Een kennismaking met koloniaal Nicaragua

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 28 views

Eric en zijn vriendin reisden van het noorden van Mexico naar het zuiden van Chili in iets meer dan een jaar. Nicaragua in Midden-Amerika heeft indruk gemaakt op deze reizigers. Vanuit Honduras reizen ze naar de grens van Nicaragua en maken kennis met de Nicaraguanen. Zelfs de douanebeambten zijn vriendelijk en geven tips waar de beste whisky in het land te krijgen is. Hij vervolgt zijn reis door Nicaragua en bezoekt de koloniale steden León en Granada. Daarna rusten ze uit op het eiland Isla de Ometepe in het Meer van Nicaragua, waar ze vooral genieten van de vriendelijkheid van de lokale bevolking.

Eric Kokke

Korte hoofdstukken in de reisgids, verhalen over de revolutie in de jaren zeventig en tachtig, en tegenwoordig vermeende onrust en gevaar voor toeristen. Maar naarmate we dichter bij Nicaragua komen, horen we verhalen van reizigers die al van de sfeer in dit Midden-Amerikaanse land hebben geproefd. En het merendeel van de ervaringen is zeer positief.

Tegucigalpa

Dit nam niet weg dat ik enigszins gespannen aan de etappe Tegucigalpa – Matagalpa begon. Van de hoofdstad van Honduras reisden we naar onze eerste bestemming in het noordoosten van Nicaragua, Matagalpa. Vroeg op en per taxi, bus, nog een bus en minibus kwamen we aan bij de grenspost van Las Manos. De gebruikelijke formaliteiten aan de grens ontaardden in een hoop meligheid en vervolgens in een soepele doorgang. Maar niet nadat ik mezelf eerst belachelijk had gemaakt door de naam van onze bestemming verkeerd uit te spreken: Mitigulpa en Metucigulpi klonken de douanebeambten niet echt bekend in de oren. Daarna volgde een korte discussie over Hollandse Heineken en kregen we te horen waar we lekkere whisky in de omgeving van Matagalpa konden drinken. Volgens de Nicaraguaanse politie was dat in het hotel in het natuurreservaat La Selva Negra, tussen Matagalpa en Jinotega.

En als afsluiting spuugde ik de douanier in het gezicht toen hij een stap naar voren deed om mijn hand te schudden en ik probeerde een vlieg uit mijn mond te verwijderen. Die was net daarvoor mijn mond binnengevlogen… Maar hier bij de grens was al direct duidelijk dat de vooroordelen over omkopingsgevoelige en onvriendelijke douaniers in een corrupt land grotendeels op misverstanden berusten.

Na ons eerste drankje in Nicaragua (alweer de keuze tussen Pepsi en het felle oranje van het inmiddels welbekende Crush) stapten we weer de bus in, op weg naar onze eindbestemming voor die dag. Althans dat dachten we. Net als in Guatemala vertrekken de bussen ook hier pas als ze vol zijn en heeft ‘ahorita’ voor de buschauffeur een heel andere betekenis dan in het gemiddeld woordenboek staat.

Eenmaal onderweg begon mijn blaas vanzelfsprekend op te spelen. De oorzaak: de combinatie van ongeasfalteerde weg en het flesje Crush. Daar raak je al reizend per bus door Midden-Amerika natuurlijk aan gewend, maar toen twee uur later onze rugzakken al op het dak van de volgende bus lagen (de vijfde van die dag!), terwijl wij nog moesten uitstappen, werd het probleem van de volle blaas toch wel nijpend. Maar ja, het werd al laat en we wilden verder. Medepassagiers wisten ons te vertellen dat de trip naar Estelí slechts twee uur zou duren, dus het viel allemaal wel mee.

Jinotega; nog steeds sporen van de revolutie zichtbaar.

Jinotega; nog steeds sporen van de revolutie zichtbaar.

Nieuwsgierig Estili

Toen we ’s avonds aankwamen in Estelí, bleken we niet verder te kunnen reizen. Op zoek naar een hotelletje dus. In Estelí, een stad waar eigenlijk niet veel te doen is, zijn verbazend veel slaapgelegenheden van verschillende kwaliteit. Na een wandeling door het centrum, een grote pizza, een heerlijk koud biertje en een even koude douche gingen we uitgeput naar bed. Moe van de lange reis (twaalf uur, zes keer overstappen en 70% zandweg), maar tevreden met de eerste indrukken en contacten met de lokale bevolking. Mijn angst voor het onbekende had plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid en een zekere drang om dit land verder te ontdekken.

Matagalpa

Na de vermoeiende trip van de vorige dag hadden we lekker geslapen. ’s Ochtends gingen we eerst met de creditcard een flinke stapel cordoba’s halen bij Credomatic, gewaarschuwd als we waren voor de moeilijkheden met het wisselen van traveller cheques en de afwezigheid van pinmogelijkheden in Nicaragua. Daarna weer met de bus, dit keer twee uur naar het noorden, naar Matagalpa. Waar in Estelí de overnachtingsmogelijkheden ruim voor handen zijn, bleek in Matagalpa het aanbod beperkt.

En dan is dat aanbod ook nog van discutabele kwaliteit. Dat deze stad, in theorie, om de dag stromend water heeft, komt het comfort ook niet ten goede. Maar als dit het enige probleem van het gemiddeld Matalgalpese hotel zou zijn, dan zou het nog best meevallen. Onze keuze, Hotel Bermudez, kreeg eerst het voordeel van de twijfel, maar na een nacht kwam het in aanmerking voor de twijfelachtige eer van het beroerdste hotel van onze reis. Bij de eerste inspectie zag de kamer er redelijk uit. (Zoals bij elke eerste inspectie; de problemen zie je pas na een nachtje slapen…)

Wel wat vochtplekken op het plafond, een gordijn dat niet bewoog, een raam dat niet dichtging en een gedeelde wc/badkamer waarvan de deur en de muur het plafond bij lange na niet bereikten. Op zich allemaal niet zo’n probleem, tot de avond begon. Onze buurman kreeg een spontane aanval van diarree en bracht de halve nacht op het toilet door, met bijbehorende geluiden en geuren. Buiten barstte een regenbui los, die hetzelfde effect had op de vloer van ons hotel als op de straat buiten. En natuurlijk de onvermijdelijke Latijns-Amerikaanse tv die in de kamer naast ons op maximumvolume de ene na de andere spelshow uitspuwde. De volgende dag toch maar een ander hotel gezocht.

Maar dit zijn minpuntjes die je na je bezoek aan dit gedeelte van Nicaragua snel vergeet. Er is hier voldoende te zien, te doen en te beleven. Vanuit Matagalpa is het anderhalf uur met de bus naar Jinotega (ongeveer 35 km). Je rijdt dan door een prachtig groen heuvelachtig gebied. Nog steeds een politiek actieve regio met een revolutionair verleden. Vooral de verschillende muurschilderingen over de revolutie in dit stadje zijn indrukwekkend. Daarnaast heerst er hier ook een andere sfeer. Een sfeer die moeilijk te omschrijven is maar waarschijnlijk wordt veroorzaakt door het politieke verleden. Je kunt hier in een van de vele ijssalons overigens een heerlijk ijsje eten.

Jinotega

Op de weg naar Jinotega vind je halverwege een klein natuurreservaat, La Selva Negra. Ik vind het altijd weer een gok om op aanwijzing van de chauffeur ‘in the middle of nowhere’ uit de bus te springen. Maar ondanks mijn gebrekkige Spaans pakte het ook deze keer weer goed uit.

De buschauffeur had ons goed begrepen en wees ons zelfs de goede richting uit naar een zandpad het bos in. Na een kwartiertje lopen door koffieplantages kwamen we aan bij een poort waar we van een vriendelijke bewaarder een combinatie van een toegangsbewijs en waardebonnen moesten kopen om in het reservaat zelf binnen te komen. Zo’n 100 meter achter de poort ligt een hotel met restaurant waar je de eerder verkregen bonnen kunt omwisselen voor een kopje koffie voordat je aan de wandeling door het park begint. (De rest van de prima uitziende kaart zou, ondanks de consumptiebonnen, een te groot gat in ons budget hebben geslagen.)

Ondanks de hoge organisatiegraad van het park (aan de rand liggen bungalows, er is een hotel en er zijn wandelroutes) is er relatief veel te zien en vooral veel te horen. Ook in dit park geldt weer dat hoe dichter het bos, des te minder je ziet en des te meer je hoort. Tijdens onze wandeling werden de mooiste liederen gezongen door de meest grijze vogels die ik ooit heb gezien. Gekmakend gekrijs kwam uit de bekken van kleurrijke papagaaien, mot-motten en ander moois. Naast het geluid van vogels hoorden we midden in het bos luid gekrijs dat we niet konden thuisbrengen. Het varieerde van het geluid van dolgedraaide papagaaien tot woeste jaguars.

Maar toen boven ons takken naar beneden werden gegooid, kregen we de lawaaimakers in de gaten. Brulapen. Wat een angstaanjagende herrie kunnen deze dieren maken, vooral als je te dichtbij komt. Dit was de eerste van vele keren in Midden-Amerika dat we de brulapen van dichtbij konden zien en horen. Een geluid dat je daarna nooit meer vergeet. Maar omdat de apen toch wel wat agressie vertoonden, vervolgden we onze wandeling, naar wat later bleek naar nog twee onverwachte ontmoetingen.

Slingerapen Nicaragua

Als natuurliefhebber loop je zo voorzichtig mogelijk door de jungle. Als je geen geluid maakt en niet opvalt, kun je immers veel dieren zien. Dat wordt je tenminste geleerd. Maar ik wist niet dat je te langzaam en te stil kunt zijn. We kregen de schrik van ons leven toen we bijna tegen een enorm hert opliepen, dat op het pad met de rug naar ons toestond, rustig kauwend op wat bladeren. Wij waren meer gefocust op een vogelgeluid dat we al een tijdje hoorden. De vogel was nergens te bekennen.

Het hert zagen we pas op het laatste moment. Precies op het moment dat hij ons ook opmerkte. We wisten niet wie van wie moest schrikken en tijdens zijn vlucht botste hij bijna tegen ons op. Terwijl ik nog na stond te genieten van deze onverwachte ontmoeting, merkte ik dat te langzaam bewegen of stilstaan in de jungle ook weer problemen kan opleveren. Plotseling had ik over mijn hele benen een verschrikkelijke jeuk. Een jeuk die langzaam omhoog kroop richting kruis. Na een inspectie zag ik de boosdoeners: mieren, overal mieren.

Het enige wat ik kon doen was mijn broek laten zakken en hen van me af slaan. Daar sta je dan, in de jungle in Nicaragua, met je broek op de enkels, wild van je af te slaan. Geen gezicht. Gelukkig verdwenen de mieren al snel en konden we onze tocht normaal vervolgen. We zagen nog meer brulapen, slingerapen, verschillende vogels en enkele agouti’s. Een zeer geslaagd uitje waar je geen touroperator of gids voor nodig hebt.

Afsluitend nog een tip voor het kiezen van een hotel in Matagalpa. Let op de watervoorraad. Kijk of er teilen of emmers bij de wc’s en douches staan voor de was- en doortrekbeurten op de waterloze dagen. In tegenstelling tot de hotels zijn er in Matagalpa meerdere leuke restaurantjes met lekker en origineel eten. En voor de budgetreizigers is er op de Avenida Central een buffetrestaurant waar je voor ca. $0,80 tot $ 1, 20 kunt kiezen uit verschillende dagschotels en fruitsappen. Ook geschikt voor vegetariërs.

Leon

Onze tweede bestemming in Nicaragua was León. Vanaf Matagalpa naar León is het ongeveer 150 km en de busrit duurt zo’n drie uur. Geen slecht gemiddelde voor Nicaragua. Het grootste gedeelte is eigenlijk best mooi geasfalteerd. Tijdens deze trip hoefden wij ons geen moment te vervelen. We genoten van het schitterend landschap terwijl de bus vanuit de hooglanden afdaalde naar zeeniveau. Vooral de vele vulkanen met de zo herkenbare vorm bleven me verbazen. Daarnaast is het in een bus in Midden-Amerika natuurlijk nooit saai.

De onverwachte gebeurtenissen deden mij de pijn in mijn knieën wegens chronisch ruimtegebrek vergeten. Elke keer is het weer spannend wie of wat er instapt en wat er moet worden vervoerd. Van kippen in het bagagerek kijk je na een paar weken reizen in dit gebied natuurlijk niet meer op, maar een enorm varken op het dak, of een emmertje koeienpoten is toch weer iets wat je niet verwacht. Het busstation van León ligt midden op de plaatselijke markt. Onze aankomst was druk en chaotisch. Dan maar weer in de taxi richting hotelletje.

De taxichauffeur draaide en keerde zich een slag in de rondte in het centrum, pikte natuurlijk weer meerdere passagiers op die op ons tarief meereisden, probeerde ons te droppen bij een hotel van zijn broer met betere bedden, warmer (?) water en lagere prijs. Uiteindelijk zette hij ons met lichte tegenzin af op de plek die wij hadden uitgekozen. Het standaard taxiverhaal in Latijns Amerika, het went maar blijft toch altijd weer een gedoe.

León is een van de oudste steden van Nicaragua en dat is te zien. Een groot aantal oude kerken en gebouwen liggen verspreid door het centrum. En op het centrale plein staat een schitterende, indrukwekkende kathedraal. Daarnaast zijn ook de politiek getinte muurschilderingen weer prominent aanwezig. Deze schilderingen geven een goed beeld van de recente geschiedenis van het land en geven de stad toch ook wel een aparte sfeer. Het centrum is goed voor een hele dag “sightseeing” en laat zien hoe rijk het land onder Spaanse heerschappij is geweest.

Er zijn veel gezellige, kleine restaurantjes en zelfs enkele grand cafés. Opvallend is dat er veel Chinese gerechten op de kaart te vinden zijn, zoals arroz chaufa, een welkome afwisseling van arroz con pollo (rijst met kip).

Lago de Nicaragua; een meer voor mezelf.

Lago de Nicaragua; een meer voor mezelf.

Strand Poneloya

Als je even iets anders dan koloniale gebouwen wilt, is er de mogelijkheid om een dagje naar het strand te gaan. Met de bus kun je in ongeveer 45 minuten naar Poneloya. Een Nicaraguaanse badplaats waar de inwoners van voornamelijk León in het weekend afkoeling en vertier zoeken. Doordeweeks en buiten het hoogseizoen is er helemaal niemand en zien alle hotelletjes en cafés er verlaten en vervallen uit. Maar met een schitterend kilometersbreed zandstrand, enorme golven en af en toe een bar met heerlijk koud bier heb je de juiste ingrediënten voor een verfrissend dagje uit.

Isla de Ometepe; Terug in de tijd.

Isla de Ometepe; Terug in de tijd.

Granada

Vervolgens ging de reis naar Granada. De andere koloniale stad van Nicaragua.Opnieuw veel kerkjes en koloniale gebouwen. De stad is toeristischer dan León met meer hotels en meer op westerse toeristen toegespitste restaurants. Achteraf was Granada het enige gebied in Nicaragua dat overduidelijk beïnvloedt is door het toerisme. Veel hotels hebben prijzen in dollars en restaurants hebben zelfs falafel op het menu staan, terwijl je in de rest van het land toch vooral ‘gallo pinto’ of ‘pollo’ krijgt.

De prijzen liggen hier ook hoger dan bijvoorbeeld in León. Wij kwamen na een tijdje zoeken in een hotel terecht dat én redelijk geprijsd was én een zwembad had. Het voordeel van het zwembad woog duidelijk op tegen het nadeel van de kleine kamer: we hadden minder dan een ½ vierkante meter bewegingsruimte. En dan was er ook nog eens de mogelijkheid van roomservice. Ontbijt op bed!! Voor de liefhebbers: het betreffende hotel heet Hostel Granada en ligt aan Calle de Calzada (let op, er is ook een vrij duur Hotel Granada in deze straat). Maar op papier klinkt het waarschijnlijk aantrekkelijker dan het in het echt is. Maar elke ochtend lekker een frisse duik in het zwembad terwijl de papagaaien over onze hoofden vlogen is iets dat wij tijdens onze budgetreis niet vaak hebben meegemaakt.

Naast het bekijken van de antieke gebouwen en het wandelen in de omgeving van Lago Nicaragua is er in Granada niet bijzonder veel te doen. Alhoewel mensen kijken vanaf een van de terrasjes op het plein ook altijd leuk is. Daarnaast is Granada ook een goede basis om de stad Masaya en de bijbehorende vulkaan te bezoeken. Makkelijk bereikbaar per bus. Granada is in mijn ogen mooier en aantrekkelijker dan Masaya. Hoe dan ook, als je naar Isla de Ometepe wilt gaan, is Granada bijna een verplichte stop.

Charco Verde; Op zoek naar de brulapen en ander ongedierte.

Charco Verde; Op zoek naar de brulapen en ander ongedierte.

Isla de Ometepe

Tijdens een bezoek aan Midden-Amerika mag een bezoek aan Isla de Ometepe niet ontbreken. Zo puur, zo mooi en zo onbedorven. Als je met de boot aankomt, zijn de twee vulkanen, die samen een eiland vormen in een van de grootste meren van de wereld, al een uniek gezicht, maar het eiland zelf zit vol met aangename verrassingen. Vanaf Granada moet je een aantal keer van bus veranderen om via Rivas en San Jorge bij de boot naar het eiland te komen. Omdat de buschauffeurs weten waar je naartoe gaat, verhuist je rugzak van bus naar bus zonder dat je daar zelf invloed op uitoefent. Belangrijk is dat terwijl je oplet dat je niet over de geiten, varkens en kinderen struikelt, je een oogje houdt op degene die er met je bagage vandoor is. Maar het werkt, want aan het eind van de ochtend sta je lekker op de goede boot naar Isla de Ometepe.

Ondanks dat dit eiland in alle boeken als zeer aantrekkelijk staat beschreven, zitten er voornamelijk lokale mensen op de boot. Naast ons tweeën varen er slechts zeven toeristen mee. En ook op het eiland zelf zie je niet veel buitenlanders. Er zijn wel voorzieningen zoals fietsverhuur, gidsen en voldoende hotels, maar alles blijft kleinschalig en lijkt voornamelijk toegespitst op het binnenlandse toerisme. Het is niet moeilijk om een hotel te vinden in Moyagalpa, de belangrijkste stad van het eiland. De enige asfaltweg vanaf de haven naar het centrum leidt je langs een aantal hotels, waarvan de meeste ook dienen als restaurant.

Onvindbare bezienswaardigheden

De eerste dag besloten we een kleine zelfgeorganiseerde excursie naar Altagracia te maken, de andere stad op het eiland. We wilden wat standbeelden en petroglyfen in de buurt gaan bekijken. In de praktijk viel dit allemaal niet mee. Alle inwoners van het stadje waren zeer behulpzaam en leken allemaal te weten waar we de bezienswaardigheden konden vinden, maar wezen ons allemaal een andere kant op.

Als gevolg van alle aanwijzingen maakten we een lange wandeling rond het stadje, zagen nooit de standbeelden en/of de petroglyfen maar maakten wel kennis met de eenvoudige manier van leven op dit eiland. We passeerden boerderijtjes zonder elektriciteit of water en mensen die het land bewerkten met behulp van ossen. Vooral de armoedige omstandigheden vielen ons op. Wat we ook niet zullen vergeten is hoe vriendelijk iedereen was en bovenal verbaasd ons daar te zien. Onderweg zagen we schitterende papagaaien en andere tropische vogels, hoorden de brulapen en kregen echt het gevoel in een andere wereld terechtgekomen te zijn. We hadden voor Nicaragua al primitieve omstandigheden gezien in Guatemala, Honduras en zelfs Mexico, maar het dagelijks leven ontdaan van elke vorm van luxe was nergens zo duidelijk als op het platteland van dit eiland.

Fietsuitje

Omdat de bus niet overal stopt waar je wilt en de dienstregeling zeer onregelmatig is, kozen we de tweede dag voor een fietstocht. Over de zandwegen, langs het meer en door de bossen, overal weer kwamen we in aanraking met de puurheid van dit eiland. Regelmatig moesten we even van de fiets om van rechts komende koeien voor te laten; gemotoriseerd verkeer was er weinig. En opnieuw passeerden we kleine houten bouwvallen waar de eilandbewoners onder primitieve omstandigheden in wonen.

Geen water, geen elektriciteit, en varkens, geiten en de hele familie onder een dak. Mensen kwamen uit hun huisjes om ons gedag te zeggen of gedag te zwaaien. Later bleek uit gesprekken met de lokale bevolking dat zij het heel erg waarderen dat mensen uit Europa ondanks alle slechte publiciteit in het verleden de moeite nemen hun land te bezoeken. Aan het eind van de dag waren we ervan overtuigd dat de fiets ondanks de stof en de hitte een goede manier is om het eiland te verkennen.

Charco Verde

Tijdens de fietstocht kwamen we terecht in een klein natuurreservaat aan de zuidkant van het eiland, Charco Verde geheten. Dit is een afgeschermd gebied waar ook een klein hotel ligt. We stopten hier voor een drankje en een lunch (overheerlijke gegrilde verse vis) en besloten om de volgende dag terug te komen voor een overnachting. We waren die dag de enige gasten en genoten volop van dit privilege. We hadden de beschikking over een privé-strand waar in de bomen achter ons apen de aandacht probeerden te trekken. Verder genoten we van spelende papagaaitjes en de nieuwsgierige blauwe eksters, die er in grote getalen rondvlogen.

In het meer van reservaat troffen we schildpadden en een verscheidenheid van watervogels aan. Echt een klein paradijsje. Ook hier geen electriciteit en dat betekent na het diner (eenzelfde soort gegrilde vis) heerlijk in de hangmat wachten tot het donker wordt. Naarmate het donkerder werd namen de geluiden toe. In de schemering waren het vooral de brulapen die met hun geschreeuw alles overstemden. Toen zij stilvielen was het de beurt aan allerlei andere dieren waarvan we soort en afkomst nooit hebben kunnen achterhalen.

In het donker hoor je veel en denk je veel te zien bewegen, maar je weet nooit wat het is. Met behulp van de zaklamp konden we onszelf vaak gerust stellen, want kikkers zijn niet gevaarlijk, ook al zijn ze heel groot en heel groen. Maar veelal bleef de afkomst van de geluiden voor ons onbekend. En natuurlijk midden in de nacht riep de natuur en moest ik naar de wc.

Eigenlijk wilde ik niet, maar er is niet veel keus. Naar buiten, naar het toilet ongeveer 50 meter van onze kamer vandaan. Op het moment dat ik naar buiten ging hoorde en zag ik vanalles wegstuiven. En alles wat in het licht van de zaklantaarn bleef zitten zag er vreemd uit. In die 50 meter naar de wc heb ik de meest vreemde creaties uit de insectenwereld gezien. Volgens mij heb ik die nacht enkele nieuwe soorten ontdekt, waaronder enkele met de meest vreemde vormen en kleurencombinaties. Het was een opluchting om weer veilig in de slaapkamer aan te komen, daar waar alleen gekko’s voor geluid en geritsel zorgden. Deze nacht in de jungle (weliswaar in kleine uitvoering en in een gebouw, maar toch) was echt een leuke ervaring die we iedereen kunnen aanraden. De vriendelijke eigenaar en zijn vrouw weten hun gasten prima te verwennen.

Hangmat

De andere dagen op Isla de Ometepe hebben we voornamelijk in de hangmat doorgebracht, afgewisseld met af en toe een wandeling of een bezoekje aan een van de restaurantjes voor een heerlijke vruchtensap. Maar helaas is er geen bank aanwezig op het eiland, dus moesten we na vijf dagen noodgedwongen vertrekken. Isla de Ometepe is niet alleen een van de hoogtepunten van Nicaragua, maar van geheel Midden-Amerika. Beslist een aanrader.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer