Spanje, Reisverhalen
Standbeelden op de Ramblas in Spanje
Lies en Teije brachten een meerdaags bezoek aan Barcelona. Overal waar ze komen, is de invloed van Gaudi merkbaar. van de Sagrada Familia tot de lantaarnpalen. ‘Deze laatste hele dag brengen we grotendeels door in Parc Güell. Afgelopen zomer hebben we er al rondgelopen en wij vinden dit het mooiste park van de hele stad’, schrijven Lies en Teije. Ze zien Barcelona als een stad die schommelt tussen Seny (Spaans voor gezonde verstand) en rauxa (gekte).
We zitten in een hotel vlakbij de oude haven, Port Vell, nog geen kilometer van de Ramblas. Om deze tijd is het overal nog vrij rustig. In het park langs de haven kan Lies direct haar hobby oppikken: het verzamelen van zaadjes van palmbomen. We hebben thuis al een hele verzameling uit diverse landen en ze doen het goed. Nog even en we kunnen een exotische kwekerij beginnen…
Bij de haven staat het Monument a Colom, opgericht ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling in 1888, maar vooral ook als eerbetoon aan Columbus. Hij staat zelf boven op de sokkel van 60 meter hoogte. Onze wandeling gaat via de Rambla del Mar, een pretentieuze promenade met luxe winkelcentra, via de oude stad naar de beroemde Ramblas, het hart van de stad. Het is zaterdagavond rond acht uur en je kunt met moeite vooruitkomen door de duizenden mensen op straat.
Bij een wandeling over de Ramblas mag een bezoek aan de overdekte markt La Boqueria niet ontbreken. Het is net een Arabische souk waar vooral verse zaken aangeboden worden: groente, fruit, vlees en vis. Met pijnlijke voeten komen we ‘s avonds weer in het hotel aan. En we moeten nog een aantal dagen rondsjouwen…
De Sagrada Familia.
Sfeervolle pleintjes
De volgende dag. We lopen via de wijken Ribera en Barri Gotic, het oude stadscentrum, naar de Placa de Catalunya. De smalle straatjes en sfeervolle pleintjes maken de wandeling tot een genot en het is bijna jammer wanneer je het drukke en moderne plein bereikt. In Ribera is ook het Picasso-museum te vinden, sinds 1963 gevestigd in een imposant middeleeuws patriciërshuis. Na het aanschaffen van een driedaagse metropas (ca. € 10,- p.p.) slenteren we eerst nog maar eens de Ramblas af op zoek naar levende standbeelden en andere artiesten. Naast de vele artiesten is de Ramblas een doorlopende vogeltjesmarkt. Handig voor degene die een kanarie, parkiet, papegaai of ander klein huisdier wil aanschaffen. Dit keer treffen we zelfs een haan aan.
De rest van de dag hebben brengen we door met het bezoeken van de Sagrada Familia van Gaudi en een aantal andere bouwprojecten van zijn hand.
Het Parc Güell is nogal klimmen, maar gelukkig zijn er ook roltrappen, gewoon in de buitenlucht. En het uitzicht vanuit het park over de stad is magnifiek.
Sagrada Familia
In 1882 werd met de bouw van de Sagrada Familia begonnen en vanaf 1883 werd Gaudi aangesteld als architect. De kerk, die “Kathedraal der armen” wordt genoemd, mocht uitsluitend met schenkingen worden gebouwd.
Terwijl de bouw vanaf 1883 doorging, testte Gaudi in zijn andere projecten nieuwe ideeën om ze toe te passen in de kathedraal. De laatste twaalf jaar van zijn leven (1914-1926) wijdde Gaudi zich volledig aan dit levenswerk. Bij zijn dood was alleen de oostelijke gevel, gewijd aan het leven van Christus, gereed.
Er wordt nog steeds druk gewerkt aan de kathedraal en de verwachting is dat tegen 2030 het werk voltooid is.
We hebben de torens beklommen, maar hebben achteraf spijt dat we dat niet tot de laatste dag hadden bewaard: 426 treden omhoog en vervolgens weer naar beneden leveren ons nogal bibberige beentjes op en dagen vol spierpijn…
Het uitzicht over de stad vanaf de kathedraal is echter zeker de moeite waard. Wie de benen wil sparen, is er ook een lift die tot zestig meter hoog gaat. Je mist dan wel alle doorkijkjes vanuit de torens en de fantasievolle figuren en symbolen die overal tegen de kathedraal lijken te zijn aangeplakt.
Tussen 1904 en 1907 verbouwde Gaudi voor de industrieel Josep Batllo Casanovas een huis uit 1877. Het huis lijkt heel modern en vooral erg levendig, eigenschappen die Gaudi aan veel van zijn scheppingen meegaf. Wat ons betreft kunnen veel architecten daar nog wat leren. Vooral de ontwerper van het museum in Groningen, een modern gebouw maar ons nog steeds een doorn in het oog wat kleuren en ontwerp betreft.
Casa Mila werd tussen 1906 en 1912 gebouwd door Gaudi in opdracht van het rijke echtpaar Mila. Casa Vicens was het eerste belangrijke bouwwerk van Gaudi. Het huis werd tussen 1883 en 1888 gebouwd.
Aan het einde van de middag hebben we het gehad met al die gebouwen en besluiten we op de Placa Reial, vlakbij de Ramblas, uitgebreid te gaan uitrusten en onszelf te verwennen. De zwervers zijn nog druk in de weer bruikbare spullen tussen de troep van de ochtendmarkt uit te zoeken en komen af en toe even langs om te bedelen.
Maar alweer ontkomen we niet aan Gaudi: de lantaarnpalen op dit plein blijken een jeugdwerk van hem te zijn.
Standbeelden op de Ramblas.
Hoewel we ook deze dag weer een aantal Gaudi-gebouwen willen bekijken, komen we ook andere interessante gebouwen tegen. Barcelona is een stad vol architectonische verrassingen, vol met een levendige cultuur die de stad continu lijkt te verjongen. Casa Calvet van Gaudi lag nog dichtbij een metrostation, maar voor Finca Güell, waarvoor Gaudi de paviljoenen tussen 1884 en 1887 bouwde, moet je een heel eind lopen. En helaas is het hele park afgesloten, zodat je de gebouwen niet van dichtbij kan bekijken.
Vervolgens gaan we op weg naar het College van de Theresianen, ook door Gaudi ontworpen en gebouwd. Na kilometers lopen blijkt het gebouw op een andere plek te staan dan de kaart aangeeft. Van buitenaf is het wel groot, maar niet zo indrukwekkend wat vormgeving betreft als de andere gebouwen. Het is een tippel waarbij we gelukkig onderweg ook nog andere leuke dingen tegenkomen zoals dit kantorencomplex, een imitatie van de hangende tuinen van Babylon.
Na deze erg lange wandeling in de buitenwijken van de stad zijn we blij weer naar het centrum terug te kunnen keren, waar overal wel een metrostation in de buurt is. We dachten even verkeerd te zijn uitgestapt toen we Schotse doedelzakmuziek hoorden op de Placa Catalunya. Op de Ramblas is het weer een drukte als altijd, met nieuwe standbeelden erbij. Hoewel deze levende beelden ondertussen in bijna iedere grote Europese stad te vinden zijn, is Barcelona, en de Ramblas speciaal, de geboorteplek van dit fenomeen.
Na een korte middagrust gaan we ‘s avonds weer naar de binnenstad. Je raakt gewoon niet uitgekeken op al die sfeervolle en drukke straatjes en pleintjes, zoals bijvoorbeeld de Placa del Pi. Uiterst moe, maar ook uiterst voldaan komen we laat terug in onze kale, maar ruime hotelkamer.
In een enkel geval heb je zelfs niet eens door dat er geen standbeeld staat, maar levende mensen.
Parc Güell
Deze laatste hele dag brengen we grotendeels door in Parc Güell. Afgelopen zomer hebben we er al rondgelopen en wij vinden dit het mooiste park van de hele stad. De Sagrada Familia is een meesterwerk van Gaudi wat imposantheid betreft; dit park is een ‘natuurlijk’ meesterwerk. Natuur en kunst zijn prachtig met elkaar vervlochten en geven een rust die zelfs de toeristen bijna niet kunnen verstoren. De weg erheen is al een belevenis op zich: roltrappen in de buitenlucht tussen de woonwijken door.
Beeld van de Ramblas.
Seny en rauxa
Tussen 1900 en 1914 was Gaudi bezig met de aanleg van dit park, in opdracht van Eusebi Güell, geholpen door Rubio, Berenguer en Jujol. In 1906 ging hij zelf wonen in een Berenguer ontworpen huis waarin zich nu het Gaudi-museum bevindt. Meer informatie over dit park vind je onder de Gaudi-afdeling. Na uren te hebben rondgedoold door dit schitterende park, gaan we naar het centrum terug en slenteren nog wat in de oude stad rond.
Dit kantorencomplex is een imitatie van de hangende tuinen van Babylon.
In de kloostergang staan sinaasappelbomen, mispels en palmen plus nog dertien luidruchtige ganzen die staan voor de leeftijd van de heilige St. Eulalia toen zij de marteldood stierf. Aan haar is de kathedraal ook gewijd (gesticht in de dertiende eeuw; de gevel is uit de negentiende eeuw). Tijdens een hapje worden we nog even onaangenaam verrast. Een biljet van 2000 peseta’s wilde men niet aannemen omdat deze vals zou zijn. Het biljet is een beetje viezig, maar komt rechtstreeks uit de geldautomaat.
In Zuid-Spanje en Portugal zijn veel mooie binnenplaatsen bij huizen te zien; in Barcelona lijkt dit wat minder, misschien omdat huizen er meer afgesloten zijn.
Tussen 1900 en 1914 was Gaudi bezig met de aanleg van dit park, in opdracht van Eusebi Güell, geholpen door Rubio, Berenguer en Jujol. In 1906 ging hij zelf wonen in een Berenguer ontworpen huis waarin zich nu het Gaudi-museum bevindt.
Barcelona heeft veel meer te bieden dan wat we hier beschreven. We zijn er slechts kort geweest en hebben ons voornamelijk op gericht op de bouwwerken van Gaudi en wandelingen door de binnenstad. Seny (gezonde verstand) en rauxa (gekte): Barcelona heeft dat allebei en alles ertussen in.