Zweden, Reisverhalen
Schaatsen in elandenland
Een week lang ben ik op vakantie in Östersund, een stad in het centrum van Zweden. Rondom Östersund strekt de ruige natuur zich honderden kilometers uit. Östersund ligt zo noordelijk, dat de temperatuur al in november onder de nul duikt en de dooi in maart pas inzet. Ik kom om te genieten van de natuur, het extreme klimaat en de Zweedse gezelligheid. Maar Östersund heeft nóg een pluspunt: je kunt er de hele winter schaatsen.
Voorzichtig maak ik mijn eerste slagen op het ijs van het Storsjönmeer. De zon schijnt en er staat een frisse wind op het meer. Het is al weer een tijd geleden dat ik op natuurijs stond, en onzeker verdeel ik mijn gewicht over beide schaatsen. De ijzers glijden over het harde, blauwe ijs. Dan weet ik het weer, schaatsen is net als fietsen, als je het eenmaal kunt, verleer je het nooit meer. Ik buig door m’n knieën, krom mijn rug en maak een eerste echte slag. Rustig haal ik mijn andere been bij, plaats de schaats met de buitenkant van het ijzer op het ijs en breng mijn zwaartepunt over. Een euforisch gevoel maakt zich van me meester. Ik schaats!
Het plaatsje Ostersund in Zweden.
Gemeentebaan
Östersund is bij Zweden bekend als wintersportplaats voor typisch Scandinavische sporten. Jaarlijks worden hier grote wedstrijden gehouden in biatlon en crosscountry, een combinatie van langlaufen en schieten. In de beboste heuvels rond de stad is een uitgebreid netwerk van loipes. Maar aan schaatsen, de enige wintersport in Nederland, wordt hier ook gedaan. Twee trekkers van de gemeente onderhouden het hele winterseizoen een schaatsroute op het Storsjönmeer. Eén houdt het ijs sneeuwvrij, de andere rijdt rond met een speciale ijsschaaf. Het resultaat is fantastisch: een geprepareerde baan van maar liefst vijftien kilometer prachtig ijs.
We schaatsen op het Storsjönmeer.
Op het ijs verwacht ik vooral schaatsgekke landgenoten aan te treffen. Die zijn er inderdaad. Maar tot mijn verbazing bestaat het merendeel van de schaatsers uit Zweden. Als de winter in Östersund begint tegen het einde van oktober, kan er al geschaatst worden op ondiepe meren rond de stad. Vanaf november is ook het Storsjönmeer bevroren. Het ijs wordt zelfs zo dik dat er tot maart auto’s overheen rijden.
Het schaatsen begint weer te wennen. De koude lucht prikt in m’n gezicht en de tranen biggelen over mijn wangen. Ik geniet met volop en rij naar het einde van de baan. Helaas ligt er te veel sneeuw om het hele meer te verkennen. Op de terugweg naar Östersund kom ik steeds meer schaatsers tegen. Sommige Zweden rijden met skistokken. De beweging lijkt meer op langlaufen dan op schaatsen maar de ‘schaatslaufers’ gaan zeker niet langzamer dan de schaatsers zonder stokken. Voor de kade van Östersund heerst een gezellige drukte. Er is zelfs een vuurtje op het ijs.
Een gevarenbord met priksleeën...
Eland
Na een half uurtje rust, begint het alweer te kriebelen. Dit keer schaats ik de baan met de Zweedse Joakim. Hij woont in Östersund en werkt bij de VVV. Maar vandaag is hij op het ijs. We schaatsen naast elkaar en kletsen over de omgeving. Joakim is een echte natuurliefhebber. Trots vertelt hij over de dieren die hier voorkomen. Vooral zijn verhalen over elanden wekken mijn interesse. Ik vraag hem of hij wel eens een eland in het wild heeft gezien. “Natuurlijk, daar stikt het hier van!” Automatisch kijk ik om me heen, alsof we net langs een eland zijn geschaatst. Joakim vertelt dat hij er een paar heeft gezien in zijn leven. Omdat er ook op elanden wordt gejaagd in Zweden zijn ze schuw. Ik vertel welke hertensoorten er in Nederland voorkomen. “Reeën zijn hier ook. Maar het zien van een eland is wel een stuk spectaculairder.
Herten zijn er genoeg in de Zweedse bossen, maar waar zijn de elanden?
Mannetjes hebben een schofthoogte van wel twee meter, daar komt de kop en het gewei dan nog bij. Maar elanden kunnen zich, ondanks hun grootte, wonderbaarlijk goed verbergen. Ze lopen het bos in en opeens is zijn ze verdwenen tussen de bomen, een soort verdwijntruc is het.” Joakim weet me zo enthousiast te maken dat ik alleen nog maar naar de bossen naast het meer kijk. Als ik hem vertel dat ik graag zo’n woudreus in de vrije natuur zou willen zien, pakt hij al schaatsend zijn telefoon. Vriend Jonne heeft een kennel met sledehonden waarmee hij meerdere keer per week oefent voor wedstrijden. Toevallig gaat hij morgen trainen en wij mogen mee. Dit is natuurlijk dé kans om de natuur in te trekken op zoek naar wilde dieren.
Een eenzaam Zweeds huisje in de sneeuw.
Vals alarm
De volgende morgen staan we al vroeg in de krakende sneeuw bij het huis van Jonne. Als de honden voor de houten slee zijn gespannen, vertrekken we. Terwijl we door het witte landschap glijden, geniet ik van de natuur en de stilte om me heen. Het landschap is zeer afwisselend. Het ene moment glijden we door een donker dennenwoud, het volgende moment is het landschap weer open met uitgestrekte sneeuwvlaktes en hier en daar een boom.
Harder en harder glijden we over het bevroren pad.
Na een uur, wordt het pad bochtiger. Opeens versnellen de honden. Harder en harder glijden we over het bevroren pad. Jonne vertelde me dat je het aan de honden kunt zien, wanneer er een wild dier in de buurt is. Ze worden onrustig en gaan sneller lopen. Precies zoals nu. Volgens mij hebben de viervoeters iets geroken. Verwachtingsvol kijk ik om mee heen, deze eland, wolf of beer zal me niet ontgaan. Dan is er een scherpe bocht in de route. Jonne hangt met zijn volle gewicht naast het houten frame. Met veel gekraak draait de slee op het ijzige parcours. Jonne roept bevelen naar de honden, terwijl de stukken sneeuw en ijs door de lucht vliegen. “Doe nou rustig,”, denk ik, “áls er hier een wild dier is, dan heeft die ons nu wel opgemerkt”. Toch tuur ik ingespannen naar de besneeuwde bosjes om ons heen. Er beweegt niets en ik zie al helemaal niet de grote bruine gestalte van een eland staan. Na de bocht lopen de honden rustiger en glijden we weer geruisloos door het landschap.
Een prachtig uitzicht midden in de Zweedse natuur.
Vragend kijk ik om naar de hondendrijver. “Denk je dat de honden een eland roken?”. “Onee”, antwoord de Zweed laconiek, ”ze weten dat ze moeten versnellen bij een scherpe bocht. Anders valt de slee om”. Zijn ogen zijn alweer op de honden gericht. Vals alarm dus. Verderop laat Jonne sporen zien van een eland, maar een levende woudreus komen we niet tegen.
Gouden tip
Tijdens het schaatsen blijf ik onwillekeurig toch de bosranden afspeuren, in de hoop op een eland. Op de een na laatste dag van mijn verblijf in Östersund, kom ik Joakim weer tegen. “Heb je nou al een eland gezien?”, vraagt hij plagend. Ik vertel dat ik tot nu toe een topweek heb gehad, maar dat het zien van een eland het helemaal perfect zou maken. “Ik weet twee plaatsen waar je elanden kunt zien”, zegt Joakim. Ik hang aan zijn lippen. “Iets buiten de stad is een boer die elanden houdt. Daar zou je morgen naartoe kunnen gaan.” “En de andere plaats?”. “Heb je al plannen voor vanmiddag?”, vraagt Joakim op geheimzinnige toon. “Anders moet je deze route eens wandelen”. Hij buigt zich over de kaart en wijst op een doodlopend weggetje. Ik kan niet wachten om met zijn tweede tip aan de slag te gaan.
Die namiddag kleed ik me extra warm aan en ga op pad. De route is fenomenaal mooi. Ik loop tussen de witte heuvels. De zon zakt en kleurt het landschap oranje. Reeën komen uit het bos om voedsel te zoeken op de besneeuwde akkers. Ik loop langs prachtige monumentale houten boerderijen. En dan kan ik mijn ogen bijna niet geloven. Aan de rand van het bos zie ik een eland. Toch nog! Ik durf niet te bewegen. Ik durf niet eens te ademen. De grijsbruine gestalte is inderdaad erg groot. Vooral de kop is enorm. ‘Een foto maken’, hoor ik mezelf denken. En alsof de eland me hoort, draait het dier zich in slow motion om en wandelt het bos in. Binnen een paar tellen is de bosbewoner verdwenen. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik blijf wachten, misschien komt hij terug. Maar het dier is weg. Ik ben zo blij, dat ik mijn verhaal aan iemand kwijt moet. Ik besluit een sms te sturen aan mijn tipgever Joakim. YES! SAW A MOOSE, THANKS FOR YOUR GOLDEN TIP!!!
Daar is tie dan! Een eland. En nog wel van heel dichtbij gefotografeerd.
De paar seconden dat ik de wilde eland zag, maken het verblijf in Östersund nog mooier dan het al was. De volgende ochtend zie ik hoe de tamme elanden op de boerderij aardappels te vreten krijgen. Hun lange poten, korte staartje en enorme behaarde neus maken de Japanse toeristen aan het lachen. Na het bezoek aan de elandenfarm, bind ik nog een keer mijn schaatsen onder. Voor de laatste keer zweef ik over het gladde ijs van het Storsjönmeer en geniet met volle teugen van de winter.
