Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Een bezoek aan de historische stad Jeruzalem

132

‘Eén ding wordt gelijk duidelijk: vroege vogels zijn het hier niet. De straatjes zijn uitgestorven, alle winkeltjes nog stevig op slot. Zo af en toe kom ik een geestelijke tegen. Het levert schilderachtige tafereeltjes op tegen de blanke stenen muren en straatjes.’ Aan religie geen gebrek in Jeruzalem. Gouden rotskoepels, orthodox-christelijke kerken, een Surinaamse synagoge, een voetafdruk van Jezus en islamitische families. Onze redacteur Els Slots reisde een paar dagen naar Jeruzalem. ‘Wel eens zestien gulden betaald voor een simpel bezoekje aan McDonalds? Jeruzalem blijkt verrassend duur te zijn.’ En: ‘Er is in Jeruzalem accomodatie in overvloed. Zelf zat ik in de Oude Stad, wat qua sfeer misschien wel de leukste plek is om te overnachten.’

Els Slots

Het vliegveld – Ben Gurion Airport – is klein en efficiënt. Na de paspoortcontrole wacht iemand van de veiligheidsdienst iedereen op voor een praatje. Het gebeurt allemaal even casual als de gemiddelde straat-enquête: “Wat ga je doen in Israël? Heb je een hotel gereserveerd? Wat is je beroep?”

Jerusalem

En speciaal voor mij: “Waarom reis je alleen?”. “Omdat ik dat altijd doe”, is mijn niet al te overtuigende antwoord. Desondanks kan ik na een paar minuten gewoon doorlopen. Voor de 45 kilometer naar Jeruzalem stap ik in een sherut, een taxibusje voor tien personen, die ieder tegen een vast bedrag naar zijn plaats van bestemming brengt.

Het is inmiddels half negen ‘s avonds en dus al aardig donker. De eerste indrukken van Israël blijven zo beperkt: druk verkeer, veel zand en stenen als landschap. De sherut brengt eerst alle andere passagiers naar huis (uiteraard), voordat het mij dumpt voor de indrukwekkende Jaffa-poort.

Damascus poort

De zon wekt me de volgende ochtend al vroeg, en zorgt er zo voor dat ik om een uur of acht door de straatjes van het oude centrum loop te dwalen. Op goed geluk loop ik van de Jaffa-poort naar de Damascus-poort. Eén ding wordt gelijk duidelijk: vroege vogels zijn het hier niet. De straatjes zijn uitgestorven, alle winkeltjes nog stevig op slot. Zo af en toe kom ik een geestelijke tegen van een van de tientallen religies die in Jeruzalem zetelen.

Het levert schilderachtige tafereeltjes op tegen de blanke stenen muren en straatjes. De Damascus-poort is de mooiste van de zeven Jeruzalemse stadspoorten. Het is de toegang tot het oude stadscentrum vanuit het islamitische Oost-Jeruzalem. Aan de buitenkant is een soort halve arena aangelegd, waar je lekker op de trappen kunt gaan zitten om mensen te kijken (een favoriete bezigheid in Jeruzalem).

De Damascus-poort heeft Middeleeuwse allure [Foto: Els Slots]
De Damascus-poort heeft Middeleeuwse allure [Foto: Els Slots]

Olijfberg

Via “Zion Walking Tours”, een reisbureautje dat wandeltochten door Jeruzalem en omgeving aanbiedt, ga ik de volgende dag mee met een tocht naar de Olijfberg. Een groepje van tien wandelaars verzamelt zich, bestaande uit Engelsen, Amerikanen en een Zuidafrikaans stel. Gelukkig worden we eerst met taxi’s naar de top van de Olijfberg vervoerd, het zou anders nogal een steile klim geworden zijn. We stoppen als eerste bij de Hemelvaart-moskee.

Dat is een klein rond gebouwtje, waar binnen een voetafdruk van Jezus te zien is. Even verderop, vanaf de weg naar Jeruzalem, heb je een mooi uitzicht over de stad. Dit is de plek waar de standaard overzichtsfoto’s worden genomen die je in iedere reisgids aantreft. De aanblik is dichtbebouwd, met hier en daar een plukje groen.

De enorme blauwe met gouden Rotskoepel domineert. De tocht naar beneden verloopt verder langs allerlei kerkjes van verschillende denominaties. Eigenlijk is dit al de Via Dolorosa, de weg die Jezus op zijn sterfdag liep. De huidige, toeristische Via Dolorosa begint bij de Leeuwenpoort, en eindigt – veertien heilige plekken of staties verder – in de Heilig Graf Kerk.

Een van de beroemde daken van Jeruzalem [Foto: Els Slots]
Een van de beroemde daken van Jeruzalem [Foto: Els Slots]

De Heilig Graf Kerk

De Heilig Graf Kerk is een verhaal apart. Het is eigenlijk niet één kerk, maar een opeenstapeling van allerlei kapelletjes van de belangrijkste christelijke sektes. In West-Europa heb je de vrij simpele scheiding tussen protestant en katholiek, maar de orthodox-christelijke kerken uit het oosten maken er hier een bont schouwspel van.

Er zijn Kopten (op het dak, net als de Ethiopiërs), Armeniërs, Grieks- en Syrisch-orthodoxen en katholieken. Al deze zes stromingen vechten (soms letterlijk) om een stukje van deze heilige plaats, zodat er sinds jaar en dag een islamitische familie is die de kerk mag openen en sluiten.

Ziet dit er uit als een museum? [Foto: Els Slots]
Ziet dit er uit als een museum? [Foto: Els Slots]

Nieuwe Stad

Als je een beetje bij wilt komen van de drukte in de Oude Stad, is een bezoek aan het nieuwe gedeelte zeker aan te raden. Behalve het Klooster van het Kruis (zie Post uit … Jeruzalem) is het Israël Museum een absolute must. Ik ga eerst naar het monument ter ere van de Dode Zee-rollen. Dit is een indrukwekkend stukje moderne architectuur.

Binnen wordt de geschiedenis van deze 2000-jaar oude manuscripten uit de doeken gedaan. Het Israël museum bestaat verder uit een aantal losse delen. Ik bezoek het gebouw waarin allerlei kostbare joodse religieuze en gebruiksvoorwerpen worden tentoongesteld. Ook zijn daar drie originele interieurs van synagoges herbouwd, uit Duitsland, Italië en India.

Echt prachtig. Momenteel wordt er gewerkt aan iets soortgelijks met een Surinaamse synagoge. Een van de twee synagoges in de zogenoemde “Joden-savanne” is niet langer in gebruik, en om verval tegen te gaan heeft het Israël museum toestemming gekregen om al het authentieke materiaal naar Jeruzalem over te vliegen.

Mozaïeken [Foto: Els Slots]
Mozaïeken [Foto: Els Slots]

Yad Vashem

Ook Yad Vashem ligt in de Nieuwe Stad. Dit nationale monument ter nagedachtenis van de Holocaust-slachtoffers bevindt zich op een heuvel aan de rand van de stad. Het is een ideale plek voor bezinning. Toch wist het geheel me niet te raken. Het is zo weinig van de mensen, en zo veel van de Israëlische staat en enkele – meest Amerikaanse – weldoeners. De laatsten laten grote plakkaten met hun naam plaatsen bij de door hen geschonken voorwerpen. Nogal smakeloos wat mij betreft.

De Tempelberg

Het hoogtepunt heb ik bewaard tot de laatste dag van mijn verblijf in Jeruzalem: de Haram-Al-Sharif, in Nederland beter bekend als de Tempelberg. Om acht uur ‘s ochtends gaan de poorten open tot het terrein in het oude stadsdeel van Jeruzalem waar onder andere de gouden Rotskoepel en de Al Aqsa-moskee schitteren.

Er zijn meerdere toegangen, maar er is er tegenwoordig maar een open als ingang voor toeristen (die rechts van de Klaagmuur). Een politieman in burger wijst me de weg. Hij loodst me ook langs de kleine file voor de veiligheidscontrole. Eenmaal binnen kom ik echter in een oase van rust: een vele voetbalvelden groot plein, met als centrum de Rotskoepel. Deze is in de zevende eeuw gebouwd door de Mamelukken, Centraal-Aziatische moslims. Het dak was ooit van goud, nu ligt er goudkleurig aluminium op.

De buitenmuren zijn helder azuurblauw, vol met versieringen en teksten. Binnen ligt, in het midden, de rots waar vanaf de profeet Mohammed naar de hemel zou zijn opgestegen. De binnenkant van het dak is ook goudkleurig. Langs de randen van het centrale plein staan nog een aantal andere gebouwen uit de tijd van de Mamelukken. Deze zijn minder bont, maar ook heel sierlijk.

Al met al blijkt het bezoek aan de Tempelberg een waardig afscheid van de historische stad Jeruzalem.