Particuliere projecten: Doe-het-zelvers in ontwikkelingswerk

Doe-het-zelvers in ontwikkelingswerk worden ze wel genoemd. Deze mensen raken op reis geïnspireerd en ondersteunen kleinschalige projecten en initiatieven om het leven van locals te vergemakkelijken. De ter plekke opgebouwde band staat vaak garant voor effectieve hulpverlening, zo blijkt uit het onderzoek Particuliere initiatieven op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Ook de korte lijnen zijn een voordeel in vergelijking met grote hulporganisaties. ‘Nu weet ik dat elke cent daar terechtkomt waar hij hoort’, zegt Jaap Timmerman, een van de doe-het-zelvers in ontwikkelingswerk.

De twee wereldreizen van Willem Hans Elbrecht (1968) en zijn vriendin Anna-Sophie (1971) hebben hun leven veranderd. De ellendige leefomstandigheden en de mentaliteit van de mensen en kinderen die ze ontmoetten, maakten vooral in Aziatische en Afrikaanse landen een onuitwisbare indruk. Terug in Nederland kwam Willem Hans in contact met iemand die als CliniClown werkte. Toen zag hij de ogenschijnlijk simpele manier om kinderen op te vrolijken. Het inspireerde hem om naast zijn reguliere werk te gaan ‘clownen’. Werk dat uiteindelijk leidde tot de stichting Africlowns, een organisatie die clownsoptredens verzorgt voor kinderen in Afrika. Willem Hans: ‘Op mijn reis door Afrika heb ik me vaak verbaasd over de omstandigheden waarin sommige kinderen moeten leven en hoe ze zich vermaken met bijna niets. Geef ze een bellenblaassetje of ballonnen en ze hebben plezier. Ik realiseerde me dat juist voor hen lachen en plezier hebben een belangrijke levensbehoefte is. Daarom heb ik de stichting Africlowns opgericht.’

Afrika Clowns

Levensgevaarlijk

Willem Hans’ idee voor de stichting kwam als vanzelfsprekend, de uitvoering ervan bleek veel moeilijker. ‘Het voorbereiden van optredens was vanuit Nederland haast onmogelijk. Lokale contacten zeiden: “Kom eerst maar hiernaartoe, dan regelen we het ter plekke.”
Toen we in Zuid-Afrika waren en naar een township wilden gaan voor een optreden, bleek het niet haalbaar om er te komen. We belden onze contactpersoon op. Die zei: “Wil je met de trein komen? Onmogelijk. Met de taxi? Levensgevaarlijk. Ik kan wel iets voor je regelen, maar morgen gaat niet lukken. Bel me maar terug.”
Omdat alle opties te gevaarlijk waren, ging dat optreden niet door. Even later was het wel raak. In een soort amfitheater mocht ik voor het eerst optreden. De kinderen hadden geen flauw idee wat er ging gebeuren, ze waren heel afwachtend. Uiteindelijk deden ze actief mee met de voorstelling en vonden ze het geweldig.’ Willem Hans werkt tegenwoordig als animatieacteur en als leerkracht in het basisonderwijs. ‘Ik offer het grootste deel van mijn vakantiedagen op voor de stichting. Het is de bedoeling dat ik, of andere clowns, in ieder geval eens per jaar die kant op ga om optredens te verzorgen.’

Onderzoek vrijwilligerswerk

Madelief Brok en Hinde Bouzoubaa hebben de masteropleiding Ontwikkelingsstudie in Nijmegen gevolgd. Tijdens hun studie deden ze in opdracht van de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) en het Centre for International Development Issues Nijmegen (CIDIN) onderzoek naar particuliere initiatieven in buitenlands vrijwilligerswerk. Het project van Willem Hans is volgens hen een van de circa 6400 particuliere initiatieven die zijn opgericht door Nederlanders.
Dat aantal blijft groeien, concluderen ze in hun onderzoek Particuliere initiatieven op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Dat komt onder meer door een groeiende maatschappelijke behoefte om goed te doen en doordat goedwillende particulieren steeds meer en steeds verder gaan reizen en zo op plekken komen waar de bevolking weinig of geen hulp ontvangt via de traditionele kanalen. Met een gelijke verhouding aan initiatieven zou Vlaanderen op ongeveer 2000 particuliere initiatieven uitkomen, blijkt uit het onderzoek De vierde pijler van de ontwikkelingsamenwerking in Vlaanderen: de opmars van de levensverbeteraar van Patrick Develtere en Johan Stessens.

Said Sayed

Antoinette Termoshuizen (1966) is initiatiefneemster van Stichting Shishu Niketan (SSN). Het idee voor haar stichting ontstond tijdens een vijftien maanden durende fietstocht van Indonesië naar Nederland. Antoinette: ‘Het leek me geweldig om een fietstocht door Azië te maken. Voordat ik met de voorbereidingen begon, wist ik al dat ik niet alleen voor “de leuk” wilde fietsen. Ik wilde ook een doel hebben. Daarom benaderde ik het Liliane Fonds en bezocht voor hen verschillende projecten.’

Said Sayed

Op haar reis ontmoette Antoinette in Bangladesh de jonge Said Sayed. ‘Een zesjarig jongetje met prachtige ogen. Tot zijn zesde jaar was hij een normaal, gezond kind. Twee maanden voordat ik het dorp bezocht, kreeg hij hersenvliesontsteking. In één week kreeg hij 130 injecties. Mede daardoor werd hij spastisch. Ik beloofde hem dat ik zou terugkomen om hem te helpen.’ Kort na haar aankomst in Nederland vertrok Antoinette opnieuw naar Bangladesh om er voor twee jaar te werken. Uiteindelijk richtte ze Stichting Shishu Niketan op, Bengaals voor ‘een thuis voor kinderen’. SSN geeft hulp aan gehandicapte kinderen in Bangladesh. ‘Kinderen met een verstandelijke beperking hebben ondersteuning nodig vanaf de geboorte tot hun dood. De meeste grote fondsen ondersteunen projecten voor een bepaalde periode. Daarom heb ik besloten om zelf een stichting op te zetten.’

Ontwikkelingssamenwerking

Volgens onderzoeksters Madelief Brok en Hinde Bouzoubaa zijn kleine initiatieven vaak een goede aanvulling op het grootschalige werk dat grote organisaties verzetten. Madelief Brok: ‘Een in mijn ogen opmerkelijke uitkomst van ons onderzoek is dat grote hulporganisaties heel sceptisch zijn tegenover kleinschalig particulier initiatief. Zij zien ontwikkelingssamenwerking als een vak waarin zij zijn gespecialiseerd. Ook vragen ze zich af of mensen zich wel goed genoeg realiseren waar ze mee bezig zijn en wat de effecten van hun goede bedoelingen zijn. Terwijl mijn indruk juist is dat de door particulieren opgerichte stichtingen heel vakkundig te werk gaan. Deze mensen hebben een gedegen visie op wat ze willen bereiken. In veel gevallen starten ze projecten op plaatsen waar de grote organisaties niet komen. Zij geven antwoord op kleine hulpvragen.’
Het geld dat particulieren ontvangen voor hun buitenlandse liefdadigheid, komt in de meeste gevallen, zeker in de beginfase, van vrienden, kennissen en collega’s. Maar steeds vaker weten deze particulieren de weg te vinden naar subsidiekanalen van ontwikkelingsorganisaties als Cordaid, NCDO en Oxfam Novib. Wie subsidie wil ontvangen, moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Madelief Brok: ‘Belangrijke voorwaarde is dat het project wordt gedragen door een of meerdere lokale instanties in het ontwikkelingsland. Ook moet er een concreet samenwerkingsverband zijn tussen het particuliere initiatief in Nederland en de projectpartner in het ontwikkelingsland.’

Stichting opzetten

Een stichting opzetten is één ding. De projecten in het buitenland draaiend houden, blijkt vaak een heel ander verhaal. Antoinette werkt dertien uur per week als coördinator buitenschoolse opvang. Daarnaast is ze dertig uur per week kwijt aan het werk voor de stichting. ‘Ik houd me bezig met fondsenwerving, boekhouding, het onderhouden van contacten in Bangladesh, het opzetten van scholenprojecten en het geven van presentaties. Ik kan er alleen zoveel tijd insteken omdat mijn man kostwinner is, daar heb ik geluk mee.’
Inmiddels heeft Antoinette drie dagcentra, een leerwerkplaats, ambulante zorg en een consultatiebureau opgezet in Bangladesh. Een zorgboerderij is in ontwikkeling en zal eind 2008 opengaan. Het Liliane Fonds ondersteunt één dagcentrum. In de beginjaren reisde ze twee keer per jaar naar Bangladesh om de gang van zaken te bekijken. Inmiddels heeft ze vier kinderen, van wie twee geadopteerd uit Bangladesh, en bezoekt ze haar projecten eens per twee jaar. ‘Dat ik dit werk voor de stichting kan doen, heb ik te danken aan een goed netwerk. Je hebt hiervoor mensen nodig die je steunen.’

Geitenwollen sokken

Net als Antoinette wilde ook Jaap Timmerman (1962) zich tijdens zijn reis nuttig maken. ‘Ik ben altijd redelijk sociaal ingesteld geweest en deed lange tijd vrijwilligerswerk bij een vertrouwenslijn. Nu wilde ik iets anders doen.’ Jaap besloot om halverwege zijn tocht door Zuid-Amerika drie maanden te gaan werken in een kindertehuis in Bolivia. ‘Ik ben totaal geen geitenwollensokkentype. Niet een prototype van iemand die ontwikkelingswerk doet, zeg maar. Mensen die mij kennen, waren dan ook met stomheid geslagen. Die zien mij als een ruige gozer met een motorfiets die van hardrockmuziek houdt. Ik had geen ervaring met dit soort dingen. Het werd tijd dat dat veranderde.’

In Bolivia ging Jaap op een vrijdagmiddag kijken bij het kindertehuis waar hij kon gaan werken. ‘Ik ben er drie kwartier geweest. Er waren zestig kinderen. Ik werd gillend gek! Wat ik wel bijzonder vond: alleen al het feit dat ik er was, leverde blije gezichten op.’ De maandag erop kwam Jaap terug. Drie maanden lang hielp hij de ‘moeder’ van het tehuis met het verzorgen van de kinderen, het schoonmaken van slaapkamers en toiletten en alle andere bijkomende werkzaamheden.
Jaap: ‘Ik reisde samen met een vriendin. Vooraf hadden we afgesproken om drie maanden te werken en daarna weer verder te reizen. Dat wilde ik ook graag. Toch was het ontzettend moeilijk om na die periode weg te gaan en de kinderen achter te laten. Je raakt aan ze gehecht. Het voelde goed om daar iets te kunnen bijdragen. Aan de andere kant weet je dat drie maanden te kort is om echt iets voor die mensen te kunnen betekenen. Dat moet je beseffen als je in zo’n land iets wilt opzetten. Ik heb heel wat vrijwilligers gezien en gesproken die iets dergelijks hebben ondernomen. Je ziet ze denken: dit gaan we even veranderen. Ze benaderen het ontwikkelingswerk vanuit een westers oogpunt. Dat kan heel wat frustraties opleveren. Wanneer je er bent, verloopt alles goed. Zodra je weggaat, vallen veel mensen weer terug in hun oude patroon. Alles wat je daar met pijn en moeite hebt opgebouwd, laten ze dan net zo gemakkelijk weer los. Daar moet je tegen kunnen.’

Kinderen van Bolivia

Stichting Kinderen in Bolivia

om de kinderen in het tehuis structureel te kunnen helpen, richtte Jaap twee jaar na zijn eerste periode van vrijwilligerswerk de Stichting Kinderen in Bolivia op. ‘Ik werkte destijds bij TNO. Met mijn toenmalige werkgever regelde ik dat ik negen maanden per jaar fulltime werkte en 90 procent kreeg uitbetaald. Met mijn vakantiedagen erbij, kon ik zo ieder jaar drie maanden vrij nemen om te werken in het tehuis in Bolivia. Onze projecten zijn gericht op scholing, de verbetering van hygiëne en medische zorg. Ik heb wel eens gedacht om aan te haken bij projecten die al bestaan, maar dat zijn veelal projecten van grote organisaties. Daar blijft vaak te veel geld aan de strijkstok hangen. Nu weet ik dat elke cent daar terechtkomt waar hij hoort.’

Dat is volgens Madelief Brok een van de vele redenen voor particulier initiatief in ontwikkelingslanden. ‘Mensen die zelf een project opstarten, voelen zich om persoonlijke redenen betrokken bij de lokale bevolking. In veel gevallen komt dat voort uit ontmoetingen die hebben plaatsgevonden tijdens een reis. Met hun project willen ze dan specifiek iemand of meerdere mensen die ze daar hebben ontmoet, helpen.’ De leeftijd van de mensen die zelf een ontwikkelingsproject opzetten, ligt meestal tussen de veertig en zestig jaar. Madelief Brok: ‘Bij een grote groep, vooral bij de oudere generatie, speelt schuldgevoel een grote rol. Bij veel jongeren is het niet zozeer schuldgevoel, als wel praktisch idealisme. In bijna alle gevallen is de motivatie voor het opzetten van een project, dat iemand er zelf is geweest.’

Dat heeft automatisch tot gevolg dat veel projecten in toeristische gebieden plaatsvinden, bevestigt Brok. ‘India, Kenia en Ghana staan hoog op de lijst. Ook Tanzania en Brazilië zijn populair bij particuliere initiatiefnemers. De kleinschalige projecten vormen vaak een aanvulling op het werk van de grote hulporganisaties. Je ziet ook overeenkomsten tussen de thematische werkvelden. In beide gevallen draait het meestal om bouw, renovatie en infrastructuur, of om gezondheidszorg en watervoorziening, of om onderwijs, voorlichting en kennisoverdracht.’

Focus on Education

Is voor veel mensen vrijwilligerswerk de aanleiding om te reizen, voor Cinderella Servranckx (1972) geldt het omgekeerde. Ze blijft twee jaar weg en bezoekt projecten van Focus on Education, een stichting die zich richt op ontwikkelingssamenwerking met de derde wereld. Het zwaartepunt van de projecten ligt op het gebied van educatie. Cinderella reist door Egypte, Soedan, Ethiopië en Jemen, om uiteindelijk via Centraal-Azië, Afghanistan en Pakistan naar India te reizen. ‘Vooral daar zal ik veel voor de stichting doen. Ik ga bestaande scholen bezoeken, kijken of geld dat wordt gedoneerd, op de juiste plaats terechtkomt. Controleren of de meisjes die naar school moeten er zijn en of de leraren aanwezig zijn. Eventueel ga ik gastlessen geven.’

Focus on Education is opgericht door Marijke den Ridder (1947). Wat begon als klein particulier initiatief, is inmiddels uitgegroeid tot een stichting met projecten in Gambia, Sri Lanka, India en Nepal. Onlangs is daar een proefproject in Congo bij gekomen. Het begon allemaal in 1997, toen de man van Marijke een maand naar Sri Lanka moest voor zijn werk voor een grote bank. Ze besloot mee te gaan en de gelegenheid aan te grijpen iets nuttigs te doen voor de lokale bevolking. Op eigen initiatief. ‘Want’, legt Marijke uit, ‘ik had eerst het idee om voor een Nederlandse stichting te gaan werken. Daarvoor bezocht ik een aantal projecten. Maar sommige zaken gingen daar zo moeizaam. Als je het zelf doet, zijn de lijnen korter en kun je met de mensen ter plaatse meer regelen. Er was bijvoorbeeld een groep bejaarden die op pelgrimsreis wilde. Die organisatie was daar al jaren mee bezig. Ik had het in twee weken voor elkaar.’
Aanvankelijk hadden Marijke, werkzaam in het basisonderwijs, en haar man Jacques een aantal projecten die ze ieder jaar bezochten. Aan die bezoekjes werd soms een vakantie van een paar dagen of een week vastgeplakt. Maar met het succes van de stichting groeide het aantal te bezoeken projecten, terwijl het aantal vakantiedagen gelijk bleef. ‘Nu Cinderella onze projecten bezoekt, kunnen we eindelijk weer eens echt op vakantie. We zijn altijd fanatieke reizigers geweest, maar dat is er al tien jaar niet meer van gekomen.’

Vijftien euro

Cinderella ziet het bezoeken van de projecten juist als onderdeel van haar reis. Ze wil het nuttige met het aangename combineren: ‘In veel landen waar ik doorheen reis heeft Focus on Education projecten opgezet. Ik wil die landen zien en een bijdrage leveren daar waar mogelijk. Wil ik twee jaar wegblijven, dan zal ik moeten zien rond te komen van tien tot vijftien euro per dag. Voor het werk voor de stichting krijg ik niets betaald. Ik financier alles zelf. Het leuke van reizen op deze manier is dat je het land ook beter leert kennen.’

Vrijwilligerswerk Afrika

Mombassa

Ineke van Huuksloot is een van de belangstellenden die ooit tevergeefs bij grote hulporganisaties aanklopte voor vrijwilligerswerk. Ze vertrok als toerist naar Kenia voor een rondreis. Ze wilde echter niet alleen olifanten kijken, maar ook het echte Afrikaanse leven meemaken. Vrijwilligerswerk in een weeshuis leek haar wel wat, maar ze kon nergens terecht.
Het toeval hielp een handje. In de minibus van de safari trof ze een Nederlands stel dat contacten onderhield met oud-collega’s die in Mombassa een kindertehuis hadden opgericht. Ineke en haar partner waren direct geïnteresseerd. Niet lang daarna ontmoetten zij Ria en Matheka Munyasya, die hun een rondleiding gaven in hun tehuizen in de Keniaanse kuststad. Het ene huis is het Dickson Children Centre voor kinderen van 0 tot 18 jaar, het andere het rehabilitatiecentrum Onesimus Boys Centre voor straatjongens in de leeftijd van 12 tot 18 jaar.
De rondleiding maakte enorm veel indruk. Zo hoorde ze het verhaal van Yvonne, een 2-jarig meisje van wie de moeder prostituee was. ‘Ze werd door haar moeder achtergelaten bij straatjongens en ging daar van hand tot hand. Ze was verwilderd en ging midden op straat slapen. Als je haar optilde, beet ze. Ik dacht: wat heeft dit kind meegemaakt dat ze dergelijk gedrag vertoont!’
Al jaren koesterde Ineke de wens om ‘iets met kinderen in Afrika’ te doen. De mogelijkheid om als vrijwilligster in beide tehuizen aan de slag te gaan, was voor haar een gouden kans. Nog geen halfjaar later zei ze haar baan op en ging ze voor twee maanden naar Kenia.
Daar was ze de allereerste vrijwilliger in het project. Naast de gewone werkzaamheden hielp ze daarom het vrijwilligerswerk in de tehuizen op poten te zetten. Vanuit Nederland houdt ze zich nu bezig met fondsenwerving en coördinatie van de vrijwilligers. Naast haar fulltime betaalde baan heeft ze een parttime vrijwilligersbaan bij de Shoulder 2 Shoulder Foundation, waar ze verantwoordelijk is voor de coördinatie van vrijwilligers, fondsenwerving en voorlichting.

Maar één juf

Vrijwilligers kunnen wel degelijk een belangrijke bijdrage leveren in de tehuizen, ook al zijn ze tijdelijk aan het werk, vindt Ineke. ‘We hebben maar één juf in ons centrum, die vijf verschillende klassen heeft. Voor persoonlijke aandacht is weinig gelegenheid. Vrijwilligers kunnen meehelpen om activiteiten te ondernemen, zoals voetballen en knutselen. Of Engels spreken met de kinderen. Het was leuk om te merken dat veel kinderen deze taal beter beheersten nadat ik er een periode was geweest.’
Ineke zegt er diep van doordrongen te zijn dat het vrijwilligerswerk noodzakelijk is. ‘Je biedt kinderen een toekomst die ze anders nooit zouden bereiken.’ Toch moet een vrijwilliger niet te hoge verwachtingen koesteren, vindt ze. ‘Ga zonder doelstellingen, zei iemand tegen mij. Dat is het beste advies dat ik gekregen heb. Met te hoge verwachtingen word je onherroepelijk teleurgesteld. Toch zie ik hoe goed de kinderen het nu hebben. Toen ik de kinderen voor het eerst aantrof, hadden ze amper drie lapjes stof aan hun lijf. Ze zaten vol viezigheid en hadden honger en nachtmerries. Nu zijn ze opgebloeid, eten lekker en spelen met vriendjes. Dat zij nu een goede toekomst tegemoet gaan, is voor mij de allergrootste stimulans om door te gaan met deze activiteiten.’
Ineke adviseert ook andere vrijwilligers om zonder verwachtingen naar het project af te reizen. ‘Toch vinden veel mensen dat moeilijk’, weet ze. ‘Sommigen worden er heel ongelukkig van. De wereld verbeteren, dat doe je niet even. Daar is Afrika te ingewikkeld voor. Wel kun je heel kleine dingen doen: ervoor zorgen dat een kind troost vindt, zich veilig voelt, iets leert of even kan lachen. Een ziek kind zit het liefst de hele dag bij zijn moeder. Daarom heb ik een kind met oorontsteking de hele dag op schoot gehad en haar geschommeld. Op het persoonlijke niveau maak je soms het verschil.’
Ineke en haar partner hebben inmiddels twee kinderen uit het huis financieel geadopteerd, onder wie Yvonne. ‘Met haar heb ik een echte band opgebouwd. Vroeger was ze heel stoïcijns en argwanend. Ze maakte bijna geen contact. Ik ben twee maanden lang heel intensief met haar opgetrokken. We hebben gespeeld, gepuzzeld en ik heb haar veel aandacht gegeven. Daardoor is ze helemaal losgekomen. Toen ik haar later terugzag, was ze heel vrij geworden. Ze ging zelfs op muziek dansen. Dat was fantastisch.’





Zelf een goed doel opzetten?

Via de site http://www.linkis.nl vind je allerlei informatie over internationale samenwerking en het opzetten van kleinschalige ontwikkelingsprojecten. Op de site staan ook verschillende mogelijkheden voor subsidieaanvragen. Linkis is een samenwerkingsverband van Medefinancieringsorganisaties, Thematische Medefinancieringsorganisaties en COS Nederland.

Meer internetlinks:

http://www.africlowns.nl – Stichting Africlowns
http://www.skib.nl – Stichting Kinderen in Bolivia
http://www.niketan.nl – Stichting Shishu Niketan
http://www.focusoneducation.nl – Stichting Focus on Education



Reis om de Wereld geeft op deze pagina een overzicht van alle vrijwilligers organisaties. Er zijn vele mogelijkheden: van schilpadden verzorgen in Guatemala tot hulp in een weeshuis in Burkino Faso. Wil je ook iets voor anderen betekenen? Kijk dan eens bij de vrijwilligers projecten. Wil je ook jou project of stichting aanmelden op deze site? Stuur dan even een mailtje!

Facebook RSS Feed