Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Casablanca: De witte stad

776

Een week na de verschrikkelijke aardbeving die het noorden van het land zo dramatisch trof, vliegt Denise Miltenburg naar Casablanca. Het is bovendien bijna tien maanden na de bloedige aanslag van vorig jaar. Wat kan ze verwachten? Is de stad weer veilig? Mannen in pakken met fluorecerende strepen erop lopen met ons mee door de medina. ‘Je t’aime, je t’aime,’ roept een toevallige passant. De priemende blik van iemand die me nastaart. ‘M’n einde is nabij,’ lees ik op het gezicht van een reisgenoot als hij midden op de weg is blijven ‘steken’. Maar alles komt goed, insjallah…

Denise Miltenburg

Het noorden van Marokko werd vlak voor m’n vertrek door een aardbeving getroffen. Rampzalig, zo veel doden als er gevallen zijn en zoveel schade als er is aangericht. Maar ik ging naar een ander gebied. En de aanslag in Casablanca van mei vorig jaar leek eigenlijk ook al weer heel ver weg. Geen reden om bang te zijn. Wel vroeg ik me af of je als vróuw veilig door Marokko kunt reizen. In m’n eentje, met m’n lange blonde haren, leek me niet zo verstandig, maar in een groep moest kunnen.

Casablanca, ‘de witte stad’, is mijn eerste kennismaking met Marokko. Een moderne stad. ‘Casa’ wordt het kortweg genoemd. Het is niet de hoofdstad, maar wel het economische en commerciële centrum van Marokko. Is het daar veilig? We komen in het donker aan bij het hotel. Na het diner loop ik samen met een reisgenote nog even naar buiten om water te kopen. Een grote fles Sidi Ali, de naam die bijna op elke fles water staat. Twee vrouwen in het donker. Kan dat? Het blijkt veilig genoeg, maar ik zou blij zijn als het weer dag was en tijd om ‘de witte stad’ te ontdekken.

Uitzicht op de Atlantische Oceaan vanaf het hotel in Casablanca. Meer naar rechts ligt in de verte de kolossale Hassan II moskee [Foto: Denise Miltenburg]
Uitzicht op de Atlantische Oceaan vanaf het hotel in Casablanca. Meer naar rechts ligt in de verte de kolossale Hassan II moskee [Foto: Denise Miltenburg]

Incognito

’s Ochtends, nog voor het ontbijt, besluit ik alvast op verkenningstocht te gaan. In m’n eentje. Hoe zie ik er zo min mogelijk uit als een toerist, vraag ik mezelf op m’n hotel kamer af. En zo min mogelijk als zogenaamde ‘gewillige’ vrouw? Want die indruk wil ik beslist niet wekken. ‘Draag wijde broeken en oversized blouses,’ lees je wel eens. In Damascus droeg ik ooit een heel wijde rok en een sjaal over m’n hoofd. Maar je zag natuurlijk van verre al dat ik geen local was.

Het stond nog belachelijk ook. En dus besluit ik nu gewoon in spijkerbroek en bodywarmer (het is nog fris!) op pad te gaan. Met schoenen aan waarop ik snel weg kan rennen en een zogenaamd hip doekje over m’n hoofd geknoopt. Zo, redelijk incognito dacht ik, slenter ik even later over de Corniche. Een soort boulevard langs zee. Maar al van verre word ik toegezwaaid door een stel andere vroege vogels uit de groep. Dus toch niet zo incognito. Maar goed, de Marokkanen laten me in ieder geval met rust. Slechts af en toe loert iemand. Eén keer voel ik de priemende blik van iemand die me nastaart. Maar meer nog dan zíj zich over míj verbazen, verbaas ik me over hén. Want wat een sportievelingen zeg, die Marokkanen!

De Hassan II moskee vanaf een afstand gezien. Het is de op één na grootste moskee ter wereld. De bouw heeft maar liefst achthonderd miljoen (!) dollar gekost.
De Hassan II moskee vanaf een afstand gezien. Het is de op één na grootste moskee ter wereld. De bouw heeft maar liefst achthonderd miljoen (!) dollar gekost.

Sportievelingen

Het is nog geen acht uur en aan alle kanten dribbelen joggers voorbij. De boulevard is één groot sportterrein. Jong, wat ouder, man, vrouw, jongen, meisje… allemaal joggen ze alsof hun leven er vanaf hangt. Het wemelt werkelijk van de sportievelingen en ook het strand ziet er zwart van. De jeugd speelt er massaal partijtjes voetbal. Gebeurt dit in Nederland ook? Ik geloof er niets van. Toch eens checken. Als we de oude stad bezoeken, worden onze onbezorgde toeristenharten geconfronteerd met de bloedige aanslag van mei vorig jaar.

Niet direct, nee, van de aanslag van vorig jaar waarbij tientallen doden vielen, zien we niets, maar wel loopt er beveiliging met ons mee. Dit om ons het gevoel te geven dat Casablanca weer veilig is na die gebeurtenis van vorig jaar. Preventieve maatregelen met als doel dat we ons veilig voelen. Alsof die paar mannen in pakken met fluorescerende strepen erop ook maar íets kunnen doen als er een bom ontploft.

Straatbeeld casablanca
Straatbeeld in de oude stad van Casablanca. Je ziet er zowel gesluierde als ongesluierde vrouwen. [Foto: Denise Miltenburg]

Marokkaanse extremist

Pas nu, na de verschrikkelijke gebeurtenis in Madrid, denk ik daar weer over na. Er blijken overeenkomsten te zijn gevonden tussen de aanslag in Casablanca en die van 11 maart in Madrid. ‘Marokkaanse extremist achter terreur Madrid’ lees ik in de krant. De Marokkaan zou één van de plegers van de bomaanslagen in Madrid zijn. Samen met een aantal andere Marokkanen wordt hij ervan verdacht banden te hebben met het islamitische terreurnetwerk Al Qaida. Ook schijnen er sporen te zijn die in de richting wijzen van de groep die vorig jaar de zelfmoordaanslagen in Casablanca pleegde.

Vermeende banden met Al Qaida, Marokkaanse betrokkenheid, terreur. Met terugwerkende kracht word ik bang. Wat zegt Buitenlandse Zaken hier eigenlijk over? Op de site met reisadviezen per land eerst een algemeen stukje: ‘In verband met de huidige situatie in Marokko en het Midden-Oosten, de aanslagen (op toeristisch attractieve oorden) in de wereld en de steeds dreigender vorm van globaal terrorisme, wordt u geadviseerd in Marokko extra voorzichtig te zijn. Bij een eventueel toeristisch bezoek aan een aantal interessante steden, de hoofdstad Rabat en badplaatsen, wordt – ondanks mogelijk zichtbare aanwezigheid van lokale veiligheidsmaatregelen – aangeraden extra alert te blijven.’

Detail van de Hassan II moskee
Detail van de Hassan II moskee [Foto: Denise Miltenburg]

Met een ex-bokser de medina in

Inderdaad. Ook wij bemerken die aanwezigheid. Tijdens ons bezoek worden we door politie- en beveiligingsagenten beschermd. Ze lopen met ons mee om ons het gevoel te geven dat Casablanca weer veilig is. De mannen lopen met ons mee door de medina.

Casablanca heeft twee medina’s. Met de medina bedoelt men de oude stad. We gaan eerst langs de ‘nouvelle medina’. Hier worden we rondgeleid door gids en ex-bokser Mohammed Wahabi. Hij is bijna tachtig en heeft zesenveertig jaar in de VS gewoond. Met maar liefst 281 knock-outs op zijn naam. Hij doet denken aan een donkere Cubaanse muzikant. Of zo’n jazzfiguur uit New Orleans. ‘Always believe what you see and not what you hear,’ merkt Mohammed op als we voor het paleis van de koning staan.

Maar helaas moeten we het doen met ‘what we hear’, want zoals bij zoveel paleizen en moskeeën mogen we als niet-moslims ook hier niet in. ‘De huidige koning, koning Mohammed VI’ vertelt hij, ‘regeert sinds 1999.’ Hij heeft maar liefst vijfenvijftig paleizen en dit is er één van. De grootste staat in Fes. ‘He has only one wife.’ vertelt Mohammed. En dat schijnt bijzonder te zijn, want voormalige koningen hadden er vaak meedere. Samen met zijn vrouw heeft koning Mohammed VI een zoontje: Moulay Al Hassan. De nieuwe kroonprins van Marokko.

Zwarte olijven liggen te drogen op de Olijfmarkt. Overal staan grote bakken met olijven in allerlei soorten, maten en smaken [Foto: Denise Miltenburg]
Zwarte olijven liggen te drogen op de Olijfmarkt. Overal staan grote bakken met olijven in allerlei soorten, maten en smaken [Foto: Denise Miltenburg]

Olijfmarkt

In de gaten gehouden door mannen in pakken met fluorescerende strepen erop wandelen we door de ‘nouvelle medina’, ook wel Quartier Habous genoemd. Humphrey Bogart en Ingrid Bergman liepen hier destijds ook om inspiratie op te doen voor de legendarische film Casablanca. Gefilmd werd er niet, dat gebeurde allemaal in Hollywood.

Inderdaad, de met drie Oscars bekroonde klassieker blijkt hier helemaal niet te zijn opgenomen. We duiken een zijstraat in en komen uit op de Olijfmarkt. Olijven in allerlei smaken, uitgestald in grote bakken. Op de grond liggen zwarte olijven te drogen. Een verkoper kijkt nogal beteuterd als iedereen zijn olijven proeft, maar niet koopt. Een vage glimlach op zijn gezicht als iemand toch zijn portemonnee trekt.

Let goed op in de oude stad. Dat levert soms verrassende plaatjes op. Op de meest onverwachte plekken vind je vaak de mooiste steegjes [ Foto: Denise Miltenburg]
Let goed op in de oude stad. Dat levert soms verrassende plaatjes op. Op de meest onverwachte plekken vind je vaak de mooiste steegjes [ Foto: Denise Miltenburg]

Dwalen en verdwalen

’s Middags krijgen we tijd om zelf wat door de stad te slenteren. We dwalen en verdwalen in de smalle en kronkelige straatjes van de soek. We zien elkaar weer op de Place Mohammed V, of wel de Place des Nations Unis. Een groot en modern plein met een duur hotel en drukke straten. Eromheen elegante gebouwen uit de jaren twintig. Waterdragers tingelen voorbij in hun rode pakken. Modern geklede vrouwen op hoge hakken lopen tussen stevige vrouwen met hoofddoekjes door. Hand in hand steken groepjes de straat over. Af en toe loert iemand stiekem opzij, naar ons.

Nog voor zonsondergang zijn we terug in het hotel. Met een paar reisgenoten drinken we wat op een terras aan de Corniche, met uitzicht op zee. Om ons heen enkel maar Marokkanen, heel anders dan we later die week in Marrakech zullen zien. Casablanca is niet toeristisch, maar daarom zeker de moeite waard. Op de boulevard bijvoorbeeld. De terrassen zitten vol met mensen in moderne kleding. Relaxt van de namiddag genietend. De iets meer welgestelde Marokkanen waarschijnlijk. Overal groepjes en stelletjes bijeen, lurkend aan koffie, thee, Coca Cola of verse sapjes. Geen alcohol, dat wordt op het terras niet geschonken helaas, maar ondanks dat heerst er een zorgeloos sfeertje: lachende mensen, zacht gefluister en blikken over en weer en over zee. Wachtend op de zon die in de oceaan zal zakken. Het is fris, maar toch geniet iedereen van het ondergaande zonnetje. Een glimmend potje muntthee wordt voor m’n neus gezet. Mierzoet. De geur van muntblaadjes vermengt zich met de bries van de oceaan.

Let goed op in de oude stad. Dat levert soms verrassende plaatjes op. Op de meest onverwachte plekken vind je vaak de mooiste steegjes [ Foto: Denise Miltenburg]
 

M’n einde is nabij…

‘M’n einde is nabij,’ valt van het gezicht van een reisgenoot af te lezen als hij op de terugweg midden op de weg is blijven ‘steken’ terwijl wij allemaal doorgerend zijn. Auto’s razen voor en achter hem langs. Hij hupt wat van het ene been op het andere, alsof hij daar de auto’s mee kan ontwijken. Zijn gezicht trekt bleek weg, dat van ons ook.

Buitenlandse Zaken zegt wat wij zagen: ‘Het rijgedrag in Marokko laat te wensen over, waardoor een verhoogd risico op ongelukken bestaat.’ Nóg een auto raast voorbij, dan rent hij naar de stoeprand, met z’n benen voor z’n lichaam uit. Het komt goed, insjallah, als God dat wil. De Marokkanen op het terras kijken hem hoofdschuddend aan. Maar enigszins vermakelijk vinden ze het wel.

De minaret van de Hassan II moskee is maar liefst 200 meter hoog. Hier heb ik een deel van de minaret gefotografeerd vanonder de zuilengallerij op het plein [Foto: Denise Miltenburg]
De minaret van de Hassan II moskee is maar liefst 200 meter hoog. Hier heb ik een deel van de minaret gefotografeerd vanonder de zuilengallerij op het plein [Foto: Denise Miltenburg]

Hoogste minaret ter wereld

Vanaf m’n balkon kijk ik hoe de lucht verkleurt. Verkeer klinkt verder weg, zwakke stemmen sterven weg in de verte. De minaret van de Hassan II moskee wijst met z’n vinger fier omhoog, alsof hij wil zeggen: ‘kijk mij nou!’ Hij is 200 meter hoog, de hoogste ter wereld, en het silhouet van de stad wordt er duidelijk door bepaald. Ik kijk ernaar en denk terug aan die ochtend, toen we de moskee van binnen zagen. De op één na grootste moskee ter wereld, waar dagelijks tweehonderd mensen werken.

De gebedsruimte heeft een oppervlakte van tweehonderd meter bij honderd, en een hoogte van vijfenzestig meter. Die ruimte is zelfs drie keer zo groot als de St. Paul’s Cathedral in Londen. En Hassan heeft nog vloerverwarming ook. Een pittige jongedame leidt ons die ochtend vol trots rond. ‘Het dak werkt elektrisch. In drie minuten kan het open en in twee weer dicht,’ vertelt ze enthousiast terwijl ze voor de zoveelste keer de loshangende flappen van haar hoofddoekje opnieuw vast knoopt.

Ze wijst ons op details in het interieur, de rijke versieringen in marmer, het natuursteen en het cederhout. Vergulde plafonds en immense kroonluchters. Hoe maak je die in godsnaam schoon? Ook daar weet ze het antwoord op. Een ladder is er in ieder geval niet voor nodig.

Mozaïekdetail van de Hassan II moskee
Mozaïekdetail van de Hassan II moskee. Waar je ook komt in de steden, bijna overal zie je dit soort mozaïeken [Foto: Denise Miltenburg]

Alles ziet er nog als nieuw uit. Stiekem een beetje jammer, maar imposant is ie, de Hassan II moskee. Zo groot. En dan die ligging, direct aan zee. ‘Allahs troon was op water gebouwd’ staat in de koran. En dus zag Koning Hassan II reden om zijn grote moskee op een landaanwinning te laten bouwen. De Atlantische Oceaan als decor erachter. Pas eind jaren tachtig is begonnen met de bouw nadat er geld voor was ingezameld onder de lokale bevolking. Achthonderd miljoen (!) dollar heeft het gekost, puur betaald uit giften.

 

Maar een paar honderd meter verderop liggen de sloppenwijken. Stille getuigen dat de verschillen tussen arm en rijk enorm zijn. Want de rijkdom van de moskee vormt een schrijnend contrast met de krottenwijken aan de rand van de stad. Simpele, zelf gefabriceerde ‘woningen’ zoals je elders in de wereld ook aantreft. Met golfplaten daken. De andere inwoners van Casablanca, hutje mutje levend tussen het vuil. Waar alleen een voetbal de jeugd wat vertier brengt. Wat gaat er dan in je hoofd om als je daar woont en weet dat de bouw van de moskee zoveel miljoenen heeft gekost?

De gids, met haar ondeugende ogen boven het zwarte gewaad, neemt ons mee naar beneden. Onder de moskee wordt een grote hammam gebouwd. Met gescheiden ruimtes voor mannen en vrouwen. Groenblauwe mozaïeken voor de mannen, roze met geel voor de vrouwen. ‘Nicer color,’ vindt de gids, zelf vrouw. Ze is helemaal in het zwart gekleed. De hammam is nog niet af. Pas volgend jaar zal hij echt open zijn voor het publiek, ook voor westerlingen. ‘Dus moeten jullie volgend jaar maar terugkomen,’ lacht ze.

De gebouwen in Marokko zijn een lust voor het oog. Zo prachtig gemaakt. Schitterende details [Foto: Denise Miltenburg]
De gebouwen in Marokko zijn een lust voor het oog. Zo prachtig gemaakt. Schitterende details [Foto: Denise Miltenburg]

Inderdaad, redenen genoeg om eens in Marokko terug tekomen. Helemaal als we na een week beseffen dat de reis er al weer bijna op zit. Door alle indrukken voelt het alsof we al een maand onderweg zijn. Na een tour langs de koningssteden Rabat, Fes, Marrakech en Meknes zijn we weer terug in Casablanca. Ik voel me er stukken prettiger dan die eerste keer. Het is alsof de angst langzaam van me afgegleden is. Ik ben meer ontspannen. Kan lachen om opmerkingen als ‘Je t’aime, je t’aime’, geroepen door een toevallige passant. Het is ook warmer, een beetje zwoel zelfs. M’n lange blonde haren wapperen achter me aan. M’n pinpas draag ik bij me, meer niet. Auto’s toeteren, maar dreigend? Nee. ‘Beautiful!’ roept een meisje uit een raam, het klinkt alsof ze het woordje net geleerd heeft.

 

Verbaasd kijk ik haar na. Een ander toetert, een jongen achterin wijst naar de nachtclub op de hoek alsof hij wil vragen of ik daar vanavond te vinden ben. Ik ga nog even pinnen om de hoek. Als ex-slachtoffer van een overval bij een pinautomaat (in Nederland, of all places) ben ik eraan gewend geraakt m’n omgeving goed te screenen voordat ik m’n pasje in het gleufje steek, m’n pincode intoets en de flappen eruit haal. Ik kijk om me heen. De kust is veilig. Met de dirhams in m’n broek loop ik terug naar het hotel. Casablanca is veilig, inshallah.

Check van te voren het reisadvies, wees alert (zoals overal in de wereld) en luister niet te veel naar enge verhalen. Het is net als de bijsluiter van medicijnen: als je te veel leest, word je alleen maar banger. Ga anders met een groep mee. En geniet gewoon van het moois dat Marokko te bieden heeft. Want voor je het weet moet je weer naar huis, a casa. En zelfs daar ben je tegenwoordig niet meer veilig.

 Meer reisverhalen op Denise’s reisblog op Follow my footprints