Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

It’s beer O’Clock in Queensland

99

Rene Hoeflaak trekt samen met reisgenoot Willem via Sydney vier weken per auto door Queensland door stille maar dorstige stadjes, slapen boven dorpsdisco’s en omgebouwde treinstellen, ontmoeten veel ’mates’ en bewandelen prachtige, minder bekende natuurparken. Kortom, vier weken lang no worries. ‘Van onze vrienden uit Sydney krijgen we een les in Australische spreekwoorden en uitdrukkingen. Zo leren we dat iedereen die meer dan dertig kilometer van de oostkust afwoont een ‘Westie’ is, iemand met een leeg glas ‘On the Edge‘ is en dat iemand die teveel heeft gedronken ’Over the Edge’ is’, schrijft Rene.

Auteur – René Hoeflaak

Bij het krieken van de ochtend landen we in Sydney. Met de Airport Shuttlebus krijgen we een gratis ‘Sight Seeing’ tour door Sydney. Ondanks de ochtendspits is het vrij rustig op straat. Overdag lopen we via de Royal Botanical Garden met haar vele vogels naar het Opera House.

Sydney Harbour Bridge

In plaats van een drie uur durende klim over de overspanning van de Sydney Harbour Bridge, bezoeken we een pub naast de brug in de wijk The Rocks. Absoluut ‘No Worries’ ook, als we vanaf de ferry nemen naar Manly Beach. We beperken ons tot een wandeling langs het strand en de boulevard. In de zomer is het hier ‘Hot Spot’. Vanaf Sydney twee uur per trein naar The Blue Mountains. Na een wandeling in Katoomba over een glooiende weg, zien we de drie Sisters.

Zonder het licht van de zonsondergang valt de schoonheid van de rotsen tegen. De wandelroutes in de omgeving en de lift met de zeer steile Sky Way kabelbaan maken echter veel goed. We vliegen naar Brisbane. Op het vliegveld kunnen we de auto gelukkig hier al meenemen en niet in het centrum van de stad. ‘No worries, mates!!’.

Wat onwennig, rijden we richting Kingaroy. Binnen een half uur moeten we twee keer tol (ca. twee ASD) betalen op de Highway. Na ruim honderd kilometer, k’s volgens de Australiers, stoppen we in het plaatsje Esk. De tijd lijkt hier stil te hebben gestaan. Het dorp bestaat uit enkele houten winkeltjes, een saloon, een Western achtig hotel en een oud, knus, postkantoor en ademt de sfeer uit van “Het kleine huis op de prairie”.

Maryborough

Kingaroy bestaat uit slechts enkele straten. Na een korte inspectie van The Club Hotel, willen we toch ook nog de kamers van het Broadway hotel aan de overkant zien. Ook in dit hotel bevinden de kamers zich boven de pub. Dennis, de zichtbaar doorgeleefde herbergier, toont ons de kamer. Dennis slaapt zelf aan de andere kant van de gang en verzekert ons dat we van de disco vanavond niets zullen horen. We besluiten hier, voor 15 ASD, de nacht door te brengen.

In de pub beneden hangt een uitgelaten sfeer. Enkele locals zijn al begonnen met het indrinken van het weekend. In een half uurtje schudden we veel handen, horen we de plaatselijke roddels, doen we mee met de huisloterij en krijgen we tips over naburige dorpsfeesten. s ‘Avonds begeven we ons tussen de feestende dorpelingen op de discodansvloer, enkele meters onder onze slaapkamer. De volgende ochtend gaan we via Kikivan op weg naar Maryborough.

 

Aap, noot, mies

Het is donker als we in Maryborough aankomen. We moeten dus tot morgen wachten om de 19e eeuwse Victoriaanse architectuur bij daglicht te kunnen bewonderen. We vragen ons af waar de 25.000 inwoners zijn, want op straat komen we niemand tegen. In de motelbar komt een oudere dame naar mij toe en vraagt: ‘Hoe is het in Nederland’.

Ze heet Marianna en is 44 jaar geleden uit Nederland geëmigreerd. Marianna hunkert naar verhalen over Nederland. Ze heeft immers in jaren geen Hollander gesproken. Ik stel haar teleur als ik geen ouderwetse gulden of kwartje kan laten zien. Ze begint over schaatsen en vraagt of Blauw Wit nog steeds een bekende voetbalclub is.

Geholpen door de whisky wordt haar stemming steeds sentimenteler. Na het voorzingen van een mij onbekend Nederlands lied en een opmerking over AAP, NOOT, MIES, zijn haar tranen niet meer te stoppen. Als een zoon (de zoon van Marianna heet toevallig ook Rene) neem ik afscheid. De volgende dag zien we pas echt hoe mooi Maryborough is. Vooral de witte en schone 19e eeuwse Victoriaanse gebouwen en hotels in de brede straten maken indruk. In gezelschap van een ibusvogel picknicken we in het park aan de Mary River.

In de badplaats Hervey Bay hangt een gemoedelijke sfeer. Bij de receptie van ons hotel boeken we een tweedaagse Trip naar Fraser Island voor morgen en overmorgen. Van Fraser Island stellen we ons heel wat voor. Het is het grootste zandeiland ter wereld en ook bekend van de Dingo. We bezoeken onder meer Maheno Shipwreck, Lake McKenzie en Eli Creek.

Omdat het bewolkt en buiig weer is, ziet alles er niet zo mooi uit als op de folders. Als de bus één uur over het strand rijdt, vragen we ons af, zelfs na het zien van een Dingo, wat het strand anders maakt dan pakweg dat van Noordwijkerhout. Lake Wabby is echter een lust voor het oog. We hebben dan ook geen spijt van de klim naar het uitzichtpunt over Lake Wabby, de witte zandvlakte en de Stille Oceaan.

New South Wales

Van Harvey Bay naar Monto. Onderweg in Gin Gin eten we Dutch poffertjes. We willen graag via de 19e eeuwse oude Boolbonda spoortunnel, dus moeten we van de Sealed Road af en vijftien K’s omrijden over een Grid Way (grindweg), dwars door weilanden met kuddes vee. Het laatste stuk naar de Burnett Highway is ook een Grid Way.

Alhoewel we hier nauwelijks een tegenligger tegenkomen, zien we toch een auto in een droge Creek liggen. De bestuurster mankeert niets en hulp is onderweg. ‘No Worries’. In een pub in het centrum van Monto wordt het gesprek van de dag beheerst door de Australian football klassieker Queensland- New South Wales ofwel de State of Origin. In het bonte gezelschap van tientallen door het leven getekende drinkebroers zien we de match op TV. De sfeer zit er goed in en er wordt onafgebroken XXXX Beer gedronken.

De prijs van het bier wordt aangegeven door het Rad van Avontuur waaraan bij ieder doelpunt wordt gedraaid. De feeststemming is compleet als Queensland de match wint. De volgende dag komen we een ‘mate’ tegen. Op de vraag waarom hij niet aan het werk is, antwoordt hij: ‘I didn’t feel quiet healthy this morning’.

Withsunday Islands.
It’s Beer O’Clock at the Withsunday Islands. (foto: René Hoeflaak)

Spring Creek Farm

Op dertig kilometer van Monto ligt het Cania Gorge NP. Aangetrokken door de folderbeschrijving, reserveren we een overnachting, met maaltijd en ontbijt bij de Janet en Danny van The Spring Creek Farm. Overdag wandelen we door het regenwoud in Cania Gorge Park langs smalle beekjes van grot naar grot met als hoogtepunt het uitzicht vanaf de Bloodwood Cave en The Overhang.

Bij aankomst op de Farm worden we enthousiast toegezwaaid door Janet. We slapen in een tot woonwagen omgebouwde treinwagon. Terwijl de papagaaien rondvliegen, genieten we van de stilte, het uitzicht over het land en de kuddes vee, en de ondergaande zon. Bier is in een straal van dertig K’s niet te krijgen. Janet en Danny koken een gezonde maaltijd die ons goed smaakt.

De zeshonderd kilometer lange autorit naar Mackay is vermoeiend. In een bar houdt een band met een éénarmige bassist ons gelukkige wakker. Na Mackay boeken we in Airlie Beach een drie daagse zeiltrip naar The Whitsunday eilanden. We stellen ons volledig in op witte stranden, blauwe zeeën, luieren, zonnen op het dek, lekker eten en veel snorkelen. We zijn aan boord van de zeilboot met een bont gezelschap. Vijf ‘mates’ uit Sydney en dertien Europeanen uit zeven landen.

Beer O’Clock

Wanneer een Australiër snel na de afvaart roept dat het ‘Beer O’Clock’ is, gaan de eerste biertjes open. Het snorkelen bij Hayman Eiland is een regelrechte sensatie. De vooral blauw en geel gekleurde vissen en het koraal hebben alle soorten en maten en zwemmen op enkele centimeters voorbij.  ’s Avonds regent het en staan we in een dikke regenjas te kleunen van de kou.

Van onze vrienden uit Sydney krijgen we een les in Australische spreekwoorden en uitdrukkingen. Zo leren we dat iedereen die meer dan dertig kilometer van de oostkust afwoont een ‘Westie’ is, iemand met een leeg glas ‘On the Edge‘ is en dat iemand die teveel heeft gedronken ’Over the Edge’ is. Op dag twee van de zeiltocht schijnt de zon er flink op los. We snorkelen bij een andere eiland en zien onder andere een grote mantra rog en vanaf de boot in de verte een reuzenschildpad.

Een lifter uit Mount Isa

Na een steile bergweg met ontelbare haarspeldbochten, komen we aan in Paluma. Het dorpje bestaat uit hooguit vijftien houten huisjes waaronder vier cottages. Helaas zijn ze volgeboekt. Een lunch is echter wel mogelijk. Tijdens de lunch in Paluma zitten spreeuwachtige vogels letterlijk aan de rand van ons bord. Op weg naar Cardwell nemen we een lifter mee.

De man heet Paul. Zijn bagage bestaat uit een trui en een deken. Op zoek naar werk en geluk voor hemzelf en zijn Pamela, en zonder geld op zak, lift Paul door het land al weken door het land. Dat ruiken we. Slapen doet hij in de blote hemel of bij reisgenoten. Als we ons afvragen wie we nu eigenlijk achter in de auto hebben, houdt de politie ons aan voor een alcohol- en verkeerscontrole.

De agent kijkt wijst ons erop dat onze vriend achter in zijn gordels niet om heeft. Voor dit vergrijp staat een bekeuring van 135 ASD. Gelukkig komen we er met een vermaning van af. Paul heeft een hekel aan de politie. Hij vindt ze hypocriet en laf. ‘In Mt. Isa, zijn woonplaats, lossen ze de problemen wel zelf op’ ‘No worries,mates’ zijn de laatste woorden van Paul bij ons afscheid aan de weg in Cardwell.

Mission Beach

In Cardwell slapen we twee nachten in het Marine Hotel. Vanaf de hotelbar kijken we uit over de Highway naar de Stille Oceaan. In de drukke bar kent iedereen elkaar. De volgende dag wandelen we in Edmund Kennedy National Park door mangrove bossen, langs droge beken en over verlaten stranden. Na Cardwell rijden we via Tully naar Mission Beach.

We verblijven in de Licuala Lodge. Deze lodge ligt midden in het regenwoud. Eigenaar Mick en echtgenote Sue komen uit Engeland. ’s Ochtends loopt een Cassowarie door de achtertuin. Na het ontbijt, lopen we de Licuala Track, negen kilometer dwars door het regenwoud over smalle paden met uitwerpselen van Cassowaries en langs mangrove bomen. Bij het afscheid, fotografeert Mick ons voor zijn website http://www.licualalodge.com.au.

Cairns

De reis eindigt in Cairns. Met de Scenic Railway gaan we naar Kuranda. De treinreis is fraai, maar Zwitserland is mooier. Dat neemt niet weg dat terugtocht per SkyRail kabelbaan een unieke ervaring is. Vier weken Australië is ten einde. De taxi brengt mij naar het vliegveld en 34 uur later stap ik mijn huiskamer in Nederland binnen. Dat ik nog een keer terug naar Australië ga, is zeker. ‘No worries’.