Marokko, Reisverhalen
Marrakech: hard, ruig en traditioneel
Dennis Remmelzwaal maakt een trekking door Marokko over de besneeuwde toppen van de Hoge Atlas. Daarna gaat hij naar Marrakech. De stad heeft nog steeds een hard, ruig en traditioneel karakter. Het is ook een stad vol tegenstellingen. ´Slenteren door de medina is kuieren door de Middeleeuwen. De geur die er hangt, is altijd aangenaam. Het is alles om je heen : de gesloten huizen, de werkplaatsen van de ambachtslieden, de gesluierde vrouwen die hun inkopen doen bij handelaren, die hun koopwaar uitbundig aanprijzen´, schrijft Dennis.
Marokko ontwaakt en vroeg zonlicht glipt onze tent binnen. Aan ’t begin van de avond bereiken we “la ville des roses”, gelegen in het niemandsland bij Jbel Sarhro. Vanuit mijn slaapzak maak ik de tent open. “En?”, vraagt Gemma. Links ligt een oude kasbah in een stoffig landschap. In februari 2002 doet Dennis een trekking en bezoekt daarna Marrakech. “Kuifje in Marokko”.
Ahied lacht terwijl hij geroosterd brood en muntthee bij onze tent zet. De plateau-achtige uitlopers van de woestijn lonken. In de verte hebben we een mooi uitzicht op de vallei en de besneeuwde toppen van de Hoge Atlas. Onze Berber vrienden weten de kampementen te vinden en zorgen ervoor dat we gebruik kunnen maken van de waterputten. Ahied knoopt een blauwe berbersjaal om zijn hoofd, we vullen de bidons met liters water en vertrekken. “Ma’as salaama”. Goede reis.
Een moeilijke dag waarin we door kloven (1950 meter) en over de Tizi n’Ait Ouzzine pas (2200 meter) trekken. De zon tovert steeds andere kleuren op het bijna onwezenlijke, maanachtig oerlandschap. Onderweg ontmoeten we aan een drinkplaats een groep nomaden met hun dromedarissen. Over het grote plateau trekken we verder. Onderweg schudden we handen van verbaasde Berbermannen. Dieper uitgeput dan we ooit voor mogelijk hielden, bereiken we na tien uur onze kampeerplek. Ondanks de duisternis en de wind hebben onze Berber vrienden een vuurtje aan de praat gekregen. Van de kou lijken ze geen last te hebben. Snel slaan we de haringen krom en in de schemering vullen we onze schreeuwende magen met een heerlijk prutje.
Tajine
We lopen over vlaktes bezaaid met geurende pollen en laurierstruiken. Om je heen zie je een landschap vol afgesleten tafelbergen. Plotseling duikt er een jongen tussen de struiken op. “Bonjour. Thé?” Goed veel tijd hebben we niet”. “Cinq minutes”, roept hij. We betreden een kale ruimte zonder ramen. Schraal zonlicht schijnt door een gat in het dak met recht eronder en snorrende hout kachel. Zittend op bonte kleden zien we oma en moeder ijverig rammelen met pannen en in de hoek ligt opa luidruchtig te rochelen.
Een verlegen broertje serveert na enige tijd twee koppen munt thee. Eén kopje. Dat blijkt in Marokko niet te volstaan en als na kop vier een laag tafeltje wordt aangeschoven, vermoeden we dat ons tijdschema een deuk gaat oplopen. De Tajine, stoofschotel, met aardappel, wortel en kip smaakt naar meer. Later zwaait de familie ons uitbundig uit terwijl opa binnen verbaasd kijkt hoe een vitamine bruisend oplost in z’n glas. Over stenige hellingen trekken we verder en bereiken uiteindelijk de mooiste kampeerplek van deze tocht : Bab ‘n Ali, bekend om zijn loodrechte wanden. Nog éénmaal slapen we onder de onmetelijke sterrenhemel, met het vertrouwde geluid van herkauwende muildieren vlakbij.
We dalen af naar een dorp waar uit alle hoeken en gaten dorpsbewoners en schreeuwende kinderen op ons af rennen. Er wordt geduwd en getrokken en diverse vingertjes peuteren aan onze rugzakken. Dan vallen onze ogen op een busje. “Combien?” Naast ons zit een goedlachse chauffeur die ons naar Marrakech rijdt. We nemen afscheid van Ahied en zijn goede staf. Of we terugkomen naar Marokko. “Inshallah”, antwoorden wij. ’s Avonds op de Djeema el Fna, het belangrijkste plein van de stad, genieten we van een heerlijke tajine, terwijl we het bonte schouwspel aanschouwen. “Mangez”.
Op zoek naar de aangename geur
die in de souk hangt.
Tapijthandelaren
Marrakech heeft nog steeds een hard, ruig en traditioneel karakter. Het is een stad vol tegenstellingen. In het centrum van de schilderachtige medina, de oude stad, bedelen in lompen gehulde moeders en kinderen. Terwijl vooral Italiaanse en Franse toeristen er zonder gêne in hun dure merkkleding rond stappen. Slenteren door de medina is kuieren door de Middeleeuwen. De geur die er hangt, is altijd aangenaam. Het is alles om je heen : de gesloten huizen, de werkplaatsen van de ambachtslieden, de gesluierde vrouwen die hun inkopen doen bij handelaren, die hun koopwaar uitbundig aanprijzen.
Op terrassen luisteren mannen onder het genot van een kopje muntthee naar Arabische muziek. Maar ook de geur van munt, wierook en kaneel. Alles wat te koop is, ligt uitgestald. Men weet nooit wat de voorwerpen zullen kosten. Er wordt over en weer gemarchandeerd. Voor iedere situatie, voor iedere koper, voor ieder uur van de dag andere prijzen. De touwslagers en de manden vlechters hebben hun vaste plaatsen. Sommige tapijthandelaren hebben een grote, ruime winkel. De winkels van de juweliers liggen om een binnenplaats heen gerangschikt.
Stinkende huiden uit de leerlooierijen.
Stinkende huiden
Dan zijn er de kruidenwinkels, daar geeft marjolijn rust, zorgt sesamzaad voor een platte buik en bestrijdt gember impotentie. En net gewend aan de exotische parfum, moet je de weg vrijmaken voor een zwaarbeladen muilezel die met een stapel stinkende huiden uit een leerlooierij de hele breedte van een steeg in beslag neemt. De huiden worden bewerkt zoals dat ook eeuwen geleden gebeurde. Hier balanceren de leerlooiers in korte broeken op de randen van kuipen met duivenmest, kalk en klei.
Bijzondere architectuur van de huizen.
Verzamelplaats van de doden
Elders staan ze tot hun knieën in de troggen met eikenschors. Ook het verven van de huizen heeft nog een plaats op de traditionele wijze. Zo wordt leder geel geverfd met de schil van een granaatappel. Om de leerlooierijen te vinden is een gids in de kronkelige straatjes van de oude medina geen overbodige luxe. Wie wat later bijv. een tas koopt, weet in elk geval hoe ze gemaakt zijn : moeizaam en in de stank van runder-, kamelen- en schapenhuiden. In tegenstelling tot de andere drie koningssteden Fès, Rabat en Meknès heeft Marrakech een reusachtig plein, de Djeema el Fna, “de verzamelplaats van de doden”.
De besneeuwde toppen van de Atlas lonken.
Cobra om je nek
Op hoge palen gespietst, werden de hoofden van de terecht gestelden hier vroeger ten toongesteld. Als waarschuwing voor de burgers werden de hoofden wekenlang getoond. De ergste straf die een toerist tegenwoordig kan verwachten is, dat onverhoeds een cobra om je nek wordt gehangen. De meeste toeloop hebben de verhalen vertellers. Om hen heen vormen zich de dichtste kringen van mensen.
Hun voordrachten duren lang. Vlak voor de verteller zitten de ademloze toehoorders op de grond neergehurkt, gefascineerd als ze zijn door de verhalen. Op een andere plaats treden de acrobaten op. Het opzwepende ritme van hun trommels is op het hele plein te horen. We drinken muntthee met vriendelijke berbers en eten geurige gerst koeken. Marrakech is de mooiste stad van Marokko om te verdwalen en de sprookjes van duizend en één nacht komen hier tot leven.