Engeland, Reisverhalen
South Atlantic Islands: eilanden in Atlantische oceaan
Een bezoek aan de Britse eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan is een heel bijzondere ervaring. Doordrenkt van geschiedenis, walvisvaart, kolonisatie, slavenhandel en verbanningsoorden komt dit alles tot leven zodra je een voet op de wal zet van deze eilanden. Deze eilanden zijn overigens zeer geliefd bij vogelaars van over de hele wereld omdat op deze eilanden vogels voorkomen die nergens anders ter wereld te zien zijn. Zo is er de South Georgia Pintail, de Wirebird van St. Helena of de Gough lijster.
South Georgia ligt ongeveer 2300 kilometer ten oosten van Argentinië en 1500 kilometer ten noorden van het Antarctisch schiereiland. Het heeft een subarctisch klimaat en er komen heel veel prachtige dieren voor. Talrijke zeehonden, de naar mijn idee mooiste pinguïnsoort – de koningspinguïn – en veel vogels als de keizeraalscholver, albatrossen, reuzenstormvogel etc. Als je de kans krijgt dit eiland te bezoeken, zorg er dan wel voor dat je reisorganisatie lid is van de IAATO, de International Association of Antarctic Tour Operators (http://www.iaato.org), omdat anders een landing buiten de landing in Grytviken uitgesloten is. En de natuur is hier zo prachtig, zeker in de arctische zomer als er duizenden en nog eens duizenden koningspinguins broeden op de Salisbury Plain, werkelijk schitterend. Alleen is het altijd de vraag of de zodiaks kunnen landen, want het weer is vanzelfsprekend niet altijd geweldig en je hebt toch echt een rustige zee nodig om met enigszins droge voeten te kunnen landen.
Naast een schitterende natuur heeft dit eiland ook nog een rijke geschiedenis.
Ernest Henry Shackleton
Op dit moment wonen er slechts een handjevol Britten op het eiland die de consessies van de visvangst in de gaten houden. Daarnaast zijn er nog enkelen die het museum en het postkantoor in Grytviken bemannen. Op de begraafplaats van Grytviken ligt één van Engelands grootste poolreizigers begraven, sir Ernest Henry Shackleton. Deze man is legendarisch geworden nadat tijdens zijn zuidpoolexpeditie in 1914 zijn schip de Endurance vast kwam te zitten in het poolijs. Nadat het schip door het ijs in stukken was gebroken moest hij hulp gaan zoeken en maakte een bootreis met een reddingsboot naar South Georgia, 1300 kilometer verderop. Toen hij en enkele anderen de zuidkust van South Georgia bereikten, zijn ze over de bergen getrokken en bereikten ze de walvishaven van Stromness Bay en eindelijk konden ze daar hulp halen en vervolgens hun medereizigers gaan bevrijden, die nog vastzaten in de Weddell Sea. Geen enkele man verloor het leven tijdens deze expeditie dankzij het doorzetten van Shackleton.
Momenteel is er nog een alleraardigst museum, gelegen naast een grote hoop metaalafval. De restanten van een van de walvisstations. Ook dat is een deel van de geschiedenis van dit fraaie eiland. Het is niet eenvoudig al deze rotzooi op te ruimen, want alles moet per schip vervoerd worden. Men is er wel mee bezig, maar echt goed voor de natuur is het uiteraard niet.
Grytviken.
Tristan da Cunha
Vanuit South Georgia tot Gough Island is het meer dan 2500 kilometer varen, pakweg vier volle dagen op zee en ben je blij dat je weer land ziet. Gough Island is een eiland waar niemand op mag landen, het is beschermd gebied, dit om de flora en fauna in stand te houden. Het is na de ijzige gebieden van Antarctica en de subarctic van South Georgia het eerste groene eiland dat je tegenkomt reizend vanuit het zuiden. Het is dan nog een dag varen naar de Tristan da Cunha groep. Een drietal eilanden, naast Tristan is er nog Nightingale Island en Inaccessible Island. Inaccessible Island is ooit ontdekt door Nederlanders in 1652 en werd Nachtglas genoemd, naar het schip wat het ontdekte, met als opmerking Inaccessible erachter. De Britten hebben dit overgenomen en ook maar zo genoemd daarna. Overigens is het ook een eiland waarop het heel moeilijk landen is.
Zeehonden en koningpinguïns.
Nightingale Island is het vakantie-eiland van de 300 bewoners van Tristan en hierop staan een aantal vakantiehuisjes en komen grote kolonies rotspinguins voor met hun prachtige gele kuiven. Dit moet je gezien hebben.
Het hoofdeiland Tristan da Cunha is ooit ontdekt door een Portugees en er zijn in de loop van de eeuwen enkele families op dit eiland terechtgekomen en nooit meer weggegaan. Waaronder een Nederlander, Groen genaamd, waar nu de Green-familie van afstamt. Momenteel wonen er zeven families, zo’n 300 zielen op dit afgelegen eiland. Dit eiland is ook alleen per boot te bereiken en wordt enkele keren per jaar bezocht door een schip voor bevoorrading uit Kaapstad Zuid-Afrika en een enkel cruise-schip. Het grootste deel van het eiland is ingenomen door een vulkaan en er is een smalle strook land van enkele kilometers lang die bewoond is. De mensen houden zich in leven met het kweken van hun eigen groenten, hun eigen aardappels en van de visvangst. De wateren om deze eilanden zijn rijk aan “crayfish” en dit wordt geëxporteerd via Zuid-Afrika de hele wereld over. Als je het geluk hebt op dit eiland te mogen landen, zal je direct de aparte sfeer proeven. Ouderen blijven binnen, er is vrijwel geen mens te zien en je vraagt je af “wat doen die mensen toch de hele dag”, want de luxe die wij kennen in het westen is er niet. Het komt over als een heel hechte gemeenschap, erg besloten en op zichzelf en het doet enigszins eng en kleingeestig aan. Overigens zijn de mensen die je er spreekt erg aardig en zijn ze ook bereid de meeste vragen gewoon te beantwoorden.
Als je het eiland bezoekt moet je in ieder geval naar de beroemde potato-patches, de aardappelvelden, waar het een heel sociaal gebeuren is en waar iedere familie een aantal kleine tuintjes heeft waar aardappels in gekweekt worden. En als je de kans krijgt, doe dan ook een wandeling naar de top van het vulkanisch gesteente naast het dorp. In 1961 is de vulkaan uitgebarsten en zijn alle Tristanians geëvacueerd naar Engeland. In Engeland aangekomen, wilden de meesten zo snel mogelijk weer terug en dit is dan ook gebeurd. Je zult zien, dat dit een heel bijzonder eiland is. Als je eenmaal weer terug bent op de boot, een aantal postzegels hebt gekocht, een paar kaarten op de bus hebt gedaan (wanneer komt hier in vredesnaam de postbode?) en die wollen trui van speciaal Tristan-wol hebt aangeschaft.
Tristan da Cunha.
Saint Helena
Weer vier dagen varen in noordelijke richting en het wordt warmer en warmer. Je bent de zuidelijke keerkring overgestoken en komt in de buurt van de evenaar. Het eiland Saint Helena ligt heel fraai en is bijna tropisch. Landing is bij de stad Jamestown. Saint Helena is een prachtig groen eiland met circa 5000 inwoners. De mix van kleuren en mensen is goed te zien. Ook het gevoel in Engeland te zijn is aanwezig; de beleefdheid, de thee, enz.
Wat kan je allemaal doen op Saint Helena? Genoeg. Lekker struinen door de straten van Jamestown, een rondrit op het eiland met bezoek aan het vroegere graf van Napoleon, uiteraard de beroemdste bewoner van Saint Helena. Napoleon ligt ondertussen in Parijs in de Dôme des Invalides, maar het graf en zijn huis zijn nog te bezoeken. In 1815, toen hij werd verbannen naar Saint Helena, woonde hij enkele maanden bij de Briars alvorens zijn laatste huis – Longwood house – klaar was. In Longwood house voelde hij zich niet prettig volgens de overlevering en stierf hij daar onder verdachte omstandigheden in 1821. Op het eiland gelooft men niet in arsenicumvergiftiging, omdat de bouw van de huizen destijds sowieso slecht voor de gezondheid was. Niet te vergeten, voor de sportievelingen, moet je Jacobs Ladder hebben beklommen. Juist bij binnenkomst in Jamestown, als je de oude poort bent gepasseerd, zie je rechts Jacobs Ladder. Deze trap is circa 300m lang en heeft 699 treden.
Prachtige dolfijnen onderweg!
Dat valt wel mee, zou je denken, echter zijn de treden erg hoog en het is echt een vermoeiende bezigheid. Beneden aan de trap kan je uiteraard wel voor £ 2.50 een certificaat krijgen dat je deze beproeving tot een goed einde hebt gebracht.
Tot slot kan je een boottochtje maken om dolfijnen te zien. Erg fraai om deze gracieuze dieren te kunnen aanschouwen. Zoals wellicht bekend komen dolfijnen altijd op boten af en blijven een tijdje rondhangen alvorens weer weg te zwemmen. Aanrader!
Napoleon's Longwood House.
Ascension Island
Op twee dagen varen wederom in noordelijke richting kom je bij Ascension Island. De meeste boten die hier stoppen, houden halt om het leger te bevoorraden. Op het eiland zelf is niet erg veel te doen en zien. Als je toch tijd over hebt, ga dan wel even rondkijken. Je kan een berg beklimmen vanwaar je een mooi uitzicht hebt. Ook Georgetown is een aardig plaatsje. De meeste mensen die hier werken en wonen komen overigens van Saint Helena. Na een aantal jaren gaan ze ook weer terug. Er is hier ook geen begraafplaats, wel op Saint Helena.
Een schildpad gaat terug naar zee.
Topattractie zijn de schildpadden. Op dit tropische eiland leggen enorme landschildpadden hun eieren. Ze komen na zonsondergang aan land en voor zonsopgang zijn ze weer de zee in. Met behulp van gidsen kan je ’s avonds naar ze gaan kijken en ze heel dicht naderen. Het frappante is dat ze net zes weken in zee zijn geweest, want ze komen uit Brazilië en zwemmen hiernaartoe om hun eieren te leggen. Meer dan 100 eieren worden er gelegd. Prachtig om te zien. Het enige nare is dat er van die 100 nakomelingen niet 100 overleven. Ze moeten als ze uit het ei komen naar zee toe en onderweg daar naartoe zijn er allerlei kapers op de kust, zoals fregatvogels op het land en diverse roofvissen in de oceaan.
Zicht op Georgetown.
In de tweede wereldoorlog werd op Ascension Island door de Amerikanen een vliegveld aangelegd en zijn er duizenden vliegtuigen op weg naar Duitsland hiervandaan opgestegen. Ook tijdens de Falklandoorlog in 1982 werd Ascension Island gebruikt om de troepen te bevoorraden. Momenteel is er nog steeds tweemaal een vlucht tussen Brize Norton (bij Oxford) en de Falklands met een tussenstop op Ascension verzorgd door de RAF. Ook burgers mogen hierop mee (mits er niet te veel militairen mee moeten).
Op de basis, bemand door Engelse en Amerikaanse militairen is overigens een aardig restaurant. Aan te bevelen als je de Engelse kost beu bent.
Vogelpracht...
Aanbevolen literatuur:
Ernest Shackleton – Zuid – ISBN 9025410634 – Het verslag van de legendarische poolreis van deze Engelse poolreiziger
Albert Beintema – In de voetsporen van Shackleton – ISBN 9025412637 – Een studie naar het leven van pinguins op Antarctica en het leven aldaar, mooi beschreven.
Eerde Beulakker – Naar koude kusten – ISBN 9064103690 – Een zeilreis naar een aantal eilanden in de Zuid-Atlantische oceaan.
Albert Beintema – Het waterhoentje van Tristan da Cunha – ISBN 9045014912 – Het boek wat je gelezen moet hebben voor je naar Tristan afreist. Erg leuk boek.