Joho over de mogelijkheden van vrijwilligerswerk
Twee weken Bolivia, zes maanden Ghana, of toch liever een zomer lang een bouwwerk restaureren in Europa? Elk jaar kloppen duizenden mensen aan bij reisorganisaties die gespecialiseerd zijn in vrijwilligerwerk. Een daarvan is JoHo (Jongerenprojecten op het gebied van Onderwijs, Hulpverlening en Ontwikkelingssamenwerking). Koert Hommel, coördinator Abroad Services van JoHo, legt uit wat er allemaal bij komt kijken.
‘JoHo is het best te omschrijven als een non-profitkoepelorganisatie en platform voor internationale samenwerking, werken en reizen in het buitenland’, vertelt Koert Hommel (1974). ‘Een van de hoofddoelstellingen is het bieden van een podium en ondersteuning aan individuen en organisaties die actief zijn op het gebied van internationale samenwerking.’ Eerst even een kort kennismakingsrondje. Met de gratis JoHo Abroad Services heb je toegang tot een wereldwijd netwerk van banen, projecten, reizen, stages en taalcursussen. Daaronder vallen duizenden vrijwilligersprojecten. ‘Deelnemers vinden dat netwerk van projecten via drie kanalen: de JoHo-centra in Nederland en het buitenland, andere Nederlandse en internationale bemiddelaars en kleinschalige initiatieven ter plaatse.’
Vrijwilligerswerk Malawi
Om te beginnen heeft JoHo vier centra in Nederland: in Amsterdam, Rotterdam, Groningen en het hoofdkantoor in Leiden. JoHo wil daarnaast zo veel mogelijk servicecentra in het buitenland creëren. De belangrijkste activiteiten zijn kennis overdragen, internationale contacten bevorderen en voorlichting geven. In circa 25 landen zijn dergelijke centra gevestigd. Het zijn geen kantoren van JoHo, maar veelal toeristische initiatieven van Nederlanders ter plaatse die de link leggen met internationale samenwerking en bijvoorbeeld lokaal kleinschalige projecten ondersteunen.
Koert: ‘Het zijn vrijwel allemaal Nederlanders die ervoor hebben gekozen daar voor langere tijd te wonen en te werken, een bestaan op te bouwen en samen met lokale bewoners initiatieven op te starten. Zij zijn handige aanspreekpunten, want deze Nederlanders kennen de behoefte in Nederland als geen ander. Daarnaast weten ze heel goed wat jongeren die voor vrijwilligerswerk of een stage naar het land komen, verwachten. Ze fungeren overigens niet alleen voor jongeren als aanspreekpunt, eigenlijk vormen zij een goede informatiebron voor iedereen die verdieping van een reis of verblijf in het betreffende land zoekt. Daarnaast kunnen ze allerlei praktische zaken regelen en ondersteuning bieden. Vanuit hun lokale of regionale basis vervullen die centra ter plaatse dezelfde rol als de JoHo-centra in Nederland. Toch verschillen de centra van elkaar. Zo leidt de ene Nederlander een safarikamp in Malawi, heeft een ander een vrijwilligerscentrum in Bolivia of Peru, en leidt weer een ander een taalschool in Peking.’
Binnen de tweede tak van de Abroad Services bundelt JoHo de krachten met andere Nederlandse en internationale bemiddelende organisaties. ‘We werken samen met partijen als Activity International en SIW en promoten via ons platform veel Nederlandse stichtingen met activiteiten in ontwikkelingslanden’, vertelt Koert. ‘We nemen sommige projecten van hen mee in ons netwerk, waardoor we mensen met allerlei achtergronden en interesses kunnen helpen. Handig ook voor die organisaties, want JoHo is voor hen een platform met een groot bereik.’
Het derde onderdeel bestaat uit kleinschalige initiatieven ter plaatse. ‘Een klein project in Peru waar twee keer per jaar iemand nodig is, redt het niet in het “marketinggeweld” van de grote en commerciële bemiddelende organisaties. Juist die kleine initiatieven nemen we mee in ons netwerk. Geïnteresseerden kunnen dan directe contacten leggen. Een tussenpersoon, bijvoorbeeld een buitenlandse lokale partij, is dan niet nodig’, aldus Koert.
DE VRIJWILLIGERS
Wie is die JoHo-vrijwilliger?
Per jaar melden zich een paar duizend vrijwilligers bij de JoHo Abroad Services. Wat voor type mensen zijn die vrijwilligers? Eigenlijk is dat niet in één woord te vangen. De diversiteit is groot. Ze komen in alle soorten en maten, evenals hun wensen. ‘Sommigen hebben heel specifieke voorkeuren voor een land en project’, vertelt Koert. ‘Anderen lopen binnen en zeggen: “Ik wil naar het buitenland, maar ik weet nog niet waarheen.” In beide gevallen geven we informatie mee over de mogelijkheden, achtergronden, prijskaartjes en budgetten. Het is bijna huiswerk. Het netwerk is zo groot en de mogelijkheden zijn zo uitgebreid. Het is nuttig dat ze zich goed inlezen en grip krijgen op de diversiteit. Zo krijgen ze een beter beeld.’
‘In een aantal gevallen voeren we daarna gesprekken met ze. We zien mensen terugkomen met verlanglijstjes: “Dit spreekt me aan.” Of ze leggen zelf contact met een partner of stichting. De communicatie loopt niet altijd via ons. Wij vinden het prima als een vrijwilliger rechtstreeks communiceert. We willen juist niet alles achter de schermen houden en via ons laten lopen. Liever vervullen we een goede rol als platform waarbij geïnteresseerden, eventueel samen met ons, eigen keuzes kunnen maken, dan dat we alle contacten moeten afschermen en commercieel rendabel zouden moeten maken.’
Taalcursus Spanje
Het contactennetwerk is divers. Met een aantal partners werken we intensief en veel samen. Er zijn ook organisaties waarmee we niet direct samenwerken, maar waar eerder vrijwilligers aan de slag gingen en waarvan we weten dat ze betrouwbaar zijn. En er is een restcategorie van leuke projecten waarvan we nog weinig weten en die we bijvoorbeeld via internet of door tips van deelnemers hebben gevonden. In alle gevallen geven wij vrijwilligers de opdracht mee: laat ons weten hoe het was. Zo groeit onze kennis en die informatie koppelen we weer terug naar de deelnemers.’
Dé JoHo-vrijwilliger bestaat dus niet. ‘We zien alle leeftijden, opleidingen, achtergronden en budgetten voorbijkomen. De grootste groep is die van 18 tot 35 jaar, maar het begint al vanaf 14, 15 jaar. Of het nu om een taalcursus in het Spaanse Salamanca gaat, of om een groepsproject waarbij jongeren iets opknappen in Europa, of een lesgeefproject in Azië. Een duidelijk groeiende groep is de groep dertigers, veertigers en vijftigplussers. Bij een aantal projecten is vooral behoefte aan vrijwilligers met meer levens- en werkervaring. Je kunt er alleen terecht als je de fase van “proeven aan het buitenland” voorbij bent en een project op een hoger niveau brengt, in plaats van dat je louter meedraait. Daarnaast zien we dat die laatste groep meer behoefte heeft aan mogelijkheden voor particuliere internationale samenwerking en het niet meer voldoende vindt om alleen een ontwikkelingsclub te steunen. Ze maken bijvoorbeeld gebruik van de vrijwilligersreizen: kortdurende trips waarin je vakantie en het ondersteunen van een project combineert.’
Weeshuis Cuzco
Via JoHo kun je niet alleen vrijwilligerswerk regelen, maar ook reizen, taalcursussen, stages en betaald werk. Hoe de verdeling is tussen deze zaken en vrijwilligerswerk, is moeilijk te zeggen. Koert: ‘Veel mensen maken combi’s. Dan gaan ze naar een weeshuis in Cuzco en boeken ze daarvóór een cursus Spaans. Of ze nemen een Trans-Mongoliëticket en stappen onderweg in Mongolië uit om een paar weken mee te draaien in een paardenproject. Ze plannen een wereldreis en bezoeken enkele projecten uit ons netwerk of brengen in overleg met ons ter plaatse een bezoek aan een project.’
Ook vanuit België komen veel aanvragen. ‘Daar ontbreekt een platform als dit. We zitten vooralsnog niet in België, maar Belgen kunnen gewoon bij ons in Nederland terecht.’
DE PROJECTEN
Jouw project vinden
Hoe vind je als aanstaand vrijwilliger ‘jouw’ project binnen die duizenden mogelijkheden in de honderdvijftig landen waarin JoHo actief is? Koert: ‘Ons principe is: wie je ook bent, welke periode je ook wilt gaan, welk budget je ook hebt, er is altijd iets te vinden in ons netwerk. Het is zo groot. We verwachten wel dat mensen actief meezoeken. Ze zoeken zelf ook via internet met gebruikmaking van onze contacten en kunnen zich in de kijker plaatsen bij partners door persoonlijke profielen per e-mail te delen. Wij informeren en faciliteren in dat proces. Wat wil die projectpartner bijvoorbeeld weten als je contact opneemt, bij welke partner heb je de grootste kans op een project van jouw voorkeur, bij welke projecten of organisaties kun je terecht als je maar kort beschikbaar bent of op heel korte termijn wilt vertrekken?’
De projecten zijn ingedeeld naar werelddeel, land en thema. Dat zit niet allemaal in één zoeksysteem. ‘We hebben de hoop opgegeven om alles in één systeem te rubriceren. Dat werkt niet. Iedere dag krijgen we er nieuwe projecten bij. Het is echt maatwerk. Zeker de centra in het buitenland kunnen maatwerk leveren. We hebben wekelijks contact met de centra, maar stimuleren ook dat geïnteresseerden zelf contact leggen. Medewerkers van de centra ter plaatse bezoeken iedere week of maand weer nieuwe projecten en kunnen dus ook naar individuele wensen kijken.’
JoHo vindt een goede praktische voorbereiding en juiste informatie essentieel. ‘Je kunt van alles en nog wat regelen, als reizigers niet goed zijn voorgelicht, zie je ze soms letterlijk binnen een paar dagen terugkomen. Als je bijvoorbeeld niet de tijd neemt om te acclimatiseren in Cuzco, krijg je hoogteziekte. Tips vooraf over het voorkómen van diefstal en hoe te handelen als het je toch overkomt, maken mensen bewuster van wat ze gaan doen. Door je er vooraf op in te stellen, kun je vaak beter relativeren wanneer het je overkomt. Dat soort dingen moet je wel vooraf horen. Daarom doen we zowel in Nederland als ter plaatse samen met onze lokale centra aan intensieve voorlichting. Daarbij gaat het over gezondheid, veiligheid, klimaat, verzekeringen, reisapotheek, culturele do’s-and-don’ts, reisbagage, enzovoort. Hiermee staat of valt de kans van slagen van een vrijwilliger in het buitenland.’
Betaald vrijwilligerswerk
Behalve naar werelddeel en land zijn de vrijwilligersprojecten ook ingedeeld naar soort financiering. Er is werk met eigen bijdrage, werk zonder eigen bijdrage en betaald werk. Op http://www.vrijwilligerswerkinhetbuitenland.nl vind je veel achtergrondinformatie bij deze indeling.
Doe je werk met een eigen bijdrage, dan zijn de kosten voor bijvoorbeeld onderdak en maaltijden voor eigen rekening. Deze projecten variëren in duur van een paar weken tot bijvoorbeeld negen maanden. Qua kosten kan het gaan om een kleine bijdrage voor eten en onderdak, maar ook om een belangrijke bijdrage aan het project. Dankzij jouw bijdrage kan het project bestaan, okunnen er meer weeskinderen worden opgevangen, meer docenten lesgeven of meer dieren worden beschermd.
Bij werk zonder eigen bijdrage zijn kost en inwoning inbegrepen. Meehelpen in een guesthouse of taleninstituut valt hieronder. Of projecten waar inkomsten worden gegenereerd en je als vrijwilliger een eigen accommodatie hebt. Veel van deze projecten hebben een bedrijfsmatige opzet. Deze projecten zijn niet per definitie goedkoper dan projecten met eigen bijdrage. Het gaat uiteindelijk om de kosten die je per dag maakt.
Ben je globaal een tot drie jaar beschikbaar en heb je een specifieke werkervaring waarnaar in het buitenland vraag is, dan zijn er opties voor werk met een bescheiden salaris, vooral in de bouw, techniek, medische zorg en het onderwijs.
Wildlife vrijwilligerswerk
Dan is er nog de thematische indeling van projecten in twee categorieën:
- natuur-, wildlife- en ecologische projecten,
- sociale, bedrijfsmatige, educatieve en overige projecten.
Daarbij is er keus uit verschillende werelddelen en landen. Zo kun je in Peru meedoen aan land- en tuinbouwprojecten of aan een voorlichtingsproject over natuurbescherming; werken bij een apenopvangcentrum in Zuid-Afrika; meehelpen aan de ontwikkeling van het toerisme in Indonesië; in Bolivia meewerken in een weeshuis voor dove kinderen of in een project voor getraumatiseerde jongeren; assisteren in kinderopvangprojecten wereldwijd; voor een Afrikaanse werkplaats een fairtrademarketingonderzoek uitvoeren; met verstandelijk gehandicapte kinderen werken of lesgeven in Ghana; als bouwexpert advies geven bij de bouw van composttoiletten in India; bultrugwalvissen onderzoeken in Brazilië; of in Zambia voorlichting geven over hiv en aids.
Veel vrijwilligers gaan in hun eentje op reis, maar in tweetallen of groepjes is ook mogelijk. Het aantal vrijwilligersplaatsen dat er tegelijkertijd is, hangt af van het project. Afhankelijk van je projectlocatie kom je veel of weinig andere vrijwilligers tegen. ‘Het is nogal een verschil of je naar een niet-toeristisch deel van Noord-Ghana gaat, of naar een populaire projectlocatie in bijvoorbeeld Thailand’, vertelt Koert. ‘Als je kijkt naar de locatie, benaderen we in veel gevallen 18-jarigen anders dan bijvoorbeeld dertigers. Hun behoefte is ook anders. Ze gaan voor een ander type ervaring, maar ook de behoefte aan zekerheid of veiligheid kan flink variëren.’
DE KOSTEN
Kosten drukken of juist meer bijdragen?
De instelling ‘Ik ga toch vrijwilligerswerk doen, waarom moet ik dan betalen?’ bestaat jammer genoeg nog steeds, weet Koert. ‘JoHo heeft ook daarin een rol als voorlichter. Je kunt bijvoorbeeld als vrijwilliger niet verwachten dat een project jouw vliegticket van zevenhonderd euro betaalt, terwijl je ter plaatse enorm veel kunt doen met dat bedrag. We leggen dat keer op keer uit. Als je een prijskaartje ziet, kijk dan altijd wat je ervoor terugkrijgt en ga bij jezelf na wat je er om welke reden voor wilt terugkrijgen. JoHo gaat ervan uit dat er voor elk budget mogelijkheden zijn. Realiseer je daarbij dat naar mate jij financieel meer bijdraagt, je meer kinderen in dat weeshuis kunt opvangen, je meer onderzoek naar die olifanten in dat reservaat kunt doen en de school waar jij lesgeeft professioneler kan worden.’
Wat gebeurt er met die bijdragen? ‘Je ziet veel verschillen. We hebben afgeleerd om een waardeoordeel te vellen over de kosten van projecten. Je ziet niet hoeveel een project werkelijk kost, totdat je goed gaat kijken naar de betalingen. Sommige projecten hebben lage kosten, omdat je zelf je eigen uitgaven voor bijvoorbeeld onderdak en vervoer dekt. Andere projecten of organisaties regelen meer voor je, zoals een taalcursus, accommodatie, luchthaventransfer en aanspreekpunt. Daar zijn meer overheadkosten. In sommige gevallen zie je niet hoeveel geld er in een project gaat zitten totdat je ter plaatse bent. Ook het screenen van een netwerk van gastgezinnen, bezoeken van allerlei projecten, organiseren van uitstapjes voor jou als vrijwilliger en het onderhoud van het vrijwilligershuis kosten nu eenmaal geld. En wat is nu eigenlijk beter: een klein project waarbij 90 procent van de gelden naar het project zelf gaat, of een groot project of netwerk van projecten waarbij 80 procent overblijft voor het project zelf? Hoeveel hulp wordt er geboden, hoeveel mensen hebben er profijt van, wat is de continuïteit in de toekomst, welke services bieden ze jou als vrijwilliger, hoeveel vrijwilligers kunnen een bijdrage leveren en hoeveel kan men lokaal aan? Het is een lastige discussie waarin beide opties hun voors en tegens hebben. Door ervaring hebben wij geleerd dat beide aanpakken hun toegevoegde waarde hebben.’
Nu steeds meer Nederlanders een bijdrage leveren aan een project in het buitenland, is er ook een steeds grotere interesse om zelf een project op te starten. JoHo biedt ook daarin voorlichting, hulp, ondersteuning en toegang tot het netwerk. ‘In sommige gevallen proberen we initiatiefnemers te bundelen, te laten leren van ervaringen of ze gewoon nog eens kritisch te laten kijken naar hun plannen. We werken ook hierin weer samen met Nederlandse ontwikkelingsclubs, het bedrijfsleven, de loketten voor particuliere projecten en subsidieverstrekkers. Onze JoHo-centra ter plaatse hebben een coördinerende of begeleidende rol. Binnen het netwerk ondersteunen we vooral projecten die niet honderd procent afhankelijk zijn van subsidie of van één persoon, maar waar ook eigen inkomsten worden gegenereerd. In deze projecten staat internationale samenwerking centraal, eerder dan het bieden van puur eenzijdige hulp.’
Natuurlijk kun en moet je je afvragen of al die initiatieven wel zin hebben. Je ziet veel goedbedoelde acties van particulieren die zeggen dat ‘elke euro die je besteedt, goed terechtkomt’. Dat is bijna nooit waar. Zij maken altijd overheadkosten. Denk aan kosten voor projectreizen, marketing, organisatiekosten en activiteiten om anderen bij hun werk te betrekken. En dat mag ook, want het zegt iets over de professionaliteit van hun aanpak.
Ook bij grotere organisaties komt niet honderd procent ten goede aan het project. Daar zijn ook netwerkkosten. Dat is een mooie, doorlopende discussie tussen de ontwikkelingsorganisaties en particuliere projectinitiatieven. Bij de professionele organisaties zou er te veel geld aan de strijkstok blijven hangen. Bij de particuliere initiatieven zou er te weinig continuïteit zijn of zou de hulp niet efficiënt zijn. Koert: ‘Het is een interessante, maar ook onzinnige discussie. Je kunt niet zeggen wat beter is. Iedere partij heeft haar eigen kracht en waarde, op verschillende niveaus en met verschillende effecten. Soms kun je juist van elkaar leren of richten de partijen zich op verschillende werkzaamheden. Particuliere vrijwilligers blijven in veel gevallen ook het werk van een professionele ontwikkelingsclub steunen, terwijl die organisaties ook openstaan voor ondersteuning van enthousiaste particuliere projecten. Wij streven juist naar die wisselwerking tussen professionals en particuliere enthousiastelingen.’
Subsidies
Wil je de kosten van je reis drukken? Dan helpt JoHo ook bij het vinden van subsidies. ‘Zo zijn er projectsubsidies te verkrijgen binnen onze JoHo Foundation. Als iemand een leuke actie heeft, bijvoorbeeld op het gebied van fundraising of het betrekken van veel Nederlanders bij een project en dus draagvlak creëren voor internationale samenwerking, als iemand een echt goed en doordacht verhaal heeft, dan belonen we dat met ondersteuning en extra aandacht. Daarnaast zijn er in Nederland veel potjes en stichtingen voor het verkrijgen van subsidie, maar niet iedereen weet de weg ernaartoe. In onze basisinformatie staan tips om die potjes te vinden. Steeds meer subsidieverstrekkers zien in ons een platform om hun subsidiemogelijkheden bekend te maken bij een breder publiek.’
Subsidie voor je reis of activiteit
Binnen het netwerk van JoHo vind je diverse subsidieverstrekkers, zoals het JoHo Xplore-programma, Youth in Action of clubs als de NCDO, die particuliere initiatiefnemers ondersteunt.
JoHo Xplore is een subsidieprogramma, in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken, voor jongeren van 12 tot en met 30 jaar. Koert: ‘Het is een subsidie waarmee een deel van de vrijwilligers, juist zij die het minder vanzelfsprekend vinden om zoiets te doen, voor stage, vrijwilligerswerk of werkervaring kan worden gekoppeld aan vooraf geselecteerde projecten.’ Niet alle projecten komen daarvoor in aanmerking, maar op de lijst staan al verschillende landen in Zuid- en Midden-Amerika, Afrika en Azië. En er komen geregeld nieuwe bestemmingen en projecten bij. Je kunt enkele weken tot een paar maanden weg, alleen, in een tweetal of kleine groep. De kosten hangen af van de bestemming en reisduur. Vaak krijg je, voordat je aan de slag gaat, ter plaatse een taalcursus. Ook krijg je begeleiding vanuit het JoHo-centrum dat bij het project betrokken is.
Voor deelname aan Xplore gelden een paar voorwaarden. Zo dien je na je reis zogenoemde draagvlakactiviteiten uit te voeren door veel andere mensen te bereiken en ze te vertellen over je project. Bijvoorbeeld door een artikel te schrijven en dat te bespreken in een groep, een presentatie te geven of workshops op scholen te verzorgen. Er is een minimumaantal mensen dat je moet bereiken, maar hoe meer, hoe beter. Het doel van Xplore is om zelf te zien hoe het leven in een ontwikkelingsland is, maar vooral om die boodschap door te geven aan anderen. Op die manier versterk je in Nederland het draagvlak voor ontwikkelingswerk. Doordat jongeren in ontwikkelingslanden samenwerken met leeftijdsgenoten, kunnen ze het armoedevraagstuk beter begrijpen en vindt er verbreding en verdieping plaats. Daardoor raken ze meer betrokken bij ontwikkelingssamenwerking en wordt het onderlinge begrip groter, vindt het ministerie.
DE EISEN
Eisen aan de vrijwilliger
Aan welke eisen moet je als vrijwilliger voldoen om in een project mee te draaien? Om te beginnen moet je een goede mentale en fysieke conditie hebben. Verder verschillen de eisen per partner, project en persoon. ‘We proberen zo min mogelijk eisen te stellen’, vertelt Koert. ‘De meeste projecten waaraan kosten zijn verbonden, hebben naast de gebruikelijke eisen aan inzet, flexibiliteit en relativeringsvermogen geen echte algemene selectievoorwaarden. Daar kun je meestal wel terecht als je je op tijd aanmeldt: twee tot drie maanden van tevoren. Bij de andere projecten is minder plaats en beginnen de procedures soms een halfjaar tot een jaar van tevoren. Maar in sommige gevallen duurt het veel korter en kun je binnen een paar weken al vertrekken.
Word je betrokken bij specifieke werkzaamheden, dan kunnen er aanvullende eisen gelden ten aanzien van bijvoorbeeld opleiding, periode die je beschikbaar bent of fondsenwerving vooraf. Het is dus goed om daarmee rekening te houden. Een overheid van een land kan ook eisen stellen. Zo zijn er projecten waarbij je niet ouder dan 25 jaar mag zijn omdat de projectpartner een subsidie van de overheid heeft gekregen voor jongeren tot die leeftijd. Voor Xplore geldt een maximumleeftijd van 30 jaar. Xplore heeft sowieso meer selectiecriteria en creativiteit is er nog belangrijker. Hoe groter je bereik is, hoe meer activiteiten je opzet, hoe interactiever je het een en ander organiseert, hoe beter. Dat gaat vooral van Buitenlandse Zaken uit.’
Reisverzekering vrijwilligerswerk
JoHo probeert de vrijwilligers zo goed mogelijk voorbereid op pad te laten gaan en werkt volgens het one-stop-shop-concept. Je stapt er binnen en vindt er alles onder één dak: een project, ticket, verzekeringen, inentingen, reisapotheek, travel gear, reisgids, internationale kortingkaart, enzovoort. Koert: ‘De meeste mensen vinden dat heel prettig. Ze gaan niet altijd bij alle balies langs, maar het is handig dat dit kan. We zien mensen binnenkomen en een paar uur later compleet voorbereid weer naar buiten stappen. Ons principe is dat alle informatie in ons pand te halen moet zijn. Het bespaart je tijd, maar belangrijker nog: je krijgt het gevoel dat je geen belangrijke informatie mist en dat je niet een te snelle keuze maakt. Regelt iemand zijn ticket toch ergens anders, dan is dat prima.
We bemannen die product- en servicebalies niet allemaal zelf. We hebben partners onder hetzelfde dak, bijvoorbeeld voor tickets, projectadviezen, medische informatie en inentingen. Als iemand bijvoorbeeld een aidsproject in Zuid-Afrika gaat doen, kunnen we hem niet alleen aan een ticket helpen, maar ook vertellen wat voor gevolgen het project heeft voor de dekking van zijn normale (reis)verzekering, welke inentingen eventueel extra noodzakelijk zijn, welke basisreisartikelen toegevoegde waarde hebben en waar eventueel een subsidie te verkrijgen is voor de projectdeelname. In Nederland geven we veel input over praktische zaken, maar werkt iemand aan een project via een JoHo-centrum ter plaatse, dan begeleidt ook de projectpartner daar de vrijwilliger, bijvoorbeeld met een introductieprogramma, culturele excursie of lokale gezondheids- en veiligheidsadviezen.
Niet alleen geïnteresseerde vrijwilligers, maar eigenlijk alle reizigers kunnen een beroep doen op die centra. Wat voorbeelden: Nederlander Ron leidt een taalschool in Argentinië maar is tegelijkertijd een bron van lokale informatie. Hij vertegenwoordigt een aantal projecten, werkt zelf met stagiairs en kent alle ins and outs van Patagonië en andere delen van Argentinië. Pim en Marga leiden een safarikamp in Malawi, bieden avontuurlijke tours aan, maar zorgen ook voor uitwisseling tussen lokale werknemers en Nederlandse vrijwilligers. Lydia en Wytze wonen in Quito, Ecuador, combineren hun taalschool met de ondersteuning van tientallen vrijwilligersprojecten, bieden met hun reisbureau een uitgebreid pakket aan reisservices en helpen je als je bij een Ecuadoraans gezin wilt verblijven.’
Na thuiskomst
Wat gebeurt er wanneer een vrijwilliger weer thuis is? ‘Na het bekijken van de gebruikelijke foto’s en een familie- of vriendenavondje, wordt het aantal geïnteresseerden in jouw verhaal al snel kleiner. Iedereen gaat over tot de orde van de dag. Onze mailboxen puilen uit van de ervaringen van JoHo’ers of mensen die op zoek zijn naar manieren om hun ervaringen verder te delen. Daar komt de podiumfunctie weer om de hoek kijken. We brengen geïnteresseerden op een laagdrempelige manier bij elkaar. In de winkels raken klanten met elkaar in gesprek: de een is net terug uit Peru en de ander reist daar binnenkort naartoe. Binnen het Rotterdamse centrum is dat netwerkprincipe doorgetrokken en is het Fair Food Travel Café gestart. Daar vinden veel leuke gesprekken en informele activiteiten plaats en wordt aandacht gegeven aan fair trade. Ook betrekken we steeds vaker ex-deelnemers in de voorbereiding van vrijwilligers die nog gaan.’
TRENDS
Trendspotting
Vrijwilligerswerk is hot, zoveel is duidelijk. Die trend is ook aan Koert niet voorbijgegaan. ‘Vrijwilligerswerk was dertig tot veertig jaar geleden al een item, maar is de laatste jaren meer een markt geworden. Internet heeft daarin een gigantische rol gespeeld. We weten nu veel meer over hoe het er in Zuid-India, Noord-Peru of Midden-Malawi uitziet. De wereld is beter toegankelijk geworden. Steeds meer mensen gaan verder weg. Reizen is nu goedkoper. Mensen die in een ontwikkelingsland zijn geweest, hebben meer behoefte om iets goeds te doen, een extra bijdrage te leveren of zelf iets op te starten.’
Persoonlijke ontwikkeling
Iets goeds doen is altijd een van de motieven voor vrijwilligers. Maar er zijn meer beweegredenen. ‘Een duidelijke trend is het doen van vrijwilligerswerk voor je persoonlijke ontwikkeling’, constateert Koert. ‘Naast het goed willen doen, speelt een persoonlijk belang mee: mensen willen avontuur, willen sterker worden, ervaring opdoen. Dat persoonlijk belang meespeelt, vinden wij helemaal niet kwalijk. Wij geloven niet zo hard in pure weldoeners. Honderd procent altruïsme bestaat volgens mij niet. Er zit altijd wel ergens eigenbelang in verstopt. Ik heb zelf zo’n tien jaar geleden een vrijwillige stage gelopen bij een toeristische instelling in Guatemala. Dat was nuttig voor het bedrijf, maar ook voor mezelf. In onderzoeken zie je dat persoonlijk belang ook terug in de motieven van vrijwilligers. Wel zijn er verschillen: de een is egocentrisch, de ander denkt meer aan anderen. Een combinatie van verschillende motieven lijkt me het meest geschikt, zolang je je motieven maar durft te benoemen.’
Even ertussenuit
Een andere trend komt voort uit de groeiende groep van dertigers en veertigplussers die er even of wat langer tussenuit willen. ‘De harde werkers die maximaal drie weken de tijd hebben, maar niet alleen maar willen reizen of vakantievieren, kunnen via ons vrijwilligersreizen van een paar weken vinden. Dat zijn combireizen met sportieve, relax- en projectelementen. Andere mensen zijn bijvoorbeeld vastgelopen in hun baan en willen een paar maanden weg om nieuwe inspiratie te krijgen of een carrièremove te maken.’
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
‘En dan zijn er nog bedrijven die in het licht van maatschappelijk verantwoord ondernemen hun werknemers de kans geven om aan een vrijwilligersproject mee te werken, of vanuit het bedrijf een specifiek project te steunen. Zo is er een bouwbedrijf dat zijn medewerkers naar India laat gaan om watertorens en ecotoiletten te bouwen. Bedrijven zijn daar nu gemakkelijker in. Ze staan er meer voor open. Vroeger kreeg je bijna ruzie met je werkgever als je er een paar maanden tussenuit wilde.’ JoHo helpt niet alleen individuen, maar ook dit soort groepen.
Studenten
Een kleinere trend die Koert ziet, betreft studenten die stage willen lopen of onderzoek willen doen in een ontwikkelingsland. Zij kunnen op basis van vrijwilligerswerk bijvoorbeeld stage lopen of een onderzoeksopdracht doen. Maar er zijn ook andere mogelijkheden, tot en met commerciële bedrijfsstages. ‘In Nederland denken we vaak in hokjes. In het ontwikkelingsland maakt het niet uit of je stage loopt of in een andere vorm aan vrijwilligerswerk doet. Steeds meer opleidingen staan ervoor open dat hun studenten praktijkervaring opdoen in een ontwikkelingsland. Ze waarderen de toegevoegde waarde. In veel gevallen krijgen studenten veel meer te doen dan bij een bedrijf in Nederland. Of ze worden persoonlijk sterker, omdat ze zichzelf moeten redden en zelf inhoud aan hun stage moeten geven. Wel zijn er grote verschillen tussen stagebedrijven, projecten en onderzoeksplekken. Niet elk project kan bijvoorbeeld uit de voeten met het stagebeoordelingsformulier of een wekelijkse evaluatie. Het is prettig dat het JoHo-centrum ter plaatse die rol voor een deel kan overnemen. Maar wij geven indien nodig ook voorlichting aan studenten en opleidingen over hoe die zaken in een ontwikkelingsland soms anders gaan dan in Nederland.’
Meer lezen?
Joho.nl
Johofoundation.org
Vrijwilligerswerkinhetbuitenland.nl
Problemenopreis.nl
Ziektekosteninhetbuitenland.nl
Travelclinic.nl
