Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Het verhaal van een traditie

94

In vier dagen bezoekt René Hoeflaak met vader en broer de trein Nice, Genua en Zurich. Zij reizen per trein langs de zee en door de Alpen, wandelen over fruitmarkten, langs rivieren en een paleis en bezoeken een bierlokaal. Het verhaal van een traditie. In de twee uur die volgen tot Nice stoppen we onder meer nog bij het sobere station van Cannes. Vanuit de trein razen de boulevards, badgasten en stranden aan ons voorbij. “Waar hebben we dit aan verdiend?”

René Hoeflaak

In vier dagen bezoekt René Hoeflaak met vader en broer de trein Nice, Genua en Zurich. Zij reizen per trein langs de zee en door de Alpen, wandelen over fruitmarkten, langs rivieren en een paleis en bezoken een bierlokaal. Het verhaal van een traditie. Eind september. Op papier is het herfst; Op straat is het zomer.

Mijn vader, broer Erik en ik staan op spoor 4, Rotterdam CS. We wachten op de trein naar Brussel. De komende vier dagen bereizen we zes landen en logeren we in drie steden. Voor een Japanner gesneden koek, voor een backpacker een nachtmerrie maar voor ons een traditie; de jaarlijkse treinreis naar een willekeurige bestemming met als randvoorwaarden: ongedwongen gezelligheid, treinbuffet aanwezig, hotel bij het station, wat tijd om de stad te verkennen en binnen enkele dagen weer thuis. Dit jaar naar Nice, Genua en Zurich.

We lopen over de Rue Faidherbe, een brede winkelstraat, richting ons hotel. De Place Charles de Gaulle lijkt op de Grote Markt in Brussel. Het regent. Het fonteinwater op het plein valt in het niet bij het hemelwater. In een brasserie op het plein is het droog en drinken we een cappuccino (op zijn Frans; koffie met slagroom!!!). Langs de lege terrassen op de Place du Theatre slepen we onze bagage naar het hotel.

Palmbomen

In Brussel stappen we over op de TGV naar Nice. Het is nog maar net half twaalf en we zijn al bij het overdekte station van Airport Charles de Gaulle. In het boordrestaurant zijn helaas geen zittafels. Dan maar een biertje aan de bar met een snack. Santé!! Rond half vier zijn we in Marseille waarna de trein een bocht maakt naar het oosten. In de twee uur die volgen tot Nice stoppen we onder meer nog bij het sobere station van Cannes.

Vanuit de trein razen de boulevards, badgasten en stranden aan ons voorbij. “Waar hebben we dit aan verdiend?”, genieten we hardop. Tegen zes uur komen we aan op station Nice Ville. Een jaren vijftig filmdecor; Palmbomen op de perrons, terrassen rondom het station, taxichauffeurs leunend tegen hun taxi’s. We wandelen via de Avenue Jean Medicin onder de paars verlichte spoorbrug Pont Thiers naar Hotel Comte de Nice, achter het station. Op een terras tegenover de plaatselijke Notre Dame en in een nabij gelegen restaurant aan de Rue Victor Hugo blikken we terug op een geslaagde dag.

De trein slingert langs de Frans-Italiaanse kust. (foto: René Hoeflaak)
De trein slingert langs de Frans-Italiaanse kust. (foto: René Hoeflaak)

Kiosken in overvloed

De andere ochtend slenteren we over de kleurrijke groente- en fruitmarkt van de Rue Maullussena. “Onze” trein van Nice naar Genua stopt op twaalf tussengelegen stations. Het spoor en vrijwel alle stations liggen tussen het strand en de boulevard enerzijds en hotels en appartementen anderzijds. Het overdekte en moderne station van Monaco, past eigenlijk niet in het rijtje van tijdloze en tot de verbeelding (“welke eigenlijk?”) sprekende stations zoals Ventimiglia, Diana Marina en San Remo.

De Italiaanse kustlijn kent meer rotsen en is ruwer dan die van Frankrijk, gisteren. In een drie uur durende aflevering van “Rail Away” slingert de trein langs de Italiaanse en Franse kust naar de havenstad Genua. Het station Genua Principe, vlakbij de haven, ligt in een soort stadsdal tegen een steile helling. Kiosken in overvloed in de centrale hal.

De straatnaam van ons hotel, blijkt niet bij het station te liggen. Een oudere en vriendelijke dame in een kiosk buiten het station, schept duidelijkheid. “ Jullie zijn op het verkeerde station. Jullie moeten naar Station Brignole”. Dit is het tweede station van de stad en ligt drie kilometer verderop. We besluiten te voet naar Brignole te gaan. Mijn vader – niet de jongste meer- stel hieraan dan wel de voorwaarde dat we bij ieder terras zullen stoppen, te beginnen die op de Via Balbi, een zijstraatje bij het station..

Genua, een vriendelijke dame in een koisk schept duidelijkheid. (foto: René Hoeflaak)
Genua, een vriendelijke dame in een koisk schept duidelijkheid. (foto: René Hoeflaak)

Berg op, berg af in Genua

Genua is een heuvelachtige stad. We lopen licht bergop en licht bergaf. Tussen de twee hoofdstations ligt het autovrije oude stadshart Centro Stiroco met kasseien straten en nauwe steegjes zoals de Via Garibaldi. Groepjes toeristen worden rondgeleid bij het Palazo Bianco. Op de Via Cairoli eten we een broodje.

Op de stoep van de rotonde van de Piazza Corvetto hebben we een volgende pitstop. We vergeten het standbeeld op de rotonde nader te bekijken. Het uitzicht vanuit hotel Star President over station Brignole is schitterend. Boven het station tientallen gele flats, onder het station een brede straten en een park. Voor het hotel ligt een drukke en brede vijfbaans-laan. De vele optrekkende scooters bij de stoplichten doet ons denken aan de TT in Assen. Een restaurant blijkt, tot onze verbazing, niet zo makkelijk te vinden.

Sigarenwinkel in Centro Stirocco, Genua. (foto: René Hoeflaak)
Sigarenwinkel in Centro Stirocco, Genua. (foto: René Hoeflaak)

Van zomer naar herfst in Zurich

De trein naar Milaan vertrekt de volgende dag om 11.00. Het ruwe, heuvelachtige landschap rondom Genua verandert na een klein uurtje in een weidse, dunbevolkte groene vlakte. Dat is op zich niet zo gek; we rijden immers over de Povlakte. De stations zijn net als de dorpjes langs het spoor verlaten. Dit gebied laat geen bruisende indruk achter. Da verandert als we in Milaan zijn overgestapt en we, op weg naar Zurich, de Italiaanse en Zwitserse Alpen doorkruisen.

Vanaf onze tafel in het drukke en levendige boordrestaurant hebben we een fraai uitzicht over de dalen en bergtoppen. Salute. En dan Zurich. Op het stationsplein voelen we het al aankomen . Ons hotel ligt bij het twee station van de stad, Oerlikon, buiten het centrum. Structureel foutje van ons boekingkantoor. De tramrit, heuvel op, richting het hotel geeft ons een redelijke indruk van de stad. De gekleurde huizen, lage flats, de dennen- en berkenbomen en de iets lagere temperaturen doen Scandinavisch aan.

In Genua was het zomer, hier dient de herfst zich aan. Aan beide oevers van de rivier de Limmat, in het centrum, is het goed toeven. In de Niederdorfstrasse , een oude winkelstraat bezoeken we een bierlokaal en we wandelen over de vele bruggen en langs de rivier naar een Zwitsers kaasfonduerestaurant. Een rookverbod bestaat niet in Zwitserland.

Zurich, Stationsplein (foto: René Hoeflaak)
Zurich, Stationsplein (foto: René Hoeflaak)

Donderen in Keulen

Na een bezoekje aan Neumarkt Oerlikone (niets te beleven op zondag) trakteren we onszelf nog op een heerlijk cappuccino bij Starbucks, vlakbij het hoofdstation. Om 13.00 stappen we in de trein van Zurich naar Keulen. Eergisteren ontbijten langs de Middellandse zee, gisteren lunchen in de Alpen en vandaag dineren langs de Rijn, Prost!!. In de trein horen we het in Keulen donderen over steun aan banken. Een historische dag, het begin van de kredietcrisis, blijkt later. Crisis of niet; op naar de volgende editie van onze eigen traditie.