Hongkong, Reisverhalen
Hongkong, ‘geurige haven’ volgepakt met wolkenkrabbers
Ralph van Wolffelaar is terug van zijn wereldreis naar Down Under en schreef twee reisverhalen: over de Ghan, de op één na langste treinreis van Australië. Onderweg naar huis ‘wipte’ hij nog even aan in Noordoost Azië en bezocht Hongkong. ‘Vandaag de dag beschikt Hongkong met Chek Lap Kok International Airport dan ook over een van de modernste en drukste luchthavens ter wereld. De totale kosten: bijna 20 miljard euro.’
Voor wie een verre reis op het programma heeft staan en graag een tussenstop maakt in het Verre Oosten, vormt Hongkong een interessante bestemming. De voormalige Engelse kolonie kwam in 1997 weer onder Chinees gezag, waarmee tevens de Aziatische achtergrond weer versterkt werd. Over contrasten in een winkelparadijs.
Ik weet al op voorhand dat mijn bezoek aan Hong Kong niet langer dan drie dagen zal duren. Een van de reden is dat mijn liquide middelen aanzienlijk geslonken zijn in de tien enhalvemaand dat ik nu aan het reizen ben, anderzijds hoor ik van iedereen dat een paar dagen genoeg is om een goede indruk te krijgen van Hongkong. Je zou je er zelfs al na een paar dagen kunnen vervelen, beweren sommigen zelfs.
Hongkong Chinezen
Hongkong is een Speciale Administratieve Regio binnen de Volksrepubliek China, die de stad voor een periode van 99 jaar aan Groot-Brittannië verpacht had. Op 1 juni 1997 kwam Hongkong weer onder Chinees gezag. Vandaag de dag is het enige verschil met andere steden in China bijvoorbeeld dat bijna alles tweetalig is aangegeven, hoewel de meeste Hongkong-Chinezen buiten het toeristische centrum nog steeds maar matig met Engels uit de voeten kunnen.
Tegelijkertijd met de overdracht zou de nieuwe luchthaven op het Lantau schiereiland geopend worden, maar door allerlei problemen liep dit project enige vertraging op. Klassiek zijn de verhalen van de vluchten die arriveerden op de oude luchthaven Kai Tak, aan de oostpunt van Kowloon. Vliegtuigen moesten eerst een heuse 90 graden bocht maken voordat de landing kon worden ingezet. De centrale ligging bracht echter ook geluidsbeperkingen met zich mee, en zo ontwierp de vermaarde Britse architect Sir Norman Foster een volledig nieuw vliegveld dat op het Lantau-schiereiland moest komen.
De wolkenkrabbers van Hongkong Island en in de verte Kowloon, gezien vanaf de Victoria Peak. [Foto: Ralph van Wolffelaar]
Prestigieuze nieuwe luchthaven
Een jaar later dan gepland kwam het prestigieuze project alsnog klaar. De totale kosten: bijna 20 miljard euro! Vandaag de dag beschikt Hongkong met Chek Lap Kok International Airport dan ook over een van de modernste en drukste luchthavens ter wereld. Naast meer dan 120 winkels en 288 check-in balies biedt Chek Lap Kok de passagier een extreem goede aansluiting op het openbaar vervoer, met als hoogtepunt de supersnelle trein die letterlijk de terminal komt binnenrijden.
Haventje van het vissersdorpje Tai O, Lantau island. [Foto: Ralph van Wolffelaar]
Hongkong (Chinees: ‘geurige haven’) bestaat uit drie delen: New Territories, Kowloon Schiereiland en Hongkong Island. Ik regel accommodatie voor de komende nachten in de bekende wijk Tsim Sha Tsui op de zuidpunt van Kowloon. Mijn hostel bevindt zich op de zestiende verdieping van het beruchte gebouw Chungking Mansions aan de voornaamste winkelstraat Nathan Road. De komende dagen zal menigeen zijn wenkbrauwen fronsen wanneer ik beken daar onderdak gevonden te hebben. “Moedig man”, zegt eentje zelfs. Na drie dagen weet ik nog niet precies wat ze bedoelen, het bed is goed, de douche warm en de prijs valt met $HK 65, ongeveer EUR 8,- ook niet tegen.
Po Lin Klooster, Lantau Island. [Foto: Ralph van Wolffelaar]
Grote hoeveelheid tramrails
Hongkong beschikt over een aantal aardige musea (waarvan het Hongkong Museum of History zelfs van bijzonder hoog niveau is), maar er is maar één attractie die je niet echt mag missen en dat is een tochtje naar de Victoria Peak. Voor een paar knaken neem je de beroemde Peak Tram naar de top en kun je genieten van het bijzonder spectaculaire uitzicht op de wolkenkrabbers van dit commerciële centrum van Azië. Wie slim is neemt de tram in de namiddag en blijft boven totdat het donker is, aangezien het uitzicht onder meer door alle lichten dan nog eens helemaal verandert.
Voor wie van winkelen houdt, biedt Hongkong een keur aan marktjes, standjes en winkelcentra. En wie daar niet zelf naar op zoek gaat wordt wel benaderd. Het in en uitlopen van mijn hostel probeer ik tot een minimum te beperken aangezien de zonder uitzondering Indische handelaren me non-stop Rolexen, maatpakken en wat dies meer zij proberen aan te smeren. Wie de marktjes afstruint, kan goedkoop kleding, horloges, spelletjes en juwelen kopen. Met name Temple Street, nabij Nathan Road, biedt ‘s avonds een fascinerende handel.
Haventje Sok Whu Wan, Lamma Island, met in de verte de skyline van Hongkong Island. [Foto: Ralph van Wolffelaar]
Star Ferry
Hongkong is druk bevolkt. Op een oppervlakte van net duizend vierkante kilometer wonen niet minder dan zes en half miljoen mensen. Hartje Kowloon is met 72.000 mensen op één vierkante kilometer zelfs het dichtstbevolkte stukje op aarde! Persoonlijk ben ik het na exact één dag meer dan beu om op straat steeds maar weer tegen iedereen op te botsen, simpelweg omdat je ze niet kunt ontwijken: ze zijn met té veel. Om voorbarige oordelen te voorkomen besluit ik daarom de tweede dag maar de boot te nemen naar een van de vele eilandjes voor de kust. In tegenstelling tot een drankje in de kroeg, gemiddeld betaal je EUR 3,- voor een kop koffie, zijn de bootdiensten in de spectaculaire haven van Hongkong ‘cheap as chips’. De boot naar Lamma Island bijvoorbeeld kost slechts EUR 1,- , terwijl je toch drie kwartier onderweg bent. Een ander voorbeeld: voor de befaamde Star Ferry, de pendelboot die non-stop tussen Kowloon en Hongkong Island vaart, ben je maar iets meer dan EUR 0,20 kwijt.
Een stel vist naar krab op Lamma Island. [Foto: Ralph van Wolffelaar]
Lamma Island is een verademing in vergelijking met het drukke, benauwde zakencentrum van Hongkong. In tegenstelling tot wat de meeste bezoekers van het eiland doen, loop ik niet rechtstreeks van Sok Kwu Wan naar Yung Shue Wan, maar maak ik eerst een wandeling die me via de oostkant van het eiland de wat meer afgelegen plekjes laat zien. Ik kom onder meer een heus strand tegen, waar je er trouwens nog opvallend veel van hebt in Hongkong. Via een paar andere dorpjes in het binnenland krijg ik nog wat meer mee van de echte oude Hongkong-cultuur.
Hier heb je dus ook nauwelijks Engelse bewegwijzering, ik vertrouw op mijn reisgids en probeer de Chinese namen bij het vragen naar de juiste weg, zo goed en zo kwaad als dat kan uit te spreken. Uiteindelijk kom ik bij de prachtige Tung O Wan baai aan. In het naburige dorpje Yung Shue Ha schijnen alle bewoners tot dezelfde familie te behoren, ze heten dan ook allemaal Chow. Helaas is mijn gesproken Chinees te ondermaats om een en ander te verifiëren. Uiteindelijk kom ik terecht op het hoofdpad richting de tweede bootplaats, Yung Shue Wan.
De Star Ferry, die non-stop vaart tussen Kowloon en Hongkong Island [Foto: Ralph van Wolffelaar]
Onherbergzaam
Op de laatste dag voor vertrek besluit ik Lantau Island eens te verkennen. Afgezien van het eerder genoemde vliegveld, bevindt ook de hoogst zittende Boeddha ter wereld zich op dit eiland, dat slechts door de 2,2 kilometer lange Tsing Ma-brug met het vasteland is verbonden. De boten hier zijn een begrip, het is zelfs mogelijk om voor een kleine 25 gulden één uur durende overtocht naar Macau te maken, wat na eeuwenlange Portugese leiding eveneens weer in Chinese handen is.
De boot legt aan bij het kleine plaatsje Mui Wo, vandaar uit kun je de bus nemen naar de andere kant van het eiland. Naast de Boeddha ligt ook het bekendste klooster van Hongkong, de ‘Po Lin’. De busrit duurt een half uur en voert langs de meest onherbergzame delen van Hongkong. Veel bergen, groen en kleine dorpjes. Regelmatig kom je huisjes tegen die in Europa het predikaat ‘bouwval’ zouden krijgen, maar hier denkt men daar anders over.
Het klooster zelf is veelkleurig, redelijk groot en een publiekstrekker, zo blijkt later. Ik ben er net voor de middag, maar een paar uur later ziet het er zwart van het volk. Tegen die tijd heb ik al de 268 treden tellende trap naar boven gelopen. Van boven heb je een fantastisch uitzicht over het omringende gebergte. Ook hier wat nevel in de verte, waar dat boven Kowloon en Hongkong Island nog smog bleek te zijn. Na wat rondgekeken te hebben neem ik de bus naar het uiterste puntje aan de westkant van het eiland. Tai O staat bekend als een traditioneel vissersdorpje en is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Aberdeen of Stanley op Hongkong Island, nog niet zo vercommercialiseerd.
‘Old Man Rock’
Het is laag water in de knusse haven en nadat ik langzaam tot aan de pier ben geslenterd, de enige buitenlander in het dorpje, blijkt er om de hoek van de pier nog een opmerkelijke rotsformatie te staan, ‘Old Man Rock’. Na een klim- en klauterpartij van een uur sta ik dan eindelijk oog in oog met de zogeheten ‘Generaal’. Voor wie een beetje inbeeldingsvermogen heeft kun je er inderdaad een man in zien die achteruit tegen de berg aan leunt. Het is zweten geblazen, de benauwde hitte is genadeloos voor wie zich ook maar enigszins inspant.
Om het opkomende water voor te blijven besluit ik maar terug naar het vasteland te gaan. De bus naar Mui Wo, waar de boot naar Hongkong Island vertrekt, kost minder dan de helft van de prijs van de twee eerdere tickets opgeteld.