Cambodja, Reisverhalen

Vier maanden Cambodja, een ervaring

Mam, als je nog ’s iets in een ontwikkelings- land wil doen, hier in Cambodja is werk genoeg!’ Elly van Eijken wilde altijd al eens in een ontwikkelingsland werken. Op aanraden van haar rondreizende dochter besluit ze naar Cambodja te ver-trekken. Ze gaat er werken voor een HIV-project van Don Bosco. Hier doet Elly verslag van haar ervaring als ontwikkelingswerker in Phnom Penh. Al snel wordt duidelijk dat ze erg onder de indruk is van werk en verblijf en van ontmoetingen met mensen.

Auteur - Elly van Eijken

Daar sta je dan ergens in augustus op Schiphol met je droom onder je arm en je ticket in je hand. Het is zover. Wat ooit begonnen is met de gedachte: ik zou wel eens in een ontwikkelingsland willen werken, staat te gebeuren. Er ging een hele organisatie aan vooraf. Als eerste moest ik alles regelen met de Stichting Sawasdee, de sponsororganisatie in Zeeland, daarna alles afstemmen met de organisatie in Phnom Penh. Ik moest onbetaald verlof aanvragen, een vervanger zoeken, een ticket kopen, inentingen en verzekeringen regelen, thuis en op het werk de boel overdragen, een afscheidsfeestje organiseren en dan nog naar Londen naar mijn voorgangster Lori voor de overdracht. En op een iets minder druk moment denk je ineens: wat heb ik me nu weer op de hals gehaald?
Nu is het zover: Schiphol – Kuala Lumpur – Phnom Penh. De volgende dag land ik op Potchentong Airport, de luchthaven van Phnom Penh. Pater John wacht me op en brengt me daarna naar het complex van de katholieke gemeenschap van Don Bosco. Ik zal daar de komende tijd wonen. Don Bosco runt een grote technische school en een aantal andere projecten, waaronder het HIV-project. Nog dezelfde dag ontmoet ik Marlyn, mijn Cambodjaanse collega, en Wim, een Nederlander die hier een paar weken is in het kader van Teacher-to-Teacher, een door Nederland gefinancierde vorm van bijscholing voor leraren. Na deze kennismaking neemt Wim me mee de stad in. We gaan naar de markt, naar de rivier, drinken ergens een biertje en gaan naar de internationale mis. Ik kijk, ik luister, ik ruik en ik voel, ik kom zintuigen te kort. Dit is het dus: PP oftewel Phnom Penh.

Koning Sihanouk

Om te begrijpen wat mijn werk inhoudt, is het nodig iets over het land te vertellen. Cambodja is een straatarm en geteisterd land. Als in 1953 de Fransen vertrekken, wordt Cambodja onder Koning Sihanouk een koninkrijk. Maar de regering is zwak. Na een periode van onrust wordt in de jaren zeventig Lon Nol de regeringsleider. Hij is een marionet van de Amerikanen, die op dat moment verwikkeld zijn in de Vietnamoorlog. Omdat de Vietcongstrijders ook vanuit Cambodja opereren, bombarderen de Amerikanen het oostelijke deel van het land. Veel mensen slaan op de vlucht en zoeken veiligheid in de hoofdstad Phnom Penh. De Rode Khmer, een beweging onder leiding van Pol Pot, verzet zich tegen deze bombardementen op het Cambodjaanse grondgebied. Uiteindelijk neemt Pol Pot in april 1975 de macht over. In Phnom Penh wordt hij binnengehaald als een bevrijder. En dan gaat het mis.
Pol Pot wil terug naar een agrarische samenleving. Allereerst moeten de mensen de stad uit en op het platteland gaan wonen. Alles wat te maken heeft met geld, economie, religie, kunst, cultuur en emoties wordt verboden. Mensen die in de stad werkten voor de regering of bijvoorbeeld bij een bank worden beschouwd als vijanden van het regime. Dat geldt ook voor studenten, mensen die gestudeerd hebben, mensen die Frans spreken en zelfs mensen die een bril of een horloge dragen. Als iemand eenmaal bekend staat als vijand van het regime betekent dat vrijwel zeker de dood.

Cambodja vrijwilligerswerk Op huisbezoek. Op huisbezoek.

De Killing Fields

Overal in Cambodja zijn killing fields, plaatsen waar mensen massaal zijn vermoord. De meeste killing fields zijn als zodanig niet meer herkenbaar. Alleen even ten zuiden van Phnom Penh is de gedenkplaats Choeng Ek. Op het eerste gezicht is het een prachtige, groene, vredige plek, maar bij de gaten in de grond staan bordjes met daarop het aantal baby’s en vrouwen die hier zijn opgegraven. In een stupa liggen schedels van studenten die er gedood zijn. Naar schatting zijn er in heel Cambodja tussen de anderhalf en drie miljoen mensen omgekomen; dat is eenderde van de toenmalige bevolking.
Een nog aangrijpender plek is Toul Sleng. Dit is oorspronkelijk een middelbare school die tijdens het Pol Pot-regime gebruikt is als gevangenis, vooral voor jongeren. De gevangenen zijn allemaal gefotografeerd, frontaal en en profil. En daar hangen ze, die foto’s: allemaal jonge mensen die je recht aankijken. Er zijn ook foto’s van mensen die gemarteld zijn, genomen vooraf en na afloop. Duizenden hebben daar gevangen gezeten onder verschrikkelijke omstandigheden, voordat ze werden afgevoerd naar Choen Ek. Een handjevol heeft het overleefd. Aan het gebouw is sindsdien niets veranderd. Je wordt er ijskoud van.
Mensen die onder Pol Pot in leven blijven, worden tewerkgesteld in de rijstvelden. Mannen, vrouwen en kinderen worden gescheiden en in afzonderlijke kampen ondergebracht. Er moet heel hard gewerkt worden met primitieve middelen en er is niet voldoende te eten. Mensen sterven aan ondervoeding en ziekten.
In 1978 raakt Pol Pot in conflict met Vietnam, als hij daar bases probeert te stationeren. De Vietnamezen vallen Cambodja binnen en jagen Pol Pot en zijn aanhangers op de vlucht, richting Thailand. Onderweg leggen ze op vele plaatsen mijnenvelden aan. Tien jaar lang blijven de Vietnamezen als een soort bezettingsmacht in Cambodja. Al die tijd is Cambodja afgesloten van de buitenwereld. Duizenden mensen wonen in vluchtelingenkampen. In 1991 worden de akkoorden van Parijs gesloten; deze voorzien in een soort van vrede waarbij de Rode Khmer sterk wordt ontzien. Er komt opnieuw een instabiele regering en de koning keert terug. Er komen VN-militairen om de vrede te handhaven.

Cambodja vrijwilligerswerk En hoe verder nu? En hoe verder nu?

Persoonlijke verhalen

De oorlog komt heel dichtbij als Marlyn me na een paar weken vertelt dat ze als kind in een kinderkamp heeft gezeten. Ze was acht. Ze moest tien uur per dag werken: koeienstront verzamelen die als brandstof werd gebruikt. Haar vader en twee broers werden vermoord, een zuster stierf aan ziekte en haar moeder kreeg een injectie, waardoor ze blind werd. En dat allemaal ver weg van Kampong Cham, de plaats waar ze destijds woonden. Voor Marlyn kwamen de Vietnamezen net op tijd.
Een andere vrouw in het team vertelt me dat ze met 45 familieleden naar Kratie waren gevaren, ongeveer 350 km stroomopwaarts over de Mekong. Ze was toen drie. Ze zijn met z’n vijven teruggekeerd van deze vlucht.
In het straatbeeld zijn de gevolgen van de oorlog ook nog zichtbaar: veel bedelaars en verkopers van kaarten missen armen of benen.

Cambodja vrijwilligerswerk Jongetjes op loopplank. Jongetjes op loopplank.

Het project

Wat niemand zich realiseert is dat de VN-militairen rechtstreeks uit Afrika komen en daar een dan nog onbekende ziekte hebben opgelopen: AIDS. De VN-soldaten besmetten prostituees met deze seksueel overdraagbare ziekte en nadien vindt AIDS zich een weg bij de Cambodjaanse bevolking. Bezoek aan een prostituee is namelijk niet ongebruikelijk en bovendien erg goedkoop. Mannen raken besmet en brengen het virus thuis. Pas jaren later sterven de mensen aan deze ziekte, maar dan is het kwaad al geschied. Er zijn inmiddels veel meer mensen besmet en er worden HIV-positieve kinderen geboren.
Het HIV-project van Don Bosco richt zich op de AIDS-wezen. Een heel gebruikelijk patroon is: vader overleden, moeder ziek, kinderen soms zelf besmet. Of: grootmoeder die voor de kleinkinderen zorgt, maar grootmoeder heeft zelf nauwelijks inkomsten. Want we zitten wel in een ontwikkelingsland, zonder sociale voorzieningen, zonder AOW. Een van de meest schrijnende situaties die ik tegenkwam: de grootouders die samen negen kleinkinderen verzorgen, waarvan de ouders dood zijn. Maar oma kan nauwelijks meer lopen en opa moet op de markt bedelen om zijn kleinkinderen eten te kunnen geven. Leven in Cambodja is keihard.

Cambodja vrijwilligerswerk Vissen op de Tonle Sap. Vissen op de Tonle Sap.

De financiering

Het project probeert in zulke gevallen te helpen. Minstens een keer per maand gaan Marlyn en ik op huisbezoek bij de 124 gezinnen die deelnemen aan het project en we ondersteunen op deze manier 360 kinderen. Het geld ervoor komt uit Europa. Ook uit Nederland, met name uit mijn provincie Zeeland. De sponsors betalen € 15,- per maand per kind. Hiervan gaat ongeveer de helft naar het gezin; kinderen tekenen zelf voor ontvangst en weten dat ze er iets tegenover moeten stellen, namelijk naar school gaan en hun best doen. We vragen ook naar schoolrapporten. Het geld is vooral bestemd voor eten. De rest van het bedrag wordt in natura verstrekt: spullen om naar school te gaan zoals uniform, rugzak, schriften en als het nodig is een fiets.Verder financieren we de HIV- en CD4-bloedtesten en de gewone medicijnen. Geen AIDS-remmers, die komen weer uit een ander potje van een ander non-gouvernementele organisatie. Voor een aantal kinderen zijn geen directe sponsors, maar die delen wel gewoon mee. Je kunt ze tenslotte niet op een wachtlijst zetten, want dan zijn ze misschien dood of verdwenen.
In de zomer van 2002 is er wel een project gestart om ARV’s (AIDS-remmers) aan kinderen te verstrekken. In dit geval is er een Amerikaan die voor een hulporganisatie werkt en niet langer kan aanzien dat kinderen sterven aan AIDS. Hij schiet het geld zelf voor en start tegelijkertijd een bedelactie bij kerken en liefdadigheidsorganisaties in de Verenigde Staten. Ook onze besmette kinderen kunnen aan het project meedoen, maar dat vraagt een behoorlijke begeleiding.

Cambodja vrijwilligerswerk Een aankomende bui vanaf het strand. Een aankomende bui vanaf het strand.

Niet in een weeshuis

Het huisbezoek is verder bedoeld om maandelijks na te gaan hoe het gaat. Aandacht voor de verzorgers van de kinderen is heel belangrijk; zij doen het toch maar en geven daarmee de kinderen de kans om op te groeien in een normale omgeving en niet in een weeshuis. We proberen te helpen bij problemen, geven voorlichting op het gebied van gezondheid en AIDS en zoeken samen met mensen naar oplossingen. Sommige situaties zijn stabiel, maar bij anderen is om allerlei redenen veel meer aandacht nodig: zieke ouders, zieke kinderen, sterfgevallen, ziekenhuisopnamen en huisvestingsproblemen.
Hoe gek het ook klinkt: ziekenhuisopname vereist veel aandacht en tijd. In ziekenhuizen gaat men ervan uit dat de familie voor de patiënt zorgt wat betreft wassen, schone kleren, eten en drinken. Maar als een van de ouders ziek is, blijven er vaak alleen kinderen over om dit over te nemen. Wij moeten dan iemand zoeken die tegen betaling het eten en drinken wil verzorgen. In Cambodja kun je verhongeren in het ziekenhuis als er niemand voor je zorgt.

Cambodja vrijwilligerswerk De roeiwedstrijd van het Waterfestival. De roeiwedstrijd van het Waterfestival.

Mooie gebeurtenissen

Huisbezoeken afleggen is zeker niet alleen maar treurig. Vrijwel altijd zijn de mensen blij als we komen. We hebben vaak veel plezier met de grootouders en met de kinderen. Mijn Khmer is een bron van grote hilariteit: ‘Je spreekt Khmer als iemand uit Siem Riep’. Niet gek toch? Een maand lang heb ik met alle schoolgaande kinderen schooluniformen gepast en alle denkbare vergissingen gemaakt: leeftijden, jongetje/meisje, te groot/te klein. Dikke pret!
Een ontroerende situatie ontstaat als we Borey Kela bezoeken. Dit is een absolute gribusbuurt: armzalige hutjes, vuilnis, stank, ratten. Bij het eerste gezin hebben we wat meer tijd nodig, maar als een lopend vuurtje gaat inmiddels rond dat we in aantocht zijn. Als het te lang duurt, komen de andere bewoners alvast, want privacy is hier geen groot goed. In het straatje vormt zich een groep mensen die een voor een naar binnen komen. En aangezien we hier in Azië zijn, wordt er gehandeld waar mensen zijn. Dus rijdt er na enige tijd een karretje voor, waar je gestoofde maïskolven kunt kopen. En wat gebeurt er? De mensen kopen maïskolven voor ons!

Bagger in mijn haar

Hoe we bij de gezinnen komen, is een verhaal apart. Op de meeste plaatsen waar onze mensen wonen kun je niet met de auto komen; we gaan zoals iedereen met de motorfiets, de moto. De wegen in Cambodja zijn bijna zonder uitzondering slecht. Onverhard, kuilen en gaten en in de regentijd – dus van juni tot november – staan alle gaten vol water. Bovendien zijn grote delen van het land overstroomd, ook waar onze mensen wonen. Er staan echt meters water. Heel wat keren kom ik drijfnat thuis na een tropische plensbui; af en toe zit de bagger in mijn haar!
Regelmatig houdt de weg op en begint het water. Soms kun je de weg vervolgen over smalle loopbruggetjes, vaak moeten we met bootjes, die als taxi’s worden ingezet. Platte, onstabiele bootjes, die ook nog regelmatig vol lopen en dan moeten we weer snel overstappen. Veel huisjes staan op palen. Maar hoe arm de mensen ook zijn en hoe schamel het huisje, als je bij mensen binnenkomt, trek je uit respect je schoenen uit.
Beleefdheidsvormen in Cambodja zijn heel mooi. Bij groeten hoort een gebaar met de handen tegen elkaar. Hoe hoger je je handen houdt, hoe hoger je iemand acht. Als ‘djee’ – grootmoeder – hoor ik bij een zeer gerespecteerde groep. Als je iemand iets geeft, zegt hij eerst ‘okoen’, ook met zo’n handgebaar, en pakt daarna pas het geschenk aan. Prachtig.

Schoolwerkzaamheden

Ook bijzonder om te doen: AIDS-voorlichting geven aan alle studenten van Don Bosco. Dat gebeurt in de AIDS awareness week, de week voorafgaand aan 1 december. We nodigen een van onze gezinnen uit om hun levensverhaal te vertellen: een verschrikkelijk verhaal. Sommige studenten zitten te snikken en op het eind wordt er spontaan geld ingezameld. En dat terwijl onze studenten zelf heel arm zijn. Vervolgens ga ik met kleinere groepen aan de slag, de meisjes apart. Ik heb de paters maar niet gevraagd of ik condooms mag demonstreren; ik doe het gewoon. Na afloop van de les ben ik opeens al mijn demonstratiemateriaal kwijt! Het valt niet mee om jong te zijn in een besmet land.

Nog een dagelijks terugkerende taak: het spreekuur voor de studenten. In Cambodja woont de huisarts niet om de hoek en van mij verwachten ze dat ik ook kan hechten en abcessen openen. Oef!
Maar het leert snel. Cambodjanen zijn gek op geneesmiddelen, het liefst toegediend per infuus. Alle medicijnen zijn overal te koop. Antibiotica worden naar mijn idee veel te veel geslikt. Het geeft wel enige commotie, maar ik zet alle vieze wonden eerst maar eens in de Biotex. Tenminste, ik denk dat het een soort Biotex is, want er staat geen naam op. Het werkt wel.
Ik maak een lijst in het Engels met veel voorkomende klachten en een van de meisjes vertaalt die voor mij in het Khmer. Zelf schrijf ik de fonetische uitspraak erbij. Daarnaast op dezelfde manier een lijst met allerlei adviezen. Ik kom er een heel eind mee. Vaak is het beste medicijn gewoon aandacht geven. Vooral bij de nieuwkomers die last hebben van heimwee.
Door het spreekuur leer ik heel veel studenten kennen. Ik raak met ze aan de praat en ze leren me Khmer. Af en toe voel ik me de moeder van 500 jongens en een handjevol meisjes.

Don Bosco is van het oude stempel: zes dagen per week zult gij arbeiden! Maar Cambodja kent zo veel nationale feestdagen dat er nog genoeg tijd is om meer van het land te zien. Op allerlei manieren heb ik Phnom Penh en Cambodja doorkruist.
De eerste week al ben ik achterop bij een ‘motodop’, die geen woord Engels verstond en ook niet wist waar Don Bosco was, tijdens een tropische stortbui verdwaald geraakt. Ik heb het Waterfeest in PP meegemaakt. Dit zijn roeiwedstrijden met teams uit het hele land. Een geweldig feest. Ik heb samen met Marlyn Siem Riep en Angkor Wat bezocht. Van daaruit zijn we met een pick-uptruck naar Poipet gereisd aan de grens met Thailand, over een overstroomde weg vol kuilen en gaten, met links en rechts waarschuwende bordjes: mijnenvelden! Ik ben met Marlyn mee geweest naar haar familie in Kampong Cham en heb daar boven de kippen en de varkens geslapen en in de Mekong gezwommen. Ik ben bij allerlei mensen thuis geweest. Ik ben bij de opening van de Groot Paradijsschool, ook een basisschool die vanuit Zeeland wordt gesponsord, en ontmoet daar de burgemeester van PP. Ik ben op bezoek geweest bij de medische faculteit en – uiteraard – bij de opleiding voor verpleegkundigen. Ik ben een weekend naar Kratie geweest, vijf uur stroomopwaarts met de expressboot over de Mekong en heb daar zoetwaterdolfijnen gezien. En dan nog het strand van Sihanoukville, een onbedorven badplaats aan de Golf van Thailand. En bijna op het eind nog tien dagen met Hanneke, mijn dochter, door Thailand getrokken.

Zoveel dingen blijven je bij; honderd verschrikkelijke dingen, duizend leuke en ontroerende momenten. Ik heb gehuiverd, maar ook genoten. Vanaf de eerste dag kreeg ik een mateloze bewondering voor alle mensen in ons project. Zij hebben zoveel voor hun kiezen gehad en gaan gewoon door met leven, vrolijk zijn en (klein)kinderen grootbrengen. De kinderen zijn hartveroverend en de grootmoeders in Cambodja verdienen een standbeeld!
Ik heb zoveel indrukwekkende verhalen gehoord, zoveel bijzondere mensen ontmoet en dan is er dat wonderlijke verschijnsel dat de mensen die je nodig hebt of voor wie jij iets kunt betekenen op het juiste moment je pad kruisen. Ik heb meer dan eens gezegd: ‘als je niet in wonderen gelooft, moet je niet naar Cambodja gaan’.
Het kostte me moeite om weg te gaan; je gaat van de mensen houden. Maar heel belangrijk: Lori, mijn Engelse voorgangster is terug. Zij heeft haar baan in Londen opgezegd en is half januari 2003 weer in Phnom Penh begonnen. Ik heb samen met Marlyn het project gaande gehouden en ik weet zeker dat het doorgaat: het is in goede handen. En jawel, ik ga vast nog eens terug.



Plaats reactie of reistip





* verplicht invoerveld

Facebook RSS Feed