Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Lisbon has fun, Porto works

163

In ruim twee uur vlieg je naar één van de mooiste steden van Portugal, Porto. Erik en Willeke slenterden een paar dagen in deze stad rond, op zoek naar azulejos. Porto is een boeiende stad om een paar dagen doorheen te slenteren. Je kunt er heerlijk ronddwalen, vooral de steegjes van de oude stad nodigen je hiertoe uit. ‘Bedenk wel dat je af en toe met je hoofd in de was hangt’, schrijft Willeke.

Willeke Nieuwenhuyze

Zoals de Portugezen zelf zeggen : ‘while Lisbon has fun, Coimbra studies, Braga prays, Porto works…’ De vergelijking met Rotterdam werd nog eens bevestigd toen beide steden in 2001 culturele hoofdstad van Europa waren. Het zijn havensteden met een no-nonsense mentaliteit en een stad van de arbeiders.

Porto

Na een vlucht van ruim twee uur staan we op het vliegveld van Porto. De bagageafhandeling is pijlsnel en binnen een kwartier zitten we in de aerobus op weg naar het centrum van Porto. Ons hotel bevindt zich om de hoek van de Rua da Santa Catarina, dus onze eerste stop is bijna vanzelfsprekend: Café Majestic.

De inrichting dateert nog uit 1921, foto’s op de placemats geven hiervan het bewijs. De tafeltjes staan nog op dezelfde manier opgesteld. Voorheen een plaats voor de high society van de stad, nu vooral een plaats waar dagjestoeristen aan het eind van dag afspreken, maar ook waar de inwoners van de stad wat drinken na het flaneren in de winkelstraat en waar zakenmensen nog even de laatste dingen doornemen. Er heerst dan ook een gezellige drukte.

Zittend op het terras in het heerlijke zonnetje, kunnen we ons maar moeilijk losmaken om op weg te gaan naar de ‘VVV’. Al snel blijkt dat Porto niet echt een wandelstad, meer een klim- en klauterstad. De hoogteverschillen zijn enorm en het is dan ook zaak om geen haast te hebben. De ‘VVV’ voorziet ons van een kaart van Porto en een boekje met vier wandelingen. Wij zijn met name geïnteresseerd in de wandeling langs de ‘azulejos-gebouwen’ van de stad, de eerste azulejos hebben we al opgemerkt tijdens onze busrit naar het hotel.

Portugeze ouderen

Het (volgens ons, smaken verschillen natuurlijk) mooiste gebouw in Porto langs deze route is het treinstation. De hal is in 1930 beschilderd en overal zijn de mooiste taferelen te zien uit de Portugese geschiedenis en over de geschiedenis van het transport. Ook hier weer een mengeling van bezoekers.

Portugese ouderen, de rug gekromd door het harde leven, turen op het bord met de aankomst- en vertrektijden. Forenzen lopen af en aan, op zoek naar hun trein of ze banen zich een weg naar buiten, daartussen een enkele verdwaalde toerist, druk fotograferend en zich vergapend aan de schitterende blauwe tafereeltjes. Jammer dat er in deze hal geen bankjes staan…

Het mooiste gebouw in Porto langs deze route is het treinstation.
Het mooiste gebouw in Porto langs deze route is het treinstation.

Een ander mooi voorbeeld van de azulejos is het klooster van de Sé Kathedraal. Onze reisgids is lovend over de kathedraal zelf. Het klooster zou net zo mooi zijn. Als we de kathedraal inlopen, zakken we na enige minuten teleurstellend op een bankje neer. Al het moois is slecht onderhouden en de glans verdwenen, erg zonde van deze (ooit) zo mooie kathedraal. Erik wil dan ook niet het klooster bezoeken.

Overzicht vanaf de kathedraal.
Overzicht vanaf de kathedraal.

Ik kan de verleiding toch niet weerstaan. Erik begeeft zich naar buiten naar een plekje in de zon en ik verschaf me voor euro 2,50 toegang tot het klooster. De drempel nog niet gepasseerd te hebben, weet ik dat dit de moeite waard is. De wanden van de kloostergangen geven de mooiste verhalen prijs en het geeft ook een blauwe gloed aan de zo kenmerkende kloostermystiek. Verder herbergt het klooster diverse kapelletjes en kunstschatten waar je dat overal ter wereld in een kathedraal tegenkomt. De azulejos maken dit bezoek meer dan waard.

Pont Luiz I
Pont Luiz I, de brug die de stad domineert.

Douro

De tweede belangrijke trekpleister van deze kathedraal is het uitzicht. Beneden het plein ontvouwt zich een wirwar van straatjes en rode daken, het kenmerkende stadsgezicht van Porto. Mensen zijn druk met hun dagelijkse wasjes, boodschapjes en schreeuwen elkaar de laatste roddels toe vanuit het raam. Ook het uitzicht op de overkant en de Douro is prachtig.

De namen van de Porthuizen prijken hoog op de daken, de bootjes waarmee vroeger de port vanaf de quinta naar Porto werd vervoerd, dobberen geduldig op het water, rondvaartboten maken hun tripje door de vallei van de Douro…  Je kunt er heerlijk ronddwalen, vooral de steegjes van de oude stad nodigen je hiertoe uit. Bedenk wel dat je af en toe met je hoofd in de was hangt.

Taylor’s

Je valt bijna van het ene hoogtepunt in het andere, want ons bezoek aan een van de porthuizen is de moeite waard. De keus is eigenlijk vrij snel gemaakt, Taylor’s (http://www.taylor.pt) is het enige porthuis dat nog in handen is van een nazaat van de oprichters, alle anderen zijn in hun ruim driehonderd jarig bestaan verkocht aan anderen. Niet dat dit zoveel uitmaakt, maar het geeft ons op de een of andere manier een verwachting van een ‘meer oorspronkelijker porthuis’.

De wandeling erheen valt niet mee. We komen vanaf de ‘upperbridge’ en bezoeken eerst het plein voor de kerk bovenaan de brug, wat weer een fantastisch uitzicht geeft. Daarna op zoek naar Taylor’s. Na veel klimmen en dalen en klimmen staan we bezweet voor de poort van Taylor’s. Gelijk worden we verwelkomd door de gids en meegenomen naar de tour door de kelders, die zojuist is begonnen. Gelukkig komt ze er vrij snel achter dat deze al bijna afgelopen is, zodat we even de tijd krijgen om op adem te komen. We nemen plaats op het terras en krijgen onze eerste port te proeven. Het is een ‘chip-dry’, wat een witte port is, min of meer ‘uitgevonden’ door Taylor’s in de jaren ’30.

Je kunt er heerlijk ronddwalen, vooral de steegjes van de oude stad nodigen je hiertoe uit.
Je kunt er heerlijk ronddwalen, vooral de steegjes van de oude stad nodigen je hiertoe uit.

Logboeken

Na een half uurtje begint de rondleiding en wordt ons de oorsprong van de port en van Taylor’s verteld. We lopen langs de grote vaten waar de LBV ligt te rijpen en langs de kleinere vaten waar de vintage nog enkele jaren wacht om gedronken te worden. Het ruikt er heerlijk en de foto’s van de wijnoogst lijken een herhalingsbezoek in de oogsttijd bijna onvermijdelijk te maken…

Na de rondleiding worden we binnen getrakteerd op een rode LBV port. De proeverij vindt plaats tussen logboeken, flessen en vaten daterend uit de tijd van oprichting (1692) tot heden. Terwijl de rest de ‘chip-dry’ te proeven krijgen, begeven wij ons weer richting terras waar de tafels ondertussen uitnodigend gedekt stonden voor de lunch. De zon, het uitzicht en de menukaart dwingen ons te blijven en zo geven we ons gewillig over aan de lusten van een weekendje uit…

Boeiend

Porto is een boeiende stad om een paar dagen doorheen te slenteren. Je kunt er heerlijk ronddwalen, vooral de steegjes van de oude stad nodigen je hiertoe uit. Bedenk wel dat je af en toe met je hoofd in de was hangt. Vanaf de meest verrassende plaatsen heb je de meest verrassende uitzichten. Langs de Douro is het heerlijk wandelen, aan beide zijden.

Aan de kant van de oude stad heb je mooie uitzichten over de Porthuizen en vanaf de andere kant kijk je op de kleurige verscheidenheid van de oude stad met zijn wirwar van straatjes, steegjes, waar geen enkel dak lijkt recht te staan. De Pont Luiz I is de brug die de stad domineert. Geplaatst tussen 1880 en 1886 onder de bezielende leiding van de heer Eiffel (jawel, de bekende heer van de Eiffeltoren) lijkt hij haast het middelpunt van de stad. In het centrum is het de enige manier om de Douro over te steken (behalve zwemmen dan), dus erg druk en filegevoelig. Gelukkig had de heer Eiffel nog wel enigszins een vooruitziende blik door zowel bovenop als onderop een wegdek te maken, beiden begaanbaar voor zowel voetgangers als voor autoverkeer.

Groenteboer.
Groenteboer.

Torre de Clericos

Meestal winkelen we niet als we een stedentripje maken, maar hier in Porto lijkt het hier haast vanzelfsprekend. De winkelstraat Rua de Santa Catarina is het enige autovrije deel in Porto en het is dus een wellust om rond te lopen. Straatartiesten, muzikanten, een azulejoskerk, terrasjes en mooie winkels maken het bijna een feest. Er is ook erg veel wat we niet gezien hebben, de Torre de Clericos bijvoorbeeld, die je kunt beklimmen (225 treden) voor (alweer) een uitzicht over de stad. Er rijdt een oude tram van het centrum naar de kust en weer terug. Er zijn diverse musea, die vast de moeite waard zijn en een dagje een auto huren om de Douro-vallei te bekijken zal zeker een hoogtepunt zijn!

Onze twee dagen in Porto hebben wij lekker ín de stad doorgebracht, genietend van de azulejos, van een drankje op een terras, van de dagelijkse bezigheden van de lokale bevolking, genietend van de zon, van de heerlijke port bij Taylor’s en van het overal fantastische uitzicht over de stad en de Douro. Kortom : een no-nonsense stad is het zeker, het vereist een no-nonsense bezoek maar het is zeker een stad waar het vooral toch ‘genieten’ is.