Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Chillen in Chili

50

Wilbert van Haneghem komt aan in Santiago de Chile, de hoofdstad van Chile. Hij maakt daar een trektocht door het langgerekte land. ‘Santiago is in het gelukkige bezit van terrassen. Aan mijn plekje op het terras van Café Naturista aanschouw ik de voorbijgangers. En ik geniet van mijn café cortado doble, een dubbele koffie met weinig melk.’

Auteur – Wilbert van Haneghem

Wat een geluk: de purser op mijn vlucht naar Madrid ken ik omdat we samen een gezellige week in Europa hebben gevlogen. Kortom, ik word meteen naar de business class verzet  en hij legt me in de watten. Dit is nou ipb’ en in stijl. In Madrid word ik bij de balie van LAN Airlines hartelijk ontvangen, maar moet  ik wel vijf uur wachten met mijn rugzak bij me, regels van het bedrijf en ik zit mijn tijd uit op de bankjes.

Ook dit hoort bij het ipb-reizen. Er zijn nog zes andere ipb’ ers die boven mij staan qua senioriteit, als het goed is zijn er dan nog drie stoelen over. Ja hoor, het verlossende woord komt: ik kan mee en als ik desgevraagd antwoord dat ik weet hoe de nooduitgang van de Airbus A340 werkt (heb geen flauw idee, maar kan niet veel verschillen van de A330 lijkt me), mag ik bij de nooduitgang zitten. Santiago, here I come!

Schakende mannen op het Plaza de Armas.
Schakende mannen op het Plaza de Armas.

Santiago de Chile

Ik ben geradbraakt, maar heb wel een beetje geslapen en gekletst met mijn Spaanse buurman die ontwerper is van wegen, kruispunten en bruggen/fly-overs. Hij reist geregeld naar Chile, Gabon en Polen om daar te werken. Dertien uur later (23 uur nadat ik Zandvoort heb verlaten) arriveer ik in Santiago de Chile. In de aankomsthal  is het een drukte van jewelste, niet zozeer van de passagiers maar vooral doordat legale en illegale taxichauffeurs heen en weer rennen.

Ze drukken de passagiers  hun zelf geknutselde bordje ‘ taxi’om zogenaamd hun legaliteit aan te duiden  zonder pardon in je gezicht, eentje tikt er zelfs onbedoeld mee op mijn neus. Maar, ook dat moet gezegd, als ik nee zeg vragen ze keurig waar ik heen wil en vertellen ze waar de bushalte is en waar ik de pinautomaat kan vinden in de hal.

Als ik van vermoeidheid vergeet mijn pinpas uit de automaat te halen, zoals in veel landen krijg je eerst het geld en moet je een extra knop indrukken om je pas terug te krijgen, en door de vriendelijke dame achter me wordt teruggeroepen bedenk ik me. Toch maar even geld uit geven aan een taxi in plaats van nog een half uur met de bus naar een metrostation en daar in de drukte met 25 kg op mijn schouders de juiste metro vinden. Met het risico dat er vast wel iemand is die mijn rugzak wil dragen.

Mijn kleine rugzak dan waarschijnlijk, die met  mijn camera’ s en laptop erin… Taxichauffeur Jose geeft mij onderweg nog wat uitleg over de interessante plekken in de stad en zet me af bij het Chilli Hotel. Bij de receptie zie ik prijzen vermeld staan die het veelvoudige zijn van de prijzen op de website. Ja hoor, ik ben bij het verkeerde hotel afgezet. De receptionist vertelt dat dit heel vaak gebeurt, en ach het is slechts 1 kilometer lopen. Of ik moet de metro nemen. Gelukkig is het lekker weer (28 graden), dus ik loop naar Chilli HoStel. (slechts 1 letter en 80 US dollar per nacht verschil!). Meteen de benen gestrekt en gesport voor die dag.

Kunst kopen of paardje rijden?
Kunst kopen of paardje rijden?

Baba en de 40 reizigers

Het hostel is gezellig en het personeel zeer vriendelijk. Zo ook de acht andere kamergenoten in de kleine slaapzaal met stapelbedden. Ik moet nog wel even aan mijn rol als backpacker wennen. Vooral waar het die rugzak zelf betreft. Waarom gedragen sokken in een rugzak zich altijd als de groene bal in een Lingobak, ze zijn werkelijk onvindbaar!

Geldt overigens voor meer kledingstukken en spullen, een koffer is soms ook wel makkelijk. Maar dat draagt weer zo lastig op je rug… Als ik in gesprek raak met andere gasten, blijk ik qua reistijd een groentje te zijn deze keer. De gratis Pisco Sour, de geclaimde nationale sterke drank van zowel Peru, Chili als Brazilie, maakt de tongen los onder de gasten.  Drie maanden is toch wel het minimum dat men op pad is, Columbia blijkt echt niet zo gevaarlijk te zijn als iedereen denkt – en Lonely Planet heeft het overigens tot de bestemming van de komende jaren benoemd – maar er is altijd nog baas boven baas. Een kamergenoot is al 20 jaar op reis! Deze Duitse veertiger luistert naar de naam Baba.

Eigenlijk heet hij Steffen en komt hij uit Berlijn. Maar toen hij in Japan reisde en telkens werd uitgelachen als hij zich voorstelde, vroeg hij waarom de Japanners dat toch deden. Zijn naam  bleek in het Japans te klinken als ‘stom’  en zo stelde hij zich dus aan hen voor. Geinspireerd door Ali Baba heeft hij zich toen deze geuzennaam aangemeten. Wat weer vreemde blikken oplevert van Westerse reizigers overigens. En van Indiers, zo zegt hij, want daar duiden ze uitwerpselen zo aan. Wat wij ook weer doen tegen kinderen. Nou ja, what’s in a name? Baba zegt dat hij niets anders te doen heeft en het reizen  hem wel bevalt.

 

Het Macho feminista toneelspel.
Het Macho feminista toneelspel.

Mendoza

Hij leeft van baantjes als barkeeper op een cruiseschip (‘de pondjesbrug in Curacao is geweldig!’) en hij maakt ook sieraden die hij op straat verkoopt. Als je nu een vieze hippie met dreadlocks verwacht heb je het mis. Hij heeft meer weg van Bill Gates met eenzelfde brilletje en sullige maar vriendelijke en gelukkig schone uitstraling.

Tegenwoordig verblijft hij vooral in Santiago en als na drie maanden zijn visum is verlopen gaat hij naar het Argentijnse Mendoza aan de andere kant van de Andes. Dit doet hij al zes jaar. Als ik hem vraag waarom specifiek deze tijd en deze bestemmingen, antwoord hij glimlachend: “ Mijn zoon is zes jaar oud. Van mijn Chileense ex-vrouw. “ Verder gaat Baba er prat op nog nooit een credit card te hebben gehad, noch een mobiele telefoon of eigen computer. Hij noemt zichzelf minimalistisch. Vorige maand kreeg hij van zijn ex een telefoon te leen om bereikbaar te zijn, maar toen de batterij leegraakte en hij zijn tegoed op was, vond hij het weer welletjes.

Hij heeft wel een mailadres van Yahoo, hij zegt het twee keer per jaar te checken, als hij verjaardags- en Kerstmail van zijn familie verwacht. Zijn zus bezocht hem vijf jaar geleden voor het laatst en samen hebben ze rondgereisd. Wanneer hij mij overvoert met tips voor Chile heeft hij ook een verzoek. Mocht ik foto’s maken, kan ik ze dan naar hem mailen, want dan stuurt hij ze door naar zijn zus, ze hadden toen geen camera bij zich (heeft hij niet, als minimalist). Liefst voor de Kerst, wanneer hij zijn mail weer checkt.

Over de andere (40?) reizigers in het hostel is te vertellen dat ze uit Canada komen, of Tasmanie en Engeland. Met de naar Tasmanie geemigreerde John voer ik gesprekken over zijn geboorteland Noord-Ierland, over The Troubles tussen de katholieken en de protestanten en de nog steeds aanwezige verschillen die hij voelt als hij er terugkomt. Van de Canadezen leer ik dat er in Winnipeg werkelijk niets te doen is, vandaar dat zij zo vaak op reis gaan. Het was nog lang onrustig in het hostel…

Pas op voor de trucs met de kaartspelletjes.
Pas op voor de trucs met de kaartspelletjes.

Kruispuntkunstenaars

Santiago is in het gelukkige bezit van terrassen. Gecombineerd met lekker weer vermaak ik mij er opperbest.  Aan mijn plekje op het terras van Café Naturista aanschouw ik de voorbijgangers. En ik geniet van mijn café cortado doble. (een dubbele koffie met weinig melk). De naam van het café komt gelukkig niet van het gelijknamige naaktlopen – mijn erg mannelijke ober is gezet en in de vijftig – maar vanwege het gebruik van louter natuurlijke producten waar het erg trots  op is. De stad is zeer schoon, ruim opgezet met parken en mooie bomen en paarsbloemige struiken.

Veel grote huizen ademen de grandeur van begin vorige eeuw uit en worden afgewisseld met minder gracieuze moderne kantoorgebouwen, maar voor een (Zuid-)Amerikaanse stad valt het alleszins mee. Vooral de kleine pleintjes,  gangetjes en patio’s bieden een gezellige sfeer en overal zijn wel terrasjes te vinden. Heel veel interessants heeft Santiago verder niet te bieden, maar het gewone leven op straat is al leuk genoeg om te observeren. Zo vertoont een jongleur zijn kunsten met metalen bloempotten.

Op zich niet zo bijzonder. Behalve dat hij het doet op een druk kruispunt met vier rijen dik de auto’s op hem gericht. Wanneer het verkeerslicht voor hen op rood staat, sprint hij voor de rij wachtende auto’s en vertoont hij zijn kunstje precies lang genoeg. Hij loopt naar de chauffeurs toe die al een munstuk in de hand buiten hun raam houden, rent de stoep op en wordt net niet platgereden.

Dit schouwspel herhaalt zich vele keren. Later zie ik hetzelfde gebeuren met een steltenloper. Uiteraard moet hij dieper bukken om het geld van de chauffeurs aan te nemen, maar hij heeft weer als voordeel dat zijn rugzak veilig hoog aan een lantaarnpaal hangt. Zijn opgehaalde muntgeld stapelt hij op op het voetgangersstoplicht. Niemand anders die daar bij kan. Later zou ik in een kustplaats weer zo’n kruispuntkunstenaar tegenkomen, vanaf nu ga ik er op letten!

Nationale snack van Chili.
Nationale snack van Chili.

Plaza de Armas

Op de Plaza de Armas – elk zichzelf respecterende hispanische stad heeft een groot plein – kijk ik helemaal mijn ogen uit. Honderden mensen zitten, hangen en liggen op bankjes, mannen spelen een pot schaak, voeren duiven, knuffelen met hun geliefde, jagen de tientallen straathonden op of doen een poging een kunstenaar te zijn. Ook is er geregeld een protestactie met veel geschreeuw of vlagvertoon en verhitte discussies.

Ik volg ze twee uur lang met mijn grote Canon camera met telelens en weet geregeld de aandacht op mij (en mijn lens) gericht. Mensen en dieren poseren gewillig of ze hebben het geheel niet door dat ik ze fotografeer. Twee mannen voeren een toneelstukje op waarbij er eentje voor een vrouw moet doorgaan. Met zijn lange haar in een staartje en lippenstift op speelt hij een feministische partner die zijn vent ervan langs geeft. Dat maak ik in elk geval op uit de lichaamstaal en het gescheld van beiden. Dit tot grote hilariteit van het veelal mannelijke (macho) publiek. Een clown is razendsnel met een kaartentruc, schilders maken landschapsportretten en de altijd aanwezige cartoonisten maken een karikatuur van wie dat maar wil.

Hotdog

Wanneer ik op zoek ga naar een eettentje in de buurt van het plein, zie ik veel kleine snackbarretjes, sommigen met alleen staanplaatsen die hét nationale gerecht van Chile serveren: de hotdog. Nu, na twee dagen in de stad heb ik ontdekt dat dat zo moet zijn, maar dat kostte mij ook nog wat moeite. Dat zit zo: op mijn eerste avond zoek ik iets te eten in de buurt van het hostel en dat valt niet mee in deze chique ambassadewijk.

Tot ik een lokaal snackbarretje ter grootte van een kledingkast vind. Nou ja, een walk-in kledingkast, dat dan weer wel. Met genoeg plek voor maximaal 10 personen. Mijn taxichauffeur had ik gevraagd wat het nationale gerecht was, waarop hij antwoordde Mate con Huesillos. Mijn vreugde was dan ook groot dat ze dit in deze snackbar/kledingkast serveerden. Ik bestelde het en de dame achter de bar opent de koelkast. Om er een doorzichtige beker met drank uit te halen. Verbaast vraag ik of dit het nationale gerecht is.

Nee, lacht ze, wel de nationale drank. Ook goed dus. Het blijkt perziksap te zijn met een hele perzik erin. En minstens 200 gram aan tarwevlokken. Juist ja, had die taxichauffeur toch een beetje gelijk, want het vult gigantisch. Alsof je een maaltijd op hebt. Maar die had ik ook al -blindelings  en op de gok – besteld. Ik zag iedereen smullen van grote hamburgers en Mexicaans uitziende snacks als empenadas en tortillas. Ik bestel een ‘completo’  in de veronderstelling iets compleets en groots te krijgen. Het Chinese doorgeefluik schuift open, de kok roept mijn naam – Guillermo in het Spaans, dat had ik nog onthouden van mijn Spaanse les – en ik pak het broodje aan. Ik denk dat het een broodje is althans, want het is werkelijk verzopen in de mayonaise. Wellicht dacht de kok: die gast komt uit Nederland, hij wil er vast wel een hele emmer Remia overheen.

Ik schep er flink wat vanaf en zo wordt meteen ook duidelijk wat het is: een hotdog met zuurkool. Los van die mayo smaakt het wel erg goed. Goed, terug naar het plein Plaza de Armas waar ik op niet een, maar wel tien van dit soort kledingkasten op een rij zijn. Met elk hun eigen specialiteit. Er is ook nog een Italiano en een Viennese. Ik kan het aanbod van twee Italiaanse broodjes met een fles cola voor omgerekend slechts 1.75 Euro niet weerstaan. Vooral ook omdat ik wil weten wat het verschil is tussen al die hotdogs. Dat zit ‘m in de extra’s bij de worst, in dit geval is het een rijke laag guacamole. Jammer dat er weer die hele emmer

Remia overheen gaat – en er zit nu geen lepeltje bij om dit eraf te halen – maar het smaakt weer prima.  De overige bezoekers denken daar net zo over, want ik ben de enige Westerling tussen zakenlui, bouwvakkers en minder definieerbare hongerigen. Voor hen is dit om zes uur ‘s avonds waarschijnlijk een snackje tussendoor voor ze om tien uur echt een avondmaaltijd gaan eten, voor mij is het al meer dan genoeg.

Schildpad

Om er zeker van te zijn dat ik Zuid-Amerikaanse ‘ wildlife’  zie, en om mijn Spaans te oefenen waar het de fauna betreft, bezoek ik de Nationale dierentuin dat is gelegen op een heuvel in de stad. Eerlijk gezegd kwam ik in eerste instantie niet voor de diertjes, maar voor een dame. De dame in kwestie luistert naar de naam Heilige Maria, is van steen en een paar meter groot. Ze staat -vergelijkbaar met Christo Retendor in Rio de Janeiro – dus bovenop een berg en kijkt uit over de stad. Maar dan is ze 10x kleiner.

Helaas doen beide kabelbanen naar de berg het niet en de wandeling is in totaal acht kilometer, waarvan flink wat omhoog. Met de jetlag nog in mijn jetlegs pas ik eventjes. Het wordt de dierentuin dus, die onderaan die berg gelegen is en ik toevallig passeer. Ik zie prachtige flamingo’s op slechts een meter afstand, maar mis de pinguins. Hun verblijf is leeg. Logisch, die staan natuurlijk op me te wachten in het zuiden van Argentinie, ook goed! Van de olifant, de giraffe en de tijger weet ik zeker dat ik ze daar niet ga tegenkomen, leuk voor de bezoekende  – en gillende – klassen met schoolkinderen die deze dieren in het wild niet kennen. Bij de schildpadden ontdek ik mijn ‘eigen’ roodwangschildpadjes.

Daar had ik er vroeger ook twee van, maar omdat ze ‘s nachts urenlange vrijpartijen hielden (schildpadden doen niet aan vluggertjes!) en daarbij met hun schilden tegen de wanden van de plastic bak aanschuurden, kon ik er niet van slapen. En moest ik ze wegdoen. Nu zie ik ze dus hier in Chile. Verre verwanten natuurlijk. Ik ben er getuige van dat het dierenrijk wreed is. Als een klein roodwangschildpadje ergens op wil klimmen, wordt hij er door een prehistorisch uitziend exemplaar van een meter doorsnee omver geduwd.

En hij belandt op zijn rug met spartelende pootjes in de lucht. Als het hem na een paar minuten nog niet is gelukt zich weer om te keren, loop ik naar een opzichter toe. Ik zeg: “Senor, el tortuega de Tierra esta….” Tja, hoe zeg je in het Spaans: “ op z’n rug gevallen en kan niet meer omhoogkomen”? Dat heb ik niet geleerd op school. En dus doe ik het maar even voor, inclusief de spartelende pootjes. De man kijkt me begrijpend en dankbaar aan en zet een sprintje in naar het schildpaddenverblijf. Ik ben blij mijn bijdrage aan de Chileense fauna te hebben kunnen leveren.