Cuba, Reisverhalen
Santa Clara en Cienfuegos
In drie dagen een flink stuk Cuba doorkruisen is best pittig, zo ondervonden Annelie Verhagen en haar vriend. Maar de steden Santa Clara en Cienfuegos waren wel de moeite waard. Iets te eten vinden is wel een probleem en niet alleen voor Annelie. ‘De supermarkten zijn bijna leeg en de toeristische munteenheid CUC wordt lang niet overal geaccepteerd.’
Cienfuegos en Santa Clara hebben we in recordtempo bezocht. We hadden (inclusief reistijd) krap drie dagen. Het bleek al vrij snel een prima planning, aangezien je beide steden binnen ´n dag helemaal hebt doorkruist.
Santa Clara
Santa Clara trekt vooral mensen die het monument, mausoleum en museum van Che Guevara komen bezichtigen. Buiten deze Guevara-memorabilia is Santa Clara een saaiig stadje, waar weinig enerverends te beleven valt. Gelukkig logeerden we in een top-casa particulare en dat maakte veel goed.
Mausoleum Che Guevara Santa Clara
Casa particulares zijn kamers bij mensen thuis, waar je niet alleen kunt slapen, maar ook voor weinig geld ontbijt en avondeten krijgt. Het lijkt misschien raar om bij vreemden thuis te logeren (vonden wij tenminste in het begin wel), het merendeel van de toeristen kiest wel voor deze optie. En met een goede reden, want in Cuba zijn vrijwel alle hotels en restaurants in handen van de regering en daarom duur en reuze ongezellig. Onze casa Florida Center wordt gerund door de flamboyante Angel een breedgeschouderde kerel met blonde krullen en een enorme bierbuik, die een passie heeft voor orchideeën en lekker eten.
Dat laatste is een unicum in Cuba, waar je al de grootste moeite moet doen om een simpel broodje te scoren. Het is nauwelijks voor te stellen, maar de supermarkten zijn zelfs in grote steden bijna leeg, op een paar planken met conservenblikken, koekjes en frisdranken na. Daar komt nog bij dat de convertible peso (CUC), de munteenheid waarmee toeristen betalen, lang niet overal wordt geaccepteerd en de reguliere peso, waarmee de Cubanen zelf betalen, weer niet aan buitenlanders wordt uitgekeerd. Vaak kunnen we dus niet eens iets kopen, al zouden we het willen. Reuze ingewikkeld allemaal. We waren dan ook als kinderen zo blij toen Angel ons een geweldige visschotel voorzette, met kreeft, gamba´s en langoustines in de tuin van de casa. Wat een feest! En de volgende ochtend ging het festijn vrolijk verder, toen we als ontbijt een enorme schaal vol vers fruit, croissants en taartjes kregen.
Cienfuegos
Later die dag hebben we onszelf nog meerdere keren afgevraagd waarom we niet een paar overgebleven gebakjes in onze tas hadden gestopt, want Cienfuegos blijkt qua eten nog veel rampzaliger dan Santa Clara.
Het lieflijke stadspark José Martí in Cienfuegos
Maar wat een mooi stadje is Cienfuegos wel, met een theater, museum en zelfs een heuse mini ‘Arc de Triomphe’, gebouwd rondom een liefelijk stadspark. Vanmorgen zijn we naar de andere trekpleister van Cienfuegos gewandeld: Punta Gorda, een stukje land in een baai, omgeven door de Caribische zee. Ook hier lijkt het soms of de tijd heeft stilgestaan. Koloniale herenhuizen worden afgewisseld met foeilelijke betonnen bouwwerken, die je het gevoel geven alsof je in het voormalige Oost-Duitsland bent beland. Hopeloos ouderwets, maar juist daarom geweldig om te zien.
Omdat je ook Cienfuegos na een dagje wel gezien hebt (de buurbewoners herkennen ons zelfs al en zwaaien uitbundig als we voor de vierde keer voorbij komen gewandeld), gaan we heel snel verder naar onze volgende bestemming. We hebben zojuist met drie klinkende zoenen afscheid genomen van onze gastvrouw Leonor (die ons met de krulspelden in vanaf haar balkonnetje heel schattig heeft uitgezwaaid). Zouden ze op onze volgende bestemming misschien wel iets lekkers te eten hebben?
2 Reacties
Ik heb het verhaal van Annelie Verhagen gelezen.
Mijn ervaringen in Cienfuegos (en ook in alle andere plaatsen) zijn toch wat anders.
Mijn reisgenoten en ik hebben in Cuba prima gegeten, voornamelijk in de casas particulares maar ook op andere plekken zoals Club Cienfuegos.
De keuken op Cuba is niet echt gevarieerd maar de gastvrijheid van de mensen in de casas particulares maakt alles meer dan goed.
Och…iedereen beleeft zijn vakantie op zijn eigen manier.
Verder hebben wij veel zaken het zelfde beleefd als Annelie.
De winkels zijn leeg, de cubanen zijn arm, maar toch zijn ze ook rijk, want ze gaan swingend door het leven. Wat een fijn volk !
Ik ga graag nog een keer terug naar Cuba.
Kees Smetsers
Nog een aanvulling op mijn reactie.
Het klopt wat Annelie schrijft: In Cuba kun je het beste eten in de casa particulares, dus bij de cubanen thuis.
Als je echter ook op andere plekken wilt gaan eten zijn de “paladares” aan te bevelen.
Dat zijn kleine restaurantjes die gerund worden door de lokale bevolking, vaak in hun huis of in de nabijheid van hun huis.
Een voorbeeld daarvan is “Paladar Sol y Son, Simon Bolivar283, Trinidad.
Deze kleine paladar is gevestigd in een tuintje bij een woning in een zijstraatje, 200 meter van Plaza Mayor, midden in het historische centrum van Trinidad waar ‘avonds op de pleinen de salsa wordt gedanst.
De sfeer in deze paladar was heel bijzonder en het eten prima.
We zijn in Trinidad ook nog in andere paladares wezen eten en daar was het ook genieten van de gastvrijheid die wij ontvingen van de cubaanse eigenaren.
Kees Smetsers