Kreta, Reisverhalen
Rode pilaren, amforen en fresco’s
Els slots landt in Iraklion voor een trip langs de belangrijkste bezienswaardigheden op Kreta. Waaronder een bezoek aan de belangrijkste stadjes en uiteraad de Samaria-kloof. ‘Bij het betreffende dorp aangekomen bleek het Psychro te zijn: ik had dus een keurig rondje gelopen. Geluncht in het dorp bij een hotel dat bemand werd door een oud vrouwtje. Ze had geen menukaart, maar ik kon kiezen uit gevulde tomaten en … macaroni. Macaroni? Zou dit dan de langverwachte gelegenheid zijn om pastitsio te eten? Ja dus.’
Aankomst in Iraklion. Vertrek om half twee ‘s middags van Schiphol (met 40 minuten vertraging). Drie uur later op avontuurlijke wijze geland in Athene: het dalen gebeurde boven een soort Bijlmermeer, waarbij ik me steeds meer begon af te vragen of er nog een landingsbaan zou komen of dat we de flats zouden raken.
Het vliegveld van Athene zelf is rommelig en wordt bevolkt door druk pratende (en telefonerende) Grieken. De vertrekhal voor binnenlandse vluchten ziet er uit als een goedkoop busstation: rijen balies met daarachter een open deur waarachter al dan niet een bus staat te wachten. Nergens een bord welke vlucht vanaf welke balie vertrekt, maar dat wordt wel omgeroepen (gelukkig ook in het Engels).
Na ruim een uur vertraging te hebben opgelopen vertrok het vliegtuig uiteindelijk toch nog richting Kreta. Aan boord waren veel oude Fransen. Ook de landing bij Iraklion was weer interessant, met ditmaal de zee die als landingsbaan leek te dienen.
De afhandeling op het vliegveld was supersnel, vooral met alleen handbagage zoals ik had. Vanwege het late tijdstip maar een taxi genomen naar het hotel, Hotel Irini. De kamer was ruim en voorzien van badkamer en balkon.
Dolfijnenfresco, Knossos.
Iraklion en Knossos
De stad in voor de bus naar Knossos. Die was niet moeilijk te vinden en gaat zeer frequent. Na een kwartiertje gedumpt bij Knossos, waar het al druk was. Ook was het (om kwart voor tien ‘s ochtends) al flink heet, heter dan normaal is voor de maand mei.
Knossos ligt op een heuvel en valt op het eerste gezicht wat tegen. Je moet even de tijd nemen en wat rondlopen voor je de details ontdekt: een mooie rode pilaar, een aantal in goede staat verkerende amforen en natuurlijk de fresco’s. Helaas mag je niet overal naar binnen en moet je met name de fresco’s (o.a. de beroemde dolfijnen) van een afstandje bekijken, met een bus Duitsers in je rug. Na anderhalf uur had ik het wel gezien. Het is niet al te groot, vergelijkbaar – in meerdere opzichten trouwens – met het Forum Romanum in Rome.
Terug in Iraklion heb ik ‘s middags het Archeologisch Museum bezocht. In 15 zalen is daar al het moois bijeengebracht wat er maar op Kreta gevonden is. En dat is heel wat: gouden sieraden, vazen, sarcofagen, fresco’s etc.
Hania.
Naar Hania
Pas om half 10 wakker geworden. Snel ontbeten en naar het busstation gelopen voor de bus naar Hania. De rit verliep aanvankelijk nogal traag doordat er een soort Wielerronde van Kreta aan de gang leek te zijn (inclusief politie, ambulance en bezemwagen).
Na 2,5 uur bereikten we Hania. Hania is een klein, toeristisch stadje, maar wel met een sterk eigen (Venetiaans) karakter. Op zoek naar een kamer werd ik bij de eerste twee pensions van mijn lijstje geconfronteerd met briefjes in de trant van “we zijn even weg” of “je kunt me vinden in de taveerne tweede straat links, derde straat rechts”. Om niet de hele stad af te moeten struinen maar (telefonisch) gekozen voor Nostos Pension. Dit is gevestigd in een mooi oud huis in de binnenstad, met houten vloeren en wit/lichtblauw geschilderd. Ook heeft het een lekker dakterras, waar ik de middag doorbracht met een boek.
Afdaling in de Samaria-kloof.
Hania
Hania bekeken. Eerst naar de overdekte markt: wel een mooi gebouw (soort souk), verder niet veel bijzonders. Verder gelopen door de stad, rondom de stadsmuren en de burcht. In de burcht is het Maritiem Museum gevestigd. Op de begane grond wordt daar een overzicht gegeven van de scheepvaart op Kreta door de eeuwen heen (vanaf de Trojaanse Oorlog). Ook was er een mooie schelpenverzameling. De eerste etage was gewijd aan de Slag om Kreta tijdens WO II, met veel wapentuig, (Duitse) uniformen, medailles en zelfs een van binnen te bezichtigen onderzeeer. Al met al een heel interessant museum.
Verder op in de stad is ook nog het schattige Folklore-museum. Hier zijn een aantal kamers te bewonderen die op oud-Kretenzische wijze zijn ingericht. Veel geborduurde kleedjes dus, maar ook oude strijkijzers en naaimachines.
Lassithi.
Samaria-kloof
Hoewel ik niet zo’n wandelaar ben zou ik volgens andere Kreta-gangers de wandeltocht door de Samaria-kloof niet mogen overslaan. Dus trok ik mijn bergschoenen aan, vulde mijn rugzak met een fles water, bananen en een zak chips en stond om 7.30 op het busstation van Hania om de “vroege” bus naar Omalos te halen. Gezien het tijdstip van vertrek, de kosten en de onafhankelijkheid van een groep had ik besloten de excursie van en naar de kloof met het openbaar vervoer te doen. De publieke bus zat overigens ook helemaal vol met toeristen. Om kwart voor 9, na een mooie rit door de bergen, kwamen we aan bij de ingang van de kloof. Er was daar boven nog een restaurant, maar ik (met zo’n 80 anderen, vooral Duitsers) ging meteen op pad.
De wandeling begint met een soort trap van zes kilometer. Het is een flinke afdaling over rotsachtig gesteente. Gelukkig waren er overal bomen dus viel de hitte mee. Ook waren er om de ca. 2 km. rustplaatsen, met koel water en houten zitjes. Qua natuur vond ik het eerste deel erg mooi.
Na ongeveer 2,5 uur was ik beneden, bij het begin van de eigenlijke kloof. De rest van de tocht ging over nog meer stenen en houten bruggetjes (over het water dat in de kloof stond). Daar tussen de rotsen werd het soms erg heet. De aandacht voor de imponerende natuur werd daardoor wel wat verminderd. Vrij plotseling bereikte ik na 5 uur en 20 minuten de uitgang. Daar werd een deel van het entreekaartje weer ingenomen om er zeker van te zijn dat er niemand in de kloof was achtergebleven.
Even voorbij de uitgang waren allerlei drankstalletjes, maar ik besloot nog even door te lopen naar het dorpje Agia Roumeli om daar aan het water bij de boot nog iets te eten en te drinken. Het werd nog een vermoeiend half uur lopen over de hete stoffige vlakte.
Ik was ruimschoots op tijd voor de eerste boot van 15.45 naar Hora Sfakion (Sfakia). De boot was een flinke veerboot waar honderden mensen op konden. Niet alleen de tientallen die door de hele kloof waren gelopen, maar ook de dagjesmensen die alleen het laatste stukje hadden gezien moesten met deze boot mee. De boottocht duurde een uur. Het water was helderblauw, de kust grijs en dor, versierd met heel af en toe een wit dorpje.
De boot sloot ook in Sfakia weer mooi aan op de publieke bus naar Hania. In een uur en drie kwartier reden we eerst over de kale grijze vlaktes en later door schattige dorpjes. Om kwart over 7 was ik, niet eens al te moe, weer terug in het hotel.
Rhethymno
Vroeg genoeg wakker om de bus van half 10 naar Rhethymno te kunnen halen. Erg stijve kuiten van de tocht van gisteren, vooral als je een tijdje gezeten hebt is opstaan en de eerste stappen zetten een hele klus (liggen en vlak of bergopwaarts lopen gaan prima, bergafwaarts niet).
In Rhethymno meteen doorgelopen naar Olga’s Pension. Een briefje op de deur meldde dat de eigenaresse (zoals zovaak het geval is bij Griekse pensions) te vinden was in de naburige taveerne. Een kamer in het hotel kostte eigenlijk 7000 drachme, maar omdat ik alleen was mocht ik hem voor 6000 hebben. Even later, in de kamer zelf, zakte de prijs nog tot 5500 drachme. Een koopje, zeker gezien het feit dat zowel de kamer als het pension niets onder deden voor die in Hania (eigen badkamer, dakterras).
Plakias
De dag begonnen met een rondje door Rhethymno: langs de haven en het fort. Het haalt het mijns inziens niet bij Hania.
Om 10.30 met de bus naar Plakias, een badplaatsje aan de zuidkust. Het was een mooie tocht van een uur door groen en heuvelachtig gebied. Plakias is een dorpje waar slechts 100 mensen schijnen te wonen maar waar een veelvoud aan toeristen ‘s zomers onderdak vinden.
Het grootste deel van de dag in de zon aan het water zitten lezen. Ook nog wat souvenirs aangeschaft, waaronder een pseudo-icoontje voor mijn verzameling “kitsch uit de hele wereld”.
Iraklion
‘s Nachts niet al te best geslapen doordat er rond twaalven een soort optocht door de stad trok, onder veel gezang en politiebegeleiding. De nacht ervoor was ik ook al wakker geworden van een enorme knal. Het leek wel een bom. Helaas niet meer te weten gekomen wat het geweest is.
Alvorens naar Iraklion terug te keren stond een bezoek aan het Arkadi-klooster op het programma. De bus van 10.30 deed er een uur over, zodat er maar een half uurtje over bleef om het klooster te bekijken. Dit bleek echter voldoende. Het klooster was vrij sober en hier en daar wat vervallen, met enkele, niet erg bijzondere iconen.
Precies op tijd was ik terug op het busstation om de bus van 13.45 naar Iraklion te halen. De anderhalf uur durende rit verliep voorspoedig. Het was echter wel bloedheet bij aankomst in Iraklion. Daar intrek genomen in Hotel Mirabello (ruim, simpel maar met verfrissende douche).
Lassithi Plateau
Vandaag met de publieke bus naar het Lassithi Plateau. Vertrek (van de eerste van slechts 2 bussen per dag) was om 8.30.
Het plateau bereikten we na anderhalf uur, waarna via allerlei gehuchtjes een half uur later de eindbestemming Psychro volgde.
Vanaf Psychro begon ik aan een zes kilometer lange wandeling die ik in Rhethymno uit een in het hotel rondslingerende reisgids had gekopieerd (eigenlijk meer overgeschreven). Deze zou mij over het plateau moeten voeren naar het plaatsje Tzermiado. Aangezien de routebeschrijving van het kaliber “ga bij de grote oude appelboom linksaf” was, leek het me nog een hele opgave de eindbestemming te bereiken.
De tocht ging over de recht aangelegde paden tussen de met molens ge-irrigeerde akkers. Helaas werkten de meeste molens niet, zodat alleen de (honderden) karkassen te bewonderen waren. Op de velden waren veelal oude mensen aan het werk. Met ezels en ezelkarretjes vervoeren ze hun oogst. Na vergeefs gezocht te hebben naar een T-splitsing die in de routebeschrijving was opgenomen, ben ik maar op het zicht verder gelopen naar het grootste dorp dat ik zag (vanaf het plateau kon je de omgeving goed zien en je kunt er dus eigenlijk niet verdwalen). Bij het betreffende dorp aangekomen bleek het Psychro te zijn: ik had dus een keurig rondje gelopen.
Geluncht in het dorp bij een hotel dat bemand werd door een oud vrouwtje. Ze had geen menukaart, maar ik kon kiezen uit gevulde tomaten en … macaroni. Macaroni? Zou dit dan de langverwachte gelegenheid zijn om pastitsio te eten? Ja dus: het bleek een wat kleverig goedje te zijn uit de oven met naast macaroni (of eigenlijk penne) ook gehakt, kaas en iets zoetigs.
Helaas vertrok de (laatste) bus al om 14.00 weer naar Iraklion, zodat er geen tijd over was om bijvoorbeeld de nabijgelegen Dikti-grotten te bekijken.
Ondanks het gemis van een wekker op tijd wakker geworden om om 6 uur op het vliegveld te zijn. Het was er nog rustig, het inchecken verliep vlot. Hoewel zowel de vlucht van Iraklion naar Athene als die van Athene naar Amsterdam enige vertraging opliepen bij het vertrek, leverde Olympic Airways me toch keurig op het geplande tijdstip (12 uur) af op Schiphol.