Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Duister Dakar waar de dreiging dansend nadert

108

‘In Dakar heb je geen referentiekader. Alles is anders. Wat een mensen! Wat een wereld! Wat een avontuur!’ Rik van Boeckel ging naar Dakar, de hoofdstad van het Afrikaanse land Senegal. Hij verbleef er geruime tijd en dompelde zich onder in het Senegalese leven. Hij zwierf door de duizelingwekkende stad en proefde de duistere sfeer.

Rik van Boeckel

Reizen is voor een deel herinneren. Het ene landschap lijkt op het andere landschap dat ik al eens eerder heb gezien. Zo roept de markt Sandega voor mij herinneringen op aan de markt van Athene, Istanbul, Lissabon, Parijs. Het strand bij Yoff roept herinneringen op aan andere stranden. De bootreis naar Gorée doet denken aan bootreizen langs de Griekse eilanden. Maar Dakar, nee, ik heb geen vergelijkingsmateriaal voor Dakar. De moskeeën lijken niet op die van Istanbul of Sarajevo. De vrouwen zijn niet gesluierd. En de muziek valt absoluut niet te vergelijken met bijvoorbeeld de Caribische muziek die ik ken. In Dakar heb ik geen referentiekader, alles is anders.

Dakar

Dakar. Stad van één miljoen inwoners. Iedereen is op straat. Wat een mensen! Indrukken, indrukken, indrukken. Ik moet eraan wennen. Het is nieuw, onbegrijpelijk, angstig en spannend tegelijk. Na een week vergeet je dat je nog maar zo kort onderweg bent. De indrukken zijn zo overdonderend dat een week een maand lijkt. Ik zie meer dan mijn ogen kunnen zien, ik hoor meer dan mijn oren kunnen horen. Ik zwijg. Hier ben ik dan. In het lawaai van de dag, het geluid van het zinderende zand van Dakar. Wat een avontuur!

Medina

In de ‘commun’-bus door de Medina zit ik naast de chauffeur. Giebelende meisjes met rastalokken hobbelen mee. We rijden langs de markt, langs de winkels. Overal worden kleren en cassettes te koop aangeboden. Vanuit de winkels klinkt muziek. De stem van Youssou N’Dour klinkt van straat tot straat, van huis tot huis. Mannen zitten of liggen tegen een muur. Op straat lopen prachtige zwarte vrouwen. Politiemannen proberen lachend het chaotische verkeer te regelen. Slechts af en toe zie ik een toerist door de zwarte massa lopen. Bij de bushalte vechten mannen om de bus in te komen. Ik durf niet te fotograferen uit angst dat ze agressief worden.

markt in Dakar
Apebrood – de vruchten van de baobab – op de markt in Dakar. [ Foto: Denise Miltenburg]

Wat een wereld!

Ik stap uit. Wat een wereld! De stad stikt van het stof. Het zand wandelt met me mee door de straten. Een kind huilt. Het ziet me en lacht en huilt tegelijk. Het praat tegen me in die kindertaal die overal ter wereld dezelfde lijkt. Ik kijk naar een zwarte vrouw in een geel gewaad. Ze ziet eruit als een donkere parel, zo anders dan een blonde vrouw. Ik zie haar blik, droefheid achter een zwart masker. De mand op haar hoofd draagt zij met gratie. Ze wiegt elegant met haar heupen, een prachtige cadans. De midwinterse wind van Afrika beroert mijn hemd met het fijne warme zand. Plots klinkt er muziek uit een radio. Dan weer zingt de rumoerige stilte.

 markt in Dakar
Meisje aan het werk op de markt in Dakar. [ Foto: Denise Miltenburg]

Obscuur tentje

In Senegal vergeet je de tijd. Afspraken maken is zoiets als een boek schrijven zonder te weten of het uitgegeven wordt. Wie met Senegalezen afspraken maakt kan soms lang wachten. Zelfs al stel je je er op in, soms duurt het gewoon te lang.

Volgens ons tijdsbesef tenminste. Afrikanen leven niet met gestructureerde agenda’s, de bureaucratie is een uitvinding van het westen en de industrialisatie eveneens. En dus hangen we wat in huis; klaverjassend, schrijvend of lezend, en halen Afrikaans bier bij een obscuur tentje: ‘Flag speciale, société des brasseries de l’oeust Africain’ staat er op het etiket. Eéntje is al genoeg want na twee biertjes sta je al op je kop.

We wandelen wat. Langs houten barakken, stenen laagbouwwoningen en een moskee. Langs vrouwen met bananen en kokosnoten en langs vuilnisbelten op straat. Zwerfkinderen graaien tussen etensresten. Een vrouw slaat haar dronken man. Wat een wereld van verschil. Twee weken geleden keek ik er nog tegen aan, en nu zit ik er middenin. Ik roep: ’Nangadef’ (goeiedag) en wandel door de straten.

Een fruitverkoper staat tussen stinkende schillen. Priemende ogen in de mijne. Ik wend mijn hoofd af. “Mon ami, donnez moi un cadeau”. Ik hoor het voor de zoveelste keer. Langs me heen glijdt het beeld van een levende film, zwart-wit, zwart-wit, dan weer in kleur. Stoffige stad. Stoffige straat. De wind jaagt jammerend het zand en mijn gedachten over de huizen.

Kleurrijke pirogues op het strand aan de rand van Dakar. [ Foto: Denise Miltenburg]
Kleurrijke pirogues op het strand aan de rand van Dakar. [ Foto: Denise Miltenburg]

Palmbomen spelen voor kerstboom

Kerstmis is onwerkelijk. Palmbomen spelen voor kerstboom. Het luxe Meridienhotel op het schiereiland Cap Vert speelt voor kerststal. De klanken van de sabar zijn de swingende kerstversiering. De kerstman is een masterdrummer, een griot, die via de slagen op zijn drum een verhaal vertelt, volgens de traditie. Een duizelingwekkend verhaal, voor ons muzikale toeristen niet te begrijpen, voor de Franse overwinteraars in Meridien slechts folklore. Wat een contrasten! Tussen een armoedige wijk als de Medina en de weelderige luxe van Meridien.

Vrouwen verkopen vis op een markt in Dakar. [ Foto: Evelien Verschoor]
Vrouwen verkopen vis op een markt in Dakar. [ Foto: Evelien Verschoor]

Portemonnee

Ik loop over de markt Sandega. Handen bieden horloges aan. Ik zie prachtige maskers en kleurrijke blouses en broeken. En cassettes met muziek van Youssou N’Dour, Baaba Maal, Thione Seck, Ismael Lo, Super Mama Djombo, Touré Kounda, Alpha Bondy, Bob Marley. Een zwart meisje loopt voorbij. Twee witte oogbollen in haar donkere gezichtje. Ze heeft een sinaasappel in haar hand.

Ze draait haar hoofd om mij te zien, kijkt omhoog en nog een keer kijkt ze om. De sinaasappel rolt uit haar hand. Plotseling kan ik niet meer verder, ook de weg naar achteren wordt geblokkeerd. De hand die in mijn broekzak verdwijnt sla ik er haast uit. ‘Godverdomme klootzak’, vloek ik. De hand, de arm, het smalle lichaam, ze rennen snel weg. Mijn portemonnee heb ik gelukkig nog, daar had mijn eigen hand op gerust.

We voelen ons anders dan de Franse toeristen die zich vanaf het vliegveld meteen naar luxe hotels laten brengen en niets zien van het Senegalese leven. We denken dan wel dat we anders zijn, maar voor de Senegalezen zijn wij, Europeanen, allemaal mensen met geld. We dringen binnen zonder iets te vragen. Vanuit hun standpunt zijn wij slechts onbeschaamde westerlingen met veel geld op zak. ‘Het is je geld dat telt, en niet je interesse in de muziek van zwoele danseressen’, denk ik treurig.

Meisje bedekt zich met zeewier op het strand bij Dakar [ Foto: Denise Miltenburg]
Meisje bedekt zich met zeewier op het strand bij Dakar [ Foto: Denise Miltenburg]

Yoff

Op naar Yoff, een vissersdorp. Hier draait het leven om de zee en de vis. Vriendelijke mensen begroeten ons. De paardentaxi stopt spontaan als ik een foto neem. Even denk ik dat hij stopt uit boosheid zoals in Dakar zou gebeuren. Of omdat hij geld wil hebben. Maar Yoff is Dakar niet. Yoff is de vriendelijke eenvoud zelve. Mensen gaan zelfs graag op de foto. Kinderen zeuren er om, giechelend. We helpen bij het binnenhalen van de enorme netten die in zee zijn gelegd. Ze leveren de dorpelingen een steeds wisselende oogst op.

Vreemde vissen, kleine haaien, een zwaardvis. Vis die straks op de markt in Dakar in de hitte zal wegrotten, in gezelschap van tientallen vliegen. Later die dag liggen we heerlijk aan het strand. Ik herhaal de naam: ‘Yoff’. Een lichtvoetige klank die dof eindigt. Het strand bij Yoff is lang. We kijken uit over zee. Geiten lopen voorbij. Het is al bijna oudjaar. We hebben even rust. Even tijd om te zijn. Om de carrousel van indrukken tot stilstand te brengen. Afrika. Wat een mensen! Wat een wereld! Wat een avontuur!

Foto’s Denise Miltenburg, Follow my footprints