Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Cultuurschok in Cancún

327

Mexico: land van Maya’s en Azteken, taco’s en tequila en van macho’s en fiësta. Van bekende oorden als Acapulco, Cancún en Puerto Vallarta, maar ook van bergen en woestijnen, van verborgen stranden en tropische eilandjes met blauwgele vissen en zwaaiend koraal. Land van beroemde tempels, van de stad Guadalajara en de vulkaan Popocatépetl. Denise Miltenburg maakte een reis door Yucatán, nam een duik in de eeuwenoude cultuur en vereerde de zon zoals de Indianen dat deden.

Denise Miltenburg

De streek Yucatán is groot. Alleen daar al kun je enkele weken zoet zijn. En dan te bedenken dat het nog ruim duizend kilometer van de wereldstad Mexico City verwijderd ligt; en er boven de hoofdstad een nog veel en veel groter gebied op ontdekking ligt te wachten. Mexico is immers bijna vijftig(!) keer zo groot als Nederland.

Yucatan

De wens erheen te gaan had ik altijd al gehad. Die ging in vervulling toen ik Reisadviseur van het Jaar werd en een reis naar Mexico won. Ik mocht naar Yucatan, het veelbezochte schiereiland van Mexico, dat puntje dat met z’n neus in de Golf van Mexico steekt. Als bevlogen backpacker mocht ik me ineens twee weken lang laten vertroetelen in een luxe resort in Playa del Carmen. En m’n moeder mocht mee. Maar twee weken in Mexico zijn en dan niks van het land zien was niks voor ons. En dus verruilden we een week all-inclusive voor een vijfdaagse rondreis door Yucatán.

Culture-shock in Cancún

De reis begint in Cancun. Culture-shock gegarandeerd. Tenminste, als je niet van keiharde muziek en teveel drukte houdt. ‘Wat is dííít?’ M’n moeder en ik kijken elkaar aan. De beelden in ons hoofd van rustige, idyllische en exotische strandjes worden prompt teniet gedaan als overal om ons heen drommen gillende tieners lopen. Alsof we met een lasso van een Mexicaans charro (cowboy) zijn vastgegrepen en meegeslingerd, en zo – hup – in deze kermis zijn beland. Wat is hier aan de hand? Socorro! Help!

Even omschakelen dus als blijkt dat begin juni vakantietijd is voor Amerikaanse scholieren. Zoals ‘wij’ naar Spanje gaan, zo gaan Amerikanen en masse naar Mexico. Een tochtje langs de bekende ‘strip’ (die overigens zo’n 20 kilometer lang is) vol hotels en restaurants doet ons gillend wegrennen. Uit de ene tent komt nog hardere muziek dan uit de andere en groepen jongeren lopen daar schreeuwend doorheen. We vluchten terug naar ons hotelletje in het oude centrum van Cancún, waar we de gekte op een gezonde afstand kunnen houden. Hier tref je tenminste ook nog eens een Mexicaan. Wel zo leuk.

Uxmal, een absolute must in Yucatán
Uxmal, een absolute must in Yucatán

De Zócalo in relaxt Mérida

Met een klein groepje zuiderburen en een Belgische reisleidster met pretoogjes gaan we op pad. Onze eerste stop is het koloniale en pittoreske Valladolid. We voelen ons echt in Mexico. Ook bezoeken we het klooster van Izamal. Een paar uur later hangen we over de rand van een groot diep gat in de grond met een diameter van zo’n 20 meter. Het is een enorme natuurlijke bron, een cenote. Ergens in de diepte zien we gespartel in het knalblauwe water. Tropische begroeiing hangt in Tarzan en Jane-achtige slierten langs de afgrond naar beneden. We wagen ons in de frisse poel, waarna we als herboren de rit naar Mérida vervolgen.

Mérida blijkt een relaxt stadje te zijn. Het is in de 16e eeuw door de Spanjaarden gesticht en werd ooit ‘het Parijs van Mexico’ genoemd. Het was een rijke stad door de handel in henequen, sisal, waar touw van werd gemaakt en er woonden veel miljonairs in schitterende huizen. Tegenwoordig heeft het van Parijs weinig weg, maar het is heerlijk om rond te dwalen tussen de mooie koloniale gebouwen. Vanaf een terrasje bekijken we op ons gemak de voorbijgangers. We verblijven in een centraal gelegen hotel dat de komende dagen onze uitvalsbasis zal zijn. Als de avond valt, wandelen we nog even naar het centrale plein, de Zócalo, waar tal van interessante bezienswaardigheden te vinden zijn, zoals het antropologisch museum. Op het plein zitten Mexicaanse jongens en meisjes verliefd te zijn. Palmbomen komen als fonteinen uit de grond. Op een ander gezellig pleintje vol terrasjes drinken we een horchata en een (donker) Mexicaans biertje. De mariachi’s, straatmuzikanten, maken de sfeer compleet.

Het strand van Celestún
Het strand van Celestún, vlak voor een heerlijke tropische bui’.

Uxmal

De volgende dag staat in het teken van één van de beroemde tempelcomplexen van de Maya’s: Uxmal (spreek uit: Oezjmal). Een indrukwekkend hoog en vooral steil bouwwerk heft zich voor ons op: de piramide van de Tovenaar. Wat een steile trappen! De meer dan 40 meter omhóóg is geen probleem, maar naar beneden levert zelfs mensen zonder hoogtevrees gegarandeerd knikkende knieën en gebibber op. De legende gaat dat de tempel in één nacht is gebouwd door een dwerg en een tovenaar. Waar of niet, het is een magnifiek bouwsel.

Voldaan nippen we die avond aan een tequila (spreek uit ‘te-kíe-la’ en níet ‘te-kiel-ja’, er staat namelijk maar één l in), hét Mexicaanse drankje bij uitstek. Het avondeten, la cena, nuttigen we in een leuk tentje. Een ober denkt lollig te zijn door prompt een Mexicaanse hoed op m’n hoofd te planten. Heb ik weer.

Rose flamingo’s, donkere luchten

De volgende dag verruilen we cultuur voor natuur. Onderweg stoppen we nog even bij een lokale markt waar Indiaanse vrouwen met lange zwarte vlechten in grote witte jurken met bloemen en roesjes allerhande fruit verkopen. Ook lopen we over de overdekte vlees- en vismarkt. Als twee grote bebloede koeienkoppen op de balie ons angstaanjagend aankijken, maken we dat we wegkomen.

Beelden op een Mexicaans kerkhof.
Beelden op een Mexicaans kerkhof.

Celestún

Op naar de flamingo’s in het vogelreservaat bij Celestún. Vanuit ons bootje zien we eindeloos grote kolonies flamingo’s. Hun zalmrose kleur steekt af tegen het lichtblauwe water. Als er een paar met hun vleugels over het gladde wateroppervlak wegklapperen en ze evenlater met hun lange nek vooruit en hun poten naar achteren vliegen, laten ze de zwarte randjes aan hun vleugels zien, alsof ze net even in de verf zijn gedoopt. Ook maken we een boottochtje door de mangrovebossen; hoewel die niet veel anders zijn dan de mangrovebossen die ik in Costa Rica en Venezuela heb gezien, is het heerlijk om zo even rond te dobberen.

’s Middags mogen we luieren. Na een Mexicaanse lunch spreiden we onze handdoeken uit op het rustige strand. Een dreigende lucht hangt boven het blauwgroene water van de Golf van Mexico. Een bootje ligt zwijgend in de branding. Er is welgeteld één Mexicaan te zien, verder niemand. De lucht kleurt steeds grijzer. Hoe donkerder hij wordt, des te groener kleurt de zee.

Nog nooit hebben we zo’n donkere lucht gezien. Het is een prachtig gezicht met die felgroene zee eronder. Net als we een duik willen nemen, vallen de eerste regendruppels. Dikke spetters. En voor we het goed en wel doorhebben begint het onbedaarlijk te regenen. Een heuse tropische bui. Maar even snel als de bui op kwam zetten is ie alweer verdwenen. Even de zee in en dan is het tijd om aan ons tintje te werken.

365 treden in Chitchén Itzá

Bijgebruind gaan we de volgende dag weer op pad. Tijd voor het hoogtepunt van de rondreis: een bezoek aan Chitchén Itzá (spreek uit ‘Tsjietsjén ietsáa’), waar de wereldberoemde piramides en overblijfselen van de Maya’s staan. Met de zon vol op ons hoofd beklimmen we de 365 treden van de ‘El Castillo’. Het aantal treden symboliseert de dagen van het jaar; echt iets voor de tempelpiramide.

 

Maya’s die geobsedeerd waren door het zo nauwkeurig mogelijk bepalen van de tijd. Een maal boven kijken we ver uit over de lage ‘jungle’, die nog wat dor-groen is in deze tijd van het jaar, maar door de regen wellicht snel weelderig zal worden. We lunchen in een verschrikkelijk toeristisch tentje omdat het niet anders kan, waar tussen de lange tafels toeristen triestkijkende Indiaanse vrouwen met flessen op hun hoofd dansen. Niet ons idee van Mexico. De meerderheid van het publiek lijkt het zowaar nog leuk te vinden ook.

Op de terugweg brengen we een bezoek aan een sisalfabriek, waar besnorde mejicanos met wallen onder hun ogen ons laten zien hoe touw gemaakt wordt. Met een machine persen ze de vezels uit de scherpe punten van de sisalplant (een cactus). Dan rijden we terug naar Cancún; ee saaie, vaak rechte weg met lage dorre begroeiing aan weerszijden. Als er een kever voorbij komt leven we op, een paar keer, en dan doezelen we weg in een wat verlate siësta.

Bebloede koppen op de markt.
Bebloede koppen op de markt.

Paradijselijk Isla Mujeres

Terug in het circus dat Cancún heet, in Quintana Roo, ook al weet haast niemand dat. De rondreis is ten einde, nu mogen we zelf op pad. Maar eerst een dagje bijkomen in een hotel aan het strand. De oceaan is verblindend mooi: van witdoorzichtig loopt het over in turkoois, en van groenblauw vervaagt het tot knalblauw aan de horizon. Zo moet het zijn.

Playa del Carmen.
Slanke palmen op het strand bij Playa del Carmen.

Als we weer onrustig worden, nemen we de lokale bus naar Puerto Juarez waar we twee kaartjes voor de overtocht naar Isla Mujeres kopen. Over de turkooizen zee varen we naar ‘Vrouweneiland’. Mannen zijn er ook. En golfkarretjes, die het enige transport op het eiland zijn. Wel zo rustig. Maar zelfs lopend is het gemakkelijk te ontdekken. Er zijn smalle straatjes met leuke winkeltjes en restaurantjes. Het strand is er mooier dan ik ooit heb gezien: heel fijn wit zand en nu eens echt kristalhelder water. We wandelen langs het strand waar toeristen in hangmatten onder de palmbomen liggen luieren. We willen blijven, maar dat kan niet, want we hebben nog een week all-inclusive voor de boeg. Hé, wat rot.

Verwennerij in Playa del Carmen

Wat een luxe! We worden er een beetje lacherig van. De komende dagen zitten we in een 5-sterren hotel: het Iberostar Tucán in Playa del Carmen. Hier kunnen we ons tegoed doen aan veel te veel eten en drinken. We mogen kosteloos alle cocktails van de kaart uitproberen en een keur aan sporten en activiteiten ondernemen. We hebben zelfs onze ‘eigen’ flamingo’s voor de deur, in een keurig aangelegd poeltje in de al even keurig aangelegde tuin. Dit is bizar! Ik moet er aan wennen, schaam me zelfs een beetje voor zoveel overdaad, denkend aan de Mexicanen die het minder hebben, veel minder. Het erge is dat het nog went ook.

Strandlaken nat of vies? Halen we toch gewoon even een nieuwe. Hoe laat is het? Tijd voor een snackje tussendoor. Al na drie dagen komt het buffet met de graaiende Amerikanen onze neus uit, maar gelukkig kunnen we onze toevlucht zoeken in een minder massaal ‘a la carte’-restaurant, een Mexicaanse en een Italiaanse. De pondjes teveel dansen we er wel af in de disco. En we kunnen altijd die fietstocht nog doen. De resterende dagen genieten we aan het strand. We wandelen en lezen wat, maar het hoofddoel is relaxen. De laatste dag slaat het weer plots om. Het lijkt wel alsof de weergoden de tien regendagen die voor juni staan er in één keer uitgooien. Het hóóst! Een heerlijke tropische bui.

Maar ik kom terug. Ooit. Want ik heb nog niks van het midden en noorden van Mexico gezien. Ik wil de met sneeuw bedekte toppen van de Popo zien, ik wil het treintje door de barranca del Cobre (Copper Canyon) nemen, ik wil door de noordelijker binnenlanden en naar Baja California reizen, en bovenal wil ik overnachten in een cabaòa in Tulum.

 Meer reisverhalen op Denise’s reisblog op Follow my footprints