Ecuador, Reisverhalen
Indrukwekkende verzichten van Quito
Quito heeft veel te bieden. Het centrum, de kleurrijke markten, maar ook is het een uitvalsbasis voor mooie uitstapjes. Jos van Dalfsen maakte een meerdaagse jungletocht en verbaasde zich meer en meer. ‘Hier is het zo dat na elke bocht een nieuw stuk rivier komt, met een nieuwe bocht, en daarna nog één. Duizenden kilometers verderop zal de rivier uitgegroeid zijn tot de amazone die uiteindelijk uitmondt in de Atlantische oceaan.’
Quito heeft veel te bieden, zoals het oude centrum van Quito. Hier ligt onder meer het museum van Guayasamin. Dit is de meest bekende van alle Zuid-Amerikaanse schilders. Hij heeft een werkelijk zeer bijzonder museum en super mooie schilderijen achter gelaten. Maar je kunt ook naar de Jesuiten kerk geweest die men in het begin van de zestiende eeuw is begonnen te bouwen. Het was honderdzestig jaar later klaar en naar schatting hebben ze 6.000 kilo aan goud gebruikt bij het versieren van alle muren, pilaren, plafonds en altaren. Erg indrukwekkend, al mogen we tot onze spijt geen foto’s nemen. Je kunt ook uitstapjes maken vanuit Quito, zoals naar Papallacta, waar luxe thermale baden zijn.
Straatbeeld van Quito, de hoofdstad van Ecuador.
Vulkaan Pinchincha
We gaan met de Teleferico. Dit is een toeristenattractie, een lift die je van 3000 meter hoogte in Quito brengt naar 4100 meter hoogte op de vulkaan Pichincha. Nadat we de indrukwekkende vergezichten over Quito op ons in hebben laten werken, zijn we begonnen met de top te beklimmen. Deze ligt op 4700 meter hoogte en op ongeveer drie uur lopen vanaf het Teleferico-gebouw.
De Teleferico, een lift die je van 3000 meter hoogte in Quito brengt naar 4100 meter hoogte.
Al vrij snel heb ik door dat het geen super goed idee is. Onze benen zijn loodzwaar op deze hoogte. Onze conditie is absoluut niet genoeg om op deze hoogte te lopen (elke vijf tot drie minuten pauze om op adem te komen). En de top is enorm stijl. Na vier uur lopen en een paar enorme discussies onderling hebben we toch een surrogaat top kunnen bereiken. Hier was het mogelijk om over de vulkaan heen te kijken en een enorm wolkendek te zien. Het zicht is vergelijkbaar met dat vanuit een vliegtuig op grote hoogte en is zeer indrukwekkend.
We beklimmen de vulkaan Pichincha.
Mijn Vriendin Asia laat haar fanatieke kant zien en moet en zal de laatste honderd meter ook beklimmen. Dit is echter alleen kale rots, met veel losse stenen. Erg gevaarlijk en na nog een fikse discussie over gezondheid, veiligheid en verantwoordelijkheid draaien we ons om en trotseren de opgekomen dikke mist (of beter gezegd: gewone bewolking, maar dan op ruim vier kilometer hoogte). Dan keren we terug naar de Teleferico. Van ‘s ochtends tien uur tot avonds zeven uur op pad. Een zeer lange en uitputtende dag.
De busreis was erg lang en niet bijzonder aangenaam. De bus stopte op elke straathoek voor nieuwe passagiers en na een goed uur rijden waren we Quito nog steeds niet uit. Daar komt bij dat ze Reggeaton draaiden, een soort R&B variant die mijn vader absoluut niet aanstond. Na vijf uur in de bus waren we er echter en konden we naar het hotel. We hebben die dag alleen nog even door de stad gelopen voor een restaurantje (waar we overigens heerlijk Mexicaans hebben gegeten) en verder hebben we alleen nog boeken gelezen op het dakterras van het hotel.
De mist doemt op...
Jungletocht
We moeten nog enkele boodschappen doen en inpakken voor de jungletocht. Alle kleren in plastic zakken, en vervolgens in een vuilniszak in de tas. Mocht het zwaar gaan regenen, dan zitten er tenminste drie lagen plastic tussen de regen en mijn droge onderbroeken. Omdat we echt niet weten wat we precies moeten verwachten, zijn we nerveus.
De reis naar de jungle begint met een vlucht van Quito naar Coca. Een vlucht van slechts 25 minuten, maar door een vertraging van twee uur komen we flink te laat aan. We moeten twee uur wachten op het vliegtuig. Eindelijk aangekomen in Coca is het haasten. Het team staat klaar. Drie man, Javier de gids, Churi (Tjuri) de kok en Konan de schipper. We moeten nog een laatste paar boodschappen doen, een fles rum en wat ander lekkers, en vervolgens is het haasten naar de vrachtwagen die ons naar de boot brengt. De rit duurt twee en half uur door een junglelandschap dat door de oliemaatschappijen flink is toegetakeld. Overal pijpleidingen, plekken waar gas wordt afgefakkeld en kampementen voor de werknemers. Niet fraai wat de mens hier allemaal uithaalt.
Aangekomen bij de boot, wordt alles ingeladen en kunnen we eindelijk aan de jungletocht beginnen. Het plan is om in drie dagen over de rivier de Shiripuno naar een dorpje van de Huaorani Indianen te varen, 120 kilometer stroomafwaarts. De eerste stop is na drie uur varen in een dorpje waar Javier gewoond heeft. Later blijkt dit het enige dorpje te zijn tot het andere dorp 120 kilometer verderop.
Bij de start is de rivier tien meter breed en 120 kilometer verder is de rivier al zeventig meter breed.
Amazone
Het meest indrukwekkende aan de jungle zijn de enorme proporties. In eerste instantie is de boottocht niet veel anders dan een boottocht in de Weerribben (even boven Zwartsluis). De planten zijn anders, de temperatuur is zomers, maar verder lijkt het er op. De weerribben ben je echter in een dag toch zeker helemaal doorheen. Hier is het zo dat na elke bocht een nieuw stuk rivier komt, met een nieuwe bocht, en daarna nog één. Duizenden kilometers verderop zal de rivier uitgegroeid zijn tot de amazone die uiteindelijk uitmondt in de Atlantische oceaan.
Zover zijn we niet gekomen, maar een voorteken zie je toch van. Bij de start is de rivier tien meter breed en 120 kilometer verder is de rivier al zeventig meter breed. Uiteindelijk zal hij zo groot zijn dat je vanaf het midden de beide randen niet meer kunt zien. Een ander merkwaardig fenomeen is het verschil in hoogte. Overnacht kan de rivier tot bijna twee meter dalen of stijgen, afhankelijk van de regenval in de Andes en de jungle. Mocht de Maas overnacht twee meter stijgen zouden in Nederland alle alarmen afgaan. Hier is het volstrekt normaal.
's Nachts kan de rivier tot bijna twee meter dalen of stijgen, afhankelijk van de regenval in de Andes en de jungle.
Verdovend gif
We maken verschillende lange wandelingen door de jungle. Wederom is de uitgestrektheid het meest indrukwekkend. Na tien minuten lopen zou het voor ons helemaal onmogelijk zijn om de rivier, laat staan de boot, terug te vinden. Verdwalen is een serieus gevaar. We hebben in de jungle verschillende partijen apen gezien, hoog in de bomen, picaries (varkens) op de grond en verder enorm veel vogels. Vooral de grote Ara papagaaien maken een enorm kabaal. Ze hebben ons ook de liaan laten zien waar ze het verdovende gif mee maken voor de blaaspijlen. Dit is slechts om te verlammen voor een periode van een kwartier, maar als de getroffen aap verlamd is, valt hij bijna altijd tot zijn dood.
Als we in het indianendorp aankomen, blijkt dat een oude militaire basis te zijn, met een vliegveldje waar nu toeristen op binnengevlogen worden. We hebben hier op piranha’s gevist. Spijtig genoeg heb ik er geen weten te vangen. Het vissen is best pittig, en gevaarlijk want die tanden zijn echt vlijmscherp. De piranha’s zelf zijn voor mensen niet echt gevaarlijk. We hebben regelmatig gezwommen in water waar ook piranha’s zwemmen. Als je maar geen wondjes hebt, doen ze je niks.
Na het teleurstellende vissen gaan we zwemmen. Onze kleren werden over een tak gehangen. Wat we niet gezien hadden, is dat de tak een hoofdsnelweg is voor een mierenkolonie. En niet die leuke huismieren die je thuis hebt, maar vier keer zo grote junglemieren. Die kunnen bijten als een wesp.
De Amazone...
Op de laatste dag hebben we enorm veel regen en zien hoe de jungle ook kan zijn. Het is goed om dit mee te maken, maar het blijkt dat we ondanks onze goede voorbereidingen niet eerder regen hadden moeten hebben. Dan had onze jungle trip er heel, heel anders – een stuk vervelender – uitgezien. Het is nu een geweldige ervaring, waarbij we naast de indrukwekkende natuur ook dieren als zoetwater dolfijnen, kaaimannen en piranha’s zagen. En enorme vijfhonderd jaar oude Ceibol bomen. We hebben ontzettend geluk gehad met het weer. Na een week jungle is het echter ook weer erg fijn om in Coca in een beschaafd hotel met warme douche en groot bed neer te mogen strijken.
Gastgezin
De laatste twee dagen zitten we in Otavalo bij een gastgezin. Dit is een initiatief van een Nederlander die een soort reisbureau heeft en locale indianen met geïnteresseerde toeristen koppelt. Het ligt in een gemeenschap van 300 bewoners en voor een belangrijk deel zijn ze afhankelijk van de inkomsten van de verkoop van bakstenen. Deze worden gemaakt van locaal afgegraven klei. De klei wordt tot de juiste consistentie gemengd en in mallen tot bakstenen gevormd. Deze worden vervolgens een aantal dagen gedroogd. Daarna gaan ze de oven in en worden ze in partijen van 4000 tot 6000 stuks gebakken.
Gedurende twee dagen wordt er actief gestookt en dan heeft de oven nog vier dagen nodig om af te koelen. Wordt er te heet gestookt, dan mislukken veel bakstenen. Te koud en ze zullen niet goed doorbakken worden. En wordt de oven te snel geopend dan koelen ze te snel af en zullen ze barsten. Het is een nauwkeurig proces waar veel kennis bij komt kijken.
Verder leven de mensen van de opbrengsten van het land. Praktisch alles groeit er. We hebben dan ook rode kool, tuinbonen en aardappels uit de tuin gegeten. Maar er groeien ook limoenen, mandarijnen, sinaasappels en babacos. Voor ons meer exotische vruchten die zeker niet de vrieskou van de Nederlandse winter overleven.