Australië, Reisverhalen

In zeven dagen Priscilla achterna

Catherine Castille reisde samen met een vriendin door Australië. Ze beschrijft het land in een reisverhaal maar geeft ook tips: neem géén insektenverdelger van thuis mee! Catherine bezocht Australië al drie keer. De Outback en Sydney genieten haar voorkeur en ze raakt niet uitgekeken op uitgestrekte landen en afgelegen plaatsen. ‘De reissfeer wordt gemoedelijker en het landschap ruwer. We stoppen in verschillende kleine gehuchten, proeven wijn en rijden naar de Flinders Ranges.’

Auteur - Catherine Castille

Verontwaardigd kijken we naar de stewardess die ons bestuift met een of ander ontsmettingsmiddel, terwijl ze de gang van het vliegtuig afloopt. Is dit Australië? Dat dit een gewone voorzorgsmaatregel is om ziektes het land buiten houden blijkt al snel. Maar we zijn meteen geïntroduceerd. Want wie had ooit gedacht dat we onszelf tijdens onze reis zouden inspuiten met insektenverdelger? Maak kennis met de Outback en met de grootste populatie van Australië: de bushflies!
Val ik voor het platte accent van de Australiërs, de vliegenhoedjes op de metro of voor de natuur? Ik weet het niet, maar ben wel weg van de uitgestrektheid en de kleuren wanneer we Adelaide uit rijden in een ijzeren ‘Priscilla, Queen of the desert’-bus.

Helke (mijn reisgenote) en ik willen in een groep reizen en kiezen een tourorganisator uit die niet gewoon de autosnelweg neemt om naar hartje Australië te reizen: The Wayward Company met als toepasselijke slogan ‘Let the other’s rush’. Wat ze de eerste dag heel letterlijk nemen. Nog geen twintig minuten onderweg en onze ijzeren ros heeft panne. Gelukkig zijn de Australiërs handige mensen en de volgende ochtend staat de bus weer paraat. Dezelfde bus? En die zag er al zo krakkemikkig uit! Nou ja, je bent op zoek naar avontuur, dus laat maar komen! In zeven dagen Priscilla achterna!

Australie Coober Pedy, cave Coober Pedy, cave.

Angorichina Tourist Village

We maken kennis met onze medereizigers terwijl Steve en Mike, onze twee Australische gidsen, zich al meteen laten kennen. Hun platte klanken en hun voorkeur voor country, werken op onze lachspieren. Iets later beseffen we dat zij met onze taal waarschijnlijk nog tien keer harder lachen. De reissfeer wordt gemoedelijker en het landschap ruwer. We stoppen in verschillende kleine gehuchten, proeven wijn en rijden naar de Flinders Ranges.
Een heuse caravan staat op ons te wachten in ‘Angorichina Tourist Village’, een caravanpark dat vroeger diende als herberg voor soldaten die aan tbc leden. De uitbaters, ontzettend vriendelijke mensen, zijn stuk voor stuk figuren, echte Australiërs. De grootste bevolkingsgroep van het eiland heeft echter twee vleugels: de vliegenpopulatie! Loop je die tegen het lijf, dan vind je kakkerlakken, spinnen en zelfs stekende muggen peanuts.
Plots zijn ze daar en ze zijn niet meer weg te slaan. Ook al knipper je met je wimpers, het blijft een van hun favoriete plekjes! Je begrijpt snel waarom Australiërs steeds met hun handen voor hun gezicht wuiven en waarom Aussies altijd mompelen. Ze zeggen bij elke gelegenheid “G’Day”. De boosdoeners zijn de vliegen! Hoe langer je je mond openhoudt hoe meer vliegen er binnenkomen. Reisgenoten kopen al snel muskietennetjes, maar wij zijn koppig en willen ons niet belachelijk maken. Een paar uur later lopen we met een persoonlijke insectenrepellant onder de arm. We spuiten ons in, zoals we mieren zouden verdelgen.

Australie The Wayward Bus The Wayward Bus.

Amfitheater

We rijden naar Wilpena Pound. Een berglandschap in de vorm van een reuzengroot amfitheater. St. Mary’s is de hoogste bergtop en je hebt minstens zes uur voor nodig om heen en terug te komen. De groep splitst zich vanzelf in kleinere groepen. Helke en ik besluiten het bij een middellange wandeling te houden, een volle dag frisse lucht. De natuur is prachtig en het gezelschap van dartelende minikangoeroes vertederend.

Australie Lake Eyre Lake Eyre.

Oodnadatta Track

Vandaag overbruggen we een grote afstand. ‘The Ochre Pits’, onze eerste halte, zijn okerkleurige rotsen, uitgegraven door aboriginals die de kleuren als verf gebruikten. Steve, onze gids, leert ons een tekening maken en geeft meer uitleg. Ooit al eens een heel dorp rondgelopen om tandpasta te kopen en niet gevonden? Ik wel, in Marree, het eerste echte Outback-dorp dat we tegenkomen. De enige winkel (lees: vervallen veranda dienstdoend als woning, spreekkamer voor de dokter op doortocht en bakker) is al jaren gesloten. Niet genoeg inkomsten en dat terwijl Marree een groot verkeerskruispunt is. We nemen de Oodnadatta Track naar hartje Australië. Ondertussen bereiden Helke en ik ons al mentaal voor op een plons in het meer Lake Eyre. Dat had je gedacht! We verwachten een mooi blauw meer, maar het enige wat we zien als we aankomen is één grote oneindige witte vlakte.

Australie The Dingo Fence The Dingo Fence.

William Creek

Lake Eyre is al jarenlang droog en als het dan door een of ander natuurfenomeen (zoals de voorbije regens en overstromingen in maart) volloopt, verdampt het water heel snel. We rijden verder tot we voor een groot hek staan. The Dingo Fence.
Een hek van meer dan 9000 km, van Surfers Paradise (Queensland) tot West Australië om de dingo’s van de schapen weg te houden. Genietend van de roodoranje gekleurde omgeving waan ik me in ‘Priscilla, Queen of the Desert’. Die nacht slapen we in William Creek, de pub uit ‘Crocodile Dundee’. Welgeteld negen inwoners en toch staat het op de kaart. Ze zijn blij met onze komst, want bezoekers zien ze daar niet vaak. De parkeermeter naast de pub en de telefooncel (weet dat je in de woestijn niet kan telefoneren, alle contact met de buitenwereld gebeurt via de radio) geven blijk van hun absurde humor.

‘s Avonds in de pub, vertelt Steve, onze gids, over de sociale achterstand van de cowboys in het binnenland. Weinig toeristen, je raakt dus niet gemakkelijk van de straat. De twee zonen van de familie wisten niet beter dan twee Franse meisjes op doortocht te verleiden met de voltreffer: ‘ So what do you think of my cows’. Succes jongens!

White man’s hole

We verlaten de Oodnadatta Track en nemen een aarden weg, passeren het grootste veestation ‘Anna Creek station’ (met een grondgebied groter dan dat van België) en Lake Cadibarrawirracanna op weg naar Coober Pedy. Coober Pedy, aboriginal voor ‘white man’s hole’ is het Wilde Westen van Australië en wordt door velen gehaat, maar ik vond het een fascinerend, industrieel dorp met driehonderd inwoners. Om de enorme temperatuurschommelingen (-25 tot 56°C) draaglijk te maken woont de meerderheid onder de grond in kitscherig ingerichte grotten.
Intrigerend want hier verdwijnen echt mensen. Val je in een schacht waar ze opalen delven, hoort niemand nog van je.

Wanneer de avond valt wordt de sfeer grimmiger en grimmiger, bezopen aboriginals dwalen door de straten en de verhalen over mensen die verdwijnen jagen ons de stuipen op het lijf. De geest van “Priscilla, Queen of the desert” zweeft door de stad.

Australie Parking Meter, William Creek Parking Meter, William Creek.

Motorwedstrijden

We verlaten Coober Pedy midden in de nacht om de achterstand van de eerste dag in te halen. Buiten wordt het groener. Het is een spannende rit. In Australië gebeuren namelijk meer auto-ongelukken door kangoeroes die naar de lichten van de auto springen dan door dronkenschap.

De tankstations onderweg zijn de plaatselijke culturele centra waar jaarlijks een bal populaire en motorwedstrijden georganiseerd worden. Wandel je met je communiekleed binnen, dan zit je zonder enige moeite op een feest van de ‘Flying Doctors’. Een attractie op zich. Net zoals Ayers Rock, de grootste monoliet ter wereld die van kleur verandert. Maar laat niet met je sollen want de eerste berg is Mt Conner, het kleine broertje van Ayers Rock. In Yulara, het dorpje aan de voet van de monoliet zetten we onze tenten op, de vertrekbasis voor verschillende natuurfenomenen. Kata Tjuta, de Olga’s genoemd, zijn 36 individuele rotsen die samen ‘many heads’, ‘kata tjuta’ maken. We verkennen de spelonken van de Olga’s en keren tegen de avond terug naar Ayers Rock voor een veelbelovend kleurspektakel. Eigenlijk draait het allemaal rond lichtinval en dat zie je duidelijk als je elke tien minuten een foto neemt en ze naast elkaar legt. Na anderhalf uur heeft de rots een donkerbruine kleur.

Australie Danger sign Danger sign.

Ayers Rock

Vroeg uit de veren voor een stevig ontbijt en een spectaculaire opgang. De rots krijgt stilaan zijn warmrode gloed terug. Al blijven sommigen rillen van hun nachtelijk avontuur. Een dodelijke spin (blijkt de volgende ochtend een oordopje te zijn) zou hun tent zijn binnengeslopen, waardoor ze de hele nacht in de douches sliepen. Ik daarentegen kreeg wel een spinnenbeet en het waren vooral de Australiërs die in paniek raakten. Een half uur hielden ze mij wakker om te zien of mijn spieren niet verslapten van het gif van de mogelijk dode spin. Maar dit is niets tegenover de bizarre Australische verhalen zoals de Azaria Chamberlain tragedie. In 1980 verdween de twaalf weken oude baby Azaria Chamberlain uit de familietent op het Ayers Rock kampterrein, een dingo rende weg met iets in haar bek dat leek op haar baby. Ze schreeuwde: ‘A young dingo has got my baby’ en de rest is een mix van geschiedenis, speculatie, vooroordelen en Hollywood (‘A cry in the dark’ met Meryl Streep). Terwijl enkele reisgenoten wat later als mieren Ayers Rock beklimmen, ondanks de expliciete vraag van de aboriginals dat niet te doen, het is voor hen een heilige plaats, trek ik met enkele reisgenoten rond de rots, waar aboriginals hier volgens archeologen meer dan 22000 jaar geleefd zouden hebben. Dat Ayers Rock beklimmen met een temperatuur van 38 graden Celsius gekkenwerk is, bewijzen een twintigtal kruisjes van overleden toeristen die in de rots werden gehouwen.

Alice Springs

Het derde natuurwonder in de ‘Central Desert’ is Kings Canyon, een spectaculaire canyon, net de Garden of Eden met zijn prachtige uitzichten, kleine stromen en zeldzame planten. We puffen en zweten bij de klim, het dalen gaat ons beter af! Terug op de Highway rijden roadtrains (tot drie vrachtwagens aan elkaar vastgemaakt) ons tegen een supertempo voorbij. Kamelen en emoes zien we bij Noel Fullartons Camel Farm, waar ik het ook niet kan laten ‘Kangaroo Jerky’ te kopen. De naam brengt je misschien op andere gedachten, maar dit gedroogd kangoeroevlees is lekker en wat anders dan boerensalami, een origineel cadeau. Met ‘Who the fuck is Alice’, wat had je gedacht, rijden we Alice Springs binnen. Een oase in de woestijn. We reserveren een plaats in Elke’s backpackers, waar we na het traag spellen van onze naam plots in het Nederlands onthaald worden, de eerste Vlamingen die we tegenkomen op onze reis. We besluiten onze trip door de ‘Outback’ af in Bojangles, een countrybar in Alice Springs. Lekker eten, veel drank en een countryzanger die eerst aan tafel onze nationaliteiten komt vragen om ons dan achteraf het podium op te roepen. Doorgestoken kaart natuurlijk, maar Helke en ik weten te ontsnappen en lachen ons een breuk om de platte countryliedjes ‘a jackaroo, a kangaroo…’ De volgende dag laat ik ‘Priscilla’ en ‘Alice’ voor wat het is en ga op zoek naar meer!



Plaats reactie of reistip





* verplicht invoerveld

Facebook RSS Feed