De Adelaarsjagers van Bayan Olgii

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 173 views

In de hoofdstad van Bayan Olgii, de meest westelijke provincie van Mongolië, bezoekt Helen Siegel het Het Golden Eagle Festival. Het feest van de Adelaars. ‘De adelaar, bevrijdt uit de duisternis, is met twee slagen van zijn vleugels heer en meester van de hemel. Hij vliegt niet weg, nee, hij overziet het toneel beneden hem en duikt naar zijn meester’, schrijft Helen.

Helen Siegel

Aanvankelijk lijkt niemand zich iets aan te trekken van het Festival, dat volgens het programmaoverzicht allang is begonnen. Vrouwen doen boodschappen, net als voorgaande dagen, mannen hangen tegen hun jeep. Maar ineens gaat er een siddering door Olgii. Het is tijd, het begint! Alles wat ook maar enige vorm van paardenkracht bezit, begeeft zich als een bezetene het stadje uit, op weg naar de arena: jeeps, motoren met zijspan, Russische busjes, afgedankte legerscooters, een enkele os, nog meer jeeps en, natuurlijk, paarden, paarden, paarden.

Kazak

Hun kaarsrechte berijders, de adelaarsjagers om wie het allemaal draait dit weekend, kijken minzaam naar die stof en vuil opwaaiende bende-ongeregeld waartussen wij – een Israëliër, Zweed, Amerikaan, Mongoolse en ik – ons bevinden. Iedereen wil er nu als eerste zijn. En waarom eigenlijk? De ruimte blijkt gigantisch, er is plek voor iedereen. De Mercedes Benz van de taxichauffeur die we hebben gecharterd is niet bestand tegen deze gewelddadige rit. Met z’n vieren op de achterbank gepropt hotsen en klotsen we over rulle grond bezaaid met stenen.

Er is geen weg, er is alleen een voortdurende strijd voor de chauffeur: welk spoor van welke voorganger moet hij volgen? Met elke steen die tegen de carrosserie slaat zie ik het gezicht van de man in de achteruitkijkspiegel vertrekken. Ik ben in de hoofdstad van Bayan Olgii, de meest westelijke provincie van Mongolië waar 90% van de bevolking Kazak is. Het zijn voornamelijk nomaden net als de meeste Mongolen, maar islamitisch. En dus tref je in het desolate centrum een moskee in plaats van een boeddhistische tempel, opschriften in het Arabisch, volop kebab in eettentjes die schuilgaan achter verwaarloosde voorgevels en, officieel althans, nergens een druppel alcohol.

De jagers verzamelen zich voor de openingsceremonie.

De jagers verzamelen zich voor de openingsceremonie.

Schooluniformpjes

Vergeleken met ´s lands hoofdstad Ulaan Baatar, waar bijna 1 miljoen mensen wonen, lijkt Olgii een povere nederzetting. Hier tref je geen bombastische Sovjet blokken, noch buitenwijken vol opeengepakte gers. Geen billboards voor mobiele telefoons op straat, of zwerfkinderen die met woeste vastberadenheid bij je bedelen en ’s winters de kou trotseren tussen ondergrondse verwarmingsbuizen. Olgii is een compact samenraapsel van betonnen laagbouw, veelal versleten en stoffig. Hier roepen de kinderen in strak gewassen schooluniformpjes “Hel-lo-how-arrr-joe?” naar je, om er dan proestend van de zenuwen vandoor te gaan. Het kost minimaal vier dagen onafgebroken reizen over land om de afstand van 1650 km tussen beide plaatsen te overbruggen.

Ik doe er vier oorverdovende uren over in een Russische Antonov-24 propeller vliegtuig, met robuuste stewardessen die het toestel doen schudden telkens als hun hakken door het gangpaadje banjeren. Even had het er naar uitgezien dat ik kon fluiten naar de reis. Op mijn paniekerige grapje dat ik wel bij de co-piloot op schoot wilde zitten, herhaalde de manager van Aero Mongolia onbewogen dat de vluchten tjokvol zaten. En weg was ze. De medewerker achter de balie had daarop schielijk naar links en rechts gegluurd en lispelde, naar voren leunend: “transsssoelgieieie” Pardon? Toen hij zijn magische formule herhaalde drong tot me door dat hij de naam van een mij onbekende concurrent tipte: Trans Ulgiy. Doel van mijn reis naar het uiterste westen is het Golden Eagle Festival, een jaarlijkse happening die een oude Kazakse traditie nieuw leven wil inblazen: jagen met adelaars.

In optocht langs de notabelen van Olgii.

In optocht langs de notabelen van Olgii.

Culturele erfenis

Kazakken jagen al duizenden jaren met roofvogels. Volgens een Amerikaans instituut voor valkerij is deze traditie zo’n zesduizend jaar geleden in Centraal Azië bij de nomaden ontstaan. Een van de schaarse bewijzen zijn oude potscherven met afbeeldingen van jagende koningen. Eeuwenlang is de traditie van vader op zoon doorgegeven. Voor Kazakken is het jagen met adelaars een van de belangrijkste uitdrukkingen van hun culturele erfenis. Het gaat niet om het vlees, of de opbrengst van de vacht – die wegen niet op tegen de halve kilo vlees per dag wat de vogel verorberd. Voor hen is deze jachtvorm een kunst, een eervol staaltje vakmanschap dat veel tijd, techniek en een juiste mix van kracht en zachtheid vergt.

De golden eagle, of eigenlijk steenarend (aquila chrysaetos), die voor de jacht gebruikt wordt kan van kop tot staart een meter groot worden. De spanwijdte van de vleugels bedraagt zelfs het dubbele. Hij weegt drie tot zeven kilo en kan dertig jaar oud worden. Dankzij zijn scherpe blik, acht keer scherper dan de mens, spot hij een prooi op ruim 1,5km. Vrouwtjes zijn favoriet omdat ze groter, sterker en agressiever zijn dan mannetjes. Adelaars gevangen in de eerste zeven jaren van hun leven zouden de beste en meest loyale jagers zijn. Maar de geschiktheid voor de jacht hangt uiteindelijk af van het individuele temperament.

De arena van het Golden Eagle Festival.

De arena van het Golden Eagle Festival.

Gemakkelijke prooi

Om een gevangen adelaar te kunnen trainen wordt hij een paar dagen met een touw aan een paal vastgebonden, zonder eten. Dit put de vogel zo uit dat hij toenadering accepteert. De training begint door de rover te belonen met vlees telkens als hij naar een stuk bont bijt. Eenmaal gewend, wordt de roofvogel dikwijls gekoesterd als een volwaardig lid van de familie. Winter is het jachtseizoen voor de adelaarsjagers. Konijnen, marmotten en vossen hebben dan een extra dikke vacht en vormen een gemakkelijke prooi in de sneeuw. Vooral de steppenvos is met zijn dikke, isolerende vacht gewild. Om in hun levensonderhoud te voorzien zijn de meeste Kazakken echter, net als Mongolen, nog altijd herders.

Ze hoeden schapen, geiten, paarden en zelfs kamelen. Halverwege de 19e eeuw vestigde een groeiende groep Kazakse nomaden zich in Bayan Olgii. Het is een nogal onherbergzame provincie. Afgeschermd door het Altai gebergte, met pieken van meer dan 4000m hoog, langs de grens met China en Rusland en de rivier Hovd in het oosten van de provincie, kon deze gemeenschap de eigen cultuur lange tijd ongestoord vasthouden. Het jachtseizoen eindigt 20 februari, zodat vossen ongestoord hun jongen kunnen grootbrengen. De adelaars worden na maximaal 10 seizoenen vrijgelaten. Zo menen de jagers dat hun traditie het ecologisch evenwicht van hun leefgebied niet verstoord.

Hoe snel is de adelaar bij zijn jager?

Hoe snel is de adelaar bij zijn jager?

Enorme vallei

De stoet voertuigen en beesten volgt de flank van een steile rotswand, bocht na bocht. Dan komt ineens de plaats van bestemming in zicht, de ‘arena’ waar we allemaal – hordes locals en naar schatting zo’n dertig reizigers – voor zijn gekomen. Voor ons ligt een enorme vallei, een zee van vergeeld gras, omringd door kale, grillige bergen. De toppen steken donker af tegen een hemel zo blauw dat het zeer doet aan je ogen. Aan de rand van deze vallei is bij een hoge rots met een paar stenen een u-vormig veld afgezet – volkomen nutteloos zoals later zal blijken.

Vele Kazakken hebben zich al langs de rand opgesteld. Bovenop de rots staan de assistenten van de eerste deelnemers klaar. Ze hebben de adelaars onder hun hoede en wachten hun beurt af. Aan één zijde, recht tegenover de puntige rots, doet een truck dienst als tribune voor de jury. De laadbak is aan de linkerzijde naar beneden geklapt. Zo hebben zij het beste zicht op het spektakel dat hier de komende twee dagen plaatsvindt: zo’n dertig jagers die willen bewijzen dat zij de best getrainde golden eagle bezitten.

De jury noteert de score.

De jury noteert de score.

Tomach

In de ochtend heb ik de jagers nog van dichtbij kunnen bewonderen. Ze komen vanuit de omgeving van onder andere Tsengel, Bayannuur en Deluun, soms dagen reizen te paard. Naast het stadsplein van Olgii verzamelden ze zich voor de openingsceremonie. Fraai uitgedost in lange bontjassen of zwarte, met sierlijk borduursel afgezette mantels.

Op hun hoofd steevast de tomach, hét statussymbool van hun professie: een flinke bontmuts van een buit vos, voor de gelegenheid gecombineerd met een scharlaken rode of fuchsia stof. Zelfs de dieren zijn op hun Paasbest. De paardjes dragen opgepoetst tuig. De roofvogels hebben met (zilver)metaal afgezette riemen om hun klauwen en een leren kap over de kop, getooid met een sierlijke lus of pluim. Die kap is de sleutel tot de adelaars tamheid, omdat het zijn beste zintuig uitschakelt. Ik stond erbij en ik keek ernaar, zoals dat heet, heen en weer geslingerd tussen een gevoel van ontzag en afkeer. Ik was onder de indruk van de subtiele zorgzaamheid waarmee de jagers hun rovers behandelden – een snelle aai, een liefdevolle blik – en de schijnbaar koninklijke kalmte waarmee elke vogel, fier rechtop, het hele circus over zich heen liet komen.

Tegelijk leek het me een bizarre verhouding tussen mens en dier. In ruil voor een brok hapklaar vlees stort de laatste zich op een prooi voor zijn bezitter, een vervreemde vorm van zijn natuurlijke gedrag dat de roofvogel slechts tijdelijk kan uiten. Na de openingsparade, waarbij een lange stoet jagers met hun adelaar op de arm te paard onder begeleiding van krakende marsmuziek aan de plaatselijke notabelen voorbij schreed, staan we nu op het punt iets van die relatie tussen man en roofvogel te aanschouwen.

Meedogenloos

Vandaag beoordeelt de jury de gehoorzaamheid. Een megafoon galmt iets plechtigs en dankzij het Engelstalige programmapapiertje weet de niet-Kazak wat er gaat gebeuren. Getest wordt hoe vlot een adelaar reageert op de roep van zijn meester, en hoe snel en soepel hij op diens arm landt. Op een teken van de jury trekt de assistent bovenop de rots de kap van de roofvogel en begint de eigenaar te roepen.

Een hoge, schorre kreet weerkaatst tegen de rotswand: “Ay! Ay!”. Hij stuurt zijn paard met één hand op en neer in het midden van de arena en beweegt zijn gehandschoende arm op het ritme van zijn geroep. De adelaar, bevrijdt uit de duisternis, is met twee slagen van zijn vleugels heer en meester van de hemel. Hij vliegt niet weg, nee, hij overziet het toneel beneden hem en duikt naar zijn meester.

Die draaft in rechte lijn rustig vooruit. De adelaar spreidt zijn vleugels, strekt zijn klauwen uit en landt feilloos op de arm waar hij in volle draf beheerst op blijft zitten. Applaus van het publiek. Maar dit publiek is ook meedogenloos. De deelnemer die zijn adelaar ziet aarzelen en dan, ondanks zijn toenemende geschreeuw om de vogel, moet toezien hoe het afbuigt naar een nabij gelegen rotspunt of doelloos cirkeltjes draait in de lucht, wordt neergesabeld met hoongelach. Bewondering en spot wisselen zich ook af als de adelaars zich met wisselend enthousiasme op een stuk vossenbont storten dat als surrogaat prooi aan een touw achter het paard wordt voortgesleept.

Waar de ene vogel zich trefzeker direct naar beneden waagt, laat de ander het onder een klagelijk gekrijs afweten. Is het een verzet tegen het circus? Een slechte training? Of raakt de roofvogel door het drukbevolkte gekakel onder hem in de war? Je zou denken dat er op z’n minst één een vluchtpoging doet. Maar uiteindelijk belandt elke vogel gewoon terug op de arm van zijn bezitter. Met de kap weer over de kop. Wonderbaarlijk. De jury noteert intussen onverbiddelijk de tijd op de stopwatch. Tijdens het Festival is er verder ruimschoots aandacht voor de kracht en souplesse van de Mongoolse paarden. Jonge mannen vertonen hun rijkunsten door in volle galop over de arena te racen en een gele sjaal van de grond te rapen.

Vlak voor het rapen hangen ze haaks op de zijkant van hun paard dat, zo is de kunst, onverschrokken doorsjeest. Een enkel paard schrikt van de beweging of moet het evenwicht herstellen van zo’n acrobatenactie. Als de ruiter hierdoor de sjaal mist, reageert hij de schande van het lachsalvo af door een vloekende ruk aan de teugels. Toppunt van vermaak in de ogen van Kazakken is echter kukbar. Zeg maar schapenvacht trekken. Met veel duw- en trekwerk verdringen de mannen zich om zich op te geven. Hier lijkt het credo: hoe lomper, hoe stoerder. Het publiek veert op en stoot elkaar aan. Twee knapen, allebei een witte doek om het hoofd, oorbelletje en donkere zonnebril op, vinden zichzelf heel wat. Ze jutten hun paarden op en houden tegelijk de teugels in, zodat het zenuwachtige gedraal van de dieren hun cowboy imago moet versterken.

Maar de tweeling blijkt niet sterk genoeg. De bedoeling? Twee mannen te paard klauwen zich als een pitbull vast aan elk uiteinde van de vacht en sleuren elkaar met paard en al over het hele terrein. Wie de ander van zijn knol krijgt, is de winnaar. De stenen afzetting heeft totaal geen functie meer: toeschouwers stuiven joelend uiteen telkens als de kluwen paarden en mannen zich per ongeluk in de meute stort.

Een wonderlijk duo.

Een wonderlijk duo.

Taxichauffeur

Zo rollen wij als buitenstaanders twee dagen lang van de ene in de andere verbazing. Vier keer trotseert de taxichauffeur de rit op en neer naar het festival-terrein, gewillig laten wij ons door elkaar schudden. Het maakt niet uit. We zijn al hartstikke door elkaar geschud. Van alles wat we zien en meemaken. Voordat we er erg in hebben voelen we ons verwant als oude schoolkameraden als we ´s avonds in een restaurantje bij diverse varianten kebab onze indrukken ventileren. En we zijn eigenlijk een raar internationaal stelletje bij elkaar.

Mark, een Amerikaanse pianospeler van eind veertig, die na veertien jaar entertainen op een cruiseschip nu heel Azië doorkruist. Alleen in Mongolië heeft hij telkens zoveel pech dat het hem mager en somber heeft gemaakt. Guri, een Israëlische fotograaf op wereldreis na zijn studie, die een verbluffende mix van naïviteit en zelfvertrouwen in zich heeft waardoor hij zelfs van tegenslagen weet te genieten en uiteindelijk alles wat hij wil bij iedereen voor elkaar krijgt. De rijzige Leif is een gepensioneerde piloot uit Zweden in wiens vriendelijkheid ook veeleisendheid doorklinkt als hij zijn gids Otgona, toespreekt. Deze jonge Mongoolse heeft haar vaste baan in de hoofdstad voor deze klus opgegeven.

In haar gestotter klinkt een vastberadenheid die haar ver zal brengen. Aangezien ze een kamer delen roddelen we gruwelijk over de vraag of hij haar in natura betaalt. En ik, blond polderkind dat haar liefdevolle dertigers-leven even wilde parkeren voor avontuur en na een paar weken Przewalski-paarden observeren in Hustai Nuruu een andere kant van Mongolië wilde ervaren. Het polderkind heeft daarvoor eigenlijk een te teer hart. Bij de slotscène van het Golden Eagle Festival wordt een jonge wolf ingezet om nu eens echt te demonstreren hoe de roofvogels zich op hun prooi storten. Ik had niet uitgezien naar dit onderdeel. De keuze voor een jong dier leek mij ook laf. Moest dit nou?

Is dit nu bedoeld als vertier voor de lokale bezoeker – doorgaans haten nomaden wolven – of toch een spektakel-lokkertje voor de buitenlandse bezoeker? Vragen heeft geen zin, protesteren ook niet. Ik zie hoe het publiek zich verdringt om geen glimp te missen, de opwinding neemt toe. Ik dwing mezelf te kijken. De wolf wordt losgelaten en rent langs de arena richting de rotswand, opgejaagd door een regen van stenen van een menigte die schreeuwt, joelt en vloekt. Binnen een paar seconden hebben drie adelaars hem bereikt. Even later duiken de jagers op de kluwen veren. En dat was het dan. Een jager in het zwart is de grote winnaar. Zijn mantel en broek zijn versierd met kleurig borduursel. Glunderend neemt hij de medaille en het applaus in ontvangst. Een megafoon schettert zijn prestaties in de rondte. Ik kijk naar de verliezer van dit weekend.

De jonge wolf is met een touw aan de truck van de jury vastgebonden. Behalve een bloedvlek op zijn voorpoot lijkt hij er goed vanaf afgekomen. Voor nu dan. “He will be released” is de officiële versie. Waarschijnlijker is dat hij wordt vetgemest en over ongeveer een jaar, als zijn wintervacht op z’n mooist is, wordt afgemaakt.

Het favoriete spel te paard heet kukbar.

Het favoriete spel te paard heet kukbar.

Tavan Bogd

De maandag na het Festival oogt Olgii als vanouds. Vrouwen doen boodschappen, mannen hangen tegen hun jeep. Het podium voor de notabelen op het stadsplein is afgebroken, de jagers zijn verdwenen, evenals het dertigtal reizigers voor wie Olgii even het centrum van de wereld was. Onderweg naar huis of een volgende bestemming. Bagyit hangt ook tegen zijn jeep. Hij is onze man. Guri heeft met zijn niet aflatende optimisme samen met Mark een driedaagse tocht geregeld met de kleine Kazak en zijn jeep.

Na een blik op de jeep, en op de blik van zijn eigenaar, besluit ik mee te gaan. Voor een reis naar de voet van de Tavan Bogd, de hoogste berg van Mongolië die de grens vormt met China en Rusland, in het gelijknamige Nationaal Park. Voor drie dagen rijden over niet bestaande wegen, door ongeorganiseerde natuur. We zullen de weg vragen aan herders, stoppen en picknicken aan meren die de bergen weerspiegelen, doorgaan tot het donker wordt en dan aankloppen bij een eenzame ger waar de bewoners hun schaap met ons delen en het bed aan ons afstaan. Het is oktober en de temperatuur neemt met de dag af. Ik hoop niet dat het gaat sneeuwen, of dat de jeep het begeeft. Ik hoop wel aan de horizon een zwevende adelaar te zullen zien, al of niet vergezeld door een jager.

De winnaars beloond.

De winnaars beloond.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer