Geïsoleerde ligging zorgt voor aparte melange

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 91 views

Hans Baars is een maand onderweg in Madagaskar. De geïsoleerde ligging zorgt ervoor dat plant- en diersoorten zich zonder invloeden van buitenaf hebben kunnen ontwikkelen. De mooie flora als de bizarre baobabs, cactussen, palmen en vleesetende planten en niet te vergeten de fauna met de vele soorten lemuren en kameleons. ‘Het zuiden van Madagaskar is het droogste deel van het land’, schrijft Hans. ‘In het Nahampoana park in de buurt van Fort Dauphin krijgen we veel soorten lemuren te zien; de ringstaartmaki’s, sifaka’s en gekroonde lemuren.’

Hans Baars

We arriveren vanuit Johannesburg in Antananarivo Madagaskar, de hoofdstad van één van de mooiste eilanden ter wereld. We vliegen direct door naar Ile Sainte Marie, een paradijselijk eilandje aan de noordoost kant van het eiland. Bij aankomst van de Twin Otter van Air Madagaskar – Air Mad in de volksmond – staan er tientallen hoteliers ons met bordjes te lokken. We besluiten op de plaatjes af te gaan en kiezen voor Orchidee Bungalows, prettig gelegen in het midden van het langgerekte eiland en aan het water.

Het eiland bezit een piratenkerkhof met overeenkomstige opschriften op de graven. Films als Schateiland komen hier tot leven. Omdat het september is, kunnen we nog net mee op walvissafari. Deze beesten paren en baren in de warme wateren aan de oostkant van Madagaskar tot ongeveer medio september. Eerst twijfelt de touroperator nog of hij zal gaan, het weer is niet bepaald rustig te noemen. Maar we wagen de gok.

Walvissen bij Ile Sainte Marie

Walvissen bij Ile Sainte Marie. [Foto: Hans Baars]

Met een kleine catamaran gaan we de oceaan op en krijgen gelukkig enkele rugvinnen en staarten te zien. Er bestaat zoals later blijkt een restrictie voor boten: men mag de walvis met draaiende motor op tot op zo’n honderd meter naderen. Dan moet de motor af en is het aan de navigatiekwaliteiten van de schipper om dichterbij te drijven. Het meest fascinerende zijn de hoge geluiden die deze gigantische beesten maken. Heel indrukwekkend.

 

Tamatave

We vliegen naar Tamatave, ook wel Toamasina genaamd, een grote havenstad. We reizen door naar het noorden. In Antsiranana, ook wel Diego Suarez genoemd, zijn diverse uitstapjes te maken naar enkele nationale parken. Frappant is dat de naam van de stad volgens legendes de naam draagt van twee Portugese matrozen. Sommigen zeggen zelfs piraten.

De stad zelf is een typische havenstad, met bijbehorende working girls en aangename horecagelegenheden. In de omgeving zie je waar Madagaskar om bekend is; de unieke flora en fauna. We komen in aanraking met de eerste lemuren – de halfapen – diverse soorten baobabs die alleen hier voorkomen. Het nationaal park Ankarana is beroemd om zijn zogenaamde “tsingy”, puntige zwarte basaltstenen. Fraaie wandelingen zijn hier te maken, het klimaat is zeer droog. Nationale parken zijn hier naar verhouding erg duur. 50.000 MgF, ongeveer € 10. Dit in tegenstelling tot de hotels, waar je voor ongeveer € 20 een goede tweepersoons kamer krijgt met bad of douche.

Hogere fooi

Onderweg naar nationaal park Montagne d’Ambre krijgen we een lekke band. De qat-kauwende chauffeur van de in dit land veel voorkomende Renault 4 besluit de lekke band bij de fietsenmaker te plakken. Waar anders? Het land maakt overigens niet bepaald een Afrikaanse indruk. Oostelijke, Arabische en Afrikaanse invloeden en een geïsoleerde ligging zorgen voor een aparte melange. Het park is een van de weinige nog bestaande regenwouden.

Lemuren, watervallen en kameleons zijn er te vinden. Je voelt hoe donzig en zacht de lemuren zijn als ze de bananen uit je handen trekken. Het is streng verboden de beesten te voeren, maar de ene gids kijkt de andere kant op, de andere gids denkt “als ik ze lemuren laat zien, krijg ik een hogere fooi”. En geef hem eens ongelijk! De gids weet de beesten met een typische keelklank en door hard “maki” te roepen naar zich toe te lokken.

Crowned lemur

Crowned lemur aan de baai van Sakalava. [Foto: Hans Baars]

madagaskar-—Crowned-lemur-aan-de-baai-van-Sakalava

Risico

Als we naar het zuiden willen vertrekken blijkt dat we een aantal dagen op de wachtlijst van Air Mad moeten staan. Lastig wegkomen hier. Totdat we besluiten om te proberen een medewerker van de maatschappij om te kopen. Zou het lukken? Met 50.000 MgF onder het horloge proberen we een OK op ons ticket te krijgen. De man achter het gammele bureautje wordt zeer nerveus bij het zien van het geld. We moeten later terugkomen en als we weer verschijnen spreekt hij de magische woorden “C’est bon pour demain!”. Het geld schuift hij razendsnel in zijn la en schrijft OK op onze tickets.

Dat is wat je noemt ontwikkelingssamenwerking: we brengen het bij de mensen thuis. De volgende dag vliegen we naar Antananarivo via Sambava. Op het eerste stuk is het vliegtuig halfvol. Na opnieuw inchecken in Sambava blijken er twee stoelen tekort te zijn. De twee mensen die overblijven mogen wel mee, een medewerker van Air Madagaskar en een stewardess offeren hun stoel op. Wat een risico heeft die man genomen in Diego Suarez voor een paar tientjes. Kennelijk zijn de salarissen in dit land nog beroerder dan we al dachten.

Fort Dauphin

Fort Dauphin in het uiterste zuidoosten. [Foto: Hans Baars]

Schedels

Het zuiden van Madagaskar is het droogste deel van het land. In het Nahampoana park in de buurt van Fort Dauphin krijgen we veel soorten lemuren te zien; de ringstaartmaki’s, sifaka’s en gekroonde lemuren. Onderweg terug stoppen we bij een begraafplaats. De Malagasy’s zijn erg bijgelovige mensen en we worden vrij snel weggestuurd.

Wie weet verstoren we de voorouders. Fady of taboe noemt men dat hier. Er zijn legio taboes bij alle verschillende stammen. Bij de ene stam mag je een bepaald vleesgerecht niet doen op een bepaald moment van de dag, bij de andere stam mag men geen toilet gebruiken. Het is lastig om met alle verschillende fady’s rekening te houden. Overigens zijn in alle delen van het land verschillende soorten graven te zien. Alle stammen hebben hun eigen wijze van begraven. Bij de Antanosy-stam begraaft men met obeliskachtige stenen met daarnaast op een spies een hoeveelheid schedels van zeboe’s. Hoe meer schedels, des te invloedrijker de persoon. De Mahafaly stam daarentegen gebruikt totempalen, meestal met hout besneden en voorstellende het leven van de overledene.

De graven van de Sakalava-stam bestaan uit niet meer dan een stapel stenen in de vorm van een vierkant en een rechtopstaande steen ernaast. De Bara-stam heeft een echt typische manier van begraven. Men wordt onderaan de berg begraven in een provisorische houten kist. Daar ligt men dan ongeveer twee jaar en als alleen de botten nog resteren, wordt men in een heel fraaie versierde kist hoog in de bergen bijgezet. Er bestaat zelfs een feest waarbij men de voorouders opgraaft, in nieuwe kleding hijst en nieuwe kleden omwikkelt. Daarbij worden ook offers aan de voorouders gebracht.

Sifaka, één van de vele fraaie lemursoorten. [Foto: Hans Baars]

Sifaka, één van de vele fraaie lemursoorten. [Foto: Hans Baars]

We gaan op weg naar Berenty, een reservaat gesticht door particulieren, waar eveneens diverse lemuren te vinden zijn, gebouwd om een sisalplantage heen. Ook hier zijn de planten uniek en erg fraai. Metershoge cactussen, baobabs, olifantsvoet en de merkwaardige driehoekspalm. Hier zien we ook voor het eerst een nachtlemur.

 

Dit beestje is normaal dus alleen ‘s nachts actief. Een beestje van nauwelijks 10 centimeter. De sisalfabriek is heel boeiend. De werknemers wonen en werken op de plantage in armetierige huisjes en werken heel hard. Van de sisalplanten worden alleen de onderste rij bladeren gekapt, zodat ze langer gebruik kunnen maken van de plant. Met vrachtwagens worden ze naar de fabriek gebracht, uitgeperst en de witte draden worden enkele dagen gedroogd opgehangen. Daarna worden ze geperst en in balen opgeslagen.

Ringstaartmaki’s

Ringstaartmaki’s. [Foto: Hans Baars]

Nationaal park d’Isalo

Toliara, gelegen in het zuidwesten, valt tegen. Het dorpje Ifaty is weinig meer dan een strand met een vrijwel onbegaanbare weg ernaartoe. Bussen rijden er niet, tenzij je een vrachtwagen vol met mensen een bus wilt noemen. We nemen de taxi brousse, kleine busjes met 18 passagiers, naar Ranohira over niet al te beste wegen.

Het wordt zo’n 400 km hobbelen. Het nabijgelegen nationaal park d’Isalo is echt geweldig. Prachtige wandelingen door zeer ruig terrein, natuurlijke poelen, prachtige planten, erg droog en heet. Een wandeling naar de Piscine Naturelle is de moeite absoluut waard. Maar het hoogtepunt is een wandeling van zo’n twaalf kilometer van de ene naar de andere kant van het park. Neem echt meer dan drie liter water mee, want het is anders echt dodelijk.

De weg Toliara – Ifaty, zuidwest Madagascar. [Foto: Hans Baars]

De weg Toliara – Ifaty, zuidwest Madagascar. [Foto: Hans Baars]

Eersteklas kaartje

Op weg naar de grote stad Fianarantsoa krijgen we een lift van een hotelhoudster en stoppen we in Ilakaka. Dit was nog niet zo lang geleden een dorpje van 30 inwoners, nu wonen er 3000 mensen. Er zijn saffieren gevonden en het dorp zit vol gelukzoekers. Mensen worden – naar men zegt – uitgebuit. Men graaft tunnels met de hand, jongeren laten zich in die tunnels zakken en dan zoekt men naar de stenen. Verhalen gaan de ronde dat er regelmatig horizontale gangen instorten en er dus mensen sneuvelen. Gespannen sfeertje hangt hier.

In Fianarantsoa besluiten we een paar daagjes bij te komen en bezoeken onder andere de door de Fransen achtergelaten kerken, uitzichtpunten en het Zwitsers aandoende station. Het station bezoeken we, omdat we met de enige nog in dienst zijnde trein van het land willen reizen. De trein naar Manakara vertrekt ‘s morgens om 7 uur en komt ‘s avonds rond 7 uur aan in Manakara, na ruim 250 km geboemeld te hebben. We hebben een eersteklas kaartje gekocht, maar dat zegt niets.

De eerste klas is stampvol, deuren blijven open staan, raampjes kunnen niet open en er worden strandstoelen geplaatst voor de laatkomers. Het is echter wel een belevenis en zeker aan te raden. Onderweg stopt de trein tientallen keren en worden er allerlei versnaperingen aangeboden door lokale marktlui. Omstanders kijken ons nieuwsgierig aan.

In Manakara moet er wederom iemand omgekocht worden van Air Madagaskar, zodat we binnen afzienbare tijd in Antananarivo aan zullen komen. De hoofdstad schijnt gevaarlijk te zijn, maar we zien hier weinig van. De binnenstad is aardig, met een zeer slecht onderhouden dierenparkje en een fraai meertje in het hart van de stad. Het laatste maal is in een heel klein restaurantje vlakbij het internationale vliegveld. Het eten is even gemêleerd als het land zelf.

 

Vleesetende planten

We zijn nu een maand lang onderweg in dit fascinerende land en we hebben een onvergetelijke indruk gekregen van dit uitzonderlijke eiland. De geïsoleerde ligging heeft ervoor gezorgd, net als bij boorbeeld de Galapagos archipel, dat plant- en diersoorten zich zonder invloeden van buitenaf hebben kunnen ontwikkelen. De mooie flora als de bizarre baobabs, cactussen, palmen en vleesetende planten en niet te vergeten de fauna met de vele soorten lemuren en kameleons. Maar of dat nog lang blijft bestaan, is maar de vraag. De slechte economische situatie en het verval van Madagaskar zijn duidelijk te zien aan gebouwen, landbouwgrond en de toekomstverwachtingen. Het zou wel eens snel afgelopen kunnen zijn met de toeristische voorzieningen en het onderhoud aan nationale parken en gebouwen. Dus ga snel kijken!

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer