Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Hoe minder je regelt, des te leuker

82

Pascal ten Have is als stagiair in Bolivia, maar reist ook over het Zuid-Amerikaanse continent. Na een lange reis van 25 uur komt hij aan in de hoofdstad van Peru. En bezoekt ook Cuzco. ‘Die bouwstijl hé, het blijft je verbazen. Waarom een steen met 32 Hoeken als je ook gewoon vierkante kan gebruiken. Waarom stenen van 350 ton! Als je ook kleinere die muur kan opslepen. Maar weinig dingen zijn imposanter.’

Pascal ten Have

Reizen is niet erg, reizen is zelfs leuk, al dacht ik er wel een beetje anders over toen ik na 25 uur de bus naar Cuzco uitstapte. Gelukkig was het wel de meest luxueuze bus die ik ooit had gezien. Wat ook goed van pas kwam is dat ik 24 uur achter elkaar mijn grootste hobby mocht uitvoeren: uit het raam kijken op een plek die ik niet ken.

Lama’s natuurlijk

En er kwam een hoop voorbij. Lama´s natuurlijk, en de schattige mini variant: de alpaca, maar ook vicuña´s een soort wild lama hert. Verder woestijnen, bossen: ik zag wel twintig soorten bossen maar die zal ik jullie besparen. En natuurlijk bergen. Nu moet ik vertellen dat ik op zondag met de bus ging, en wat krijg je dan in een land roomser dan de paus. Inderdaad Processies, we vonden een heel leuke, het was een mooie mix van een inheemse processie en een christelijke. dus inheemse dansen en kleren maar wel met maria, haar zoon, en ontelbaar veel kruizen.

Hier sta ik dan! Bij Machu Picchu.
Hier sta ik dan! Bij Machu Picchu.

En toen waren we ineens in Cuzco. Omdat ik doodmoe was van de vier miljoen bochten en de hoogte, had ik al mijn hoop in de handen gelegd van mijn Franse reisgenoot Julie. Gelukkig regelde ze een taxi en we vonden een bed op de slaapzaal van de lokale herberg. Noem me een luxe dier maar ik vind een eigen kamer wel heel fijn. Ook als die 6 euro 25 kost in plaats van 3 euro 75. Sommige mensen reizen nog veel meer op de spreekwoordelijke shoestring dan ik.

Agua Calientes
Agua Calientes, het dorp in de buurt van Machu Picchu.

En nu heb ik het ook. Vanochtend zocht ik naar een hotel en vond een kamer van 25 vierkante meter met drie bedden, eigen badkamer, en nu komt het, niet één maar twee openslaande deuren met uitzicht op de Plaza de Armas. En recht tegenover mijn adres vond ik de taalcursus. Privélessen: elke dag van 08.30 tot 12.30 uur. Voor nog geen 135 euro.

Probeer dat maar eens op internet te vinden, of in je reisgids. Om een idee te geven van m’n vorderingen; ik heb tijdens de lessen uitgelegd hoe de overerving van de Nederlandse troon werkt, hoe de Nederlandse politiek zich sinds de moord op Fortuyn heeft ontwikkeld en uitgelegd hoe je erwtensoep en boerenkool maakt. En ’s middags heb ik nog uren om rond te kijken en avonturen te beleven. Mijn advies is dan ook; je reisgids is slechts een hulpmiddel, want de mooiste dingen vind je er niet in. Het echte avontuur ligt in het niet durven te plannen.

Machu Picchu vanuit een ander perspectief.
Machu Picchu vanuit een ander perspectief.

Machu Picchu

Als ik geen avonturen wou was ik wel in Nederland gebleven, en hoe vaak verongelukt een Peruaanse bus nu écht. Inderdaad. Helaas waren de leraar uit Catalonië en ik de enige die daar zo over dachten. Natuurlijk ging alles goed, en bereikten we de trein naar Aguas Caliente. Dat laatste dorpje voor Machu Picchu is alleen met trein te bereiken, wat natuurlijk een heel grappig straatbeeld oplevert. Ik ga het proberen te omschrijven. Neem de vallei van Rivendel uit The Lord Of The Rings, voeg daar aan toe een wildwest dorp van Ennio Morricone, dan heb je de basis. Als finishing touch pakken we alle lichtreclame van Lloret de Mar, Salou en Blanes.

Een niet te plaatsen plek dus. Met eten dat smeriger was dan aan de Poolse Autobahn. Natuurlijk waren er alleen kamers voor meerdere mensen, dus sliep ik met de twee Zwitserse op de kamer. Toen ik ging slapen, had ik (geprobeerd om te) converseren in: Nederlands en Vlaams, Engels, Frans, (Sweiz)Deutsch, Spaans, Italiaans, Braziliaans en Quecha. Of natuurlijk een mix van dezen. Als ergens spontaan een soort Esperanto ontstaat is het daar, ik zweer het je.

Typisch straatbeeld in Cusco.
Typisch straatbeeld in Cusco.

Nu moet je weten dat je in Machu Picchu een berg hebt, Huanu Picchu, de bekende berg van de achtergrond van de foto. Die berg heeft een uniek uitzicht. Die berg is beschermd natuurgebied, en daarom mogen er maar vierhonderd mensen per dag op. De eerste vierhonderd. Voor mij betekende dat om een nieuw record te verbreken. Het “vroeg opstaan”-record. Ben om kwart over twee in de nacht opgestaan om midden in de nacht met de Zwitsers de vallei uit te wandelen, naar Machu Picchu. Anderhalf uur in het donker stijl bergop. En als ik zeg “stijl”, bedoel ik stijl. Maar hoe vet! Met twee kleine zaklantaarntjes slopen we de nacht door.

Ik was de ongeveer de zestigste die arriveerde. Eén van de Zwitsers (Rebecca) vond het zonde voor haar korte tijd in Machu Picchu om die berg op te gaan, de ander (Stephanie) leek het wel een tof idee. En met z´n tweeën zoiets doen is natuurlijk ook veel leuker. Waarom hadden ze nou zo weinig tijd? Iedereen zou teruggaan met de bus, wat betekende dat ze om elf uur Machu Picchu moesten verlaten. Ik ging terug met de trein en hoefde daarom pas om vier uur weg. Dank u reisbureau! De Italianen en Spanjaarden hebben die ochtend daarom ook heel snel treinkaartjes gekocht, want die extra uren zijn onmisbaar.

Meteen mijn record “aantal foto´s in anderhalf uur nemen” verbroken! Aangezien we de eersten waren hebben we foto´s zonder mensen. Vanaf het klassieke fotopunt en vanaf de speciale, vanaf Huanu Picchu. Nadat de Zwitsers richting Cusco waren vertrokken, ben ik met de Italianen en Spanjaarden op zoek gegaan naar de “stenen” die de bergen in de omgeving voorstellen. Vervolgens sloot ik me aan bij een Frans/Spaanse tour voor de achtergronden en beklom nog een andere berg.

De dansvoorstelling bij het katholieke feest
De dansvoorstelling bij het katholieke feest

En toen moesten we al weer terug. Na de trein stapten we over op de bus maar onze reisgids was nergens te vinden. Hier in Peru moet je je een beetje proactief opstellen en omdat ik kapot was en helemaal geen zin had in gezeik, dook ik met m´n Italiaanse en Spaanse vrienden een taxi in. Wel zo gezellig. En eindigde een prachtig weekend. Want ook al zegt iedereen dat Machu Picchu zo toeristisch is; het blijft echt één van de zeven moderne wereldwonderen. Nog maar zes te gaan…

Pisaq
Pisaq.

Feest van San bosco

Ik heb een paar bijzondere feesten bijgewoond. De feesten van Maria ter hemel opneming (vorige week zaterdag), en het feest van San Bosco (de dag erna). Zo, wat zijn die Katholieken hier heftig, zelfs m’n reisgenoten uit Madrid, Milaan en Rome stonden met hun spreekwoordelijke mond vol tanden. Roomser dan de Paus dus…

Maar wel leuk. De gids in de kathedraal zei ook dat ze in Peru zo’n inheemse draai geven aan al die Katholieke feesten dat zelfs de Paus niet meer begrijpt waar het nu echt over gaat. Deze feesten gaan – geheel volgens Europees-Katholieke traditie – gepaard men veel zuipen, maar ook met een heftig verkleed feest dat Carnaval doet verbleken. En deze verklede mensen beelden alles uit, van Conquistadores tot bos-indianen, van heiligen tot demonen en van Europees tot geheel Inheems.

Hoe verloopt zo’n feest dan? Iedereen gaat verkleed, in formatie dansend door de straten van de stad, van kerk naar kerk, van plein naar plein. Vergezeld door een kakofonie van muziek, gezang en geschreeuw. Ofwel: het is een van de gezelligste dingen die je kan bedenken. De stoet eindigt bij de kerk van wie het feest is. De locale heilige (of Maria, Jezus, etc…) wordt buiten voor de kerk gezet en wordt getrakteerd op een dansvoorstelling van enkele uren met meer dan twintig groepen elk minstens dertig dansers groot.

Om al die dansen nog eens goed te kunnen beoordelen, en vooral om de uitleg te horen waarom ze zo dansen, ben ik naar Qosqo centre of native art geweest. Naast dat het leuk was en ontspannend ben vooral blij dat ze daar de volgende vraag beantwoordde: “Waarom hebben ze die rare pakken aan?”

Alpaca in Machu Picchu.
Alpaca in Machu Picchu.

Ruïnes van Tambomachay

Afgelopen zondag ben ik samen met Antonio (de Manus-van-alles van m’n taalschool), een vriend van hem en Miriam (een Zwitserse die ook les heeft bij m’n schooltje) wezen wandelen ten Noorden van Cusco. Daar liggen de Ruïnes van Tambomachay, Puka Pukara, Q’enqo en Saqsaywaman. (Uitdaging: lees deze zin eens drie keer achter elkaar hardop!) Aangezien Antonio elke zondag wandelt, kende hij behalve deze toeristentrekpleisters nog veel meer kleine ruïnes.

Wat een wandeling! Vijf uur gewandeld op 3600 tot 4000 meter hoogte van Inca-offer plaats naar Inca-tempel naar Inca-burgt. En die bouwstijl hé, ‘t blijft je verbazen. Waarom een steen met 32 Hoeken als je ook gewoon vierkante kan gebruiken. Waarom stenen van 350 ton! Als je ook kleinere die muur kan opslepen. Maar weinig dingen zijn imposanter.

Plaza de Armas in Cusco.
Plaza de Armas in Cusco.

Toen kreeg ik het Inca-virus. En dus ging ik ook naar Pisaq (Trotter 2006: de op een na imposantste verzameling Inca-ruines na Machu Picchu). Helemaal leuk werd het toen ik een schooljongen tegenkwam die me voor nog geen twee euro wel anderhalf uur wilde rondleiden (meteen locaal Spaans accent geoefend). Of ik de bejaardenroute of de echte route wilde? Tsja… Wat een berggeit was die jongen, op teenslippers naar het hoogste punt, over rotsblokken heen, door grotten, langs ravijnen van honderden meters. En deze jandoedel van zeeniveau maar volgen. Maar wat gaaf en prachtig. Wat bijna net zo gaaf was de rit ernaartoe. Eerst een taxi, dan een uur met een rammelbus met alleen maar Peruaanse boeren zoals je ze in films ziet en Katholieke-Propaganda-Stickers, en daarna nog een taxi naar Pisaq. En dan weer terug. En geen toerist te zien. Foto’s zijn ook beduidend mooier zonder Amerikanen en Duitsers.