Fantastische sfeer in Kathmandu

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 60 views

Josine van der Wal maakte een enerverende rondreis door het noorden van India en Nepal. In deze bijdrage over Nepal verhaalt ze onder meer over een vlucht boven de Himalaya. ‘Om zes uur sta ik naast m’n bed, want nu gaat het gebeuren! Dit wordt letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt van deze vakantie; vliegen boven de Himalaya.’

Josine van der Wal

Vanuit Pokhara vertrekken we naar Kathmandu. Ik ben nog super duf, dus ik maf nog een tijdje door in de bus. Het is ongeveer 230 kilometer naar de hoofdstad, dus daar is alle tijd voor. Aangekomen in Kathmandu gaan we met z’n allen zo snel mogelijk richting centrum, het zal namelijk niet zo lang meer duren voor de zon onder gaat.

Kathmandu

Op en rond Durbar Square zien we prachtige pagodes en tempels, sadhu’s, en vele gebouwen en huizen zijn versierd met prachtig houtsnijwerk. Ik waan me een aantal honderd jaar terug in de tijd, er hangt hier ook echt een fantastische sfeer. Het is uiteraard chaotisch, maar absoluut niet te vergelijken met India. Het is gewoon hartstikke gezellig!

Zoals verwacht gaat de zon snel onder, dus helaas niet veel mooie foto’s kunnen nemen. De meeste indruk maakt het paleis van de Kumari. Hier leeft een jong meisje dat als godin wordt vereerd, zelfs door de koning, en verlaat haar woning maar een keer of vijf per jaar. De Kumari verschijnt heel even voor één van de vensters, met een trieste blik in haar ogen. Ik kan me niet voorstellen dat ze gelukkig is. Foto’s maken is verboden. Op een gegeven moment laat Douwe ons los in Kathmandu. Met z’n drieën besluiten we er op uit te gaan.

Helaas, helaas heb ik nog niet de ervaring van een wereldreizigster die dit even in d’r uppie zou doen. Op het marktplein laat ik mijn afdingtalent erop los en ik koop een mooie zilveren armband, niet voor de gevraagde 600 rupees, maar voor slechts 150 rupees. Hier ben ik toch wel érrug trots op. Nu nog een leuk souvenir voor thuis. Maar helaas, behalve een uitgebreide collectie afgodsbeelden is ‘t niet veel soeps. We beklimmen een pagode en hebben een fascinerend uitzicht over het centrum van de stad; het krioelt er van de mensen, heilige koeien, honden en riksja’s. Al snel is het helemaal donker.

Plattegrondje

Als we een tijdje door de sfeervolle straatjes hebben gelopen en onze ogen en oren goed de kost hebben gegeven, willen we wel weer terug naar ons hotel voor het diner. Hoezo de weg kwijt??! We hebben wel een visitekaartje van het hotel bij ons, met op de achtergrond een plattegrondje, maar probeer daar maar eens wijs uit te worden temidden van deze chaos. We besluiten om een riksja te nemen, dat is nog hartstikke leuk ook. Al snel blijkt echter dat we met z’n drieën toch te zwaar zijn, en op dit moment zie ik mijn kans schoon…

Ik stap in een andere riksja, zo goed en zo kwaad uitleggend waar ik moet zijn. Het lijkt er zowaar op dat de riksjarijder me helemaal begrijpt. Ik leun achterover en geniet. Hier zit ik dan, helemaal alleen, overgeleverd aan deze fantastische stad..! Ik kijk achterom, m’n groepsgenoten zijn nergens meer te bekennen… Op een gegeven moment ontwaak ik uit deze shock-toestand en bedenk dat ik het wel erg lang vind duren nu. De riksjarijder moet zelfs een aantal keer afstappen om de weg te vragen! Ik mag niet ontkennen dat ik toch wel een soort van opgelucht ben als we stoppen voor het hotel… Ondertussen ben ik al helemaal ingewijd in de gebruiken en gewoonten van dit land, vandaar dat ik standvastig blijf als de riksja-man probeert meer rupees van me los te peuteren. Hij lijkt nog niet door te hebben dat mijn ‘nee’ ook daadwerkelijk nee is, wat ik oplos door koelbloedig het hotel in te lopen. En het werkt.

Top van de Mount Everest, vlucht Himalaya.

Top van de Mount Everest, vlucht Himalaya.

Vliegen boven de Himalaya

Om zes uur sta ik naast m’n bed, want nu gaat het gebeuren! Dit wordt letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt van deze vakantie; vliegen boven de Himalaya. Het is een klein half uurtje rijden naar de luchthaven van Kathmandu. Bij aankomst staat er al een vliegtuigje klaar, om ons mee te voeren naar het hoogste puntje op deze aardkloot. Ik heb er zin in. Eenmaal in de lucht hebben we een mooi uitzicht over Kathmandu en al snel verschijnt het Himalaya-gebergte. Na ongeveer twintig minuten vliegen stijgt de spanning;

Mount Everest in zicht! Iedereen mag een blik werpen op de top vanuit de cockpit. Fantastisch!! We draaien langzaam naar links en vliegen nu pal boven de Mount Everest. We kunnen zelfs het base-camp zien liggen. Wat is dit spectaculair! Niet voor te stellen gewoon. M’n camera maakt overuren, maar dat kan me niet schelen. Iedereen vliegt van links naar rechts en van voor naar achter om maar niks te hoeven missen. We zijn gewoon helemaal in de gloria met z’n allen. Dit kan ik thuis niet navertellen, ik hoop dat m’n foto’s er iets van weergeven.

Sadhu’s, Pashupatinath.

Sadhu’s, Pashupatinath.

Bodnath

Zodra we weer met beide benen op de grond staan, halen we de rest van de groep op in het hotel, zij kozen ervoor om uit te slapen, en bezichtigen we de stupa van Bodnath, een Boeddhistisch heiligdom. De stupa is versierd met honderden kleurrijke gebedsvlaggetjes, heel feestelijk. Boeddhisten draaien aan de vele gebedsmolens, ondertussen heilige mantra’s murmelend. Hierna rijden we verder naar Pashupathinath, waar de allerheiligste, maar dan ook echt de állerheiligste, Shivatempel van Nepal staat.

Deze tempel is gebouwd aan de oever van de heilige rivier de Bagmati, vandaar dat we ook hier, net als aan de Ganges, lijkverbranding zien. Eén van de vele sadhu’s die we zien heeft zichzelf opgesloten en is al zeventien jaar niet uit zijn hok, meer is het echt niet, geweest. Echt bizar. Enorme wierook-walmen zorgen ervoor dat je de lucht bijna in plakjes kunt snijden. Dan gaan we op weg naar Patan, na Kathmandu de grootste stad van Nepal. We bewonderen de vele tempels en pagodes, hier zijn ze haast nog mooier dan in Kathmandu.

Als laatste staat Swayambunath op het programma. Ook hier staat een belangrijke stupa van de Kathmanduvallei. Een lange, steile trap voert ons naar de stupa. Onderweg naar boven krijgen we gezelschap van vele apen. Helaas is het hun niet te doen om de gezelligheid; als je niet uitkijkt ben je binnen enkele seconden een aantal bezittingen armer. Boven aangekomen staan we letterlijk oog in oog met Boeddha; aan alle kanten zijn er enorme ogen op geschilderd. Het is een prachtig bouwwerk, rijkelijk versierd met koper dat glanst in de zon. Ik word hier werkelijk bijna vergast door een overvloed aan wierook in een super-benauwd winkeltje en lekgestoken door een leger irritante steekvliegen die massaal een aanval plegen op mijn benen. Voor we weer naar beneden gaan, genieten we nog even van het uitzicht over Kathmandu. De zon is al onder als we moe en tevreden terug naar het hotel rijden.

Afdaling Sarangkot.

Afdaling Sarangkot.

Raften en Chitwan National Park

Het is de bedoeling dat we halverwege de rit naar het Chitwan National Park een stop maken en gaan raften op de Trisulirivier. In de bus toont Douwe zijn optimistische karakter door alle gevaren op te sommen die hiermee gepaard kunnen gaan. Je zou uit de boot kunnen vallen, in een stroomversnelling terecht komen en vervolgens kilometers meegesleurd worden door de woeste rivier. Een tip: ga vooral níet met je hoofd stroomafwaarts, de gevolgen zijn dan niet te overzien. Dit gaat zo nog een half uur door, zodat er een paar groepsgenoten zo bang worden, dat ze weigeren om mee te gaan. Na vier uur rijden over super slechte wegen, maar met schitterend uitzicht, stoppen we om te lunchen.

Dit smaakt prima, en het is maar goed dat ons maag-darmstelsel inmiddels al behoorlijk wat gewend is. Ik eet alles wat de reisgidsen in Nederland verbieden; verse salades, lauwe limonade en allerlei soorten vlees en vis. We zijn er klaar voor. Iedereen wordt op z’n minst één keer in het water gegooid. Af en toe komen we een flinke stroomversnelling tegen, waarbij we een paar meter omhoog en omlaag duiken. Niks anders zien dan water (of helemaal niks) en dóorgaan! We raften twee- en een half uur lang, behoorlijk vermoeiend maar echt gaaf. Het had van mij nog wel heftiger gemogen, maar m’n kennismaking met het raften is geslaagd. We hebben in de bus nog twee uurtjes om bij te komen voor we aankomen in het Chitwan Park.

Rhino, Chitwan National Park.

Rhino, Chitwan National Park.

De bus kan alleen niet de jungle in, dus het gaat te voet verder. Onze koffers worden op riksja’s getild. Op een gegeven moment moeten we een super gammele loopbrug over, in het aardedonker, en met ons ook de volgeladen riksja’s. Degene die voorop loopt fungeert tevens als gids, door te waarschuwen als er planken in de rivier zijn gevallen. Ideaal!

Aan de overkant staan jeeps klaar, om ons naar ons camp te brengen. Dit is echt gaaf. Ik kijk achter me en het enige wat ik zie, zijn de koplampen van de andere jeeps die door het duister en enorme bruine stofwolken boren. Ik prent dit in m’n geheugen, want foto’s maken is nogal lastig in het donker en in een jeep waarin je helemaal wordt geshaked. Na een kwartier komen we aan bij het Paradise Hotel, midden in het Chitwan Park. Bij het schaarse licht van kaarsen, de elektriciteit functioneert niet optimaal, vernemen we later, worden we verwelkomd door de eigenaar. Ons camp bestaat uit aparte huisjes die in een u-vorm staan opgesteld. Elk huisje bestaat uit één kamer met twee bedden, een douche en een toilet. Voordat ik na het avondeten m’n ‘huisje’ binnenstap, laat ik de sfeer die hier hangt eens goed op me inwerken. Ik kijk naar boven en zie een sterrenhemel zoals ik die nog nooit heb gezien. Overal geluiden van vogels en insecten. Wat is dit fantastisch!

Nu verlang ik nog naar een heerlijke, weldadige warme douche. Uit de kraan komt slechts één miezerig straaltje koud water… Blijkbaar is het water van vandaag op. Ach, na India sta ik nergens meer van te kijken. Het is altijd weer spannend of, en op welke manier,- de w.c. doortrekt, of het licht langer dan een kwartier blijft branden en ga zo nog maar even door. Aan het plafond hangt een, inmiddels bekende,- propellor, officieel geheten fan. Deze hebben we hard nodig, het is namelijk niet normaal zo benauwd. Voor ik onder zeil ben, ontdek ik onze huisdieren; een kikker en twee gekko’s. Dit zijn een soort salamanders die alle muggen voor ons opeten. Ideaal, toch?  Een Tharu, Chitwan

Per olifant door de jungle

M’n ingebouwde wekker maakt me een paar minuten voor zes wakker. Tijd om te ontwaken, midden in deze jungle. De jeeps brengen ons naar een plek waar we olifanten bestijgen. Het zit deze keer niet echt comfortabel, maar dat hoort erbij. We zien al snel mooie vogels, helaas te ver weg voor een foto. Het is hartstikke heet en enorm hoog olifantengras slaat regelmatig in m’n gezicht. Ik doorsta dit alles met een glimlach. Opeens stuurt de drijver onze olifant een bepaalde richting op, al wijzend en pratend in een rap tempo.

In het hoge gras zien we een neushoorn met kind! Het is nog een groot en log beest, had ik niet verwacht. Op een gegeven moment zijn moeder en kind omsingeld door zo’n vijf olifanten. De moeder wordt onrustig, de kop gaat naar beneden en ze begint te rennen en te snuiven. Dit vind ik eerlijk gezegd iets minder en ik zit niet meer zo lekker moet ik zeggen. Op onze tocht zien we nog een stuk of vijf neushoorns van heel dichtbij. Ik had gehoopt dat we een tijger zouden zien, maar we moeten het doen met een vers tijgerspoor. Ik voel werkelijk al m’n spieren als ik van de olifant stap.

Een Tharu, Chitwan.

Een Tharu, Chitwan.

Hierna bekijken we een Tharu-dorpje. De Tharu’s zijn één van de oudste volken in de Terai en leven al sinds de 12e eeuw in Chitwan. Zonder dat ik het door heb, blijkt de groep na een tijdje uit het zicht verdwenen te zijn. Maar ik voel me helemaal op m’n gemak tussen de Tharu’s. Dan per jeep terug naar ons camp. We hebben een tijdje vrij, wat ik benut om m’n kleren te wassen. (Is hard nodig!) Hierna maken we een kanotocht in uitgeholde boomstammen over de rivier de Rapti. Iedereen gilt continu “stil zitten!”, want bij de minste of geringste beweging heeft de kano de neiging tot kapseizen. En we zitten ongeveer met z’n vijftienen in een kano… Een krokodil volgt ons met argusogen.

Allerlei soorten vogels komen we tegen, waaronder een ijsvogel. We stappen voetje voor voetje uit en lopen naar een elephant breeding centre. Daar zien we joekels van olifanten en schattige kleintjes. De jeeps vervoeren ons weer terug naar ons camp, wat ik echt gaaf blijf vinden. Daar aangekomen voel ik me heerlijk vies van het stof en zweet. Ik neem een koude douche (ik heb geen keus) waar ik helemaal van opkikker. We hebben nog wat tijd voor onszelf tot de dagsluiting. Dat is deze keer erg sfeervol: bij kaarslicht. Na het diner wonen we een Tharu-volksdans bij. Dit gaat supersnel in een kring, met stokken en allerlei muziekinstrumenten. Erg knap! Op ‘t laatst worden er mensen uit het publiek gehaald om mee te dansen, waaronder ook ik. Na een paar passen hou ik ‘t echter voor gezien, mij te ingewikkeld…

Laatste dag in het Chitwan park

Om zes uur sta ik op en ga, met nog twee andere groepsgenoten, op zoek naar vogels. We maken een mooie wandeling langs de rivier en een stukje door de jungle. Op dit moment wenste ik dat ik een telelens had; we zien veel aparte vogels (van rood tot groen), maar te ver weg voor een foto. Na twee uur wandelen ontbijten we met de hele groep. De middag hebben we voor ons zelf.

Ik maak met nog een groepsgenoot op het heetst van de dag een wandeling langs verschillende dorpjes. Er bekruipt me een weemoedig gevoel als ik bedenk dat deze fantastische vakantie er bijna op zit. Het liefst zou ik hier nog weken blijven en zelf op ontdekkingstocht gaan. Ik vrees dat dit dagdromen blijven. Om een uur of vijf sta ik bij de rivier, de zon zakt langzaam in het water. Watervogels zingen een lied, verder is het stil. Ik wil niet naar huis…

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer