Costa Rica, Reisverhalen
Het ranadarium, verblijf voor kikkers
Wilbert van Haneghem en zijn vriendin Cytha Walsh bezoeken zij het populaire park Monteverde, lopen ze daar tussen de boomtoppen door, rijden paard over groene heuvels en zien zij doorzichtige kikkers en meterslange slangen. Vlak voor vertrek naar Nederland nog even een snelle tour langs de Poàs Vulkaan, een koffieplantage, watervallen, vlindertuin en een boottocht over de Sarapiqui Rivier.
’s Avonds moeten we soms de televisie harder zetten om iets te horen, omdat de kikkers voor het huis zo’n herrie maken; het zal wel paringstijd zijn. Er blijkt zelfs een gigantische pad recht onder het keukenraam te zitten die de voornaamste veroorzaker is van dit geluid. Als we snel de fotocamera pakken, kijkt het beest ons vriendelijk en poserend aan, ook een kat gaat er gezellig bijzitten; het wordt een groepsportret. Na de flits vindt de pad het welletjes en gaat hij weer terug naar moeder de vrouw.
In de patio vinden we ’s ochtends regelmatig meer of minder levende insecten aan, met een flinke hoeveelheid mieren in alle kleuren en maten erin, erop en eromheen. De insecten zijn het speeltje geweest van de katten die vaak gezamenlijk op jacht gaan. We hebben al vlinders, sprinkhanen, salamanders en torren in staat van ontbinding aangetroffen, de katten hebben ze verveeld voor dood achtergelaten op zoek naar een andere prooi.
Rijpe papaja’s
Ze schijnen zelfs wel eens een leguaan van respectabel formaat te hebben verschalkt. Wij voeren ze slechts brokken en als traktatie een blikje ondefinieerbaar vlees, met erg ‘saaie’ inhoud als tonijn, zalm en kip. Die katten zijn overigens nog wel de gevaarlijkste beesten; wel eens geprobeerd te lopen met naar dooie vis of rottend vlees ruikende bakjes voer, terwijl er zes katten tussen je benen doorlopen, in je enkels bijten en je opzettelijk proberen te tackelen?
In de papajaboom in de voortuin hangen nu ook rijpe papaja’s. Tenminste, als de vogels ze niet al half opgegeten hebben. We zijn er getuige van dat een soort specht er een gat inprikt en zich tegoed doet aan het sappige fruit.
Als de tuinman komt vragen we hem wat voor gat dat is in het gras, we hebben gehoord dat het zowel van krabben als van spinnen kan zijn, afhankelijk van netheid en grootte van het gat. ‘Si, si, una arana’, antwoord Profidio op onze vraag. Ik snel naar binnen om het woordenboekje Costaricaans-Engels erbij te pakken. Ja hoor, het is een spin! De tuinman doet er nog een schepje bovenop door te melden dat het waarschijnlijk een tarantula is. Op blote voeten lopen in de tuin en de was ophangen wordt nu wel een heel avontuur.
Als we met een groep Amerikaanse buurtgenoten gaan eten vertelt iemand een nieuwtje: er is een alligator gesignaleerd in de buurt. In een estuary, een greppel om water van ondergelopen land terug te laten vloeien naar de zee, heeft hij dit beest gezien, hij schijnt van behoorlijk formaat te zijn en zich ook voedt met plaatselijke eenden en katten. Wanneer de man uitlegt in welke van de vele estuary’s dit was, trekken wij beiden even wit weg; het bleek degene te zijn die we zelf ook doorwaadt hebben tijdens een tochtje over het strand. Zou die drijvende boomstam dan toch?
Gelukkig kunnen vrienden van onze huiseigenaren de katten voeren en met een gerust hart vertrekken we dan ook naar Monteverde National Park.
In de Lonely Planet, in vele folders en van mensen in de buurt lezen en horen we de verschrikkelijkste verhalen over de wegen die naar het park leiden, zeker in de regentijd waarin wij nu reizen. We besluiten het er toch op te wagen, omdat het alternatief helemaal in het zuiden van het land ligt, op zes uur rij afstand over minstens zo slechte wegen.
We bereiden ons op het ergste voor en we hebben de week ervoor ook al een paar keer aan de Costaricaanse ‘Camel Trophy’ meegedaan, dus we zien het wel.
Sommige gedeelten zijn wellicht vergelijkbaar met de Parijs-Dakar race –maar dan met meer regen- maar over het algemeen gaat alles zeer voorspoedig en hoeven we maar 75 minuten te klimmen en te klauteren door de bergen in de eerste en tweede versnelling.
Paarden en kikkers
Als we rond het middaguur aankomen, regelen we meteen Cytha’s droomavontuur: paardrijden in de bush bush. De omgeving bestaat uit groene heuvels en nevelwoud (cloudforest), dit in tegenstelling tot het bekendere regenwoud, maar daar later meer over.
We glibberen in de auto over landweggetjes naar de stallen en vragen ons af hoe we dat even later moeten gaan doen met de paarden.
Minor, onze begeleider van die middag staat ons al op te wachten, de paarden staan al opgezadeld voor ons twee uur durende avontuur op deze edele viervoeters. Cytha heeft aangegeven dat ze ervaren is, vroeger heeft ze ook veel paardgereden, zelfs wedstrijden en ze krijgt dan ook waar ze om gevraagd heeft: haar paard begint meteen zijn willetje te tonen, rukt zich los van het getouw, schud de voederbak uit de spijkers van het plateau af en loopt chagrijnig een paar meter weg.
En Cytha had haar alleen nog maar aangekeken. Ik hoop nu op een luie Shetlander van maximaal een meter hoogte maar krijgt ook een volwassen dame onder het zadel. We glibberen net als met de auto door de modder, nou ja, de paarden dan, wij zitten hoog en droog, totdat het zachtjes gaat miezeren. De paarden zijn rustig, die van Cytha blijkt zelfs lui, die woede-uitbarsting heeft hem kennelijk al uitgeput.
Als we met gedrieën naast elkaar rijden, wil mijn paard telkens sneller. ‘Numero Uno’ roept Minor als het paard met mij erop weer in draf ervandoor gaat, hij bedoelt dat het beest altijd de eerste wil zijn en inderdaad, telkens is hij de anderen sneller af. Bij deze Lucky Luke in spé begint de pijn in zijn achterste voelbaar te worden van al dat geren en gehobbel. We passeren citroenbomen, een houten bruggetje dat bijna uit elkaar valt die te voet overgestoken moet worden, zien prachtige kleurrijke vogels en vlinders ons passeren, eten guapa’s (soort kleine vrucht) vers van de boom geplukt.
Minor vertelt honderduit in het Spaans en vloeiend gebroken Engels over de flora en fauna in de buurt. Na enige tijd komen Cytha’s amazonecapaciteiten weer naar boven en rijdt ze als een ware Ankie van Grunsven (maar dan met mooiere tanden) op haar eigen Bonfire door het woud. Ik doe het ook niet slecht als amateur jockey en overweeg om volgend jaar naar de paardenraces op Ascot te gaan. Om champagne te drinken natuurlijk… Zonder kleerscheuren, maar met een beurse kont en spierpijn –dat blijkt de dag erna- keren we terug naar het dorp.
Bekend met het begrip ranadarium? Nee? Wij ook niet, totdat het een verblijf voor kikkers blijkt te zijn en laten die nou net een van de symbolen van Costa Rica te zijn. Op alle folders, brochures, promotiefilms en in boeken komen kikkers voor, in de meest vreemde kleurencombinaties, soorten en maten. Onder begeleiding van een jongeman met een zaklamp lopen wij langs vele glazen behuizingen voor de glibberige beestjes.
Ze zijn werkelijk prachtig en vooral veel kleiner dan we verwacht hadden, zeker omdat de meest kleurrijke erg giftig zijn. Ze zijn niet groter dan een vingerkootje, maar kunnen veel beesten doden en zelfs mensen erg ziek maken met het gif dat ze afscheiden via hun rug, nek en wangen. De glaskikker wordt zo genoemd omdat je door hem of haar heen kunt kijken. Hij (ook dat kun je zien!) heeft zich tegen de glazen wand gekleefd en we onderscheiden hele kleine darmpjes en kunnen zelfs het hartje –formaat waterdruppeltje- zien kloppen. De tourleider blijkt zelf een Kermit in zich te hebben als hij voor doet hoe een kikker dient te brullen. De kikker doet hem prima na en even later laat ook Cytha zich van haar beste kikkerkanten zien/horen.
Hangbruggen
De dag erna staan we om 08.00 uur al op een hangbrug op twintig meter boven de grond, op 1600 meter boven zeeniveau. De Skywalk wordt het genoemd en het bestaat uit zes hangbruggen in verschillende lengten, deze hangen op twintig tot 35 meter hoogte midden tussen de boomtoppen in het MonteVerde National Park.
Ze zijn overigens overal in Costa Rica te vinden, net als de Skytrek/Zip Line, waarmee je aan een katrol nog hoger als een Tarzan of Jane door de boomtoppen heen slingert, maar die laatste activiteit laten we aan anderen over, vooral Cytha doet het liever wat rustiger aan. En zo wandelen we onder begeleiding van een volwaardig afgestudeerd naturalist, iemand met theoretisch verstand van de bloemetjes en de bijtjes dus.
Met de verrekijker in de hand volgen we onze eigen Sir David Attenborough op de hielen; hij keert blaadjes om en laat ons vogelgeluiden horen. Vlinders blijken vlak naast ons te zitten, maar we zien ze niet, hij wel! De grootste varens (miljoenen jaren oud!) ontvouwen zich als gigantische paraplu’s boven ons hoofd, alle boomstronken en takken van bomen bieden een huis aan tientallen andere planten en bomen, kleurrijke vogels komen erg dichtbij om naar hun nest terug te keren en op afstand zien we door de verrekijker een moederaap met haar jong op de rug zeer relaxed op een tak liggen. En helaas hebben we dit niet echt goed kunnen fotograferen omdat mijn grote camera met telelens kapot is en we een kleine camera moeten gebruiken.
Om deze natuurervaringen uit te breiden en het gebrek aan slangen te compenseren, gaan we daarna naar een serpentarium om in het echt te zien wat er rondsluipt in Costa Rica, wat we al kennen uit de fotoboeken. We leren er meer over de in het vorige verhaal besproken dodelijke zeeslang waar geen enkel serum voor is en zijn zeer onder de indruk van de ‘Jesus Christ Lizard’. Deze kan, inderdaad, over water lopen… altijd handig als je achter je prooi aanzit, of hij achter jou aan natuurlijk.
In een aantal uren rijden we terug naar Playa Potrero, ondanks de regen valt ook deze autorit erg mee en vlak bij huis bezoeken we ook nog het Monkey Park, om het flora en faunaverhaal helemaal af te maken. Het is een opvangcentrum voor loslopende zieke apen en andere dieren. Hier zien we de Costaricaanse dieren die we nog niet gezien hadden in het wild of in Nationale Parken: onder andere de white faced monkeys, white nosed coati (een kruising tussen een gigantische rat, een miereneter en een aap) en toekans met prachtige veren en een grote, gele snavel waar een mensenarm in zou passen, wat we maar niet geprobeerd hebben overigens.
San Jose
Onze tijd in Playa Potrero zit erop, we nemen afscheid van de katten, de tuin, het strand, alle Amerikaanse buurtbewoners met wie we veel uit eten zijn geweest en natuurlijk het huis. We gaan de laatste dagen van onze vakantie weer uit rugzak en koffer leven en arriveren na een vijftal uren in de hoofdstad San Jose.
San Jose is duidelijk de hoofdstad en ook de enige grote stad van betekenis. Dit betekent helaas ook dat het volk van allerlei pluimage aantrekt. Het ziet en ruikt er zwart van de zwervers en de vrachtwagens en bussen beschikken lang niet allemaal over een katalysator. Het is er vooral erg druk met toeristen die net aangekomen zijn of zoals wij gaan vertrekken.
In vele folders en reisgidsen wordt ook gewaarschuwd voor dieven en oplichters. Wij zijn zelf erg onder de indruk van tweetal duistere figuren die zich voordoen als doktoren. Vanaf ons restauranttafeltje in het Newscafé zien we in een drukke winkelstraat hoe de mannen van onze leeftijd Westerse toeristen aanspreken. Ook ikzelf word aangesproken door de man die meer doet denken aan een voetbalsupporter met stadionverbod dan een Costaricaanse versie van George Clooney.
Met zijn afgesleten Adidasschoenen, vieze spijkerbroek en overhemd, waarboven een boeventronie met drie-dagen-baard en vet haar lijkt hij zo gecast te zijn voor een B-film. Dat hij een stethoscoop achteloos om zijn nek heeft bungelen en vluchtig een soort van identificatiekaart laat zien doet niets af aan zijn voorkomen als oplichter. Zijn maat heeft dan nog moeite gedaan door een smoezelige witte doktersjas aan te doen en de stethoscoop uit zijn borstzak te laten hangen. (duidelijk vaker naar ER gekeken).
‘Check your pulse sir?’ vraagt deze dokter Jan aan me en wijst veelbetekenend op mijn pols met (nep)Tag Heuer horloge. Opvallend dat hij juist mannen aanspreekt met grote horloges om de pols, zou me niet verbazen als hij meteen even controleert of je wel de wintertijd hebt ingesteld.
Ze hebben zelf kennelijk niet door hoe belachelijk ze eruit zien en dat geen enkele toerist gelooft dat zij geïnteresseerd zijn in het welzijn van de kinderen van Costa Rica. Want volgens hun verhaal willen ze met het opnemen van je bloeddruk een bijdrage vragen voor de arme kindertjes. Dat ze daarbij zeer waarschijnlijk ook je horloge of portemonnee meenemen voor hun eigen familie, vertellen ze er niet bij.
Werkende of slapende vulkaan
Op de voorlaatste dag van de vakantie gaan we nog even met een toertje mee de omgeving van San Jose bekijken. Op het programma staan Poas Vulkaan, een koffieplantage, een bezoek aan watervallen en een vlindertuin en een boottochtje over de Sarapiqui rivier en tot slot een ritje terug met de auto via een National Park. Als we ‘s ochtends opgehaald worden met het busje, verwachten we minstens een aantal toeristen in Hawaii-blouse of backpackers met afritsbroeken. Niets is minder waar; we vermoeden dat alle mensen die instappen lokale bewoners zijn, maar later blijkt dat de herkomst zich uitstrekt van Californië tot aan Argentinië en van Guatemala tot Mexico. Aan het gezamenlijke ontbijt hadden we al een uitnodiging binnen om in Buenos Aires op bezoek te komen bij een advocaat met een eigen kantoor van 200 medewerkers. Aangezien hij ook visa’s regelde voor grote bedrijven en toeristen, bewaren we zijn kaartje goed.
Met de bus rijden we tot een paar honderd meter op de vulkaan, van de krater verwijderd, de rest lopen we. Gigantische bladeren worden ook wel poor man’s umbrella genoemd en gezien het formaat, kan er wel een hele familie onder schuilen. De vulkaan is officieel niet meer werkend en we komen dan ook tot aan de krater waar we tussen de wolken door het meer zien en de zwavellucht ruiken. Ja, ja, niet meer werkend? Wat doet die rookpluim daar dan??
Bij de La Paz Waterfalls and Gardens vliegen de gigantische vlinders om je oren. Blauwe, oranje met stippen en gele met vlekken en meer combinaties. Ze zijn duidelijk gewend aan mensen in deze vlindertuin. Ze blijven voor de camera poseren, klapwieken met de vleugels op commando en eten ongestoord uit de voederbak terwijl wij toekijken. Even later lopen we langs en onder een vijftal watervallen door midden tussen de groene vegetatie die dichter en dichter lijkt te worden. De paden mogen dan aangelegd zijn: dit is toch écht Costa Rica.
Vogelgeluiden klinken schel in de verte, rupsen kruipen over de van de watervallen kletsnat geworden bladeren, kikkers springen voor je voeten weg en het wassende water vindt zijn eigen weg naar beneden, waar het met overweldigende kracht in een riviertje uitkomt. Die natuurlijke kracht heeft overigens wel zijn keerzijde. Precies een week voordat wij het park bezoeken is er midden in de nacht een met levende kippen volgeladen vrachtwagen door de oude houten brug gezakt, op twintig meter van de onderkant van de waterval. Kippen en chauffeur maken het goed, zo meldt de lokale krant. De brug is onderwerp van nationale discussie in de kranten, er zijn in het afgelopen jaar al meerdere van deze antieke bruggen ingestort…