De Maya-ruïnes van Copán

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 73 views

Haar avonturen beginnen in het Nationale Park Lancetilla in Honduras, waar ze op verschillende manieren ontmoetingen heeft met de tropische bewoners van het park. Na het verblijf in het natuurpark Lancetilla vertrekt ze naar het Baai-eiland Utila aan de noordkust van Honduras voor een duikcursus. Twee lange busreizen brengt haar naar het zuiden van Honduras, naar de beroemde Maya-ruïnes van Copán.Marleen Wallerbosch

Mijn reis door Midden-Amerika begint in het noorden van Honduras. Het natuurpark Lancetilla is mijn eerste kennismaking met een tropische omgeving. Het vochtige regenwoud is een wondere wereld, bevolkt door duizenden insecten en vele andere dieren. Orchideeën, mango’s en lychee’s bloeien en groeien er in overvloed. De hitte en andere ongemakken zoals schorpioenen en spinnen besluit ik op de koop toe te nemen. Met zijn allen drinken we op Schiphol nog een kop koffie en ik probeer een broodje door mijn keel te proppen.

De zenuwen gieren door mijn lijf. Het is voor het eerst dat ik zo ver en zo lang van huis ga. Het verlangen en de nieuwsgierigheid naar het onbekende overwinnen echter alles. Ik voel het, ik weet zeker, er staat me iets heel bijzonders te wachten, iets dat ik nooit meer ga vergeten. En ik geloof dat ik er klaar voor ben, ondanks die zenuwen. Ik ga vijf en een halve week rondreizen door Honduras, Guatemala, Mexico en het zuidwesten van de Verenigde Staten. Samen met de ouders en de zus van mijn vriend, Robin, die voor zijn studie Tropische Bosbouw stage loopt in het Lancetilla-park aan de noordkust van Honduras. Daar zal onze reis door Midden-Amerika beginnen.

San Pedro Sula

De vliegreis is lang en vermoeiend. Door de afwezigheid van banken op het vliegveld in Houston en door de aanwezigheid van een gezonde spanning heb ik de hele reis nog geen oog dichtgedaan. Maar als we beginnen aan de laatste etappe naar San Pedro Sula, wordt mijn vermoeidheid direct vervangen door geweldige kriebels in mijn buik.

Ongeveer drie uur later kijk ik neer op de palmstrandenkust van Honduras. In de turkoois-blauwe zee verraden schaduwen de aanwezigheid van koraalriffen, achter het strand en wat heuvels strekt zich een tapijt uit van écht tropisch regenwoud. We vliegen over een paar heuvels en al snel komt San Pedro Sula, de tweede stad van Honduras, in zicht. Vanuit de lucht lijkt de stad vooral uit kleine huisjes van hout en ander primitief materiaal te bestaan, hier en daar afgewisseld met vervallen, betonnen flatgebouwen.

Lokaal vervoer op de hoofdlaan naar het Lancetilla-park.

Lokaal vervoer op de hoofdlaan naar het Lancetilla-park.

Nieuwsgierige blikken

Gabriël, de vriendelijke chauffeur van Esnacifor, de organisatie waar Robin stage loopt, haalt ons af van het vliegveld. Carlos en zijn familie wonen en werken in het Lancetilla-park, waar we de eerste dagen zullen doorbrengen. Drie van ons zitten achter in de pick-up. We rijden langs bananen- en koffieplantages, primitieve dorpjes en zwaaiende mensen.

Ook passeren we stukken bos en vervallen huizen die de orkaan Mitch twee jaar geleden heeft verwoest. Jardin Botánico Lancetilla ligt zo’n 50 kilometer van San Pedro Sula en 7 kilometer van het kustplaatsje Tela en als we na anderhalf uur rijden het centrum van het park bereiken, worden er vriendelijke maar vooral nieuwsgierige blikken op ons, de langverwachte buitenlandse gasten, geworpen. Verlegen kinderen, gekleed in vervallen kleren, lopen alsmaar langs om een glimp van ons op te vangen. Na dit hartelijk ontvangst kunnen we gelukkig uitrusten in een van de huisjes die het park bezit. We zijn allemaal doodop van de lange reis.

De dichte begroeiing in het Nationale Park Lancetilla.

De dichte begroeiing in het Nationale Park Lancetilla.

Echt tropisch regenwoud

De volgende ochtend begint op een voor mij ongewone manier. Ten eerste word ik wakker onder een klamboe en ten tweede moet ik, voordat ik kan douchen, eerst de douchecabine controleren op schorpioenen en spinnen! Na het ontbijt bereiden we ons voor op de wandeling door het park. Lancetilla is een beschermd gebied, dat bestaat uit tropisch regenwoud en een botanische tuin.

Er zijn meer dan 700 plantensoorten en 365 vogelsoorten te vinden. Tropisch regenwoud wordt in twee categorieën ingedeeld: primair tropisch regenwoud, dat nog nooit door mensen is bewerkt en dus vrijwel onbegaanbaar is, en secundair regenwoud, dat wel bewerkt is maar waar men probeert het woud weer in zijn oude staat terug te brengen. Het Lancetilla-park herbergt beide categorieën woud. We trekken kleren met lange mouwen en pijpen aan en smeren ons volledig in met antimuggenvloeistof. We trekken goede wandelschoenen aan en beladen ons met veel, heel veel flessen water. We gaan vroeg op pad om voor de regen weer terug te zijn.

In dit tropisch klimaat begint het in het regenseizoen in de loop van middag te stortregenen en dat houdt vaak pas de volgende ochtend op. In de vochtige hitte lopen we langs de botanische tuinen, waar bedreigde plantensoorten worden gekweekt. Eenmaal uit het bewoonde gebied van het park lopen we de heuvels op en al snel wordt de begroeiing compacter. Op de stammen van imposante ceiba’s groeien tientallen soorten orchideeën en dracena’s. Om ons heen staan cacao-, mango- en lycheebomen en nog vele andere die ik niet ken, maar die ook sappige vruchten dragen.

Ik loop om bomen heen met een dwarsdoorsnede van vier, vijf meter. Duizenden gekleurde, vreemd gevormde beestjes krioelen overal op en tussen. Mieren, twee keer zo groot als in Nederland, kleine felgroene rupsjes en een heleboel lopende takken. Verder zien we slangen, spinnen, salamanders en zelfs piepkleine kolibries die genieten van de overvloed aan nectar. Na een wandeling van een aantal uur worden we verrast door de aanblik van een beek, die dwars door het regenwoud stroomt. We aarzelen dan ook niet lang en nemen een frisse duik in het heerlijke, heldere maar vooral koele water. Paradijs op aarde.

Het uitzicht op het park vanaf een bergkam.

Het uitzicht op het park vanaf een bergkam.

Een giftig beest in bed

Wat moet ik doen? Rustig blijven. Niet in paniek raken. Ik ben nog maar net wakker als ik ontdek dat er op mijn klamboe een vijftien centimeter grote schorpioen vastzit. Opgeschrikt en onzeker maak ik Robin snel wakker. Ook hij schrikt, maar hij heeft gelukkig ervaring met dit soort situaties. Snel en voorzichtig klimmen we uit bed en trekken onze schoenen aan.

We roepen de anderen en bedenken wat we in deze situatie het best kunnen doen. Robin pakt dan een afwasbak en zet hem boven op het inmiddels op ons bed gekropen giftige beest. Voorzichtig schuift hij een theedoek onder de afwasbak en laat het door de klamboe verdoofde beest buiten los. Met de boomstam die op de veranda staat, vermorzelt hij de schorpioen. Na dit angstige incident gaan we naar Tela om het thuisfront maar eens per e-mail gerust te stellen. We lopen door de brandende hitte naar de ingang van het park, een wandeling van ongeveer een half uur.

Zelfs voor zo’n kort stukje lopen is het nodig om een pet op te zetten en water mee te nemen. We willen namelijk geen zonnesteek oplopen. Eenmaal op de grote weg aangekomen kunnen we meeliften met weer zo’n vriendelijke Hondurese man. Zoals gebruikelijk is klimmen we in de laadbak, die we delen met zo’n vijf andere mannen en vrouwen. Al snel raken we met hen in gesprek en beantwoorden we vraag na vraag. Waarom we in Honduras zijn? Wat we van Honduras vinden? Waar Nederland ligt? Hoe oud ik ben?

Noem maar op. Met mijn gebrekkige Spaans en een beetje hulp van Robin en zijn vader kan ik de vragen van deze enthousiaste mensen beantwoorden. In Tela doen we wat boodschappen en nadat we de e-mails hebben verstuurd, lopen we naar het twee kilometer verder gelegen strand. Een helderblauwe, warme zee nodigt me uit een duik te nemen. Maar ik ben het water snel weer uit als Sanne, de zus van Robin, door een kwal in haar arm is gebeten. Dan maar onder een palmboompje nagenieten van mijn eerste avonturen in Midden-Amerika. De eerste week zit er bijna op en is als in een waas aan mij voorbij gegaan.

Lancetilla-park

De derde en laatste dag in het Lancetilla-park maken we een wandeling over een bergkam van waaruit we het hele gebied kunnen overzien. Rechts van mij ligt het moeilijk begaanbare pad waar we zojuist gelopen hebben en ik twee keer mijn enkel heb verstuikt. Robin laat mij zien wat nu primair en secundair regenwoud is. Hij wijst naar de begroeiing links van ons. Ik zie geen verschil maar het maakt mij niets uit. Ondanks de pijn in mijn enkel vind ik het allemaal prachtig! Ik kijk nog een laatste keer en zie dat achter de groene heuvels de Caribische zee schittert. Daar ergens achter de horizon moeten de Baai-eilanden liggen. Morgen vertrekken we naar Utila, het kleinste van de Islas de Bahía, om te leren duiken.

Na drie dagen in het Lancetilla-park worden we door Gabriël, de parkchauffeur, Romulo, een gids van het park, en Don Carmen, de directeur van het park, naar Tela gebracht en bij het busstation afgezet. De busreis naar La Ceiba is een hele belevenis: we hebben de stopbus getroffen vol schoolmeisjes in witte bloesjes, donkerblauwe plooirokjes, witte sokjes en zwarte schoentjes, en dan ook nog abuelitas (omaatjes) met kleine kinderen. De hele reis schalt er Hondurese salsamuziek door de bus.

Het is wel een gezellig zooitje al met al. Na een reis van twee en een half uur komen we aan in La Ceiba. Daar overnachten we in hotel Tropical, waar we voor het slapen gaan nog een joekel van een spin moeten doden. Zet je duimen en wijsvingers tegen elkaar en spreid ze zo ver mogelijk uiteen. Zo’n grote spin dus! Gelukkig was Robin weer erg heldhaftig.

Eiland Utila

De volgende ochtend om 9 uur nemen we de veerpont naar het eiland Utila. Utila is een van de drie Baai-eilanden gelegen aan de noordkust van Honduras en staat bekend om zijn goedkope duikscholen. Met zijn lengte van dertien kilometer en breedte van vijf is dit zowel het kleinste als het goedkoopste eiland van de drie. De wateren rond de eilanden herbergen kilometerslange koraalriffen en vele exotisch gekleurde vissen. Een must voor ervaren duikliefhebbers, maar ook een ideale plek om het duiken onder de knie te krijgen.

Wij willen op Utila een duikcursus volgen en hopelijk ons duikbrevet halen. De overtocht van anderhalf uur op een rustige zee gaat zonder zeeziekte voorbij. Achter ons blijven we de Hondurese kust met haar beboste heuvels nog een lange tijd zien. Bij aankomst is het een drukte van belang. Ik hoor alle talen van de wereld en om de verwarring nog groter te maken, krioelt iedereen tussen en over de bagage. We moeten moeite doen om onze rugzakken heel terug te krijgen. Na wat gerommel en getrek kunnen we van boord en gaan we op zoek naar een slaapplaats en een duikschool.

De enige straat van Utila bestaat uit grote aantallen duikscholen annex hotels. Uiteindelijk kiezen we op advies van een aantal van Robin’s studiegenoten, die onlangs op Utila waren geweest, voor Gunther’s Diveshop. Tegenover de Diveshop, pal aan de Caribische Zee, ligt het bijbehorende hotel. Veel kakkerlakken en weinig hygiëne, maar we betalen dan ook niet meer dan vijf dollar per nacht. Het eiland kampt trouwens met elektriciteitproblemen en de watertoevoer functioneert alleen van 6 tot 9 uur ‘s avonds.

Surrealistische sfeer

De vaak langharige, naar wierook ruikende, sandalen dragende, maar uiterst vriendelijke eilandbewoners zijn afkomstig uit alle delen van de wereld. Samen met de vele eettentjes met extravagante gerechten en de versierde straten met de vele verkopers van handgemaakte sieraden geven ze het eiland een heel eigen sfeer. De Caribische muziek die de straat opgalmt, maakt het geheel nog surrealistischer. ‘s Avonds gaan we opgedirkt op pad om letterlijk en figuurlijk te proeven van deze heerlijke sfeer. We bestellen allemaal iets aparts van de menukaart.

Helaas is de veel te zoute haai die ik bestel, niet zo lekker. Mijn tafelgenoten hadden daarentegen wel heerlijke gerechten uitgezocht. Voor mij een extra reden om een welverdiend toetje te mogen bestellen! Die avond slaap ik heerlijk, helemaal onder de indruk van alle indrukken die ik de eerste dag op dit tropische eiland heb opgedaan.

Blokken tijdens je vakantie: het theorie-examen voor het duikbrevet.

Blokken tijdens je vakantie: het theorie-examen voor het duikbrevet.

Honduras duikcursus

Dag 1 van onze duikcursus, die zal bestaan uit vier dagen les en twee zelfstandige duiken op de vijfde dag, begint met theorieles. De Israëliër Oded, zeeblauwe ogen, droge humor en een brede borstkast, is onze duikinstructeur en hij legt ons de eerste beginselen uit. Die middag maak ik mijn eerste echte duik. Omdat ik mijzelf hoor ademen en alles nieuw is, is het best een beetje eng dat ik afhankelijk ben van die zuurstoftank op mijn rug. Maar na een aantal minuten in het water krijg ik een gevoel van rust en stilte over me heen.

Met een paar meter water boven mijn hoofd, allerlei soorten visjes om mij heen en vreemd gevormde schelpen in het zand onder me lijk ik in een geheel nieuwe wereld te zweven. Dat we maar drie meter diep mogen, doet niets af aan deze bijzondere ervaring.

De boot naat Utila met op de achtergrond de heuvels op het vasteland.

De boot naat Utila met op de achtergrond de heuvels op het vasteland.

Beginnersfouten

Het gekrijs van zeemeeuwen en een warme zon die naar binnen schijnt, maken mij wakker. Mijn reisgenoten zitten op het balkon aan de eettafel broodjes met jam en pindakaas te eten en zijn al druk bezig de leerstof voor de komende theorieles door te nemen. Ik spring uit bed en pak ook mijn spullen. De les van vandaag zit boordevol informatie die in een snel tempo door Oded wordt verteld.

Ik moet mijn gedachten er goed bijhouden omdat de les in het Engels wordt gegeven. We krijgen met name veel natuurkundige informatie over de druk onder water en wat de gevolgen daarvan zijn. Duiken is een interessante en mooie sport, maar ik kom erachter dat er behoorlijk wat kennis nodig is om alles in goede banen te leiden. Een paar uur later is het dan eindelijk lunchpauze en bereiden we ons enthousiast voor op de tweede duik. Naast Oded en ons uit vijf personen bestaande duikgroepje gaan er nog andere beginnersgroepen mee.

Met zo’n vijftien man zitten we in de boot, op weg naar een geschikt duikplekje rondom het eiland. Als iedereen volledig uitgerust is met alle apparatuur, gaan we om beurten het water in. In de theorieles hebben we de benodigde instructies gekregen, maar om ze goed uit te voeren is een tweede. Het valt tegen en Oded vertelt na afloop dat het niet goed ging. Robin’s loodgordel viel op de grond, Sanne raakte haar duikbuddy kwijt en de vader van Robin ging te snel naar boven, wat erg gevaarlijk kan zijn in verband met de decompressieziekte.

We zijn allemaal teleurgesteld, maar we realiseren ons ook dat Oded verantwoordelijk is voor ons leven. Gelukkig gaat het de dagen daarop beter. We mogen steeds dieper duiken en iedere keer zien we nieuwe vissen en mooiere koralen. Ze hebben alle kleuren van de regenboog en ik vraag me af of al deze duikers het koraal niet onherstelbaar zullen beschadigen. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat het een moeilijke opgave is om geen koraal aan te raken vanwege het nog onwennige evenwichtsgevoel onder water.

Nieuwsgierige vissen

De laatste ochtend van de vierdaagse cursus hebben we het theorie-examen. Gelukkig slagen we allemaal. Aan het begin van de middag duiken we tot achttien meter. Ik heb problemen met mijn oren, zodat het voor mij langer duurt om op die diepte te komen. Eenmaal daar daal ik met ons groepje af langs een steil naar beneden lopend koraalrif.

We zien een heuse barracuda en ook een rog met allemaal bruine stippen op zijn rug. De veelzijdig gekleurde vissen zijn erg nieuwsgierig en zwemmen tussen mijn armen en benen door. De natuurpracht onder water is verbazingwekkend. Ik had de afgelopen dagen voor geen goud willen missen. Na deze overweldigende duik overhandigt Oded ons onze duikbrevetten. Ik verheug me al op de volgende dag. Dan mogen we de twee laatste duiken zelfstandig maken. Als het ‘s avonds erg hard begint te onweren, maak ik me zorgen of het morgen wel door kan gaan.

Ruwe zee

De volgende morgen kijk ik uit het raam en zie waar ik al bang voor was: een ruwe zee en dus geen mogelijkheid tot duiken. We moeten morgen vroeg weg, dus kan de duik ook niet worden uitgesteld. We overleggen met Oded en mogen ter compensatie kano’s meenemen om het water rondom het eiland te verkennen. Het blijkt geen slechte keus te zijn. Na wat rondgevaren te hebben, ontdekken we een inham die ons naar een mangrovebos leidt. In het mangrovebos broeden allerlei tropische vogels en we zien zelfs enkele pelikanen.

Weer een ervaring rijker. ‘s Avonds pakken we onze tassen in en plannen we de reis naar onze volgende bestemming: de Maya-ruïnes van Copán. Daarna genieten wij nog eenmaal tot diep in de nacht van de heerlijke muziek, de vreemde bewoners, het lekkere eten en tot slot de heerlijke Caribische cocktails. Ze smaken zo veel lekkerder met mijn duikbrevet op zak.

Weer aangekomen op het vasteland zoeken we op het busstation van La Ceiba, in een hitte van zo’n 35 graden Celcius, een bus naar San Pedro Sula. Van daaruit willen we doorreizen naar de Maya-ruïnes van Copán om vervolgens onze reis verder te vervolgen naar Guatemala. Door alle drukte om ons heen is het moeilijk de juiste bus te vinden: bussen die niet aangeven waar ze naartoe gaan, krioelende mensen op zoek naar een laatste vrije plaats en buschauffeurs die dreigend schreeuwen dat ze gaan vertrekken.

Alles is volgeboekt. Het lijkt erop dat we in La Ceiba moeten overnachten. Maar we willen hier liever geen dag verspillen. Volgens onze Lonely Planet is er niet veel te doen en wat we van de stad hebben gezien, ziet er een beetje verwaarloosd uit. Wanhopig informeren we bij de laatste bussen die er nog staan. Bij toeval kunnen we nog terecht in een touringbus, die ons doet denken aan de bussen die naar Benidorm rijden. Alleen wat ouder, voller en vooral viezer, van al het stof en zand. En ze stinken naar diesel. Hoe dan ook, het belangrijkste is dat we verder kunnen, ook al hebben we niet eens een zitplek. We betalen ook minder.

De reis duurt zo’n vijf uur, maar het lijkt veel langer doordat we in de hitte tussen de mensen beklemd staan en er geen mogelijkheid is de omgeving te bekijken. Aan het eind van de middag komen we aan in San Pedro Sula, maar we willen koste wat het kost die avond nog doorreizen naar Santa Rosa de Copán. Het is ons verteld dat we van daaruit het beste en goedkoopste naar de ruïnes kunnen reizen. Volgens onze reisgids is het niet verstandig om ‘s avonds te reizen, maar we doen het toch. We zijn met z’n vijven en San Pedro is nou ook niet bepaald een veilige stad. Robin heeft hier al eerder een aantal dagen doorgebracht en hij heeft er geen goede indruk aan overgehouden. De stad is vervuild en er is veel armoede en criminaliteit.

Een van de belangrijkste tempels van Copán

Een van de belangrijkste tempels van Copán

.

Kinderen?

We kunnen mee met een oude schoolbus, afkomstig uit de Verenigde staten. Deze bussen zijn er overigens veel in Honduras, vaak omgetoverd tot iets kleurrijks met een katholiek tintje. De chauffeurs hebben godsdienstige kunstwerkjes en religieuze teksten in hun bussen hangen ter voorkoming van ongelukken. Vooral de tekst ‘God leidt mij’, in het Spaans ‘Dios me acompañe’, is erg populair. We zijn de enige buitenlanders en worden door iedereen bekeken van de top van onze hete hoofden tot de zool van onze gloednieuwe Teva-sandalen.

We passeren loofbossen, koffie-, tabaks- en bananenplantages. Naarmate de tijd verstrijkt en de bus in een wisselend tempo door het heuvelachtige landschap rijdt, krijgen de medepassagiers steeds meer belangstelling voor ons. Als het begint te schemeren, raken we verwikkeld in een gesprek met de familie die achter ons zit. De indiaans uitziende oma, moeder en dochter vertellen ons over hun geboorteplaats en hun dagelijkse bezigheden. Ze leven van de landbouw en hebben een aantal koeien en kippen.

Vandaag zijn ze het graan, de eieren en de overige landopbrengsten op de markt wezen verkopen. In hun manden, die achter in de bus staan, zie ik nog resten van het overgebleven goed en bedenk mij dat het in deze landen nog erg primitief gesteld is. De moeder, die zelf 21 is, vraagt hoe oud ik ben. In mijn gebrekkige Spaans vertel ik haar mijn leeftijd.

Met een serieuze blik vraagt ze hoeveel kinderen ik heb. Met mijn negentien jaar heb ik ‘gelukkig’ nog geen kinderen, maar in Honduras is het gewoon dat meisjes van mijn leeftijd al een paar jaar moeder zijn. Ze reageert in eerste instantie verbaasd. Als ik vertel dat in Nederland vrouwen vaak pas na hun 25ste kinderen krijgen vanwege hun carrière en zo, lacht ze en zegt niets meer. Waarschijnlijk begrijpt ze mij niet of begrijpt ze ons Nederlanders niet. Ook de familie gaat richting de grens van Guatemala en ze adviseren ons de nacht door te brengen in La Entrada, een klein doorreisstadje, en niet in Santa Rosa de Copán, waar we eigenlijk naartoe wilden. Vanuit La Entrada zou het goedkoper zijn om naar de ruïnes te reizen.

Het is pikdonker als we in het stadje aankomen. We nemen afscheid en ik geef het jonge meisje met haar glanzende, donkerbruine ogen een van mijn uit Nederland meegenomen knuffels. Ze is helemaal gelukkig en pakt het roze beestje vast alsof haar leven er vanaf hangt. Ik ben moe van de lange reis en eenmaal in bed beland slaap ik meteen.

De arena van het wrede balspel van de Maya’s.

Toneelstuk

De volgende ochtend hebben we geen haast met opstaan. Het loopt tegen de middag als we met stevige trek in een restaurant belanden tegenover ons hotel. We besluiten een warme maaltijd te bestellen die bestaat uit gefrituurde kip, salade en bonenprut. Bonen maken deel uit van bijna iedere maaltijd in Midden-Amerika, maar dat wist ik al. Ik laat de donkerbruine prut staan.

Dat had Ome Hans, mijn reislustige oom, mij voor vertrek al geadviseerd. We praten met zijn allen wat bij en worden al snel opgemerkt door een gezette knaap van zo’n twaalf jaar oud. Met zijn blote voeten en smerige kleren doet hij erg zijn best om op te vallen door hinkend langs ons heen en weer te lopen. Het eten wordt haast uit onze monden gekeken en we bestellen dan maar een extra glas cola voor hem. Als we weggaan, pakt de jongen nog snel wat van onze etensresten en rent dan soepeltjes met een lachend gezicht naar een paar van zijn net zo smerige vriendjes. We zijn een beetje beetgenomen door zijn indrukwekkende toneelspel, maar we kunnen er allemaal wel om lachen. Zij trouwens ook.

Erosie

Nu onze magen gevuld zijn, informeren we naar de busrit naar de Maya-ruïnes van Copán. In een krakende, oude dieselbus rijden we met een vaartje van gemiddeld 30 kilometer per uur bult op bult af naar onze bestemming. De omgeving waardoor we rijden kenmerkt zich door plantages die men op veel te steile heuvels heeft aangeplant. Dat dit erosie tot gevolg heeft, zien we op meerdere plaatsen aan de verwoeste stukken grond over soms wel een lengte van twee- tot vijfhonderd meter. Diepe watergeulen lopen dwars door de plantages heen. Ik realiseer mij dat armoede en onkunde hand in hand gaan. Naast dit droevige aanzicht zien we echter ook bomen met prachtige bloesems en vreemde voor mij onbekende vruchten. We passeren mensen die op sandalen of blote voeten zware vrachten op hun rug dragen. Uiteindelijk rijden we langs de ruïnes en stoppen we in het plaatsje Ruinas de Copán. Daar kopen we wat eten en drinken, voordat we naar de ruïnes lopen.

De ruïnes van Copán

De entree bedraagt 10 US dollars en dit is vrij prijzig voor Hondurese begrippen. De ruïnes zijn een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van het land en veel mensen uit de omgeving zijn er werkzaam. Het complex ligt er dan ook goed onderhouden bij, het gras wordt netjes gemaaid en er hangt een rustige, haast stille sfeer. Er zijn niet zoveel bezoekers vandaag en een aantal gidsen bij de ingang wil ons maar al te graag begeleiden. We huren er echter geen in. We willen alles op ons gemak bekijken. De Maya’s waren blijkbaar een wreed volk.

We komen veel stenen offerplaatsen tegen, versierd met tekeningen die vertellen over het bestaan van dit volk. Naast deze offerplaatsen zijn er tempels die bestaan uit verschillende lagen onder en boven de grond. Angstaanjagende standbeelden van wel vier meter hoog stellen de heersers van dit volk voor. Als we een rustpauze nemen, word ik aangesproken door een plaatselijke gids.

Hij vertelt ons dat het Maya-volk uit verschillende standen bestond. Hoe hoger een Maya van stand was, hoe dichter deze bij het centrum woonde. Een daarmee verband houdend ritueel was een balwedstrijd die gespeeld werd door mannen van een lage stand. Als ze het spel wonnen, promoveerden ze naar een hogere stand. Verloren ze, dan werden ze ter dood veroordeeld. De gids laat zien waar dit schouwspel zich afspeelde: een met muren afgebakend veld waar aan een kant vroeger een uitstekende ring heeft gezeten. Daar moest de bal doorheen. De spelers mochten daarbij alleen hun ellebogen en knieën gebruiken.

We belonen de door zich zelf aangestelde gids met wat lempira’s (de munteenheid van Honduras) en wat meegebrachte potloden voor zijn kinderen. Twee reisgenoten van mij kunnen er nog geen genoeg van krijgen en bezoeken ook nog het naast het complex gelegen museum. Ik koop in de tussentijd wat ansichtkaarten en bekijk de leuke souvenirs die de lokale bevolking aanbiedt.

Het is al donker als we bij ons hotel in La Entrada aankomen. Snel eten we wat en daarna duiken we ons nest in. Al het reizen en al die nieuwe indrukken maken me doodop, maar laten me heerlijk dromen. En rust heb ik nodig, want morgen hebben we een lange reis voor de boeg, naar Antigua, Guatemala.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer