Bolivia, Reisverhalen
Salar de Uyuni, wonderschone droom
Spookstad Uyuni is de laatste bevoorradingshaven voor een van de mooiste natuurgebieden ter wereld. De Salar de Uyuni en Zuid-Lipez. Pascal ten Have bezocht deze wonderschone plek op aarde. ‘Tsja, ze noemen het een zoutmeer. Zoutmeer, ik dacht dat een zout meer al vrij snel een zee was. Nog iets, een meer, ik heb altijd heel naïef gedacht dat je voor een meer water nodig had. Geen water gezien, in een gebied zo groot als half Nederland…’
Uyuni is een onwerkelijke stad. Een postapocalyptisch beeld. Er is zelfs geen plantje dat zin heeft er te groeien. Een wereld geteisterd door kou en een nooit aflatende snijdende wind. Zo gaat het eruit zien als de olie op is. Nou ja, aldus Cormac McCarthy in z’n boek “the Road”.
Het treinkerkhof van Uyuni.
Een unieke plek dus, Uyuni. Zeker als je om vijf uur in de ochtend. Bij -25 graden Celsius. En wat doe je dan, als je eigenlijk alleen maar tropenkleren bij je hebt? Inderdaad al je kleren tegelijk aan; met drie broeken, thermo-ondergoed, hemden, longsleeves, twee truien en een jas ben ik op pad gegaan. In die kleren zou ik elk potje strippoker gewonnen hebben!
Zout winnen in de Salar de Uyuni.
Salar de Uyuni
En weet je wat nou het ironische is, deze spookstad is de laatste bevoorradingshaven voor een van de mooiste natuurgebieden ter wereld. De Salar de Uyuni en Zuid-Lipez. De eerste is een onwaarschijnlijke zoutwoestijn. Tsja, ze noemen het een zoutmeer. Zoutmeer, ik dacht dat een zout meer al vrij snel een zee was. Nog iets, een meer, ik heb altijd heel naïef gedacht dat je voor een meer water nodig had. Geen water gezien, in een gebied zo groot als half Nederland…
Salar de Uyuni.
Lithium
Volgens onze gids hadden we geluk, waarschijnlijk waren we de laatste generatie toeristen die de Salar nog zo puur hebben gezien… Deze plek is zo wit dat Neill Armstrong zei dat het de meest in het oog springende plek ter wereld is. Vanaf de Maan. Zo wit en fel, dat ik mijn Def Rhymz skibril wel had willen gebruiken ook al zit hij nog steeds onder het Def-Rhymz-kwijl. Zo wit en zo oneindig.
Maar ja, de moderne tijd begint zich te roeren, de halve wereldvoorraad Lithium ligt gevangen onder het meer. En naar het schijnt ook olie, gas en goud. Enfin, exit natuur. Dat houd je niet tegen met een habitatrichtlijn. Zeker niet nu de Bolivianen en Evo Morales voorop er op gebrand zijn er dit keer zelf rijk van te worden. En niet wéér Spanje of de VS.
Naar het schijnt gaan ze volgend jaar beginnen met de eerste mijngang.
Van deze blokken zout bouwen ze huizen.
Overnachten in deze gebieden is een uitdaging. Een paar feiten:
Hoogte 4880 m (Mt Blanc ter vergelijking is 4810m)
Windsnelheden tot 130 km/h
Temperatuur kan zakken tot -30 graden Celsius
En hetgeen wat misschien wel het ergst is, verwarming kennen ze niet, stromend water trouwens ook niet.
Als je vraagt: ‘Goh meneer waarom heeft u geen stromend water?’, dan kan je twee antwoorden krijgen: 1- Dat vriest toch kapot bij deze temperaturen; 2- Het is vorig jaar* kapotgevroren (* of welke tijdsaanduiding dan ook). Waarom heeft u dan leidingen aangelegd en heb ik al twintig kranen geteld? Daar is maar één antwoord op mogelijk. De architect was een Gringo.
Laguna Colorada
Na een nacht waarin ik natuurlijk sliep als een spreekwoordelijke os gingen we verder. Naar de Laguna Colorada (ROOD) en de Laguna Verde (GROEN) en de woestijn met de stenen boom. Het is een cliché om deze vergelijking te maken maar alleen Salvador Dalí had deze landschappen kunnen bedenken, en als je er een giraf van zeventig meter in zou zetten met een bolhoed op waaruit het regende heb je een typisch schilderij van hem.
Als je in drie dagen een gigantisch zoutmeer ziet gevolgd door een bloedrood meer, een groen meer, duizenden flamingo’s en de raarste woestijnen gevuld met Verlaten Rotsen terwijl je heel de dag dezelfde cd met panfluithouse luistert bij een temperatuur van tientallen onder nul weet je echt niet meer of je alles nou beleefd hebt of dat het een absurde maar wonderschone droom was.