Somalië, Reisverhalen
Somalië‘s enige succesverhaal
Het hele grensgebied is één grote, losgeslagen bende. Overal slingert afval in het rond en in de stekelige struiken langs de kant van de weg wapperen honderden gele, blauwe, witte en roze plastic zakjes, erin geblazen door de harde wind die hier continu aanwezig lijkt te zijn. We zijn onderweg naar Somaliland, een land dat al twaalf jaar onafhankelijk is, maar nog steeds geen internationale erkenning heeft. ‘Het enige succesverhaal van Somalië’ lees je overal. Een verslag van een reis naar een bijzonder en eigenzinnig land.
Hortend en stotend leggen we de laatste honderd kilometer af vanaf Jijiga in Ethiopië naar de grens van Somaliland. De weg is onverhard en zo slecht dat onze busjes amper harder kunnen rijden dan 20 kilometer per uur.
Het is heet en stoffig en het landschap een dor en uitgestrekt niemandsland, enkel bewoond door Somalische nomaden. Hun typische nomadenhutten, met lappen en stukken zeil tegen stof en wind beschermd, vormen kleurrijke bolletjes in het saaie landschap.
Somalische troepen
Oude, verroeste tanks zijn stille getuigen van de oorlog in 1978, toen het Ethiopische leger, geholpen door maar liefst 13.000 Cubaanse en 4000 Jemenitische bondgenoten, de Somalische troepen verjoeg die de Ogadenwoestijn bezetten en probeerden de provincie bij Somalie te voegen. De tanks zijn er altijd blijven liggen en niemand voelt blijkbaar de behoefte om ze weg te halen, zodat ze nu als speelgoed dienen voor de kinderen en het gewelddadige verleden altijd zichtbaar zal blijven.
Kameel.
Nomade
Een kameel komt ons tegemoet gesjokt, een enorme lading van takken balanceert op zijn rug. Een nomade loopt er een paar meter achter, zijn polsen losjes over de stok geslagen die hij in z’n nek heeft gelegd. Ik ontmoet een verbaasde blik als ik m’n hand opsteek. Hij blijft staan en kijkt me na. Pas na een paar seconden gaat zijn hand omhoog in een weifelende groet, alsof hij nog niet begrijpen kan wat hij gezien heeft. Hoelang zou deze man al geen westerlingen meer gezien hebben, vraag ik me af. Ik herinner me de eigenaar van ons knusse hotelletje in Jijiga, die vertelde dat er sinds 1995
geen blanken meer in zijn hotel geweest waren!
Somalische bruid.
Hulporganisaties
In Jijiga, de belangrijke grens- en handelsplaats, weten we een exitstempel in ons paspoort te bemachtigen. Het wemelt er niet alleen van de Somaliërs, maar ook van alle mogelijke hulporganisaties die je maar kunt bedenken; de UNHCR, Artsen zonder Grenzen, het World Food Programme, de UN, Save the Children, het Rode Kruis. Het exitstempel betekent voor ons het groene licht voor Somaliland, want als de Ethiopiers over de veiligheid bij de Somalische buren hadden getwijfeld, hadden we Somaliland op onze buiken kunnen schrijven. Op het vliegveld van Addis spreken we met een vrouw van Artsen zonder grenzen die ons waarschuwt voor het geweld en de onrust in Somalië en ook in het oosten van Somaliland, dus helemaal zeker van ons Somaliland-avontuur zijn we niet.
Vrouwen bij een Somalische bruiloft.
Vrede en stabiliteit
Terwijl we voorthobbelen en door elkaar worden geschud, probeer ik me een beeld te vormen van dit land, maar ik heb geen flauw idee wat we er aan zullen treffen. Reisgidsen zijn er simpelweg niet van deze republiek die zich in 1991 afscheidde van Somalië, toen de dictator Siad Barre er verdreven werd en het land ten onder ging aan de waanzin van zijn inwoners. De krijgsheren die de dictator hadden verdreven, begonnen een oorlog tegen elkaar en sindsdien is het geweld er nooit meer opgehouden. Alleen op internet was wat informatie te vinden en steeds weer werd Somaliland afgeschilderd als ‘het enige succesverhaal van Somalië’, een land van vrede en stabiliteit in dit deel van Afrika, waar de straten niet onveilig gemaakt worden door rivaliserende krijgsheren en gewapende bendes, zoals in het door burgeroorlog verscheurde Somalië.
Al twaalf jaar is Somaliland nu onafhankelijk, maar het land heeft nog steeds geen internationale erkenning. Het probleem is dat de Afrikaanse landen in 1963 hebben afgesproken de landsgrenzen nooit meer te veranderen en internationale organisaties zijn bang dat als ze Somaliland erkennen, er straks nog veel meer Afrikaanse landen uit elkaar zullen vallen. Ik zit te popelen om kennis te maken met het bijzondere en eigenzinnige land dat Somaliland moet zijn.
Somaliland.
Exitstempel
Het hele grensgebied is één grote, losgeslagen bende. Overal slingert afval in het rond en in de stekelige struiken langs de kant van de weg wapperen honderden gele, blauwe, witte en roze plastic zakjes, erin geblazen door de harde wind die hier continu aanwezig lijkt te zijn.
We verwisselen de busjes voor jeeps en laten Dereje, onze sympathieke Ethiopische gids, bij de grens achter. Al dagen heeft hij last van een hardnekkig abces in de buurt van zijn zitvlak en de afgelopen kilometers moeten een verschrikking voor hem zijn geweest. We binden hem op het hart naar het ziekenhuis te gaan in Jijiga en hij probeert een zwakke glimlach tevoorschijn te toveren op zijn van pijn vertrokken gezicht.
‘Yes yes, I will do, I will do, don’t worry.’
En weg is hij, opgelost in de menigte van mannen die inmiddels is toegestroomd om deze vreemdelingen stilzwijgend en uitgebreid op te nemen.
Ahmed verzamelt onze paspoorten, verdwijnt ermee in een kantoortje langs de kant van de weg. Tien minuten later prijkt er een vaag stempel in ieders paspoort: ‘Entery’ met een originele extra ‘e’ en de datum van vandaag, maar de naam ‘Somaliland’ ontbreekt.