Brugge is het Venetië van het noorden

door Reis om de Wereld
Gepubliceerd: Laatst ververst op 116 views

Brugge is het Venetië van het noorden. Het is bijna hemels stil in het hofje. Een vrouw in traditionele kledij schuifelt diep gebogen voorbij. Leunend op haar stok mompelt ze iets onverstaanbaars. Mensen slenteren wat, paartjes lopen hand in hand en genieten van het winterse zonnetje. Vogels fluiten en eenden kwaken. KLM-zwanen en grote ganzen zwemmen in het koude water rond alsof het voorjaar al is aangebroken. Bootjes met toeristen varen voorbij. Water rimpelt naar de oever. De oude huizen weerspiegelen er gebobbeld in mee.

Auteur – Denise Miltenburg

Twee jaar terug was Brugge culturele hoofdstad van Europa. Nog altijd is het een middeleeuws stadje waar je een boottocht over de reien, de zogenaamde grachten kunt maken en waar je het stadhuis uit de 15de eeuw, het Begijnhof en de markt met het Belfort kunt bezoeken. Maar je kunt ook andere dingen doen. Het is zondagochtend. Strakblauwe lucht.

We hebben zin om iets leuks te gaan doen, naar een stad ofzo. Naar Antwerpen, Parijs en Düsseldorf zijn we al vaker geweest, maar naar Brugge nog nooit. Ik niet tenminste. Wel staat het al lang op m’n verlanglijstje. M’n vader en moeder zijn er in een ver verleden op huwelijksreis geweest, maar bij mij was het er op de een of andere manier nog nooit van gekomen. En dat terwijl ik heel wat hotels in Brugge geboekt heb in de tijd dat ik bij NBBS werkte. Vooral één hotel was heel geliefd, maar hoe heette dat ook al weer?

Zondag naar de kust

Ondanks dat de ochtend al bijna voorbij is, besluiten we toch koers naar het zuiden te zetten. De reis verloopt vlot. Slechts heel even zien we iets dat op een file lijkt, ergens ter hoogte van de borden Knokke en Oostende (ook Belgen gaan op zondag naar de kust), maar verder geen enkel oponthoud. Tegen de tijd dat ik een stapel tijdschriften uit heb, zijn we er. Om kwart over twee staan we middenin middeleeuws Brugge.

Muurschildering in Brugge. [Foto: Denise Miltenburg]

Muurschildering in Brugge. [Foto: Denise Miltenburg]

Schattig stadje

Brugge staat bekend als een schattig stadje wat het inderdaad ook blijkt te zijn. Wel is het groter dan ik gedacht had; minder popperig, maar wel sfeervol. Er zijn tal van winkels en natuurlijk heel veel tentjes om wat te eten of drinken. Maar ook genoeg straatjes waar het nog echt zondag is. De zon maakt de koude januaridag tot een feest.

Met een knetterend haardvuurtje in onze rug drinken we in een restaurant op de Markt een veel te dure espresso. Naast ons zitten twee Vlaamse dames over een grote pan mosselen gebogen. Ringen glimmen aan hun slanke handen. Onder het genot van een glas witte wijn fluisteren ze elkaar de laatste nieuwtjes toe. Ondertussen verbazen wij ons als twee Hollanders over de prijzen: potje thee 3,50 euro, cappuccino 4 euro, glas wijn 5 euro. Maar niet iedereen maakt zich daar druk om, want veel tafeltjes zijn bezet. Jawel, hier in Brugge houdt men van het goed leven; er wordt uitgebreid geluncht.

Het Gouvernementsgebouw op de Markt. [Foto: Denise Miltenburg]

Het Gouvernementsgebouw op de Markt. [Foto: Denise Miltenburg]

Vlaamse frieten

We verlaten het Bourgondische sfeertje en gaan op pad. Nog geen tien minuten later zwichten we al voor een heuse portie Vlaamse frieten. De Belg in het groene keetje kwakt er een flinke dot mayonaise op. De arme frietjes verdrinken er haast in. ‘Help, ik stik!’ hoor ik ze bijna roepen. Maar het ruikt en smaakt goed, en de versgebakken patatten verwarmen onze handen. Naast het kraampje staat een groot blok ijs, een overblijfsel van het ijssculptuurfestival dat hier gehouden is. Kinderen raken het ijs voorzichtig met de topjes van hun vingers aan en laten dan giechelend weer los.

Brugge is het Venetië van het noorden

Als we net met onze vette mayonaisevingers op een mooi plekje staan, vraagt een Spanjaard ons een foto van hem en zijn vrouw te maken. Precies bij een bijzonder doorkijkje. De vrouw staat al klaar in haar met nepbont afgezette witte winterjas. De man overhandigt ons zijn digitale camera; gewone toestellen zie je haast niet meer.

Alsof ik de enige ben die die kunst nog bezit en die nog het geduld heeft braaf een paar dagen op het ontwikkelen en afdrukken te wachten. Het licht valt niet mooi, maar de Spanjaard is contento. Ondertussen vraag ik me nog steeds af hoe dat leuke hotelletje nou heette en of m’n vader en moeder hier vroeger ook zo samen hebben gestaan.

Zonlicht op de oude huize rond de Markt. [Foto: Denise Miltenburg]

Zonlicht op de oude huize rond de Markt. [Foto: Denise Miltenburg]

 De reien van Brugge

Het is niet eens zo druk in Brugge. Her en der staan wat groepjes toeristen omhoog te kijken als hun gids iets uitlegt. Anderen wachten op hun beurt voor een rondvaart over de grachten. Mensen slenteren wat, paartjes lopen hand in hand en genieten van het winterse zonnetje. Een jogger rent voorbij. Vogels fluiten en eenden kwaken. KLM-zwanen en grote ganzen zwemmen in het koude water rond alsof het voorjaar al is aangebroken.

Bruggetje vormt mooie cirkel met het water. [Foto: Denise Miltenburg]

Bruggetje vormt mooie cirkel met het water. [Foto: Denise Miltenburg]

Maar in de bootjes blauwbekken de toeristen. Water rimpelt naar de oever. De oude huizen weerspiegelen er gebobbeld in mee. Vanaf de ‘reien’ schijnt Brugge erg de moeite waard te zijn, maar dat doen we wel een keer als het iets warmer is. Komen we gewoon nog een keertje terug. Ook voor een stadstocht per paard en wagen is het toch best wel koud. Met een geblokt dekentje over hun benen hobbelen toeristen voorbij. Toeristisch, maar stiekem misschien toch wel leuk.Het alternatief, de moderne gele busjes, laten we voor wat ze zijn; we gaan lekker lopen. We dwalen wat rond, zonder kaart of reisgids. Gewoon maar kijken waar we uitkomen. Door parken en smalle straatjes, langs oude huizen en bruggetjes over het water. Veel leuke doorkijkjes en heerlijk stille steegjes. Ongelijk liggende kinderhoofdjes en in de zon glanzende keitjes leiden ons verder en verder het oude Brugge in.

Het Begijnhof. [Foto: Denise Miltenburg]

Het Begijnhof. [Foto: Denise Miltenburg]

Straffe Hendrik

‘Hier moet Straffe Hendrik ergens zitten.’ ‘Wie?’ vraag ik verbaasd. ‘Straffe Hendrik. Daar ben ik vorige keer ook geweest. Een bierbrouwerij.’ We staan op het zoveelste schattige pleintje. M’n vriend duikt een steegje in. We zijn bij brouwerij de Halve Maan, de brouwerij van de Straffe Hendrik. Hoewel ik meer een wijndrinker ben, wil ik zo’n Brugse Hendrik wel eens proberen.

We nemen plaats in de grote maar toch sfeervolle ruimte en drinken een klassiek donker biertje, keurig in een grote kelk op een steel. Een kind kruipt over de grond, een hond erachteraan, en dan weer andersom. Boven ons prijken lege bierflesjes uit alle windstreken. Van Leffe tot Palm en van Bintang tot Singha. Lekker, zo’n Straffe Hendrik. ‘This beer is full of flavour – its almost a roller-coaster trip for your taste buds!’ lees ik later op een Engelstalige website.

 Begijnhof

Weer buiten zwerven we verder door het oude centrum. De geur van wafels vult de lucht. We kijken om een hoekje en zien een soort hofje, maar groter dan je zou denken. Het beroemde Begijnhof. Witgeschilderde huizen om een groot grasveld heen. ‘Niet betreden’ staat er in verschillende talen op een bordje in het gras. Hoge bomen hellen allemaal naar dezelfde kant, alsof ze iemand staan af te luisteren.

Of waait de wind in Brugge altijd maar één kant op? ‘Stilte-Silence’ melden de bordjes op de witte muren. Het is bijna hemels stil in het hofje. Een vrouw in traditionele kledij schuifelt diep gebogen voorbij. Leunend op haar stok mompelt ze iets onverstaanbaars. We lopen anderhalf rondje en verlaten het hofje aan de andere kant, bij het Minnewater. Een romantisch plekje voor de zoveelste zondagse winterzoen.

Als de zon de lucht prachtig paarsroze kleurt en de huizen op de Markt een sprookjesachtige gloed krijgen, wordt het behoorlijk fris en besluiten we ons heil ergens binnen te zoeken. De koetsjes verdwijnen, de lichtjes gaan aan. Een gezellig klein grillrestaurantje doet ons bijna overhalen naar binnen te gaan, maar omdat de dot mayonaise van vanmiddag nog niet verteerd is, besluiten we het rustig aan te doen. Eerst maar eens wat drinken.
De avond valt op de Markt in Brugge. [Foto: Denise Miltenburg]

De avond valt op de Markt in Brugge. [Foto: Denise Miltenburg]

Kwak-bier

‘Taverna Curiosa’ staat op een uithangbord in de Vlamingstraat. We duiken de 16de eeuwse kelder in. Hier, in de witgeklakte grotachtige ruimte met bogen en nisjes en met stenen op de vloer, schijnen ze vijftig soorten bier te schenken. We nemen plaats aan een houten tafeltje. Een bord met foto aan de muur prijst ‘Kwak-bier’ aan.

Hoewel de naam niet veel goeds belooft, ziet de stellage waarin het glas hangt er wel heel kunstig uit. Terwijl ik een glas rode wijn drink, geniet m’n vriend van zijn bijzondere biertje. Het glas ziet er aan de bovenkant uit als een trechter en heeft verder veel weg van een soort reageerbuis met een bolle onderkant, zoals Willie Wortel ‘m zou kunnen hebben uitgevonden; of zo eentje waar enge heksendrankjes in gemaakt moeten worden.

Het glas kan niet staan en hangt daarom in een houten standaard met een gat erin. Zorgvuldig giet de vrouw des huizes het Belgische bier in het vreemd gevormde glas. Het flesje zet ze er netjes naast. We krijgen er nog een lekkere appetizer bij ook.

‘Mosselen’ staat op een bord boven m’n hoofd. Niet voor het eerst vandaag. De ‘r’ zit nog in de maand, dus zie je ze overal. M’n vriend bestelt een dagmenu met soep en een vleesragout. Ik wijs naar het bord boven me. ‘Sorry, madame, nee, dat bord hoort hier niet,’ zegt de vrouw. Ze verontschuldigt zich en had gehoopt dat niemand het bord zou zien.

Mosselen in Brugge

Alleen vanaf ons tafeltje is het zichtbaar en uitgerekend wij willen mosselen. ‘Eh…’ Hè, ik had er net zo’n zin in. Ze geeft me de kaart en verdwijnt weer. Ik kijk nog eens rustig. ‘Een visstoofpotje met gegratineerde kaas,’ besluit ik tevreden als ze even later weer terug is. De vrouw trekt een grimas en verontschuldigt zich: ‘Nee, dat ook niet. Kijk, wij gaan met verlof morgen,’ legt ze uit.

Ietwat teleurgesteld sla ik opnieuw de kaart open. ‘Doet u dan maar de dagsoep en daarna het voorgerecht van gamba’s in lookboter.’ Ook lekker. De opluchting is van haar gezicht af te lezen. Ze kijkt alsof ik een cijfer goed geraden heb. ‘Ja! Die hebben we,’ zegt ze, en snel grijpt ze de menukaart van tafel, alsof ze bang is dat we toch nog iets anders bestellen wat ze niet heeft. Na de verrassend smaakvolle bloemkoolsoep krijgt m’n vriend zijn ‘vleesstoverij’ voorgeschoteld en ik mijn vier grote garnalen in een warm badje van olie en kruiden. Het smaakt prima.

Als we de kelder verlaten hebben en weer boven Belgisch peil zijn, zien we een aanplakbiljet van een optreden van Kodo uit Japan. Volgens mijn vriend móeten we daar naartoe. Dat het zondagavond is en we ook nog gewoon terug moeten naar Den Haag schijnt hem niet te interesseren. Dat Kodo niet typisch Brugs is doet er al helemaal niet toe. ‘Waar is het?’ zegt hij terwijl hij de affiche vluchtig bekijkt.

Concertgebouw

‘Het concertgebouw,’ lees ik. ‘Maar dan mogen we wel opschieten.’ Nadat we aan een Belgische passant de weg naar het Concertgebouw gevraagd hebben, zetten we flink de pas erin, uit angst dat het misschien al begonnen is. Wil ik hier heen?, vraag ik me ondertussen af. ‘Heartbeat drummers’ uit Japan. Nou ja, eerst maar eens kijken of we het kunnen vinden. En misschien kom ik onderweg dat hotelletje nog tegen.

We snelwandelen langs de Hema, langs Zara, de Bodyshop en langs andere ketens die je bij ons ook ziet. Bij het genoemde plein aangekomen zien we een groot modern terracottakleurig gebouw dat er dertig jaar geleden vast nog niet stond. Het kan goed voor Concertgebouw door gaan, maar het lijkt binnen helemaal donker. We lopen eromheen, langs een bushalte en over roosters op een griezelig donker stukje terrein en staan dan weer waar we begonnen waren. Dicht.

Brugse avondlucht

‘Was het wel in het Concertgebouw?’ vraagt m’n vriend. Ineens weet ik het niet meer zo zeker. We lopen naar de portier van de parkeergarage er tegenover en vragen of hij er misschien meer van weet. Hij kijkt ons wat moeizaam aan, maar na een tijdje komt z’n collega met het programmaboekje aanzetten. Hij schudt z’n hoofd. Kodo staat er niet in. Misschien is het wel in de …

Hij verwijst ons naar een ander gebouw. Ik heb het niet verstaan maar m’n vriend is de deur al weer uit. Met ferme pas lopen we door de koude Brugse avondlucht. Plots houden we halt als we precies tegelijk weer een aanplakbiljet zien. Ik knijp m’n ogen samen om het te kunnen lezen. ‘O, februaaaari,’ brengen we in koor uit.

‘Dan komen we hier volgende maand toch terug,’ beslist hij. Voor hem ligt alles naast de deur. Rijden vindt hij heerlijk, het kan niet ver genoeg zijn. Uit het niets schiet me ineens de naam van het hotel dat ik voor NBBS altijd boekte weer te binnen. ‘’t Koffieboontje!’ roep ik. ‘Wat?’ ‘Dat we hier nog eens terug moeten komen.’

 Meer reisverhalen op Denise’s reisblog op Follow my footprints

Gerelateerd

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt. Prima! Lees meer