Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Een heilige stad van de Islam

376

Erik en Willeke reisden naar Tunesië. Vanuit Monastir maakten ze tochten naar Kairouan, El Jem, Mahdia en Sfax. ‘De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat Tunesië niet echt op ons verlanglijstje van reisbestemmingen stond. Een onverwachts weekje vrij, slecht weer in Nederland, flinke kortingen en behoefte aan een weekje rust ‘dreven’ ons naar Monastir.’

Willeke Nieuwenhuyze

Even over tienen in de morgen … we lagen al weer even aan het zwembad van ons hotel in Monastir. Onze tere, witte met factor 20 ingesmeerde huid had moeite de koelte te bewaren en een duik in het zwembad was dan ook gewoon van levensbelang. Met een heel slaperig hoofd waren we ‘s ochtends heel vroeg in het vliegtuig naar Tunesië gestapt. Het zou een korte vlucht worden en voor we het wisten werden we dan ook opgeschrikt door het applaus voor de geslaagde landing op het vliegveld van Monastir…. Na de benodigde formuliertjes en stempeltjes konden we onze plaats innemen in de bus die ons naar het hotel zou brengen. Een bus met veel doorgewinterde en vooral ongeduldige Tunesie-gangers.

De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat Tunesië niet echt op ons verlanglijstje van reisbestemmingen stond. Een onverwachts weekje vrij, slecht weer in Nederland, flinke kortingen en behoefte aan een weekje rust ‘dreven’ ons naar Monastir. Al snel kwam iedereen met zijn ‘goedbedoelde’ waarschuwingen en opmerkingen : – “Tunesië ? Daar ga ik echt nooit meer heen !” – “Tunesië ? Eén grote zandbak ! Niets te beleven !” – “Tunesië ? Nou, veel plezier hoor, allemaal vervelende mensen.” – “Tunesië ? Heb ik al niet eens gehoord dat het erg onveilig is buiten het hotelterrein ?” – “Tunesië ? …………..” Steevast antwoordden we: “Ach, we willen alleen maar een weekje uitrusten, het is er altijd mooi weer, dus we zien wel ..”

En inderdaad, het was een hele week schitterend weer, geen wolkje aan de lucht. En … gelukkig bleken al de waarschuwingen voor niets, we hebben een heerlijke tijd gehad, in en buiten het hotel ! Na twee ‘stranddagen’ (om de westerse gejaagdheid kwijt te raken en eens flink uit te rusten) wilden we graag op zoek naar wat Tunesische cultuur. We besloten níet met de georganiseerde excursies mee te gaan. Veel te massaal, allemaal Nederlanders (zien we thuis al genoeg) en bovendien wilden we ergens kunnen blijven zolang wíj dat wilden.

tunesie—Een-binnenplaats-in-de-Grote-Moskee

We besloten dan ook een auto te huren. Niet goedkoop (ca fl. 150,00 per dag), maar toch nog goedkoper dan die dagexcursies (ca fl. 100,00 p.p.). Gelukkig was het mogelijk dat de auto ‘s avonds werd gebracht, dus ‘s ochtends konden we vroeg op pad. ‘s Avonds nog even flink spitten in onze reisgids en al snel hadden we een ‘verlanglijstje’ opgesteld :

1. Kairouan, de op drie na heiligste stad van de Islam (na Mekka, Medina en Jeruzalem).

2. Sfax, daar moet de mooiste Medina zijn én de rustigste (hadden we al eerder gelezen op internet) !

3. El Jem, met een amfitheater wat mooier moet zijn dan dat in Rome.

4. Mahdia, staat bekend als de ‘leukste stad van de Sahel’.

5. Monastir, onze ‘thuishaven’ voor de week Tunesië. Het was onwaarschijnlijk dat we het allemaal aan konden doen, maar in geval van nood konden we Mahdia en/of Monastir laten vallen. We zouden ons in ieder geval niet op laten jagen door ons eigen schema.

tunesie—Kleden-hangen-buiten-op-de-lokale-markt

Monastir

Kairouan ligt op ongeveer een uurtje rijden van Monastir. Het autorijden naar de binnenlanden van Tunesië bleek al snel vrij saai, de omgeving met veel (eigenlijk alleen maar) olijfbomen is niet echt inspirerend. Daarentegen blijft het belangrijk bij de les te blijven, Tunesiërs rijden vrij hard en daarbij schuwen ze het ‘kleven’ niet. Over de hele dag zouden we dan ook twee ‘verse’ ongelukken zien. De eerste was eigenlijk een foto waard, een klein vrachtwagentje vol met meloenen … gecrasht …

In Kairouan kregen we al snel gezelschap van een Tunesiër op een brommer. De korte conversatie via het open raampje van de auto leidde ertoe dat hij ons naar de Grote Moskee zou leiden. Na drie bochten kregen we een vreemd gevoel en gelukkig wisten we hem al snel kwijt te rijden. Op een gids zaten we niet zo direct te wachten. We reden terug naar de ‘bassins des aghlabiden’, waar we een kaartje kochten voor alle bezienswaardigheden in Kairouan en tegelijkertijd de baden bezochten. Erg bijzonder waren ze niet en al snel waren we op weg naar de Medina van Kairouan.

De binnenplaats van de moskee.
De binnenplaats van de moskee.

Grande Mosquée

Deze moskee is het heiligste gebouw in Tunesië en de oudste gebedsplaats van Noord Afrika (670). De huidige moskee is gerestaureerd en werd in 863 door de Aghlabiden gebouwd. De omvang en eenvoud vormen de opvallendste kenmerken en bij het betreden van het enorme binnenplein overheerst ogenblikkelijk een sfeer van ontzag en stilte. Op het binnenplein bevinden zich zeven bronnen en de rituele wassing voor het gebed werd uitgevoerd met behulp van emmers water van beneden.

Kairouan is de op drie na heiligste stad van de Islam (na Mekka, Medina en Jeruzalem) en een populair bedevaartsoord. De reputatie van de stad komt voort uit een legende. De Arabieren maakten dit belangrijke karavaanknooppunt in 670 tot hun hoofdstad en vonden in een bron een gouden beker, die jaren daarvoor in Mekka verloren was gegaan.

Naar verluidt stond de bron in verbinding met de heilige bron in Mekka. De moskee zelf mag niet door niet-moslims betreden worden. De grote deuren staan echter altijd open en zo krijg je toch een indruk van de moskee zelf. Ons gevoel was een beetje verwarrend. Aan de ene kant stonden we op een hele heilige plek voor de Moslimgemeenschap en aan de andere kant… het zag er zo donker uit, zo ongastvrij.

Onderweg komen we niets tegen.
Onderweg komen we niets tegen.

De moskee staat net binnen de muren van de Medina, dus een wandeling door de Medina was een volgende logische stap. Het was ons eerste bezoek aan een Medina in Tunesië. Overal smalle steegjes, frisse kleuren en ondanks de hitte was het er op een of andere manier verkoelend. Gesluierde vrouwen en spelende kinderen maakten het plaatje compleet, we waren een andere wereld binnengestapt. Al snel wisten we niet meer waar we waren, de straatjes zoeken kronkelend hun weg en een paar keer werden we door aardige Kairouanen de weg gewezen.

Gelukkig is zo’n Medina nooit echt groot en vonden we de grote muur die rondom de Medina stond. Geen toeristen gezien, geen ‘vervelende’ en ‘trekkende’ Tunesiërs, alleen maar rust en aardige mensen. Buiten de Medina belandden we op een lokale markt. Hier was het verre van rustig. Iedere koopman prees zijn waar met volle overtuiging aan. We verstaan geen Tunesisch, maar alles leek wel 1 dinar te kosten. Er was van alles te koop: meloenen, aardappelen, textiel, plastic schaaltjes, kleding, maar ook ‘vers vlees’.

Dat wil zeggen, levende have, de tranen schoten je in de ogen. Desalniettemin verschrikkelijk interessant. En ook hier sloegen de mensen geen acht op ons en konden we ongestoord onze weg door de markt vervolgen. Vol indrukken zochten we onze auto op en reden we naar de Moskee van de Barbier. ‘Het meest toegankelijke monument van Kairouan’, stond er in onze reisgids te lezen, dus we wilden graag weten waarom dit zo was.

Het amfitheater in El Jem.
Het amfitheater in El Jem.

Moskee van de barbier

Sihi Sahab was een van de metgezellen van de profeet Mohammed. Hij werd de barbier genoemd, omdat hij een medaillon om zijn hals droeg met daarin enkele haren van de baard van de profeet. Deze moskee maakte al snel grote indruk. Het is een schitterend gebouw en zodra je binnen bent, komt er een bepaalde rust over je heen.

Hoe versterkt moet dit gevoel geweest zijn voor de vele pelgrims die deze moskee na een lange (voet)tocht bereikten. De stilte was even weg toen een bus met toeristen de moskee bijna leken te bestormen, na een paar fotootjes lieten ze de moskee al snel weer met rust en de serene rust keerde terug. We besloten daar een poosje van te genieten. Ondertussen naderde het einde van de ochtend en we zetten onze speurtocht naar het culturele erfgoed van Tunesië voort. Ons volgende doel was Sfax. De weg tussen Kairouan en Sfax was een lange rechte, erg rechte weg van zo’n 130 kilometer. De omgeving was bijna nog kaler dan eerder de ochtend en het woestijngevoel bekroop ons even.

Het was erg warm geworden (het is in het binnenland gemiddeld zo’n 5 graden warmer dan aan de kust, dus vandaag zo’n 35-40 graden) en er was geen spoortje schaduw om even de auto te stoppen voor een kleine verfrissing. Met alle vier de ramen open, reden we dan ook in één keer door naar Sfax, een stad aan de kust!

Het havenstadje Mahdia.
Het havenstadje Mahdia.

Sfax

Iedereen keek verbaasd toen we vertelden naar Sfax te willen. Sfax is een zakenstad, een ongezellige havenstad. Wat heeft een toerist daar te zoeken? Zelfs de in Tunesië wonende hostess was enigszins sceptisch. Onze interesse was gewekt door een bericht op internet, gevonden vóór onze vakantie. Een reiziger had alle bekende Medina’s bezocht, was het eigenlijk ‘goed zat’, maar besloot toch nog naar de Medina van Sfax te gaan. Dit bleek een openbaring, een prachtige onaangetaste Medina, geen toeristen, geen vervelende Tunesiërs….

Omdat wij geen kaart van Sfax hadden, was het wel even zoeken. Sfax is de op één na grootste stad van Tunesië en heeft de drukste haven. Toch hadden waren we al snel bij de havens en het water, dus de Medina kon niet ver zijn. En dat klopte. We parkeerden onze Volkswagen Polo net buiten de muren van de Medina en betraden de prachtige toegangspoort.

Het bezoek voldeed precies aan onze verwachtingen, overtrof het zelfs. Een Medina met de smalle en verkoelende steegjes en straatjes .. waar de kleermaker in de deuropening van zijn huis werkt, met een naaimachine die bij ons ondertussen in de musea is beland. .. waar een huisvrouw de was strijkt met strijkijzers, waarmee mijn oma het ook ooit gedaan moet hebben. .. waar de bakker zijn brood bakt en verkoopt. .. waar de slager zijn vers geslachte vlees (géén varkensvlees !) aan de man brengt. .. met een winkeltje, waar radio’s staan die bij ons veel geld waard zijn. .. aan reserve-onderdelen ook geen gebrek. Kortom : ons bezoek was kort, maar wel heftig.

Zo moeten de Medina’s er ooit allemaal uitgezien hebben. Eigenlijk hadden we ondertussen flinke honger gekregen en voordat we de Medina in liepen, dachten we hier misschien wel ergens te kunnen eten. ‘Gelukkig’ waren er geen restaurantjes, wel een enkele eetgelegenheid voor Tunesiërs zelf, maar dit even aanschouwd te hebben, durfden we dat toch niet aan (lafaards ..) Buiten de Medina troffen we een pizzeria, met airco, met coca cola, lekker weer even terug naar onze westerse geneugten ..

Het een volle maag verlieten we Sfax en koersten naar El Jem. Onderweg was er gelukkig wat meer te zien dan in de binnenlanden van Tunesië. Dit is het kustgebied van het land, waar de meeste mensen wonen, we reden dus van dorpje naar stadje naar dorpje. Al snel bereikten we El Jem, een dorp waar het amfitheater van een grote afstand al zichtbaar is.

Overzicht van een kerkhof.
Overzicht van een kerkhof.

El Jem

Het fraaie amfitheater in El Jem werd in de 3e eeuw gebouwd en is de spectaculairste Romeinse bezienswaardigheid van Noord Afrika. Het verkeert in betere staat van het Colosseum in Rome en is 149m lang en 124m breed. De tribunes hebben een hoogte van 36m en er konden wel 35.000 toeschouwers terecht. Het complex staat schijnbaar in de middle of nowhere en dankt zijn bestaan aan de grote olijfgaarden in de Sahel. El Jem ontwikkelde zich snel door de winsten uit de olie en voor de bewoners werd een amfitheater gebouwd.

Het hier gebrachte ‘amusement’ was nogal bloeddorstig. Toen men was uitgekeken op het doden van wilde dieren en wrede gladiatorengevechten, werd het programma gewijzigd en begon men christenen, krijgsgevangenen, slaven en criminelen voor de leeuwen te werpen. Je kan er nog steeds afdalen in een donkere tunnel en de grotachtige ruimten zien waar de hoofdrolspelers verbleven voor ze in kooien werden opgehaald of met het mes in de rug de trappen bestegen. Het theater was dan ook een indrukwekkend geheel.

In tegenstelling tot het colosseum in Rome, mag je hier overal komen. Je kan in de arena lopen, onder de arena in de donkere gangen, de tribunes bestijgen. De hoge entreefee is het dan ook meer dan waard en ondanks de hitte (El Jem ligt wat meer landinwaarts) hebben we er heel wat afgeklauterd. De auto konden we naast het amfitheater kwijt. In eerste instantie werden we een parkeerplaats ‘toegewezen’ door een winkelier, maar we hebben hem gewoon ergens anders neergezet. Anders hadden we vast moeten betalen voor ‘zijn goede zorgen’. Ondertussen was het zo’n half 5 in de middag en een bezoek aan Mahdia zat er nog wel in. Ons autootje rook de zeelucht al en binnen no-time waren we in Mahdia.

Ribat van Harthema in Monastir.
Ribat van Harthema in Monastir.

Mahdia

Mahdia is een havenstadje en ligt op een landtong in zee. Het was er erg rustig, veel (mannelijke) Tunesiërs op het terras, waterpijpje erbij, maar verder weinig verstorende (toeristische) elementen (nou ja, wijzelf dan). We parkeerden onze auto bij de haven. De vissers waren druk met het inspecteren van de netten. Even later zouden ze uitvaren… het leverde een kleurrijk geheel. In Mahdia zijn een aantal bezienswaardigheden, die wij helaas niet konden bezoeken. Het was al laat in de middag geworden en alles was al gesloten.

De grootste bezienswaardigheid gaat echter niet dicht en is volgens ons de oude stad die op een landtong in zee licht. Je kan er met de auto omheen rijden en het levert de mooiste vergezichten op. De rotsachtige kust is bedekt met één grote islamitische begraafplaats. De nabestaanden picknicken er op de graven van hun dierbaren (niet gezien overigens). De weg en de wandelpaden bevinden zich midden tussen de graven en toch geeft het geen ‘eng’ gevoel, het lijkt en is iets heel natuurlijks.

Uiteraard hebben we hier even lekker genoten van de frisse zeelucht en de rustgevende omgeving. We voelden ons weer helemaal fris voor de laatste rit van de dag. Via Monastir zouden we weer terugrijden naar het hotel. We hadden het van tevoren niet konden bedenken, maar dit ritje zou het leukste in interessantste worden van de hele dag. Niets geen olijfbomen, geen kale omgeving, maar een aaneenrijging van dorpjes, waar de mensen lekker henzelf zaten te zijn. Aan twee ogen hadden we gewoon te kort.

In de koffiehuizen was het overal vol, buiten op het terras zaten er allemaal mannen, waarschijnlijk uit hun werk op zoek naar nieuwtjes en gezelligheid. Gezellig thuis bij de vrouw en kinderen eten, zoals wij dit in Nederland kennen, kennen ze daar niet. Eten doet men tussendoor, wanneer men even thuis is en daarna vervolgt men zijn eigen weg. De vrouw zit met de kinderen thuis en kletst heel wat af met de buurvrouw. De man zit in het koffiehuis, vaak met een prachtige waterpijp, te wachten op de koelte die de ondergaande zon met zich meebrengt. In Moknine kwamen we een bruiloftsoptocht tegen. De vakantieperiode voor de Tunesiërs was aangebroken en dit betekent het ‘trouwseizoen’ van het jaar. ‘s Avonds wordt er getrouwd. Er wordt een vergunning aangevraagd bij de ‘gemeente’ om een gedeelte van de straat af te zetten.

In het midden van de straat worden twee mooie stoelen op een verhoging neergezet, waarop het bruidspaar plaats mag nemen. Er wordt de hele avond feest gevierd. Hieraan voorafgaand is er een optocht van het huis van de bruidegom, naar het huis van de bruid, naar het huis waar ze gaan wonen. De inmiddels bijeengespaarde huisraad en meubels worden opgeladen op een truck en er gaan een orkest mee op een open vrachtwagen… Een hele andere bruiloft dan de Nederlandse, maar het zag er zeker niet minder feestelijk en gezellig uit. Onze aankomst in Monastir was dan ook een beetje een afknapper. De boulevard zag er ongezellig uit, geen terrassen met mannen aan de waterpijp, maar flets blauw licht uit een bar en rondhangende jeugd. We besloten hier dan ook niet te blijven en terug te rijden naar het hotel.

Tunesische cultuur

We hadden nog een half uurtje en dan was de ‘tijd om’, ze zouden de auto weer op komen halen. Het is een schitterende dag geweest, eigenlijk veel te kort, maar we hebben toch een beetje van de ‘echte’ Tunesische cultuur kunnen snoepen. Op onze kamer wachtte ons de laatste verrassing van de dag. Iedere dag versierde ze ons bed met bloemetjes en snoepjes, maar deze keer hadden ze zichzelf overtroffen. Zo zaten we dus ook deze keer weer een kwartier blaadjes te rapen, voordat we het bed veilig konden betreden.

De volgende dag konden we onze indrukken rustig verwerken op het strand. Tenminste, rustig … Er gebeurde dagelijks heel wat op het strand. Parasailers die op het dak van de strandtent landden, uitvallende motoren van motorboten die de parasailers voorttrokken. Dit allemaal tot gevolg dat ‘rescue 911’ en ‘baywatch’ er nogal eens aan te pas moesten komen. Helaas geen strakke badpakken en zwembroekjes zoals in de serie … Donderdag konden we het toch niet laten. We zaten in een hotel in de buitenwijk van Monastir, maar in Monastir zelf waren we nog niet geweest. Ja, ‘s avonds even doorgereden en een slechte indruk gekregen, maar hier konden we het toch niet bij laten? We besloten dan ook Monastir nog met een bezoekje overdag te verblijden. Met de taxi waren we met een kwartiertje in het centrum.

Overdag leek de stad ons wél toe te lachen, we hadden er gelijk weer zin in en werden afgezet bij de Ribat. De taxichauffeur informeerde netjes hoe laat wij weer terugwilden. Hij wilde blijkbaar meer aan ons verdienen dan dat ene ritje. Toen we vertelden dat we nog geen idee hadden, reageerde hij ietwat teleurgesteld … we betaalden ons ritje en wensten hem nog een goede dag. Ook hier geen enkele poging ons over te halen, we snapten niet goed waar die vervelende Tunesiërs nou ineens gebleven waren?!

Ribat

Een ribat is een versterkt klooster. In de 8e en 9e eeuw werden er vele langs de Tunesische kust gebouwd om de moslims te beschermen tegen de Berbers uit het binnenland en christelijke of heidense aanvallen vanuit zee. De soldaten in de ribats waren vrijwillige monniken en de dienst garandeerde een plaats in het paradijs. Een ribat bestaat uit een binnenplaats omgeven door kleine cellen waarin de vechtmonniken sliepen. De Ribat van Harthema in Monastir dateert uit 796 en is meerdere malen (en wordt nog steeds) gerenoveerd.

Het is een geliefde filmlocatie en je voelde je een beetje acteur. Een erg surrealistische omgeving, schitterende uitzichten vanaf de buitenmuren en de toren met een verkoelend windje van zee. Het aantal gangen en aantal verdiepingen maakten het Ribat een waar doolhof en we kregen bewondering voor de vechtmonniken, die hier hun leven doorbrachten of zelfs lieten! Vlak naast de Ribat bevindt zich het mausoleum van de familie Bourguiba. Een erg lange toegangsweg door een begraafplaats leidt naar het mausoleum zelf.

tunesiev—Het-mausoleum

Bourguiba

Habib Bourguiba, de vader van het moderne Tunesië, werd in 1903 in Monastir geboren. Zijn royale familiemausoleum wordt omgeven door de uitgestrekte begraafplaats Sidi el-Mazeri en dwars door deze begraafplaats is een toegangsweg aangelegd. Habib Bourguiba leidde Tunesië in 1956 naar volledige onafhankelijkheid van Frankrijk. Hij introduceerde belangrijke sociale hervormingen en zijn verlicht dictatorschap bracht stabiliteit. Onrust werd echter wreed onderdrukt. Toen zijn geestelijke gezondheid verslechterde (hij werd manisch depressief en leed aan woede-aanvallen) werd hij in 1987 uit zijn functie gezet. Hij was toen 84 jaar.

In april 2000 is Habib Bourguiba overleden, hij is bijgezet in het mausoleum. Het mausoleum was jammer genoeg gesloten toen wij er waren (het is alleen ‘s middags open). Door de hekwerken konden we wel de pracht en praal van het monument aanschouwen. Het marmer uit Carrara (Italie) en de gouden koepel… het zag er werkelijk schitterend uit. De bouw van het complex heeft heel wat weerstand opgeroepen. Het, zeker in die tijd, armlastige Tunesië kon zijn geld wel beter gebruiken.

Habib Bourguiba heeft ook zijn eigen moskee, ook in Monastir. Dit gebouw is niet toegankelijk voor niet-moslims en er wordt zelfs geen glimpje gegund. Een foto van de buitenkant is wat er rest. We konden al snel merken dat Monastir wat toeristischer was dan de eerder bezochte steden. Veel winkeltjes met zwembandjes, minaretjes, aardewerk, waterpijpjes, fotorolletjes en ga zo maar door.

We hebben nog een poging ondernomen iets leuks voor thuis mee te nemen, maar konden niets van onze gading vinden. Nog een kort bezoekje aan de Medina en we zochten een taxi op. De Medina is ‘erg gerestaureerd’, heeft wel een bepaalde rust en koelte en is wel erg mooi, maar heeft niet meer het authentieke van ‘vroeger’. De dag werd afgesloten met een heerlijk verkoelend bezoek aan… het strand. Vergeleken met het begin van de week was het was erg warm geworden. ‘s Avonds koelde het niet meer af en overdag stond de zon verzengend aan de hemel. Midden in de zomer moet het hier echt té heet zijn, Tunesië is een echte voor- en naseizoen bestemming.

Naast ‘ons’ strand was er ook een stukje openbaar strand. Af en toe verscheen een Tunesisch stel of gezinnetje. De vrouw gesluierd, de man in zwembroek. Maar de vrouwen laten zich niet zo maar kisten en gesluierd en al namen ze een duik in het verkoelende water. Ook onze laatste dag werd een stranddag … nog even genieten voordat we naar het natte Nederland ‘terugmoesten’. Nog even alle indrukken in alle rust op ons in laten werken. We hadden een heerlijke week gehad, veel uitgerust, maar toch ook een klein beetje kennis gemaakt met de Tunesische cultuur. Tunesië is een heel interessant land, zeker als je je eigen weg kan gaan en buiten de platgetreden toeristische paden blijft. De bangmakerij is wat ons betreft volledig onterecht, we gaan zelfs graag nog een keer terug!