra hebben en het winkelaanbod beperkt is. Je reist binnen een halve dag een paar eeuwen terug in de tijd.

Plaats reactie of reistip





* verplicht invoerveld

Facebook RSS Feed