Culinaire reis door Singapore

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 94 views

Sharmin de Vries maakte een culinaire reis in Singapore. Singapore heeft duizenden eetstalletjes, ook wel hawker centers genoemd. Zij bieden een duizelingwekkende variatie aan eten. ‘Een echte ‘of the beaten track traveller’ zal zich waarschijnlijk rot ergeren aan het feit dat alles in Singapore óf heel erg commercieel is, óf al door miljoenen toeristen is aangedaan. De buitenwijken zijn daarom de perfecte manier om het échte Singapore te leren kennen’, schrijft Sharmin.

Sharmin de Vries

Singapore wordt vaak bestempeld als een gefabriceerd, steriel, en vooral überschoon eilandje. Deze stadsstaat wordt vaak het winkelcentrum van Azië genoemd, en dat is ook niet zo vreemd. Grote winkelcentra worden hier namelijk uit de grond gestampt, en Amerikaanse ketens zoals Starbucks, Delifrance, en nog vele andere niet noemenswaardige restaurants vliegen je om de oren. Echter Singapore is meer! Singapore heeft duizenden eetstalletjes, ook wel hawker centers genoemd. Zij bieden een duizelingwekkende variatie aan eten. Door de drie etnische culturen die er al sinds koloniale tijden gehuisvest zijn, is de integratie vooral op culinair gebied erg goed gelukt.

Dichtbevolkt

Singapore is één van de kleinste, en tegelijkertijd één van de dichtst bevolkte landen ter wereld. Er wonen 4,2 miljoen mensen, waarvan 77% Chinezen, 14% Maleisiërs en 8% Indiërs. Ondanks de zeer verwesterde cultuur zijn de etnische buurten overeind gebleven, en worden de oude historische gebouwen geconserveerd.

singapore little india

Chinatown

Een etnische buurt waar je nog heel wat Aziatische cultuur kunt opsnuiven, hetzij met hele schone straten, is Chinatown. In Chinatown heb je twee delen. Op South Bridge Road aan de linkerkant vind je opmerkelijk genoeg een hele mooie kleurrijke Hindu tempel genaamd de Sri Mari Amman Temple. Dit is de meest populaire Hindu tempel van Singapore en wordt dagelijks door honderden Indiërs bezocht. Dit is een goed voorbeeld van de vredevolle integratie tussen de verschillende etnische bevolkingsgroepen.

Aan de andere kant van Chinatown vind je Smith Street. Langs deze straat vind je voornamelijk Chinese kleermakers, antiekwinkeltjes en Chinese kruidenspeciaalzaken die je met de meest vreemde dingen kunnen genezen. Dus als je een beetje avontuurlijk bent ingesteld, en graag iets nieuws wilt uitproberen, maken gedroogde zeepaardjes, gespleten hagedissen, en bosjes regenwormen onderdeel van een wijde selectie.

Boven Smith street staat een grote eethal, het Chinatown foodcomplex. Hier kun je een groot aantal overheerlijke gerechten tegen extreem lage prijzen vinden. Één van de gerechten waar deze eethal om bekend staat is de Carrot cake. Worteltaart hoor ik je denken, dat is toch een plakje taart wat je bij de koffie eet? Niet in Singapore! Worteltaart is een hartig gerecht gemaakt van bloem, mierikswortel, en witte wortels. Vervolgens wordt het gebakken met soja saus, ei, knoflook, en pickles. Dit alles wordt door elkaar gehutst en vormt een gerecht wat in Singapore zowel voor het ontbijt als tijdens de lunch gegeten kan worden.

Singapore chinatown

Favoriete eetgelegenheid

Tegenover Chinatown staat één van de meest populaire hawker centers in het hartje van de stad genaamd Maxwell court. Tijdens de lunch moet je echt vechten voor een plekje en zijn de rijen niet om aan te slepen. Iedereen zit bij elkaar aan tafel, zowel gevierde zakenmannen als schoonmakers. Ook één van mijn favoriete eetgelegenheden, vooral omdat zij naar mijn mening, en die van vele anderen, de lekkerste Hainanese Chicken Rice maken. De rijst is gekookt met kippenbouillon, en de kip is heerlijk mals. Het wordt geserveerd met kippensoep en een flinke portie sambal. Chicken Rice mag zich met recht het nationale gerecht van Singapore noemen. Wat patat voor de Nederlanders is, is Chicken Rice voor de Singaporees. Er wordt vaak gedacht dat het uit China komt omdat Hainan een provincie in China is, maar niets is minder waar.

Het zijn Hainanese immigranten in Singapore die het gerecht hebben uitgevonden, je zult het in China dus nergens tegen komen. Tegenover Maxwell court vind je de mooie geconserveerde Neal street. Deze straat bestaat voornamelijk uit kleine winkeltjes en restaurantjes, en de befaamde Teachapter. De Teachapter is het grootste theehuis van Singapore en geeft al sinds 1989 workshops in het maken van Chinese, Japanse, en Koreaanse thee. Ik volgde de workshop in het maken van Chinese thee in een omgeving die toch wel te vergelijken is met een kuuroord. Schoentjes uit, en op de grond aan de lage tafel. Een hele beleefde jongeman legde mij uit hoe lang de theeblaadjes moeten trekken, en waar de verschillende theepotten voor dienen. Dat er heel veel bij komt kijken voordat je het perfecte kopje thee hebt gezet, mag duidelijk zijn. Na afloop voelt het net of ik regelrecht uit de sauna ben gestapt en loop ik enigszins verdwaasd door de stad.

singapore—Sri-Mariamman-Hindu-tempel

Toeristische trekpleister

Aan de andere kant van de stad bevindt zich een geheel andere etnische buurt die minstens zo interessant is, en ondanks dat het een toeristische trekpleister geworden is, nog steeds in zijn originele staat verkeert. Ik heb het over Little India. Zodra je uit de metro (MRT in Singapore) bus of taxi stapt, word je begroet door een walm van Indiase specerijen.

Vervolgens loop je door de hoofdstraat Serangoon road, waar je veel winkeltjes tegenkomt die verschillende stoffen, traditionele Indiase kleding, en specerijen verkoopt. De drukte en de harde Hindi en Tamil muziek die uit de winkels schalt geven deze buurt een extra dimensie. Denk er wel aan dat je je nog steeds in Singapore begeeft, verwacht dus geen lage Indiase prijzen.

De grootste overdekte Aziatische markt bevindt zich aan het begin van Little India. Tekka Market verkoopt vis, vlees, groenten en fruit. De marktlieden zijn Indiaas en Chinees. Voor de grootste Mango’s in Singapore of de nationale vrucht Durian is deze markt zeker het bezoeken waard. Durian is een ronde vrucht met stekeltjes. De stanklucht is zo erg dat het verboden is om deze vrucht op het openbaar vervoer mee te nemen, het kan je een behoorlijke boete opleveren. Wees gerust, als je de vrucht eenmaal hebt opengesneden is hij heerlijk zoet en romig.

Hij wordt ook niet voor niets in talloze taarten verwerkt. Kolossale vissen die je aanstaren, gigantische gamba’s, zwaardvissen, en een marktkoopman die de hoofden van de vissen af hakt alsof hij in de nieuwste Jacky Chan film speelt, het is theatraal en misselijkmakend tegelijkertijd. De vleesafdeling is vooral het laatste. Als je net gegeten hebt, of zwanger bent, raad ik het ook niet aan.

Roti Prata

Indiër die Roti Prata’s aan het maken is in een speciaal Prata eethuisje.

Fishhead curry

Het is lunchtijd en je hebt honger. Het befaamde ‘Apollo Banana Leaf Restaurant’ in Little India serveert de lekkerste kerrie op een bananenblad die je met je rechterhand opeet. (Indiërs eten nooit met hun linkerhand omdat het volgens hen onbeleefd is) Een gerecht wat door Indiërs in Singapore is uitgevonden, waar dit restaurant tevens om bekend staat, is de Fishhead curry oftewel de vishoofden kerrie. Het klinkt niet erg smakelijk, maar dat is het wél. Een hele ervaring om het vlees van de botten af te zuigen.

Volgens de Indiërs smaken de vragende ogen en de lippen het beste, ik zelf eet ze liever niet, maar als je de vis niet aankijkt terwijl je eet, gaat het wellicht een stuk makkelijker.

Het grootste warenhuis in Singapore waar je het zo gek niet kunt bedenken of ze verkopen het wel is 24 uur per dag open voor de échte die-hard winkelliefhebbers. Het heet Mustafa’s en is zeker niet het chicste warenhuis in Singapore, maar wel één met een hoop cultuur. Het bevind zich aan het einde van Little India en wordt dagelijks drukbezocht door voornamelijk Indiërs. Mustafa’s heeft een enorme bijdrage geleverd aan de toeristische sector van Singapore, want het is de bestbezochte bestemming door Indiase toeristen.

Niet te missen als je echte winkelmanie wil zien. Een drukke menigte die zich door de smalle gangen begeeft op zoek naar de goedkoopste spullen. Sla flink in, of kijk hoe anderen zich in het zweet werken om zoveel mogelijk in hun karretje te kunnen proppen. Een zaterdagmiddag bij de Albert Heijn is er echt niets bij.

Voor een echte ‘urban feel’ van Singapore reis je de stad uit. Achter Little India vind je het Balestier district. Aangezien het heel erg moeilijk is om dit soort buurten te vinden in dit uiterst gesaneerde landje is het zeker de moeite waard. Begin de dag goed en schuif aan bij de vele eetstalletjes waar de Chinese arbeiders zich te goed doen aan een Bah Kut Teh ontbijt.

Bah Kut betekend varkensvlees, en Teh betekend thee. Een beetje vreemd, maar wel lekker! Het zijn krabbetjes in een zeer zoute varkenssoep. Geserveerd met hele bittere Chinese thee. Het is tegenwoordig niet het meest gevraagde ontbijt in Singapore, maar voor Chinezen die zwaar werk moeten verrichten, begin je op deze manier de dag goed. De thee dient er vooral toe als verrijking van de smaak, en om het zout in je lichaam weg te spoelen. Balestier road staat er om bekend een heerlijke Bah Kut Teh te serveren.

Katong Singapore

Een echte ‘of the beaten track traveller’ zal zich waarschijnlijk rot ergeren aan het feit dat alles in Singapore óf heel erg commercieel is, óf al door miljoenen toeristen is aangedaan. De buitenwijken zijn daarom de perfecte manier om het échte Singapore te leren kennen. Een van mijn favoriete streken is Katong. Katong ligt ten oosten van Singapore en brengt enorm veel geschiedenis met zich mee.

Vraag een oudere Singaporees naar Katong, en de verhalen reizen de pan uit. Vele boeken hebben deze buurt beschreven, van de Eurasian (Aziatisch-Europese) bevolking die zich daar gehuisvest heeft, tot de Peranakans (een mix tussen Chinezen en Maleisiërs) Ik zal een korte beschrijving van beide culturen geven, met natuurlijk een voorproefje over het eten, ik ben immers geen historicus.

De Peranakans waren een speciale creatie die voortkwam uit globale ontwikkelingen in Azië. Immigranten uit China trokken eind 19e/begin 20ste eeuw naar Maleisië om zich daar te vestigen ten tijde van het Britse gezag. Vervolgens trokken ook heel veel Peranakans naar Singapore. Ze zien er dus Chinees uit, maar spreken vaak alleen Maleis en kleden zich in traditionele Maleisische kleding. Hun voedsel is kortweg een fusie tussen Chinees en Maleis, de basisingrediënten zijn, specerijen, kokosmelk en andere aroma’s uit Maleisië en Indonesië.

Het is scherp en vaak verwerkt met gedroogde garnalen. De mannen worden Baba’s genoemd, en de vrouwen Nonya’s. In Singapore wordt de Peranakaanse bevolking steeds kleiner, maar het eten is er daarom niet minder populair om, men schaart zich, waaronder ik, nog steeds naar de vele Peranakaanse restaurants voor deze unieke smaken. De meest gegeten Peranakaanse snack in Katong is de Nonya rice dumpling.

Dit is een rijstbol gemaakt van kleefrijst in de vorm van een dobbelsteen. Zodra je door de taaie rijst hebt gebeten proef je een pittige rund of varkensvulling. Een aantal gerechten die echt de moeite waard zijn, zijn de ayam buah Keluak (kip in een harde noot, gestoomd in een pittige zoet/zure saus) en Babi Pongteh (varkensvlees gemarineerd in pittige kruiden) Als je door Katong struint vind je heel veel Peranakaanse antiekwinkels, en oude geconserveerde Peranakaanse huizen.

Laksa

Katong heeft ook generaties lang de Eurasians gehuisvest. De Eurasians komen oorspronkelijk ook uit Maleisië, net als de Peranakans. Het verschil is voornamelijk dat zij niet tot één bepaald ras horen. Zij stammen af van Portugezen (deze hadden Maleisië een tijd lang veroverd) Maleisiërs, Nederlanders, en andere Aziatische groeperingen. Zij vormden een enclave in Katong, en ontwikkelde een rijke eetcultuur. Het is tegenwoordig bijna onmogelijk om eetgelegenheden te vinden die Eurasian voedsel verkopen.

Mocht je een Eurasian tegenkomen vraag dan naar de bekende Devil’s chicken (Een hele scherpe kip met rode pepers) of neem een plakje Sugee cake bij de koffie. Mijn oma maakt zelf ook een geweldige Sugee cake, en het recept is op deze site te vinden. Singapore heeft vele eetstalletjes, en als je al die stalletjes bij elkaar zet, krijg je ‘al fresco dining’. Mijn favoriete Foodcenter is Newton Circus. Velen zeggen dat Newton erg toeristisch en duur is. Dat zal ik hier ook niet ontkennen, maar het eten en de sfeer zijn geweldig. Een goeie maaltijd bestaat uit een Singapore Laksa, Saté en een Rojak.

Laksa is weer zo’n typisch Singaporees gerecht dat je geproefd móet hebben. Je moet wel een sterke maag hebben, want dit gerecht is waarschijnlijk één van de pittigste gerechten op het hele eiland. Het wordt gemaakt van brede rijst noodles in een dikke kerrie jus met kruiden, droge garnalen, kokosmelk en natuurlijk kilo’s rode pepers. Laksa is een combinatie van Chinees, Maleis en Peranakaanse ingrediënten. Je vindt het gerecht in heel veel eetstalletjes, maar deze Laksa is erg goed!

Margeret Drive

Voor een ‘low key’ maar geen sinds minder verrassende eetervaring reis je af naar het ‘Queenstown food center’ Deze bevind zich ten westen van Singapore vlakbij de stad op Margeret Drive. Hier eet je de lekkerste (volgens vele taxichauffeurs, en mijzelf) popiah. Popiah is net zoiets als een loempia, maar dan veel lekkerder. In vele restaurants mag je de Popiah zelf maken en invullen. Popiah wordt gemaakt van een flinterdunne pannenkoek die je vervolgens uitspreid. Smeer het in met knoflook pasta, chili en soja saus en besprenkel het daarna met taugé, ei, wortel, gedroogde garnalen en raap. Rol het op, snij het in stukjes, en probeer het dan met eetstokjes op te pakken, zonder dat de helft van de vulling eruit dondert.

Popiah smaakt niet overal even lekker. De pannenkoek moet vochtig en flinterdun zijn. Er is niets teleurstellender dan een droge Popiah. Met de bovengenoemde gerechten kun je minstens een week van je vakantie vullen, mocht je nog trek hebben dan zijn hier nog een paar ‘last minute’ niet te missen gerechten voor de echte ‘foodies’. Wat ik met recht het beste ontbijt kan noemen in Singapore is een kop lokale koffie met kaya toast. De koffie is heel erg sterk en zoet. Dus je kunt er goed en zeer opgewekt de dag mee door komen.

Als je niet al te veel op de pondjes let dan zal het je ook geenszins uitmaken dat deze koffie gemaakt wordt met margarine en gecondenseerde melk. Of dat er zoveel suiker in zit dat het aan de bodem blijft kleven. Alhoewel dit in vele Kopi Tiam koffiehuizen (Kopi is Maleis voor koffie en Tiam is Chinees voor huis) gegeten kan worden, wordt de beste Kaya toast gemaakt in Ya kun Kaya in het hartje van de stad. Kaya is een lokale jam gemaakt van ei, suiker en kokosmelk. Het wordt op brood gesmeerd met een hele zoute boter. De combinatie is onvergetelijk. Kaya is nu zelfs zo populair geworden dat het regelmatig geëxporteerd wordt naar Amerika en Australië.

In een land waar eten niet altijd de maaltijd maar ook zeker het gesprek van de dag is, ben ik ervan overtuigd dat ik nog heel veel belangrijke gerechten of bijzondere eetstalletjes heb weggelaten. Het is onmogelijk om alles wat Singapore je op een bord aanbied te beschrijven. Als je niet naar de grote commerciële winkelcentra kijkt, of nog erger de vele Amerikaanse winkel en eetketens die de pan uit reizen, dan kun je je in Singapore prima vermaken met datgene wat nog het meest authentiek is aan het land; eten.


Roti Prata

Een typisch Zuid Indiase pannenkoek, tevens naar mijn mening het allerbeste wat je op culinair gebied in Singapore zult tegenkomen is de Roti Prata. Roti kennen we allemaal, Chappati’s waarschijnlijk ook. Prata is in Singapore net zo’n gewoon verschijnsel als hier de hamburger. Het wordt gemaakt van tarwebloem en wordt vervolgens uitgestrekt tot het ultra dun is. Daarna wordt het een paar keer in de lucht gegooid en omgevouwen. De Prata eet je meestal met boter, uien of ei en dip je daarna in een dikke kerriesaus. Mijn favoriete Prata is toch wel de kaas Prata. Deze wordt op precies dezelfde wijze gemaakt, maar met gesmolten kaas. De combinatie van de krokante Prata, de gesmolten kaas en de pittige kerriesaus is een waar genot! Aan de westkust van Singapore staat een klein moslim eethuisje wat 24 uur per dag geopend is, daar staan grote Indiase mannen in raptempo honderden Prata’s achter elkaar in de lucht te werpen. Na een nacht flink doorhalen smaakt de Prata ook opperbest.

Saté

Saté is iedereen bekend. In Singapore krijg je stukjes vlees op een spiesje gemarineerd in zoete soja saus, die je in een pindasaus dipt. Het is verreweg de lekkerste saté die ik ooit gegeten heb, als je terugkomt in Nederland valt de saté dan ook behoorlijk tegen.

Vreemde mix

Rojak is Maleis voor ‘wilde mix’ en wordt gebruikt om Singapore’s etnische mix te beschrijven. Het gerecht is ook een hele vreemde mix van verse vruchten en groenten. Deze worden door elkaar gehutst met soja taart en gebakken beignets. Daarna wordt het geheel nog eens besprenkeld met garnalen pasta, chili, limoensap en pinda’s. Een combinatie die nou niet bepaald aantrekkelijk lijkt, maar verrassend genoeg wél heel goed smaakt.

Char Kway Teow

Mocht je nog een kilootje kwijt kunnen ergens dan heb ik nog een laatste eettip. Het heet Char Kway Teow en wordt ook wel liefkozend cholesterol op een bord genoemd. Met een glas verse limoensap erbij kom je er misschien nog mee weg. Dit gerecht was vroeger armoevoedsel en was niets anders dan een bord met noodles, vet en soja saus. Het heeft sindsdien furore gemaakt in de Singaporese keuken en wordt nu gemaakt met taugé, viscakes, mosselen en kokkels. Hoe drukker de Char Kway Teow koks, des te sterker zijn hun armen, de zware noodles moeten namelijk vaak omgedraaid worden in grote zwarte wokken.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer