Aruba, Reisverhalen
Zeilend langs de Antillen en Aves-eilanden
Birgit Kreykenbohm woont en werkt, samen met haar vriend Leon, op Aruba, een eiland omringd door de Caribische Zee. Ze besluiten met een paar vrienden een zeilboot te huren en op zoek te gaan naar schitterende duikplekken. Eens wat anders dan een auto huren. Ze varen westwaarts via Curaçao en Bonaire naar de atollengroep Islas de Aves, die bij Venezuela horen. Daar snorkelen ze en duiken ze naar scheepswrakken. ‘Op het moment dat ik met de flippers aan mijn voeten en mijn duikbril en snorkel om mijn nek op de railing van de boot zit en in het donkere water tuur, vraag ik me af waarom ik in vredesnaam ook alweer mee wilde.’
Zeilen, een week lang niets anders dan water, wind en zon. ’t Leek ons wel wat. Met z’n zessen hebben we plannen gemaakt, boodschappenlijstjes opgesteld en het zeilschip de Monsoon geinspecteerd en goed bevonden. Vol verwachting komen we vrijdag 3 oktober aan boord om diezelfde avond nog uit te varen. De boot hebben we eerst volgeladen met voedsel, duikspullen en wat kleding. Helaas zijn de regels van de immigratiedienst sinds een aantal maanden strenger geworden en was onze kapitein dat even ‘vergeten’. We mogen na 18.00 uur niet meer uitvaren en moeten tot de volgende morgen wachten. Nou ja, niet iedereen kan zeggen dat hij een nachtje in de containerhaven van Aruba heeft geslapen.
Zaterdagmorgen zijn we om 6.00 uur als eerste aan de beurt bij de immigratie en daarna kunnen we vertrekken. De zee is uiterst rustig en dat is erg bijzonder, want het stuk tussen Aruba en Curaçao staat bekend als een wild stuk zee. Ondanks de kalme zee weet ik toch zeeziek te worden (had ook niet anders verwacht). Na een aantal uren varen komen we aan bij Curaçao en gaan we van boord om te snorkelen. Ongelofelijk mooi helder water en dicht bij de kant spotten we meteen al een eagle ray (een soort rog). Na onze eerste maaltijd aan boord varen we verder richting Bonaire.
We hebben er natuurlijk op gehoopt maar als het dan ook echt gebeurt… dolfijnen bij de boeg! Volgens onze infogids zijn het maar ‘gewone’ dolfijnen, maar wij zijn dolgelukkig. Vol bewondering kijken we naar de snelheid waarmee ze over elkaar heen buitelen en onder de boot door en voor de boot uit duiken. Zelfs de klikkende geluidjes kunnen we goed horen. Het lijkt wel of ze al hun familie en vrienden erbij roepen, want we zien dolfijnen van grote afstand aan komen springen. Het is moeilijk om ze te tellen, maar volgens onze schatting zijn het er toch zeker 30. Even plotseling als ze voor de boot opdoken zijn ze ook weer verdwenen. Ayo dolfijnen, bedankt voor de show!Op
Dolfijnen vergezellen ons.
Stop op Bonaire
Op Bonaire wordt de regattaweek gehouden en er is van alles te doen. Kraampjes op de boulevard en bands in hét trefpunt ‘Het Cityhotel’. We leggen ons zeilschip praktisch in het centrum aan. Bij Karels bar. Pas diep in de nacht keren we terug naar de Monsoon. Iedereen heeft z’n plekje aan boord gevonden. Maar niet iedereen gebruikt de toegewezen hutten, want benedendeks is het erg warm. In de stuurhut of aan dek in een hangmat is het beter vertoeven. Slapen zit er niet voor iedereen in. We varen namelijk meteen uit en dit betekent ook dat we voor de eerste keer wacht moeten lopen. Wel zo eerlijk om dit te verdelen: per tweetal neemt ieder ongeveer een uur voor hun rekening. De koers wordt in het GPS-systeem geprogrammeerd en óp naar de Aves-eilanden.
Deze eilandengroep, ook wel Vogeleilanden (Islas de Aves) genoemd, behoort tot Venezuela en eenmaal daar aangekomen moeten we eerst inklaren bij de douane. Op de eilanden woont niemand, maar er zijn wel douaniers aanwezig. Zij vertoeven daar twee maanden aan een stuk en zijn blij met een beetje aanspraak. Hun moederland Venezuela ligt 160 mijl verderop.
Helblauw water in de zee.
Duikparadijs Aves-eilanden
De Aves-eilanden zijn atollen die niet veel meer herbergen dan een handvol palmbomen, witte stranden, vogels en tien douaniers. Vlak voor de eilanden liggen schitterende snorkel- en duikplekken. Ik kan helaas niet duiken, maar de rest maakt gretig gebruik van deze unieke gelegenheid en gaan duiken bij een drop-off: ‘de muur’. Ze komen boven met enthousiaste verhalen over het mooie koraal en de vele en grote vissen.
Nachtelijk snorkelen
Naast een aantal dagduiken en meerdere snorkelmomenten besluiten we ook ’s nachts te gaan snorkelen. Op het moment dat ik met de flippers aan mijn voeten en mijn duikbril en snorkel om mijn nek op de railing van de boot zit en in het donkere water tuur, vraag ik me af waarom ik in vredesnaam ook alweer mee wilde. Maar dit is geen moment om terug te krabbelen. Helemaal verkrampt en innerlijk voorbereid op het koude water waag ik de sprong, om tot de ontdekking te komen dat het water helemaal niet koud is, integendeel zelfs! Eenmaal aan het snorkelen merk ik aan mijn ademhaling dat ik het toch allemaal wel erg spannend vind. We hebben met z’n vijven maar drie lampen en in de straal kun je alles prima zien, maar wat zwemt er allemaal buiten die lichtbundel?! Zolang we boven de zandvlakte drijven, no problem, maar tussen de koralen en in steeds ondieper water, vind ik het minder prettig. Als een van ons dan ook nog tegen het pijnlijke vuurkoraal aanzwemt en terug moet naar de boot, blazen we het avontuur af. Ach ja, hebben de kreeften die we wilden vangen geluk.
Met een bootje gaan we de blauwe zee op.
Ook al hebben we genoeg eten aan boord, het zelfgevangen zeevoedsel smaakt toch beter. Misschien het Robinson Crusoe-gevoel? We vangen twee roodgekleurde juweelbaarzen en een kreeft en bereiden deze als heuse chefkoks. Een snorkelstrooptocht levert verder ook nog tien calco’s op die echter zeer moeilijk (onmogelijk) uit hun schelp te krijgen zijn. Nadat er eentje met moeite uit z’n schelp is gebeukt, kunnen we die klaarmaken en aan ons zeediner toevoegen.
Scheepswrakken
We willen een van de Aves-eilanden van dichtbij bekijken en varen het atol binnen. Dit moet bij daglicht, anders zien we de koralen en rotsen niet goed en lopen we de kans onszelf vast te varen. Ondanks de moderne apparatuur aan boord moeten we toch ouderwets vanaf de boeg aanwijzingen geven. Eenmaal geankerd nemen we het rubberbootje, de dinky, en varen naar een van de scheepswrakken. Bij het wrak, dat in tweeën is gebroken, liggen twee oude kanonnen en enorme rollen kabels, die een bizarre speeltuin voor vissen vormen. Behalve een grote barracuda zien we ook een ballonvis, een diadeemkeizersvis en een Franse keizersvis.
Stappen in Bonaire
Tegen het einde van een rifduik, waarbij de anderen met z’n vijven van de nog varende Monsoon zijn gesprongen, zien we opnieuw dolfijnen. We zijn amper 50 meter uit de kust van een van de Aves-atollen als iemand opeens roept “ik hoor dolfijnen!”. Net als de eerste keer buitelen ze voor het schip uit en eronder door. Een schitterend gezicht.
Hierna beginnen we aan onze terugreis en na nog een avondje stappen in Bonaire zetten we koers naar onze thuisbasis Aruba. De bedoeling was om dat zeilend te doen, maar gebrek aan wind dwingt ons de motor aan te zetten. Een uurtje kunnen we wel zeilen en dat geeft een idee van hoe heerlijk rustig het op het water kan zijn! We hebben amper de motor aangezet als we in de verte opnieuw een school dolfijnen zien. Als we beter kijken blijken het walvissen te zijn. Op het moment dat we de boot echter wenden, verdwijnen ze.
De terugreis verloopt tot aan Aruba rustig. Enkele uren voor aankomst zien we echter dat een enorm onweer zich voor de kust van Aruba samenbalt, waar we omheen moeten varen. Als er bliksem in de mast zou slaan, zijn we nog niet jarig! Het gaat echter allemaal goed en met dit onrustig staartje komt een eind aan ons avontuur op de Caribische zee.