Gastvrij Antigua

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 95 views

Marleen Wallerbosch beschrijft haar indrukken van haar eerste verre reis door Midden-Amerika. Daar betekent reizen vele uren doorbrengen in te krappe, volle bussen. Tijdens de urenlange reis van Copán naar Antigua in Guatemala maken ze kennis met meerdere mensen, de een aardiger dan de ander. In Antigua genieten ze de gastvrijheid van Don Antonio, de pensionhouder. Ze dwalen door de sfeervolle straatjes en pleinen in deze door de Spanjaarden gestichte stad en beklimmen de vulkaan Pacaya.

Marleen Wallerbosch

Een lange busreis van Copán in Honduras naar Antigua in Guatemala. We raken in de bus in gesprek met de zoon van een traditionele Maya-priester. Deze afstammeling van het oude Maya-volk werkt nu voor de Amerikaanse gigant Coca Cola. Kan het tegenstrijdiger? Opgelucht komen we uiteindelijk in de avond aan in Antigua, de vroegere door de Spanjaarden gestichte hoofdstad van Guatemala.

Antigua, Guatemala

Het is half zeven in de ochtend. We maken ons klaar voor een lange busreis van waarschijnlijk meer dan twaalf uur. Eindbestemming is Antigua, Guatemala. Vanuit La Entrada reizen we eerst weer per bus naar het plaatsje Copán Ruinas. We moeten van daar naar de grens en informeren hoe dat het veiligst en het goedkoopst kan. Doordat er niet veel passagiers zijn, rijden er geen bussen die kant uit en zijn we genoodzaakt met een pick-up de laatste kilometers te overbruggen.

De kleurvolle bussen in Guatemala.

De kleurvolle bussen in Guatemala.

Grenspost Guatemala

We spreken een bedrag af met een chauffeur. Hij zal ons naar El Florido brengen, een plaatsje vijf kilometer voorbij de grens, van waaruit we verder Guatemala in kunnen. De wegen zijn slecht en achter in een pick-up kun je dat na een uur goed voelen aan je billen. Ik ben dan ook blij als we aankomen bij de grenspost. Deze blijheid verdwijnt als meneer de chauffeur weigert ons verder te brengen en toch het hele bedrag eist.

Hij vertelt ons dat we het driedubbele moeten betalen voor de rest van de rit en dat er geen enkel ander vervoermiddel naar El Florido gaat. Dit laten we ons niet zomaar vertellen en ik ga kijken of er echt geen andere mogelijkheid is. En laat ik een bus vinden die klaarstaat voor vertrek naar, inderdaad, El Florido. We betalen onze chauffeur maar een gedeelte van de afgesproken prijs en stappen pissig in de bus.

Bij de Guatemalteekse grens krijg ik van een vriendelijke grenscontroleur een prachtige stempel van een Quetzal, een zeldzame en kleurrijke vogel die in deze gebieden voorkomt en tevens de munteenheid van Guatemala is. Hij is erg geïnteresseerd in onze reis, vraagt waar we zijn geweest en waar we naartoe gaan. Met een hartelijk, lachend gezicht wenst hij ons veel succes. Daarmee verlaten we Honduras toch nog met een goed gevoel en we gaan vol nieuwsgierigheid Guatemala tegemoet.

Blij dat ik rij

Ons doel voor vandaag is voor het vallen van de avond Antigua te bereiken. Deze koloniale stad ligt in het midden van Guatemala, niet ver van het drukke Guatemala-stad. Volgens onze kaart hebben we nog een lange reis te gaan. En als alle bussen zo langzaam gaan als deze waar we nu inzitten, zijn we er over drie dagen nog niet! Onze krappe schoolbus met het geluid van een Formule 1 wagen rijdt over kronkelende en ongelijke wegen naar El Florido.

Een goed uur later, rond 11 uur, komen we daar aan en stappen we over op een bus met als eindbestemming Guatemala-stad. Ik zie op tegen de reis. We zijn al meer dan vijf uur onderweg en hebben nog zeker vijf uur te gaan. Ik zet mijn verstand maar op nul en geniet van de mensen en het landschap. Het valt op dat we geleidelijk aan hoger in de bergen komen en dat het kouder wordt. We zien andere bomen en dieren dan in Honduras. De begroeiing lijkt zich aan de hoogte en de temperaturen te hebben aangepast.

Maar wat het meest opvalt, is dat de mensen en de huizen er anders uitzien. De hutjes zijn net zo armoedig als in Honduras, maar ze zijn gemaakt van adobe, aarden blokken. In Honduras wonen de mensen op het platteland veelal in houten huisjes. In Guatemala is bovendien zestig procent van de bevolking van indiaanse afkomst en dat is te zien aan het uiterlijk van de mensen.

Een ander verschil met Honduras is de kleding van de indiaanse bevolking. Het zijn vooral de vrouwen die nog de traditionele, met de hand geweven, rechte rokken en huipil (een soort blouse) met allerlei figuurtjes dragen. Aan de kleuren en de geborduurde en geweven figuren herken je uit welk gebied of dorp iemand komt. Veel van onze medereizigers zijn vrouwen in traditionele kledingdracht, die met zelfgemaakte weefsels de markten afgaan. Al met al een kleurrijk spektakel.

Een dag lang hobbelen in de bus: hier uitzicht op het Hondurese landschap.

Een dag lang hobbelen in de bus: hier uitzicht op het Hondurese landschap.

Maya afstammeling

Onze medereizigers kijken ons vriendelijk aan en af en toe maken we een praatje met ze. Zo begint de vader van Robin een gesprek met Youri, een man van zo’n 33 jaar oud, werkzaam in Mexico als verkoper van billboards voor Coca Cola. Hij is op doorreis in Midden-Amerika en van plan zijn ouders en familie in het zuiden van Guatemala te bezoeken.

Het duurt niet lang voordat we alle vijf aandachtig meeluisteren naar de fascinerende verhalen van deze afstammeling van het Maya-volk. Hij vertelt dat zijn vader een Maya-priester is en dat deze traditionele priesters bijna niet meer in Guatemala voorkomen. Ook vertelt hij dat hij ervoor gekozen heeft zijn vader niet op te volgen. Hij vond dat hij voor zo’n belangrijke functie niet genoeg kwaliteiten en vaardigheden bezat. Een Maya-priester is naast godsdienstig leider, namelijk ook medicijnman, die voornamelijk met alternatieve geneeswijzen de mensen uit zijn dorp en omgeving behandelt en geneest. Een grote verantwoordelijkheid dus.

El Progreso

Het is erg interessant om naar deze man te luisteren en voor we het in de gaten hebben zijn we aangekomen in El Progreso. Hordes vrouwen, mannen en vooral kinderen stormen de bus binnen om tijdens de korte stop hun spulletjes en etenswaren op een dringende toon aan de man te brengen. We betalen een paar Quetzal voor wat vette deegbroodjes met fruit ertussen en wat bananen.

Het smaakt wel goed na zo’n lange reis. Wel is het noodzakelijk om op de kwaliteit van deze etenswaren te letten. Bovendien is het niet verstandig om de zakjes met waterijs te kopen. Deze zijn erg geliefd bij zowel de Hondurezen als de Guatemalteken, maar het ijs is gemaakt van leidingwater en als westerling heb je dus grote kans op darmproblemen. Het is ook geen aanrader het voorgeschilde fruit in de plastic zakjes te eten. Deze liggen soms al uren in de warme zon, ook al lijkt het fruit, vreemd genoeg, niet te verkleuren. Er is trouwens genoeg ongeschild fruit te koop.

Maria-afbeeldingen

Maria-afbeeldingen in de bus: baat het niet, schaadt het niet.

Eindelijk Antigua

De laatste uren lijken langer dan de normale zestig minuten te duren en we zijn blij als we eindelijk om 17.00 uur in de hoofdstad aankomen. Op het busstation nemen we direct een taxi naar het vertrekpunt van de bussen naar Antigua. Na het incident met de schorpioen ben ik nu voor de tweede keer deze reis bang. Guatemala-stad is druk, vies en volgens onze reisgids gevaarlijk.

Ik voel me absoluut niet op mijn gemak. Allerlei vage figuren lijken ons in de gaten te houden. We willen allemaal zo snel mogelijk weer weg. En over vijf minuten vertrekt volgens ons de laatste bus. Alleen moeten we dus nog door enkele naar mijn gevoel zeer louche straten. Ondanks onze zware rugzakken halen we de bus op het nippertje en ik slaak een grote zucht van verlichting.

Het eerste dat me in Antigua opvalt is de rustige, gemoedelijke sfeer, de kleurrijke huizen, de vriendelijk uitziende bevolking en de verbijsterend mooie vulkaan die achter de stad ligt. Ik voel me weer op mijn gemak.

Vulkaan Pacaya

Na een lange dag reizen komen we aan in het prachtige, gemoedelijke Antigua. Een heerlijke plaats om bij te komen. We beklimmen de nog steeds actieve vulkaan Pacaya. Als afsluiting van ons verblijf in Antigua nodigt de eigenaar van ons pension ons uit om Guatemala’s nationale gerecht, ceviche, uit te proberen, dat zijn vrouw en dochter voor ons zullen klaarmaken. Tegen het vallen van de avond komen we aan op het busstation van Antigua. Twee Guatemalteekse heren benaderen ons.

Zij weten een geschikte plek voor ons om te overnachten. Na een klein kwartiertje lopen door straten met pastelkleuriggetinte huizen komen we aan bij een pension in een afgelegen straatje, ongeveer 700 meter buiten het centrum van Antigua. Op een grote groene poort staat in gouden letters Casa de Don Antonio. We bedanken onze begeleiders, geven hun een klein geldbedrag en kloppen aan bij dit vriendelijk uitziende pension. Na wat gerommel achter de deur staat er een hartelijke buik voor ons die zich voorstelt als Don Antonio.

Voor vijf US dollar per nacht per kamer kunnen we in dit pension logeren. Het bestaat uit een groen begroeide binnenplaats, vijf schone tweepersoonskamers, een douche en een wasplaats. Nadat we onze rugzakken in de kamers hebben uitgepakt en ons hebben opgefrist, praten we onder het genot van een kop instantkoffie met de pensioneigenaar.

Don Antonio is een uiterst vriendelijke man, die al heel zijn leven in Antigua woont. Samen met zijn vrouw Antonieta runt hij dit pension al meer dan 25 jaar. Hij heeft een dochter en een zoon, die beiden al het huis uit zijn en in de buurt wonen. Iedere dag komt hij om negen uur in de morgen naar het pension om de kamers op orde te brengen, zijn gasten te vermaken en te helpen met het schoonmaken van de straten.

Een taak van de buurtvereniging waar hij lid van is. De man heeft plezier in zijn eenvoudige leven, zo vertelt hij, en het doet ons deugd te zien dat er ook een leven zonder stress en vermoeidheid bestaat.Na een aantal uren naar de boeiende verhalen van Don Antonio te hebben geluisterd en ook het nodige over onszelf te hebben verteld, gaan we naar onze kamers voor de nodige nachtrust.

De begroeide lavastromen van de vulkaan Pacaya.

De begroeide lavastromen van de vulkaan Pacaya.

2700 meter hoog

Er verschijnt een grote glimlach op mijn gezicht als ik ontdek dat er mij na twee weken met koud water douchen eindelijk een warme douche te wachten staat. Wel zijn er nog drie wachtenden voor mij; op een stoeltje met een lekkere kop koffie uit het apparaat van Don Antonio en een warm ochtendzonnetje op mijn gezicht is dat wachten nog lang niet zo erg.

Vandaag gaan we de 2700 meter hoge vulkaan Pacaya beklimmen. De vulkaan viel mij al direct op bij aankomst, zo mooi vond ik hem. Er zitten overigens wel risico’s aan deze beklimming: er worden regelmatig toeristen overvallen door bendes die bij de vulkaan rondstruinen. Maar volgens onze reisgids is er geen gevaar zolang je bij elkaar blijft en vooral niet alleen teruggaat. Rond een uur of 10 lopen we naar de markt om wat fruit en water te kopen. We kijken onze ogen uit op deze veelzijdige markt.

Naast verse vis, brood, vlees en groentes vinden we er de meest gekke soorten vruchten, zoals langwerpige papayas, granaatappels en passievruchten in alle soorten en maten. Dit kleurige en geurige plaatje wordt afgerond met zaden, kruiden en dranken tegen alle denkbare ziekten en kwalen. Maar niet alleen daarvoor, sommige zijn gewoon erg lekker.

Tevens zijn er allerlei souvenirs te koop: van traditioneel geweven kledingstukken en handgeblazen glaswerk tot glimmend authentiek zilverwerk en lederen tassen met opdrukken van Maya-afbeeldingen. Als we de benodigde spullen hebben ingeslagen, vertrekken we drie uur later per shuttlebus richting vulkaan. Het blijkt toch nog zo’n twee uur rijden te zijn. Bij aankomst worden we overweldigd door bedelende kinderen, grommende en blaffende honden en hordes gidsen, die aanbieden ons te begeleiden.

De met vuil besmeerde, broodmagere kinderen schreeuwen om ‘pan’ (brood) en ‘un quetzal’ (geld). Het is voor ons een vraag of ze nu met elkaar vechten, stoeien of spelen. Al met al is het een drukte van jewelste. Zodra de groepen zijn gevormd en de gidsen zijn verdeeld, verdwijnen de kleine lummels als sneeuw voor de zon, waarschijnlijk op zoek naar een nieuwe groep toeristen.

Lopen op lava

Onze gids Pablo begint de tocht met wat uitleg over het verleden van de vulkaan. Hij vertelt dat de vulkaan vijf jaar geleden nog is uitgebarsten en dat er toen een nieuwe top is ontstaan. De vulkaan spuwt nog regelmatig rookwolken uit en deze trip is dan ook niet ongevaarlijk. We nemen de gok en beginnen aan een vermoedelijk zware wandeling naar de top van de Pacaya.

De eerste twee kilometer bestaat voornamelijk uit stukken rots met begroeiing eromheen. Hoe hoger we komen des te weidser het uitzicht wordt. Aan de ene kant ons einddoel, een vage wolkenmassa met daarboven uittorend een donkerbruine bergtop; in de dalen, aan de andere kant, kleine dorpen, akkers en weilanden. Boven de horizon steken nog meer vulkanen hun kop uit. Na dit eerste gedeelte komen we aan bij de voet van de vulkaan. Deze bestaat uit lavagesteente met af en toe een enkele boom en wat grauw gras. Voor me zie ik een tiental mensen de steile helling van de vulkaan opklimmen en ik vraag mij af waar ik aan begonnen ben.

Een goed uur later komen we aan bij de steile helling naar de top van de vulkaan. De zwavellucht van rotte eieren wordt steeds sterker en het lavagesteente onder mijn voeten losser en ongelijker. De kou neemt toe en als we na een half uur boven de wolken uitkomen is de temperatuur gedaald tot onder nul. Mijn voeten doen pijn, mijn ogen tranen en er zit overal lavagruis op mijn huid. Maar het uitzicht is prachtig. Ik kan kilometers wegkijken over het bergachtige Guatemalteekse land, de laagstaande zon schijnt fel in mijn gezicht en voor mij, een paar honderd meter hoger, ligt de top van de Pacaya. Voor dit uitzicht heb ik bloed, zweet en tranen gelaten, maar het was de moeite waard. Ik ga niet hoger.

Sanne en de vader van Robin beklimmen wel de laatste honderden meters van de vulkaan. Ze hebben zelfs vloeibare lavamassa zien stromen. Na wat uitgerust te hebben, zetten we snel de afdaling in. Het is donker als we beneden bij de bussen aankomen. Moe maar voldaan gaan we terug naar Antigua. Bij de lokale Burger King halen we een smakelijke hamburger.

In het pension staat ons een aangename verrassing te wachten. De vrouw van Don Antonio, Doña Antonieta vraagt of ze voor ons ‘ceviche’, Guatemala’s nationale gerecht, mag klaarmaken.

 Lago Atitlán

Het imposante uitzicht op Lago Atitlán met haar twee vulkanen.

Souvenirs

Vandaag gaan we wat souvenirs voor thuis kopen. In Antigua, een stad die leeft van het toerisme, zijn overal kleurrijke markten, smaakvolle restaurants en gezellige pleintjes met fonteinen en muziekbandjes te vinden. Don Antonio vertelt ons dat de plaatselijke bevolking erg zijn best doet de stad in goede conditie te houden. Antigua staat bekend om haar vredige bevolking, authentieke, pastelgekleurde huizen en een schoon opgeruimd straatbeeld. Daarnaast staan er door de stad verspreid goed onderhouden ruïnes (het klinkt tegenstrijdig, maar het is echt zo).

Het zijn de overblijfselen van Spaans-koloniale kerken en kloosters, die werden verwoest door aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Schattige binnenpleintjes, en indrukwekkende godsdienstige beelden brengen je terug in het verleden. Een nadeel van al dit toerisme is dat in Antigua de prijzen van geweven kleden, tassen en andere souvenirs een stuk hoger liggen dan in andere plaatsen.

Don Antonio fluistert ons in dat er op vijf kilometer afstand van Antigua een dorp ligt, San Antonio genaamd, met een markthal waar de lokale vrouwen de traditionele kleding voor minder geld verkopen. We kunnen er ook een eeuwenoude kerk bezoeken. We aarzelen dan ook niet en pakken de eerste de beste bus naar San Antonio. Samen met nog een handjevol andere toeristen struinen we over de markt.

Voor een zachte prijs kopen we prachtige kledingstukken van de verkoopsters. Er valt hier goed af te dingen, vaak gaat er meer dan de helft van het gevraagde bedrag af. Na een bezoek aan de kerk begint het hard te regenen en snel pakken we de bus terug naar ons Casa de Don Antiono.  Guatemalteekse vriendelijkheid en gastvrijheid: Doña Antonieta bezig met het klaarmaken van de ceviche [foto: Marleen Wallerbosch]

Guatemalteekse gastvrijheid

In het pension staat ons een aangename verrassing te wachten. De vrouw van Don Antonio, Doña Antonieta vraagt of ze voor ons ‘ceviche’, Guatemala’s nationale gerecht, mag klaarmaken. Daar hebben wij wel oren naar. Ondanks het late tijdstip gaan we met een klein groepje naar de markt om nog de ingrediënten voor de ceviche (rijst, groenten, garnalen, vis en schelpen) te kopen.

Weer terug in het pension beginnen we met het klaarmaken van het gerecht. Zoon Juan en dochter Cristiana zijn ondertussen ook gearriveerd. Eenmaal aan tafel is iedereen vermoeid maar blij door de belevenissen van de afgelopen dagen. Er hangt een aangename, gezellige sfeer op de binnenplaats. Voor het eten gaan moeder Antonieta en dochter Cristiana voor in een ontroerend gebed. Op deze avond eten, drinken, lachen, praten en huilen een Hollandse en een Guatemalteekse familie met elkaar. Ik voel me verbonden met dit bijzondere stadje en haar gastvrije bevolking en ik vind het vervelend dat we morgen moeten vertrekken. Dan vervolgen we onze reis, naar Lago Atitlán.

De ligging van Panajachel aan het Meer van Atitlán is schitterend, maar na het gemoedelijke Antigua valt de sfeer ons erg op en niet in de positieve zin. De tweede dag bezoeken de vrouwen Sololá en de mannen maken een wandeling naar een dorpje waar de meeste indiaanse mensen alleen Cakchiquel spreken. Een reis met drie keer overstappen brengt ons naar de oevers van Lago Atitlán, om precies te zijn naar Panajachel. Een maand voordat we zouden vertrekken stond in de Volkskrant dat Panajachel een paradijs voor overjarige hippies was.

Ik vond het artikel erg interessant en informatief. Het had me nieuwsgierig gemaakt en ik verheugde me op een bezoek aan dit hippieplaatsje, ook wel Gringotenango genoemd. We vinden een hotelletje met een binnenplaatsje vol tropische planten en bloemen. Een mooi gezicht maar qua hygiëne is het niet geweldig. De kakkerlakken lopen gezellig door de kamer heen en we besluiten onze klamboes maar weer op te hangen. Dit keer dus niet tegen de muggen, want daar is het hier te koud voor.

Op weg naar een restaurantje proberen we een beeld te krijgen van dit veelbesproken toeristische plaatsje aan het Meer van Atitlán. Vreemde figuren zwerven om ons heen en de winkels vragen te veel geld voor hun waren, waarvan de kwaliteit ook nog eens beduidend minder is dan in Antigua. Door die rare types is onze conclusie al gauw dat er in Panajachel geen goede sfeer hangt.

Vaag incident

Als we gegeten hebben, lopen we met zijn vijven naar het meer. De drie vulkanen en het donkerblauwe water schitteren in het licht van de dieprode, ondergaande zon. Maar dit natuurschoon maakt niet veel goed. We zijn allemaal moe en we zijn teleurgesteld dat het hier minder leuk is dan in Antigua. De omgeving lijkt de eerste irritaties tussen Robin en mij op te roepen.

Om de anderen daar niet lastig mee te vallen, trekken we ons even terug. Later horen we dat terwijl Robin en ik ruzie zaten te maken, zijn ouders en zus ‘onopvallend’ werden omsingeld door een stel jongelui in vervallen kleren en met een niet al te vriendelijke gelaatsuitdrukking. Een van die lui stapte op hen af en al snel kwamen de anderen dichterbij.

De vader van Robin had de situatie door en stelde kalm voor de weg terug naar het hotel in te zetten. Dat bleek de oplossing te zijn, want er gebeurde verder niets vervelends, gelukkig. Weer verzameld in het hotel zijn we het er allemaal over eens dat het tijd is voor wat overleg en niet onbelangrijk een goede nachtrust. We besluiten dat de vrouwen en de mannen morgen maar eens apart op stap moeten gaan.

Indiaanse dorpjes

We staan vroeg op. De heren vertrekken richting heuvels voor een flinke wandeling. Sanne, Robin’s moeder en ik gaan naar Sololá, een plaatsje even verderop, om nog naar wat kleine souvenirs te zoeken. Tijdens de busrit kunnen we de drie immens grote vulkanen rondom het meer weer zien liggen en met de mist die boven het water hangt geeft dit een prachtig uitzicht.

Onderweg passeren we een groot kerkhof. Opvallend is hoe de mensen hier hun doden begraven. Niet onder de grond, maar in op elkaar gestapelde stenen kisten, die geschilderd zijn in opvallende kleuren. Er staan dus hele bouwwerken van meerdere verdiepingen. Soms liggen er wel vier of vijf graven op elkaar.

We zitten in een taxi. Op weg naar de grens. We moesten wel. In het stadje Quetzaltenango vertrok de bus zonder ons. Hij zat bomvol. Sololá ziet er erg rustig uit. Vandaag blijkt er geen traditionele markt te worden gehouden. We wandelen daarom maar wat rond. Er lopen vrouwen en mannen in de voor de streek typische kledingdracht en vanuit kleine stands wordt fruit, maïs en graan verkocht. We komen langs een middelbare school waar jongens en meisjes in schooluniform ons aandachtig nakijken.

Er wordt wat heen en weer gegiecheld. Souvenirs komen we niet tegen en daarom gaan we maar eens voor de verandering boodschappen doen bij een gewone standaardsupermarkt. Standaard in de zin dat het niet veel afwijkt van de supermarkten zoals wij ze in Nederland kennen. Grote stellingen volgepakt met luiers, tweeliterflessen cola, chips, cornflakes en natuurlijk de aanbiedingen van de week. Bij de kassa vinden we een assortiment chocoladerepen. Er wordt niet getwijfeld. Vijf minuten later zitten drie vrouwen op een bankje in het zonnetje te genieten van een heerlijke reep smeltende chocola.

Cakchiquel

De heren komen met een heel ander verhaal thuis. Ze hebben een wandeling gemaakt naar een indiaans dorpje in de heuvels. Secundair bos op een steile helling en een vuilnisbelt voerden hen naar een terras met maïscultuur en na nog een steilere klim kwamen ze uit bij dat dorp waar de meeste bewoners alleen Cakchiquel spraken, een van de 24 inheemse talen in Guatemala. Twee dames waren wel bereid om Robin en zijn vader een paar woordjes te leren: ons hebben ze alleen het woord ‘mestiox’ geleerd, wat ‘dank u’ betekent.

Ze mochten ook een aantal foto’s van de mensen nemen, wat ongebruikelijk is. De indiaanse bevolking in Guatemala en Mexico houdt er namelijk niet van om gefotografeerd te worden. Volgens hun geloof tast dit de ziel van de mens aan. In de toeristische gebieden ligt dit weer heel anders. Vooral kinderen komen naar je toe hollen om geld te vragen voor de foto die je van hen hebt gemaakt.

Of ze vertellen je dat je voor een quetzal een foto mag nemen. Een extra bron van inkomsten dus. Morgen gaan we weer verder. We zijn bijna drie weken onderweg en omdat we langer in Antigua zijn gebleven dan de bedoeling was, is ons reisschema uitgelopen. We moeten direct door naar de Mexicaanse grens. Van daaruit zullen we een vlucht naar het midden of noorden van Mexico nemen, omdat we anders niet op tijd in Phoenix, Arizona, ons einddoel, aankomen.

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer