Fietsen langs de Lahn

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 131 views

‘Vrolijk zwaaiend laten we onze nieuwe vriendin achter, en slaan de verkeerde straat naar Weilburg in. Opgeruimd zakken we langs weilanden en bosschages steeds dieper weg naar een mooi dal. De rekening komt later, want we moeten drie kilometer in de laagste versnelling weer bergop trappen naar Weilburg.‘Fred Ameling fietst met een paar vrienden langs de Lahn, net over de grens in Duitsland. Mooie natuur, oude kastelen en een voortreffelijke spoorweg.

Fred Ameling

Tweehonderdduizend mensen fietsen elk jaar langs de Donau van Passau naar Wenen. Mooi, maar druk. Buiten onze oostgrens is véél meer te fietsen. In Duitsland liggen fietsroutes bij tientallen. Vaak door een rivierdal, zoals vlakbij Nederland langs de Lahn. Langs deze schilderachtige rivier liggen ook nog eens de mooiste stadjes dicht bijeen.

Lahn

Mét een vleug Oranje-Nassau. Ik keek er van op toen Ad en Inge uit Calgary voorstelden om samen langs de Lahn te fietsen. Het is daar de moeite waard, wisten ze in het verre Canada. Maar de Lahn? Met zijn heuvelachtige oevers? Ik ben eigenlijk een zondagsfietser, maar deze tocht viel achteraf toch reusachtig mee. We reden ontspannen door mooi landschap en langs een lange rij schitterende steden en stadjes. En af en toe lopen, bergop met de fiets aan de hand. Behalve Inge dan.

Wanneer wij afstapten, kwam zij uit de achterhoede opzetten en stampte rustig door tot op het hoogste punt. ‘Mooi is het hier,’ riep ze soms vrolijk, achteromkijkend zonder ook maar het minste zuchtje. Vijf dagen hadden we de tijd, zo was het bericht geweest uit Canada, met een schema vol afspraken in een meimaand vol Europese bestemmingen.

Van maandag tot zaterdag moest het gebeuren. De Lahnroute is 235 kilometer lang, zou dat wel lukken? Eén dag moesten we immers al uittrekken voor de rit naar Lahnstein bij Koblenz, het huren van twee fietsen en het vinden van een autostalling. En van een hotel.

Altstadt

Onze eerste overnachting in de Altstadt van Lahnstein werd meteen een succes. Hotelier Andjelko Vranjes van het Rheinischer Hof zette in de late avond voor ons een wijnproeverij op touw met een keur van uit Kroatië meegebrachte wijnen. Op het laatst kon ik geen Grk uit Korèula van een Bogdanuša meer onderscheiden. Wel weet ik nog dat als besluit mierzoete Dingaè geschonken werd, in een bierglas. Zo kwam het dat ons vertrek op dinsdag een uurtje later viel dan het reisprogramma aangaf.

Hier gaan we mee op pad, de fiets.

Hier gaan we mee op pad, de fiets.

Goethe

Na een ontbijt van zwarte koffie en frische Brötchen schijnt de zon ons opgewekt toe wanneer we de eerste kilometers wegtrappen. Aan de overkant van de rivier staat een middeleeuws kasteel op een heuveltop. Achter ons klinkt als teken van vertrek de scheepshoorn van de ‘GOETHE’, de raderboot die vroeg in de ochtend aan de Rijnoever aanlegde.

Wij hebben er zin in. Onze bagage zit in de fietstassen, ruimte genoeg voor een weekje. Aan een voorgekookte reis met bagagetransport doen we niet, wij willen vrij zijn om zelf onze tocht in te delen. En onderdak is ook al verzekerd. We besloten de vorige avond om het de eerste dag op 50 kilometer te houden. In Diez was geen kamer meer te krijgen toen we rondbelden.

Wel in Aul, 2 kilometer buiten het stadje. De rivier kronkelt tussen beboste heuvels. Het eerste stuk fietsen we langs volkstuintjes en een jachthaven van Rijnrecreanten. Om de paar kilometer is er een stuw met sluis in de rivier, om te voorkomen dat ‘ie leegloopt. Met de wind in de rug zijn we binnen de kortste keren al in Bad Ems. Zullen we hier koffie drinken? Ja dus, de Konditorei is open en een half uur na vertrek zitten we al aan de Kaffee mit Kuchen. In deze streek met z’n warme bronnen werd vanaf de Romeinse tijd veel erts gedolven.

Bad Ems

Die mijnbouw is allang gestaakt. Nu wordt Bad Ems gedomineerd door grote hotels en het gigantische Kurhaus. Aan de tijd dat vorsten en adel de geneeskrachtige bronnen bezochten herinnert de Russisch-Orthodoxe kerk aan de rivieroever. Blauwe muren en uien op de torens, gebouwd in 1876 voor de vele Russische kuurgasten. We maken een kleine omweg om de kerk te bekijken. Maar jammer genoeg is bezichtiging alleen in de namiddag mogelijk. Van Bad Ems is het maar een peulenschil naar Dausenau, 6 kilometer.

Ommuurd ligt het piepkleine stadje aan de rivier. We lopen er in een middeleeuws decor door hellende straten met vakwerkhuizen, en we staan even stil bij een scheve toren uit de 15e eeuw die twee meter uit het lood hangt. Het is intussen 12 uur, we hebben er al 18 kilometer opzitten. Hoever is het nog tot de bron? Tien dagen fietsen, roept Ad jolig. Onze lunch is in Nassau, 4 kilometer verder.

Eerst bekijken we het gezellige stadje. We worden bijna verleid om hier lang te blijven: oude gebouwen, winkelstraten met veel vakwerkhuizen en leuke terrasjes. Maar het kan niet, want in Dausenau kochten we picknickspullen en we hebben vandaag ook nog een treinreis voor de boeg. Langs de rivier staan bankjes op een picknickweide voor ons klaar. Er ligt een rondvaartboot aangemeerd en twee zwanen dobberen met hun kroost bij een overhangende boom.

Zacht kabbelend stroomt het water voorbij, zonnestralen scheren over het oppervlak. Het is hier een klein paradijs. De overkant is een beboste heuvel met bovenop een burcht van de graven van Nassau. Maar onze Willem de Zwijger werd niet hier geboren, hij stamt uit een ander kasteel van de Nassau’s, in Dillenburg.

Onderweg rijd je langs prachtige kastelen.

Onderweg rijd je langs prachtige kastelen.

Nassau en Diez

Na de lunch gaat het lange tijd stevig bergop. Hier is het dat Inge voor het eerst haar krachten toont. Ad roept ‘pompen of verzuipen’, en probeert haar spoor te volgen. Ik heb dan allang het bijltje erbij neergelegd, ik lóóp naar boven. Eenmaal boven rusten we uit op een open plek. Half verscholen in het groen aan de Lahnoever ligt ver onder ons het klooster Arnstein.

Zachtjes horen we in de diepte koeien loeien. Tussen Nassau en Diez kronkelt de Lahn heel sterk tussen heuvels die tot vierhonderd meter hoog zijn. Langs de rivier ontbreekt hier zelfs een stuk weg, te steil. Om een lange klim vanuit het dal naar de hooggelegen verkeersweg te vermijden, beveelt ons fietsgidsje gelukkig aan om van Obernhof tot Balduinstein de trein te nemen.

Over die raad hoeven we niet lang na te denken. Een lange steile klim? Dan liever 55 minuten wachten op het perronnetje, want de trein is net weg. Dertien minuten duurt de treinreis, het is dan nog zes kilometer naar Diez.

Nassau Oranjemuseum

Een oud kasteel torent hoog boven het stadje uit. Het is de jeugdherberg, eind 17e eeuw verlaten door de Nassau’s toen zij overhuisden naar hun nieuwe slot Oraniënstein. Machtig groot, geel en grijs staat deze burcht aan de overkant van de Lahn op een heuveltop. In dit barokke paleis is een Nassau-Oranjemuseum gevestigd.

Maar wij hebben genoeg bezichtigd vandaag. Na een korte verkenning van Diez, ook alweer vol vakwerkhuizen, dineren we diner in het leuke tuinrestaurant Tacheles, dat verborgen ligt achter een onopvallende gevel. Met kaart en gids op tafel maken we hier het plan voor de volgende dag. We trekken flink wat tijd uit voor sightseeing.

Veertig kilometer zullen het worden, tot Weilburg. In een folder lezen we over Feriën auf dem Bauernhof bij Hannelore Cromm in het gehucht Kubach. Gebeld en ja, er zijn twee kamers vrij. We zijn nieuwsgierig, wordt dat slapen boven de koeien?

Even een stop om bij te tanken.

Even een stop om bij te tanken.

Limburg an der Lahn

Onze tweede fietsdag begint met de stadsbezichtiging van Limburg, een oude stad met kronkelstraatjes, vakwerkhuizen en een indrukwekkende Dom, maar geen fietsenstalling. We kunnen onze fietsen met al die tassen toch niet zomaar langs de straat zetten? Ineens staan we voor het Verkehrsamt, dáár moeten ze een oplossing weten voor onze bagage.

Het station, weet de baliejuffrouw, dat heeft bagagekluizen. Wat een lumineus idee! Daar verdwijnen onze fietstassen dus voor een paar euro in het bagagevak. De fietsen zelf worden gekluisterd aan een fietsenrek voor een druk caféterras. We zijn niet de enige bezoekers van de oude bisschopsstad. Het is er druk met dagjesmensen.

Geen wonder, want het centrum van Limburg is eeuwen lang onaangetast gebleven. De tientallen kronkelstraten en steegjes worden omzoomd door vakwerkhuizen. Het is een leuke en boeiende stad. Aan de rand van de Altstadt staat de 13e eeuwse Dom in rode en gele kleuren te pronken met een overvloed aan hoge en lage torens.

Wurst und Bauernbrot

Voor we onze fietsen en bagage weer opzoeken, bezichtigen we nog het Limburgse bisschoppelijk museum met kerkschatten en een verzameling rijk versierde middeleeuwse kruizen. De ochtend is allang voorbij wanneer we over een oeroude brug de stad uitrijden. We hebben nauwelijks 12 kilometer afgelegd en het is al hoog tijd voor de picknick.

Wurst und Bauernbrot op twee bankjes langs de rivier. In het westen steekt ver weg de Dom van Limburg boven het geboomte uit. Aan de andere kant, in het oosten, zweeft een kleine kerk los boven het groen. Het blijkt later het hooggelegen kerkje van Dietkirchen te zijn, dat balanceert op een nu nog onzichtbare rotspunt die grenst aan de Lahnoever.

Het volgende kleinood is Runkel, met alweer een enorme burcht die ver boven het nietige stadje uitsteekt. Jammer genoeg ‘freewheelen’ we met een noodgang door de hellende straten van dit prachtige oord, want we hebben nog vele kilometers te gaan. Aan het einde van de middag komt Weilburg in zicht.

Ook hier troont hoog op een berg een enorme burcht van de Nassau’s. Het is niet alleen de burcht die hoog ligt, heel het stadje ligt bovenop de bergkam. Steeds langzamer malen mijn benen de pedalen in het rond. En ja hoor, daar komt ze alweer aangestoomd: Inge, met Ad in haar kielzog. Door die aanblik vloeien mijn krachten helemaal weg. Ik stap maar af, zodat mijn vrouw niet alleen naar boven hoeft te lopen. Even een eindje wandelen, als afwisseling.

Weilburg

Het is een vrolijke kennismaking met Hannelore Cromm. Een gulle lach en pretoogjes. En zowaar, er is een echte mesthoop op de binnenplaats. Door de open staldeur zien we koeienstaarten en knorrende varkens, hoe romantisch. Voor de gasten heeft ze prachtige kamers, met grote badkamers. En kun je in Kubach ook eten? Jazeker wel, meteen om de hoek, wijst Frau Cromm.

In het Kubacher Hof zit een Balkanrestaurant. Wanneer we laat in de avond weer thuiskomen, laat onze gastvrouw zich ons reisplan uitleggen. Negentig kilometer gefietst in twee dagen? En nog 145 kilometer tot de bron? “Aber das geht doch nicht in zwei Tagen!” roept ze uit. En Weilburg dan, en Wetzlar, willen we die paarlen langs de Lahn zomaar links laten liggen? Die plaatsen moeten we van haar uitgebreid bezichtigen. En ga dan toch ook naar Braunfels, is haar advies.

Dat ligt wel een beetje buiten de route, maar MOOI! Nou hadden we zelf ook al begrepen dat sightseeing langs de Lahn minstens zoveel voldoening geeft als een sportieve prestatie, dus ons besluit is snel genomen: Wetzlar zal ons eindpunt zijn. Hannelore is tevreden, zij schenkt een rondje Schnaps, en belt naar Gasthof Am Turm in Braunfels voor twee kamers. De volgende ochtend, na een stevig boerenontbijt, gaan onze tassen weer op de fiets.

Burght

Vrolijk zwaaiend laten we onze nieuwe vriendin achter, en slaan de verkeerde straat naar Weilburg in. Opgeruimd zakken we langs weilanden en bosschages steeds dieper weg naar een mooi dal. De rekening komt later, want we moeten drie kilometer in de laagste versnelling weer bergop trappen naar Weilburg. Op de smalle heuvelrug liggen de huizen van het kleine stadje op elkaar gedrongen vlakbij de burcht. Het enorme slotcomplex, roomkleurig met veel karmijnrode elementen, ligt met een lengte van honderden meters over de heuvelrug gedrapeerd.

Het oudste deel, het ‘hoogslot’, bestaat uit vier vleugels. Een renaissance bouwwerk, 16e eeuws. Later is het uitgebreid met gebouwen, binnenplaatsen en terrassen die naar de Lahn afdalen. We nemen uitgebreid de tijd om alles te bekijken, en dwalen nog door het park met grote rozentuin, in de kerk en langs de bron, tot aan de Weilburger Konditorei.

Het heerlijkste gebak pronkt in overvloed in de etalage. We boffen, het is net koffietijd. We sluiten hier vriendschap met een fietsclub van senioren uit Keulen die in omgekeerde richting de hele Lahn af fietst. De ochtend is dus al ver voorbij als we eindelijk kunnen vertrekken. Naar Braunfels is het maar 25 kilometer fietsen.

Weer gaat de rit door mooi landschap: het is hier meer open dan we tot nu toe gewend zijn. Wanneer we de heuvel beklimmen waarop het stadje ligt, verwondert het ons al niet meer dat alweer een enorme burcht de skyline vormt. Het hotel, de keus van Hannelore, ligt midden in het centrum naast de toegangspoort van het kasteel. Ook hier zijn het marktplein en de omliggende straten omzoomd door eeuwenoude vakwerkhuizen. De rest van de middag dwalen we lange tijd door het sfeervolle stadje en het slotpark.

Wetzlar

Al om tien uur de volgende dag fietsen we Wetzlar binnen. Het station is snel gevonden, de tassen gaan in een kluis, de fietsen weer aan de ketting voor een caféterras. Aan de hand van een routebeschrijving van het Fremdenverkehrsamt maken we een lange stadswandeling door de Altstadt, even bezienswaardig als al die andere steden en stadjes.

Er is ook nog tijd voor een kort bezoek aan het Stadsmuseum. Hier is veel aandacht voor de optische industrie van Wetzlar, met de beroemde Leica camera’s. Het is tegen drie uur wanneer we op het station de bepakte fietsen de trein in hijsen. In twee uurtjes boemelen we langs onze hele fietsroute terug naar Lahnstein. Net voor sluitingstijd kunnen we de huurfietsen weer kwijt bij het Zweiradhaus. “Schon wieder zurück?” vraagt de eigenaar verbaasd. Hij dacht zeker dat Hollanders twee wéken nodig hebben om langs de Lahn te fietsen.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer