Oezbekistan, Reisverhalen

Medressa’s, moskeeën en mausolea

Dennis Remmelzwaal reisde door het gebied waar Alexander de Grote en Marco Polo doorheen trokken, Timoer Leng en Mao Zedong huishielden en Oost en West door de zijderoute met elkaar verbonden waren. Iedere keer wordt het geduld op de proef gesteld en een beroep gedaan op zijn vindingrijkheid om de vaak onverwachte problemen op te lossen. ‘Reizen met een locale bus is een avontuur en vermaak, bovendien valt de kwaliteit van de bus alleszins mee’, schrijft hij.

Auteur - Dennis Remmelzwaal

Met Oezbekistan Airways vliegen we over Berlijn, Moskou en het Aralmeer. Het cabinepersoneel is erg vriendelijk, van één van de stewardessen krijg ik veel aandacht. De verstrekte maaltijd bestaande uit; kip met cashewnoten, mie en bonen, smaakt me goed. Ik kom de tijd door met het luisteren naar de muziek en het maken van reisplannen. Het vliegtuig zit vol blonde Russen en donkere Oezbeken. De Russen zijn gekleed in hun “nationale” kostuum namelijk een nylon Adidas trainingspak. De gezette Oezbeekse dames hebben kleurige jurken aan van ikat-zijde. Hoewel beide groepen nogal bij elkaar afsteken hebben ze één overeenkomst namelijk een mond vol gouden tanden.
Talloze medressa’s, moskeeën en mausolea getuigen van de rijke historie van de Oezbeekse steden langs de Zijderoute. Een historie waarvoor sinds de ineenstorting van de USSR grote belangstelling is. Zij biedt de jonge republiek Oezbekistan een nationale identiteit en is – naast de islam – een bindende factor tussen de ruim honderd nationaliteiten die er samenleven.

Tashkent

Wij naderen Tashkent airport, ‘s avonds om zeven uur wordt de landing ingezet. Nog voordat het vliegtuig tot stilstand is gekomen halen de passagiers hun bagage uit de vakken boven de stoelen. Een stewardess maant hen te blijven zitten. Omdat niemand aan dit verzoek gehoor geeft, trekt zij zich onverrichter zake terug. De “goudtandjes” banen zich een weg naar de uitgang. Het vliegveld van Tashkent lijkt het grauwste ter wereld. Ik moet verschillende formulieren invullen. Tegen betaling van vijfentwintig dollar ontvang ik het visum. Zoveel mogelijk mensen controleren zo vaak mogelijk alle papieren. Maar wanneer ik de bureaucratische rompslomp gepasseerd ben, opent dit boeiende land zijn deuren.

Oezbekistan Samarkant. Op de markt van Samarkant.

Chagrijnig personeel

Inmiddels is het donker geworden en regel ik een kaartje voor de bus, welke mij naar het centrum van Tashkent zal brengen. Hier ga ik op zoek naar een hotel en heb de keuze uit verschillende die alle voldoen aan het prototype van een sovjethotel. Enorme gebouwen met sfeerloze, grote kamers en chagrijnig personeel. In de buurt van het hotel ligt een “Montmartre-achtig” straatje waar kunstenaars hun waren trachten te slijten.
Ik drink wat op een terras. Champagne en wodka kosten twee dollar per fles. Naast mij schalt muziek van Yulduz Usmanova (zangeres), Oezbeken dansen op het terras. Na het dansen wordt ik uitgenodigd om bij de Oezbeken aan tafel te komen. Hier maak ik het ritueel mee dat nog vaak zal volgen. Er wordt wodka in een pyala (theekommetje) geschonken. De gastheer gaat staan en brengt een toost uit. Iedereen heft het glas en gooit de inhoud in één keer achterover. De volgende toost laat niet lang op zich wachten. En zo hult de avond zich weldra in nevelen. Op de terugweg naar het hotel passeer ik een Mirburger, de Oezbeekse variant van MacDonald’s.

Oezbekistan Nog een foto van de markt.

Sovjet-architectuur

Doordat de stad na de aardbeving van 1996 grotendeels heropgebouwd is doet Tashkent modern aan. Tussen de reusachtige overheidsgebouwen en de enorme pleinen bevinden zich veel parken. De nieuwe stad is vooral interessant vanwege de Sovjet-architectuur en de metrostations. Een bezoek mag niet worden overgeslagen. Evenals in Moskou zijn dit kunstwerken met ieder hun eigen karakter. De prestigieuze metrostations zijn versierd met weelderige pleisterwerken en allerlei kunstobjecten.
Vooral station Kosmonavtov is een bijzonder mooi voorbeeld van een metrostation. Om snel aan de mensen en gebruiken van het land te wennen bezoek ik de Chorsu-bazaar waar het in de weekeinden een drukte van belang is met de oriëntaalse verzameling van kleuren, geluiden en geuren. Warme versgebakken ronde broden bekend als lepeshka, enorme zoete meloenen, gedroogde abrikozen en rozijnen verpakt in papieren hoorntjes zijn hoog opgestapeld. De onvermijdelijke lekkere trek kan er gestild worden met kruidige noedels, kebab, plov (gebakken rijst) en zure yoghurt-balletjes.

Turkmeense grens

Wij vliegen met één uur vertraging in ander half uur tijd naar Urgenc. Zo sparen wij een dagenlange bus- of treinreis uit. Vanuit het vliegtuig is er een mooi uitzicht over de uitgestrekte woestijn en de imposante bergruggen. Na aankomst in Urgenc rijden wij per minibus in een klein uur naar Khiva vlakbij de Turkmenistaanse grens. Midden in de oude stad overnachten wij bij een Oezbeekse familie.
‘s Avonds worden wij onthaald met een uitgebreide maaltijd van traditionele gerechten. Vanzelfsprekend ontbreekt hierbij de thee niet. Khiva had de eeuwen oude reputatie als marktplaats waar slaven verhandeld werden. Tienduizenden slaven zijn hier van eigenaar veranderd. Nu staat Khiva vooral bekend om haar oude stad, Ichon-Qala, één van de best bewaarde van Centraal-Azië. Ommuurd door metershoge en -brede stadsmuren vind je een pracht aan oude koranscholen, karavanserai, minaretten en paleizen. De vaak blauw betegelde gebouwen geven de oude stad het aanzien van één groot openluchtmuseum.
Ik heb één avond buiten geslapen op de veranda, met als beloning een fraaie zonsopkomst met een mooie verkleuring en de silhouetten van de minaretten. Dit zal mij altijd bij blijven. ‘s Avonds wilden wij dansen in het plaatselijke café maar dat is gesloten. Toen maar drank gekocht bij de souvenirwinkel, de muziek staat aan. Mijn reisgenoot geeft zijn tape en deze wordt gespeeld, aan de ene kant van de straat zitten Oezbeekse jongens en aan de andere kant zitten wij. Al snel krijgen we kussens aangeboden om op te zitten. Onder toezicht van twee politieagenten die niet goed weten hoe ze moeten reageren, beginnen we spontaan te dansen. Het is een gezellige sfeer, die twee partijen tegenover elkaar tussen de minaret en de stadsmuur.

Gebloemde pofbroek

In de vroege ochtend verlaten wij Khiva per minibus. Deze rijdt over een nog rustige weg naar het busstation in Urgenc. Aangekomen op een chaotisch busstation worden we eerst van het kastje naar de muur gestuurd. Daarna is het flink onderhandelen met de chauffeur en heeft hij uiteindelijk nog een plaatsje voor ons in de bus. Reizen met een locale bus is een avontuur en vermaak, bovendien valt de kwaliteit van de bus alleszins mee.
Yulduz Usmanova dreunt door de bus als we Urgenc verlaten. Naast mij zit een oudere vrouw in een gestreepte jurk, een gebloemde pofbroek en een rode hoofddoek. Onderweg stappen muzikanten in die spontaan beginnen te spelen. Een dame welke reeds in de bus zat te zingen maakt het compleet. De wodka gaat van hand tot hand en de stemming zit er goed in. Als mijn buurvrouw lacht, straalt het goud op haar tanden mij tegemoet.
Zij vraagt mij waar ik vandaan kom. Op mijn antwoord reageert ze met: “dan spreekt u waarschijnlijk Duits, mijn man heeft in Duitsland gewerkt”. Ik leg uit dat ik Nederlands spreek en dat ons land ten westen van Duitsland gelegen is. Nu willen de overige passagiers ook alles van mij weten. Welke steden ik al bezocht heb, of ik getrouwd ben, waar mijn vrouw is, of we kinderen hebben en of ik in Oezbekistan werk. Tijdens dit gesprek deelt ze met mij brood en gebakken vis, wat erg vet is. Onderweg rijden wij door een monotoon woestijnlandschap waarmee de geïsoleerde ligging van Khiva benadrukt wordt.

Samovar

Als wij bij een chaikhana (theehuis) stoppen zit de helft van de rit er op. Bij het uitstappen informeert de chauffeur of wij in Nederland ook lunchen. “Ja, natuurlijk”, antwoord ik lachend. Gegeten en gedronken wordt er zittend op een groot houten bed met in het midden een laag tafeltje. Thee, zwarte of groene, haal je bij de theeman, die een grote samovar (thermoskan) heeft waaruit hij de theepotten vult met kokend water. Sjaslik (stukjes geroosterd schapenvlees), plov (gebakken rijst) of brood haal je bij een tweede of derde stalletje.
We lopen langs al deze stalletjes totdat we in een koele, donkere kamer komen. Wij krijgen thee, een soort kwark met radijsjes en bieslook, laghman (noedelsoep met schapenvlees, aardappels en kool), lepeshka (lokaal brood) en gedroogd fruit met noten. Het is heerlijk en niet te vergelijken met het eten in de restaurants die meestal vette plov serveren. Aan het eind van de middag neem ik afscheid van mijn medereizigers en ik zoek een hamam (lokaal badhuis) op. In een eeuwenoud badhuis spoel ik het woestijnstof van mijn lichaam en laat onwillige spieren masseren.

Buchara

Buchara is een prettige stad, we slapen midden in de joodse wijk vlakbij het Labi Khauz plein, gebouwd in 1620. De synagogen worden maar zelden bezocht. Slechts een handje vol oude mannen woont de sabbatdiensten bij die veelal in kleine als synagoge dienstdoende gebouwen of op binnenplaatsjes worden gehouden. De emigratie naar Israël en de Verenigde Staten is enorm toegenomen en de meeste jonge joden dromen er alleen maar van om te vertrekken. Velen zijn bang voor de opleving van moslimfundamentalisme dat overslaat vanuit het aangrenzende Tadzjikistan. Ik heb veel met “locals” gesproken.
Hun land heeft nauwelijks inkomsten en je proeft de armoede uit hun verhalen. Veel producten komen uit Turkije, Rusland en India. Momenteel worden met financiële hulp van buitenaf twintig monumenten gerestaureerd. Buchara bezit één van de meest sfeervolle en best bewaarde oude stadskernen van Centraal-Azië. Een groot verschil met de oude stad van Khiva is dat Buchara veel dichter bevolkt is, de oude stadskern bruist en is vol leven. Anders dan de met majolica en mozaïekwerk getooide gebouwen elders is het Ismaël Samani-mausoleum in Samani Park, dat in 905 werd voltooid, geheel opgetrokken uit terracotta bakstenen.
De stenen zijn zo geschikt dat een schitterend reliëf is ontstaan, waardoor de kleur van het gebouw gedurende de dag lijkt te veranderen. Onze gids vertelt dat het bij volle maan lijkt of het gebouw is opgetrokken uit puur zilver. Een hoogtepunt is het Labi Khauz complex. Drie prachtige met mozaïeken versierde koranscholen omringen een waterreservoir. In de chaikhana kaarten en schaken bebaarde grijsaards die hun oorlogs onderscheidingen trots op de borst hebben gespeld. Op de rand van een groot Oezbeeks bed zit ik tussen oude mannen met hun kleurige tchapangewaden (omslagmantels) met zware laarzen en geborduurde tubiteika mutsjes, wij wisselen nieuwtjes uit en slurpen groene thee uit kommetjes. In de restaurants kan je genieten van de plaatselijke gerechten terwijl stadskinderen spartelen in het water van Labi Khauz. De drie oude bazaars van Buhara zijn Taqi Zargaron (juweliers), Taqi Telpak Furushon (hoedenmakers) en Taqi Sarrafon (geldwisselaars). Tegenwoordig zijn er vooral souvenirverkopers gevestigd.

h2, Centraal Azië

De vele door brede gangen met elkaar verbonden koepels van de bazaarcomplexen zijn speciaal ontworpen om als een soort natuurlijke airconditioning koele lucht aan te trekken. Geen overbodige luxe in een stad waar de gemiddelde temperatuur ‘s zomers rond de 35 á 40 graden ligt. De vijver met de bedden er omheen voelt aan als het hart van Centraal-Azië waar het leven voorbijgaat zonder dat er iets is veranderd. De hele stad ademt een ongekende rust uit. Voeg daarbij de overdekte bazaar, de karavanserai, de koranscholen, de moskeeën en de minaretten en je waant je in een sprookje uit Duizend en één nacht. Ik denk dat ik verliefd word op dit land en de vrouw die naast me ligt.



Plaats reactie of reistip





* verplicht invoerveld

Facebook RSS Feed