Home Reisverhalen Eiland van citroenen, geurende maquis en familievetes

Eiland van citroenen, geurende maquis en familievetes

1153
0

Corsica: eiland van citroenen, olijfbomen, geurende maquis, maar ook van eeuwendurende machtswisselingen, familievetes, kogelgaten in verkeersborden en wilde zwijnen. ‘Geboortegrond van Napoleon en niet te vergeten land van de Grande Randonnée 20 (GR 20), één van de zwaarste langeafstandspaden van Europa. Dat alles wilden we wel eens meemaken’, schrijft Tinkie Schraffordt Koops.

Auteur – Tinkie Schraffordt Koops

Corsica: eiland van citroenen, olijfbomen, geurende maquis, maar ook van eeuwendurende machtswisselingen, familievetes, kogelgaten in verkeersborden en wilde zwijnen. Geboortegrond van Napoleon en niet te vergeten land van de Grande Randonnée 20 (GR 20), één van de zwaarste langeafstandspaden van Europa. Dat alles wilden we wel eens meemaken…

Het avontuur begint matig, want de kapitein van de boot van Nice naar Calvi durft het niet aan om uit te varen vanwege de harde wind. Een slecht voorteken voor de rest van de trip? Gelukkig zijn er meerdere rederijen. Voor vertrek is er nog even tijd om met de auto het steile, smalle weg langs zee (de Corniche) richting Monaco te verkennen. Een goede kennismaking met het haarspeldbochtenverkeer dat ook op Corsica volop aanwezig zal zijn.

Lange afstands wandelen

We hebben het plan opgevat om een deel van de GR 20 te gaan lopen. Volgens velen het mooiste langeafstandspad van Europa, maar door de hoogteverschillen en de warmte ook één van de zwaarste. Onderweg zullen we overnachten in hutten. De rugzak bevat droogvoer voor drie dagen, brood, koekjes, veel noten en voor ieder drie liter water.

Ons vertrek vanuit Calenzana is vroeg: kwart over zeven ‘s ochtends. Toch zijn we niet de eersten: rond half zes was er al geluid in de slaapzaal te horen. Bij de bakker kopen we zakken voorgesneden geroosterd stokbrood: men is gewend aan wandelaars. Ons laatste echte ontbijt in Café Le Royal op het pleintje tegenover de kerk: verse jus d’orange en een croissantje met koffie en dan de rugzakken op!

Piobbu hut

Gelukkig is het pad overal goed gemarkeerd met de bekende rood-witte strepen op muurtjes, keien en bomen. Onderweg is het even schrikken als een loslopende stier besluit een stukje mee te lopen.

De temperatuur loopt intussen al flink op en daarom nemen we een siësta om de ergste hitte te vermijden. Vanaf onze rustplek kun je tot aan de kustplaats Calvi kijken, maar hier geen dagjesmensen, geen verkeersgeluiden. Af en toe zie je een vliegtuig een witte streep aan de lucht trekken, maar dat is alles wat aan menselijke activiteit doet denken.

Na een uur of zes wandelen is het einddoel van de dag in zicht: de Ortu di u Piobbu hut. Deze hut met ‘luxe’ voorzieningen (een eigen bron en een douche in de open lucht) wordt gerund door een vriendelijk echtpaar. Dagelijks halen zij te voet hun boodschappen en dat is niet even naar de Albert Heijn. Nee, hiervoor moeten ze twee uur dalen en klimmen, met de boodschappen op hun rug. ’s Avonds onze eerste droogvoermaaltijd: kip-kerrie, of iets dat daarvoor moet doorgaan. Het wordt snel donker en tegen half tien fonkelt de complete melkweg ons tegemoet.

De overweldigende natuur op Corsica.
De overweldigende natuur op Corsica.

Stenen, stenen en nog eens stenen

De volgende ochtend zijn we weer vroeg uit de veren. De bidons vullen we met water uit de bron. We klimmen over enorme rotsblokken, springen over grote keien en stijgen stukje bij beetje. De wit-rode markering is hier niet overal even duidelijk, maar gelukkig wijzen steenmannetjes de weg.

Het uitzicht op de eerste top, de Bocca Piccaia, maakt veel goed. We zitten op 1950 meter hoogte en worden omgeven door hooggebergte. Geen siësta dit keer, want er is nergens een stukje vlak gras te vinden. Alleen maar stenen, stenen en nog eens stenen… Het lopen gaat langzaam. Voetje voor voetje zigzaggen we langs de smalle rotswanden.

We houden steeds vaker pauze in de schaduw van een grote rots en eten koekjes, pinda’s en drinken kleine slokjes water om onze voorraad niet te snel uit te putten. Gelukkig zien we af en toe wat flora: orchideeën en hellaboris. Ineens zien we een bekende: de beheerder van de Ortu di u Piobbu hut en hup, weg is hij weer. Een beetje jaloers kijken we hem na. Zonder bagage springt hij op gymschoenen van de ene steen op de andere. Even een wandelingetje maken. Toch iets anders dan het Pieterpad in Nederland!

Steile rotsen in het gebergte.
Steile rotsen in het gebergte.

Carrozzu hut

Tegen vier uur in de middag is eindelijk de eindbestemming in zicht: de Carrozzu hut. Het klimmen in de ochtend was zwaar, maar ook het dalen naar de hut valt tegen. Voortdurend dreigen we uit te glijden op de losliggende stenen van het steile pad. Na een eindeloze strijd komen we tenslotte aan in de hut. Gelukkig is er plaats.

Ik moet er niet aan denken ook nog eens de nacht te moeten doorbrengen op een dun matje in een tent. Het is half zeven ’s avonds en we hebben bijna twaalf uur gelopen. Staande op het terras van de hut drinken we een Pietra, een Corsicaans biertje, terwijl de zon langzaam achter de bergkam zakt.

Guiness Book of Records

Bij het opstaan protesteert mijn hele lichaam. Terwijl mijn reisgenoot nog twijfelt om door te gaan, heb ik mijn beslissing de vorige avond echter al genomen. Na enige discussie besluiten we dat dit voor ons het eindpunt van de GR 20 moet zijn, maar ja, je kunt er in the middle of nowhere niet zo maar mee ophouden.

Vol goede moed naar beneden dus, om via het dal terug te wandelen naar de plek waar de auto staat. Na een uurtje dalen ontmoeten we de eerste dagwandelaars. Hun kleine rugzakjes en lichte schoenen vallen direct op. In een hut in het dal raken we in gesprek met een Corsicaan op leeftijd. Hij vertelt dat hij uit het bergdorpje Calasima in centraal Corsica komt en dat daar tot voor kort uitsluitend schaapherders woonden. Eén van zijn dorpsgenoten blijkt in het Guiness Book of Records te staan: op zijn 26e heeft hij de hele GR 20 (200 km) in slechts 36 uur afgelegd!

Op Corsica kun je prachtige wandelingen maken.
Op Corsica kun je prachtige wandelingen maken.

Om Calenzana weer te bereiken, volgen we vanaf nu een deel van de ‘Monte et Mare’ route. Dit pad loopt deels langs de kust en deels door de bergen. Het is een wereld van verschil met de twee dagen ervoor: eindelijk weer een echt pad. De zon schijnt nog steeds fel, maar het stijgen en dalen gaat nu veel geleidelijker.

We kunnen weer genieten van de geuren om ons heen: de zware citroenlucht van de maquis begeleidt ons bij iedere stap. Napoleon zei het al toen hij op Elba gevangen zat: ‘ik kan mijn eiland vanaf hier ruiken’. Ons laatste blikje vis eten we op een grote steen in het water van een snelstromende beek. Nog een klein stukje klimmen, en ja hoor, daar ligt Calenzana. We pakken de GR 20 weer op en drinken tegen half vijf ‘s middags eindelijk een welverdiende citron pressé op het terras van Café le Royal.

Ile de beauté

De rest van de vakantie kamperen we in Arone. Vanaf de camping kun je direct het strand op lopen. We wandelen dagelijks, maar nu op onze tefa’s, met slechts één fles water als bagage. Corsica is prachtig: de maquis geurt, het water glinstert en de rotswanden glimlachen ons tegemoet. We zijn verliefd geworden op het île de beauté en besluiten zeker een keer terug te gaan, maar of het wederom de GR 20 wordt?

DELEN