Australië, Reisverhalen
No worries in Zuidwest Australië
“Kiezen doet verliezen”, heb ik van huis uit meegekregen. Gelukkig is dat in Australië geen straf. Wil je als toerist op dit immense continent niet overprikkeld raken, dan móet je wel streng selecteren. Wij kiezen voor het westelijke Perth, zakken af naar The Great Southern en reizen vervolgens via de Karri-bossen en de Margaret River wijnregio weer omhoog. Is deze rondreis door zuidwest Australië op de kaart slechts een speldenprik, wij zijn er met gemak drie en een halve week mee zoet. Zóveel valt er te zien, te beleven en te genieten in dit eindeloze natuurpark. Een top 5 van de lange lijst hoogtepunten.
“Kiezen doet verliezen”, heb ik van huis uit meegekregen. Gelukkig is dat in Australië geen straf. Wil je als toerist op dit immense continent niet overprikkeld raken, dan móet je wel streng selecteren. Wij kiezen voor het westelijke Perth, zakken af naar The Great Southern en reizen vervolgens via de Karri-bossen en de Margaret River wijnregio weer omhoog.
Is deze rondreis door zuidwest Australië op de kaart slechts een speldenprik, wij zijn er met gemak drie en een halve week mee zoet. Zóveel valt er te zien, te beleven en te genieten in dit eindeloze natuurpark. Een top 5 van de lange lijst hoogtepunten.
Favoriete stek van inwoners en toeristen: Kings Park. Met een prachtig uitzicht over de skyline van Perth.
1. Rust en ruimte in Perth
Vanwege populaire steden als Melbourne en Sydney trekken toeristen vooral naar de Australische oostkust. Maar wij doen het anders. We vliegen naar het zuidwestelijke Perth, waar de Lonely Planet ons constant sunshine, great food, a relaxed pace, natural beauty and space belooft. En dat is precies wat we krijgen. Wanneer word je in een stad nu overvallen door rust en ruimte? Of durf je er met een gerust hart de stadslucht op te snuiven? Dat kan hier allemaal. Zelfs in Northbridge, het meest ‘roerige’ deel van de stad, vraag je je af waar de mensenmassa’s toch uithangen, en hoe het er toch zo schoon kan zijn. Deze onderwerpen blijven ons de eerste dagen in Perth bezighouden. Want dit is toch een stad? En bovendien de grootste van de westelijke staat, met zijn 1.3 miljoen bewoners (op 1,9 in heel West Australië!). Met de uitgestrekte Swan River die er dwars doorheen stroomt en uitmondt in de Indische Oceaan, draait het in deze kustplaats allemaal om water. Wie je ook spreekt, iedereen doet wel iets met watersport. Surfen, varen, vissen, zwemmen, zeilen, bijvoorbeeld. Of gewoon lekker rondbanjeren op de talloze aangename strandjes die zich op een steenworp afstand bevinden. Zoals Cottesloe Beach bijvoorbeeld, dé plek waar de wat hippere Aussies rondhangen op zondagmiddag. Voor een coffee latte of een lazy lunch op één van de gezellige terrasjes, gevolgd door een duik in zee. Dat is best een fijne weekendbesteding.
Bij het verkennen van de stad hoef je trouwens geen auto te huren. Het openbaar vervoer is hier strak geregeld. De gratis bus brengt je met grote regelmaat op alle gewilde plekken in de binnenstad, lopend en fietsend kom je er goed uit de voeten, en voor vervoer naar de stranden is de snelle metro zeer geschikt. Vanaf Barrack St. Jetty vertrekken er talloze ferries voor een trip over de Swan River of naar het nabij gelegen Fremantle of Rottnest Island.
The Great Southern verbergt een klein paradijsje: Denmark. Met onder meer de Elephant Rocks in Williams Bay om je aan te vergapen.
Een favoriete stek van stedelingen en toeristen is het Kings Park, dat letterlijk boven de stad uittornt. Meer dan 400 hectare bushland telt het park en talloze tuinen met wel 2500 verschillende plantsoorten. Wij lopen eerst maar eens naar de Botanische Tuin. Dat doen we via de zogenaamde Jacob’s Ladder, een lange steile trap die hijgend door ambitieuze joggers wordt getrotseerd. Maar de klim is het waard. Bovenaan de trap wacht ons een prachtig uitzicht op de skyline en de Swan River. En het wordt alleen nog maar beter, want ook het Kings Park heeft adembenemende uitzichten. Niet voor niets tref je er talloze verliefde koppels, gezinnetjes en eenlingen aan die – wel of niet onder het genot van een picknick – wegdromen. In tegenstelling tot menig ander park, nodigt het gras je uit om je neer te vlijen. Het lijkt wel een golfgreen, zo kort geknipt. En hondenpoep is nergens te vinden. De volgende dag besluiten we het park per fiets te verkennen (en helaas ook met een verplichte zweterige helm). Heuvel op en af fietsen we maar wat raak, fietspaden genoeg. Zo stuit je nog eens op onverwachte plekjes, zoals op een klein tennisclubje verscholen tussen de bomen, waar keurige mannen in hun witte outfits nog kakelverse grasbanen bespelen. Het Wimbledon-gevoel bekruipt ons.
Perth schijnt meer restaurants per hoofd van de bevolking te hebben dan enig andere stad in de wereld. Je vindt ze er inderdaad in alle soorten en maten, en ook van alle mogelijke kwaliteiten. De meest smakelijke salade en Chardonnay nuttigen wij toch hier in Kings Park. In het kleine restaurantcafé Botanic Garden. Of zijn het de kleurige panorama’s die ons tipsy maken?
Natuur en het goede leven komen samen bij Bartholomews Meadery, producent van honingwijn. Jaarlijks worden er zo’n 25.000 flessen mead verkocht.
2. Denmark: hippies en honing
“Vertel alsjeblieft niemand over dit paradijsje”, grapt mijn Australische tante herhaaldelijk. Meer dan een week brengen we door bij mijn familie in Denmark, het groene, heuvelachtige plaatsje aan de Stille Zuidzee, 420 kilometer ten zuiden van Perth. The Great Southern heet dit wilde gebied, dat zich uitstrekt van Walpole-Nornalup tot Esperance. Ook wij zijn verliefd geworden op de prachtige kusten, grillige bossen en o zo schone lucht. Het klimaat steekt af bij de rest van WA. De temperaturen zijn een stuk milder, en elke middag steekt de ‘Denmark Doctor’ op, een verkoelende zeebries. Ooit, zo’n 30 jaar geleden toen mijn oom en tante zich in deze bush settelden, was de gemeenschap in Denmark grotendeels zelfvoorzienend. Winkels en publieke voorzieningen waren in de wijde omgeving nauwelijks te bekennen. Regenwater werd dus opgevangen en gefilterd voor huiselijk gebruik, voedsel zelf verbouwd, en – zoals in het geval van mijn oom – huizen zelf gebouwd. Zoveel mogelijk één met de natuur leven, was de ambitie. Een levensstijl die veel hippies trok, ook uit Nederland, zoals mijn ome Bart. Velen leven er nog, al is Denmark uitgegroeid tot een dorpje met 5000 inwoners, meer reuring en een gevarieerd winkel- en dienstenaanbod. “Maar zonder fastfoodketens”, benadrukt Bart herhaaldelijk, want dat zou natuurlijk het begin van het eind betekenen voor de gemeenschap die zo trots is op haar “clean & green” imago.
De hippie levenstijl van weleer is nog steeds zicht- en voelbaar, maar is pragmatischer van aard. De levensstandaard is de laatste jaren enorm gestegen, de grond is duur, er moet ook hard gewerkt worden. Het beste voorbeeld daarvan is Bart. Naar Australië gekomen als hippie van 18, heeft hij zich in de laatste 20 jaar ontpopt als een ware selfmade man. Op een lap grond aan de South Coast Hwy, 16 kilometer van Denmark, heeft hij Bartholomews Meadery opgebouwd. Hij houdt bijen, en maakt van de honing mead, oftewel honingwijn. Zijn recept doet het goed. Veel liefhebbers, toeristen en inwoners weten de weg naar zijn knusse honingshop te vinden om de vijf wijnsoorten te proeven: Dry, Medium (tafelwijnen), Sweet (dessertwijn), Metheglin (spicy) en de honinglikeur. Jaarlijks produceert de meadery zo’n 25.000 flessen mead. Voor directe verkoop, maar ook voor export, naar Japan en Singapore bijvoorbeeld. Ook op andere fronten is de shop geschikt voor zoetekouwen. Bart maakt namelijk ook honingijs, gemaakt van natuurlijke producten. De shop is 7 dagen per week geopend, en heeft 10 medewerkers in dienst. De laatste jaren speelt Bartholomews Meadery ook een rol in de algemene voorlichting over ‘the golden liquid’ voor gezondheidstoepassingen, zoals bijengif-therapie waarbij MS- en reumapatiënten baat kunnen hebben.
Long Point: een totaal verlaten baai in Walpole-Nornalup National Park. De bumpy ride erheen is het meer dan waard.
3. Vissen kijken en bomen klimmen rond Walpole
Dankzij onze familie krijgen we plekken te zien die een toerist niet snel zal ontdekken. Wat te denken van Long Point, bijvoorbeeld: een totaal verlaten baai in Walpole-Nornalup National Park (50 km ten westen van Denmark). Ongenoemd in de Lonely Planet en via een bushtrack vanuit Walpole alleen met een fourwheeldrive te bereiken. De bumpy ride is het meer dan waard, zo indrukwekkend is deze inham met zijn heftige stromingen en rotsformaties. Terwijl krabben en hagedissen voor onze voeten wegschieten, kunnen we onze ogen niet afhouden van het azuurblauwe, hevig deinende water. Van meer dan pootje baden komt het niet. Het water is ijskoud, en de golven onheilspellend. Onze intuïtie verraadt ons niet. Later lezen we in de krant dat er de afgelopen tien jaar 18 mensen zijn verdronken.
Maar ook aan de meer bekende plekken in deze regio kunnen we ons hart ophalen. Greens Pool in Williams Bay National Park, bijvoorbeeld, is een paradijsje voor snorkelaars. Oók voor de wat minder heldhaftige, zoals ik. Het is een soort meer dat door rotsen is afgescheiden van de Stille Zuidzee. Bereikbaar voor prachtige (grote) vissen, maar niet voor haaien (zeggen ze). Onderwater kijken we onze ogen uit. Wat een vissenpracht. En bovenwater ook trouwens, naar de bizar gevormde Elephant Rocks.
Een andere toeristische trekpleister in deze bosrijke omgeving is de fameuze Tree Top Walk in the Valley of the Giants. Je kunt er een 600 meter lange wandeling maken tussen de 40 meter hoge toppen van de 400 jaar oude tingle trees. Een hele ervaring. Vanwege het uitzicht, maar ook vanwege de wiebelende stalen constructie. Dat het de meest populaire plek is in deze regio, merken we al snel. De indrukwekkende Karri-bomen hebben veel bekijks, tijdens ons bezoek met name van oudere engelse echtparen. We volgen hen naar het nabij gelegen Nornalup Tea House. Een goede keuze als je van kakelverse scones en goede koffie houdt!
De vuurtoren in Augusta, het meest zuidwestelijke puntje van Australië.
4. Margaret River: het goede leven
“You’ll find yourselves zipping up and down Caves Road”, waarschuwt de Lonely Planet ons op onze weg naar Margaret River. En zo geschiedt. De 93 kilometer lange scenic road verbindt het meest zuidwestelijke puntje van Australië, Augusta, met het noordelijker gelegen Yallingup. Je kunt de weg niet aan een stuk door rijden, daarvoor is er teveel te zien en te doen. Spectaculaire kustlijnen en grotten wisselen elkaar af met galerietjes, luxe wijnproeverijen en bossen. Halverwege ligt Margaret River. Met zijn talloze restaurantjes, cafeetjes en winkeltjes een prima uitvalsbasis dus. Door de veelzijdigheid voelen niet alleen de surfers maar ook het nettere pakkenpubliek zich hier thuis. Het is er dus ook wel wat drukker dan we tot nu toe gewend zijn. Na alle rust van afgelopen weken kunnen we dat hebben. En zo spreek je weer eens wat mensen. Op een terras worden we bijvoorbeeld aangesproken door een Nederlandse. Ze woont al 10 jaar in West Australië, en is het stadium voorbij dat ze nog aan een terugkeer naar haar moederland denkt. De relaxte levensstijl bevalt haar te goed. Al heeft het ook zijn beperkingen, merkt zij in haar baan als hotelmanager. Op mooie surfdagen komt de helft van het personeel gewoon niet opdagen, bijvoorbeeld. “First things first, werken kan altijd morgen weer”, is de gedachte. Klinkt aanlokkelijk, maar calvinistische Nederlanders als wij zijn, toch iets te ver van ons bed. Het is immers toch dankzij ons harde werken dat we ons dit soort verre vakanties kunnen veroorloven. Want Australië is niet goedkoop. In ieder geval niet zoals het vroeger geweest schijnt te zijn. De laatste jaren zijn de prijzen spectaculair gestegen, alle inwoners klagen erover. Het bewijs daarvoor zien we in de talloze makelaarsetalages in Margaret River. De huizenprijs is gelijk aan die in Nederland! Dat in combinatie met de lagere gemiddelde inkomens van de gemiddelde Australiër, is het dus niet gek dat velen zich in de schulden moeten steken. Maar al teveel lijden ze daar ook weer niet onder, zo lijkt het. Die no worries mentaliteit is zo slecht nog niet.
Via Caves Road rijd je aan op het kustplaatsje Augusta, waar de Stille Zuidzee en de Indische Oceaan elkaar ontmoeten.
Wij genieten hier met volle teugen van zon, zee en wijn. Het is moeilijk kiezen uit het grote aanbod van wijnproeverijen. En voor zwemmers is het aan deze westkust nog beter toeven dan aan de Stille Zuidzee. De temperaturen van de Indische Oceaan zijn aanmerkelijk aangenamer. En hoe noordelijker we komen, hoe meer uitgestrekt de stranden zijn. We maken lange strandwandelingen, onze ogen permanent gericht op het water. Je weet maar nooit wat je voorbij ziet zwemmen. Zo zwiert er een keer een pijlstaartrog langs onze voeten, en plonsen groepjes dolfijnen vriendelijk langszij.
Via Caves Road rijd je aan op het kustplaatsje Augusta, waar de Stille Zuidzee en de Indische Oceaan elkaar ontmoeten.
5. Dolfijnkust rond Bunbury
Het is duidelijk: wij bevinden ons aan de ‘dolfijnkust’, zoals de westkust van Australië ook wel bekend staat. In grote getale tref je ze er aan, en nieuwsgierig als ze zijn, ook in ondiep water. Belangrijke leefgebieden van de dolfijnen zijn onder meer Bunbury, Rockingham en Mandurah, alle drie op onze route richting Perth. Daar moeten we zijn dus, voor de zogenaamde ‘dolphin interactions’. Een hele belevenis, willen wij wel geloven, waar je overigens een aardige duit voor moet neerleggen (zo’n 150 AD). Voor een nadere bestudering van de dieren, kiezen wij voor Bunbury, een verder niet zo interessant industriestadje 180 km ten zuiden van Perth. Aan de Koombana Bay bevindt zich het Dolphin Discovery Centre, een non-profit organisatie dat zich sinds 1994 als enige in Australië volledig op het onderzoek naar dolfijnen richt. Door deelname aan de ‘Swim On The Wild Side Tour’ en de ‘Bay’s Interaction Zone Tour’, draag je als bezoeker een steentje bij aan de financiering van hun activiteiten.
Het is goed toeven bij Providore, één van de vele wijnproeverijen rondom Margaret River.
De ‘Interaction Zone’ is een deel van de Koombana baai van zo’n 600 vierkante meter, afgezet met witte boeien. De dolfijnen kunnen hier op ieder moment van de dag verschijnen. Voor de bezoekers bestaan wel strenge richtlijnen: je mag ze onder geen beding aanraken, niet voeren en moet de dieren vrijelijk laten zwemmen. Naar schatting leven er in de Koombana Bay zo’n 100 tuimelaars. Een aantal is van hen is vaak te zien wanneer ze zigzaggend tussen de toeristen door zwemmen. Ook wij maken dat mee. Op de ochtend van ons bezoek hebben we geluk. We staan tot onze middels in het water, wanneer een mama-dolfijn met haar jong naar ons toe komt zwemmen. De deskundige medewerkers zorgen ervoor dat we ze op een niet-opdringerige manier gadeslaan, en we ze niet afschrikken. Iets later die ochtend staat een zwemtour op het programma, die we wegens grote populariteit een dag eerder hebben moeten boeken. Met 11 man hijsen we ons in wetsuits en flippers en gaan aan boord van een vriendelijk vissersbootje. Samen met een ervaren bioloog en zijn crew gaan we op zoek naar de dolfijnen. We vinden ze, maar door de toenemende wind verliezen we ze ook weer snel in de golven. Telkens staan we met onze snorkels paraat om in het water te duiken en oog in oog met de dolfijnen te komen. Maar ze zijn vandaag niet geïnteresseerd in ons. Later begrijpen we waarom. Het is paarseizoen, ze hebben het veel te druk met elkaar. Uiteindelijk wagen we een duik, maar zodra we in het water liggen is het groepje dolfijnen al lang verdwenen. Pech voor ons, goed voor hun. De natuur laat zich niet dwingen. En dat respecteren we, zeker in dit immense land waar we ons toch al zo nietig voelen.
Goed turen naar de dolfijnen. Zo nieuwsgierig als ze doorgaans zijn naar mensen, in het paarseizoen hebben ze alleen oog voor elkaar.