Zweden, Hoogtepunten
1. Svealand
Svealand is voor een groot deel het domein van uitgestrekte bossen en kristalheldere meren. De Zweden zelf zijn dol op hun bossen. In de zomer en herfst trekken ze er massaal op uit om er allerhande soorten bessen en paddestoelen te zoeken; iedereen heeft zo z’n eigen plukstek. De opbrengst wordt verwerkt tot jams en taarten – in elk Zweeds gezin zijn wel zelfgemaakte potten te vinden, waarvan altijd een klodder bij de gehaktballetjes wordt geserveerd. Als je tijdens een boswandeling groepen Zweden met rugnummer en stafkaarten ziet rondrennen dan zijn zij bezig met oriëntering. Ooit bittere noodzaak in de onbewoonde wildernis, nu een populaire sport.
2. Stuga of bastu
Veel Zweedse stadsbewoners hebben ergens ‘buiten’ een stuga (hutje) met een bastu (sauna). Ze komen er graag om te ontspannen tijdens weekenden of vakanties. Je avondmaaltijd hengel je gewoon op uit het meer. Overal in het land tref je deze vorm van ontspnning aan.
3. Dalarna
Wie iets over de Zweedse cultuur wil leren, moet in Dalarna wezen. Heb je je ooit afgevraagd waar de roodbruine kleur vandaan komt waarin zoveel Zweedse houten huizen zijn geverfd? De verf met zijn typische kleur is een bijproduct uit de metaalindustrie rond Falun. Het populaire Zweedse houtsnijwerk komt ook uit deze streek – welk souvenir is bekender dan het Dalahäst, het houten oranje paardje dat met de hand is gesneden en kleurrijke kwast is beschilderd? Nergens in Zweden worden traditionele feesten zo uitbundig gevierd als hier – een must dus voor wie de Zweden in klederdracht wil zien en het geluid van de nyckelharpa eens wil horen.