Reis om de Wereld
Voeding voor reizigers

Luxemburg City, Little Big City

92

Vanaf je dichtsbijzijnde treinstation koop je een kaartje naar Luxemburg stad. Nog geen halve dag later wandel je tussen bergen en dalen, kastelen, kloosters, kerken, Japanners, toeristenbussen, diplomaten. “Sprechen Sie Deutsch?”, “Parlez Francais?”. Drie dagen Luxemburg. Het kleine en middelpunt van Europa en stad van regeringsleiders en diplomaten. The Beatles klinken op het station, kanonnen waken over de stad, soldaten waken over het paleis en bouwvakkers lopen af en aan. En het station is niet het domein van regerinsgleiders. “Daar gelden andere wetten”, aldus René Hoeflaak.

René Hoeflaak

Op station Brussel Noord stap ik over op de trein naar Namur en Luxemburg. Direct buiten Brussel gaat het landschap glooien. De trein rijdt door tunnels langs houtzagerijen en steenfabrieken en kronkelt als een slang door de Ardennen. Na bijna drie uur stap ik uit in Gare Luxembourg Central. Vanuit de speakers op het perron klinkt “A hard days night” van The Beatles. De septemberzon schijnt over het station. Indian Summer in Luxemburg.

Luxemburg

Van een gemoedelijk sfeer op het perron is op het stationsplein geen sprake meer, zo merk ik. Hier heersen de wetten van de grote stad. Opvallend veel uitgemergelde en schichtige junks en duistere types lopen vol scoringsdrift tussen de forenzen en toeristen. Dit had ik niet achter de stad van diplomaten en presidenten gezocht. Mijn hotel ligt in een straat recht tegenover het station temidden van duistere gelegenheden. De straat heet Rue Junck.

Maar de “c” kan wel uit de straatnaam. Vrijwel niemand in deze straat heeft besef van tijd en plaats. Een enkeling zoekt steun aan een muur of schaars geklede dame, een ander gooit zijn zoveelste blikje bier over straat. In enkele portieken worden duistere zaken gedaan of een roes uitgeslapen. Luxemburg Stad verrast me en wordt ineens Luxemburg City, Big City

Vanuit de speakers op het perron klinkt “A hard days night” van The Beatles. [foto: René Hoeflaak]
Vanuit de speakers op het perron klinkt “A hard days night” van The Beatles. [foto: René Hoeflaak]

Gella Fraa

Vanaf mijn hotel loop ik over de Avenue de la Liberté naar het “oude” centrum. Een wandeling van ongeveer vijftien minuten. De brede boulevard met haar schone trottoirs en statige, zandkleurige gebouwen maakt een wereldse indruk. En dat op 150 kilometer van Maastricht. Op de Pont Adolphe kijk ik uit over de SkyLine van Luxemburg en zie ik de Gella Fraa.

Dit is één van de opvallendste van de vele oorlogsmonumenten in de stad. De obelisk staat helaas in de steigers en wordt omringd door toeristenbussen. Tussen de Japanners steek ik over naar de Notre Dame kathedraal. Deze Luxemburgse uitvoering van de “echte” Notre Dame oogt eenvoudiger en minder doorleefd. De grafkelder van de groothertogelijke familie is helaas gesloten.

De Avenue de la Liberté
De Avenue de la Liberté met haar schone trottoirs en statige, zandkleurige gebouwen maakt een wereldse indruk. [foto: René Hoeflaak]

De oude stad

Op het grote, rustige en schone plein achter de Notre Dame valt direct het grote ruiterbeeld van Willem II, de tweede groothertog van Luxemburg, op. Het plein is naar hem vernoemd. Hier begint ook de oude stad. Enkele wandel- en winkelstraten verder kom ik uit op een ander plein, Place d’Armes. Het plein is aanzienlijk kleiner maar wel veel drukker. Op één van de vele terrassen op het plein drink ik een pint bier. De prijs van drie euro valt mij mee.

De gemiddelde leeftijd op de terrassen overschrijdt de zestig. Ik hoor vele talen en de eerste herfstbladeren dwarrelen op mijn tafel. De rekening van de drie hoogbejaarde dames naast mij valt schijnbaar niet mee. Maar één troost; “Es hast nichts mitt der Euro zu tun, wann Wir der Franke hatten, war es auch teuer”, zo vang ik op. In het oude, kleine en gezellige stadscentrum staat temidden van restaurants en café‘s ook het Groothertogelijk Paleis (Grand-Ducal). Het kleine paleis valt in de nauwe straatjes nauwelijks op. De Groothertog is niet thuis want niet twee maar één soldaat houdt de erewacht.

 

De Charlotte Brug verbindt het oude Luxemburg met Kirchberg, het nieuwe Luxemburg. [foto: René Hoeflaak]
De Charlotte Brug verbindt het oude Luxemburg met Kirchberg, het nieuwe Luxemburg. [foto: René Hoeflaak]

Kirchberg

De volgende dag wandel ik door de wijk Pfaffenthal naar de wijk Kirchberg. Ik loop onder de Charlotte brug door. Over vals plat wandel ik langs weilanden, door rustige straatjes en afgelegen huizenblokken. Ik geniet van de stilte. En toch loop ik volgens mijn kaartje op hemelsbreed slechts enkele honderden meters van Centre Europe, het kloppende hart van Europa. “Loop ik wel goed?” “Waar zijn al die fraaie, moderne gebouwen?” En dan, na een klim van enkele honderden meters, sta ik aan de rand van Boulevard K. Adenauer in een landschap van bouwputten, glazen en moderne gebouwen, parkeerplaatsen, vlaggen, slagbomen, bouwkranen.

Het zandkleurige ronde concertgebouw wordt over enkele dagen geopend. Maar binnen wordt nog volop gewerkt en lopen bouwvakkers af en aan. [foto: René Hoeflaak]
Het zandkleurige ronde concertgebouw wordt over enkele dagen geopend. Maar binnen wordt nog volop gewerkt en lopen bouwvakkers af en aan. [foto: René Hoeflaak]

Ik ben getransformeerd, zo lijkt het en loop van architectonische hoogtepunten naar het volgende, van bouwput naar bouwput en van parkeerplaats naar parkeerplaats. Groepjes diplomaten in spé (zo verbeeld ik me) met naamkaartjes spoeden zich van het ene naar het andere vergaderbolwerk of roken een sigaretje tussen de vele vlaggen van de lidstaten van de EG. Het zandkleurige ronde concertgebouw wordt over vier dagen geopend. Maar binnen wordt nog volop gewerkt en lopen bouwvakkers af en aan. Een enthousiaste PR medewerkster stopt mij vol trots enkele boeken toe over het opvallende gebouw.

 

Casemates de Bock
Casemates de Bock; Bij de kanonsgaten overzie ik de stad en hervind ik weer mijn richtingsgevoel. [foto: René Hoeflaak]

 

Casemates de Bock

Terug loop ik over de Ponte de Charlotte naar het centrum en besluit de dag met een bezoek aan de Casemates de Bock, naar het schijnt, de belangrijkste trekpleister van de stad. In en bij het donkere gangenstelsel in de grotten is het erg rustig. Geen toeristenbussen, geen lange rijen. Alle gangen lijken op elkaar. Soms ga ik een trap op, soms af. “Ben ik hier al eerder geweest?” vraag ik mij al vrij snel af. Bij de kanonsgaten overzie ik de stad.Terug is mijn richtingsgevoel  Casemates de Bock; Bij de kanonsgaten overzie ik de stad en hervind ik weer mijn richtingsgevoel. (foto: René Hoeflaak)

Clervaux

In een Efteling waardig tempo rijd ik in de stoptrein van Luxemburg stad in een uur naar Clervaux. Ik geniet van het fraaie en rustgevende landschap als de conducteur mij met de neus op de keiharde feiten drukt. Mijn kaartje is niet gestempeld. Dat was mij niet verteld. Ik verontschuldig mij met “Ich habe es nicht gewusst!” en dat helpt, ook hier.

Bij het station van Clervaux volg ik de borden naar ABTEI. Na een uurje wandelen door een redelijk vlak landschap van bossen en uitgestrekte weiden, sta ik in tuin van de Benedictijner Abdij. Na een kijkje in het abdijmuseum heb ik een goed beeld van de honderd jaar oude geschiedenis en het leven op de abdij. In de abdijkerk oefent een monnik op de kerkorgel.

Van de de rust rondom de abdij naar de toeristendrukte (met Japanners) in het centrum van Clervaux is een behoorlijke overgang. In de burcht bezoek ik The Family of Man tentoonstelling met historische foto’s van wereldberoemde fotografen. Buiten poseren toeristen voor een Amerikaanse tank, het symbool van de Luxemburgse verdediging tegen de Duitsers.

In een uur rijdt de trein naar Clervaux. [foto: René Hoeflaak]
In een uur rijdt de trein naar Clervaux. [foto: René Hoeflaak]

Het andere gezicht

Na drie dagen stap ik op de trein terug naar Brussel en richting huis. Een junk stapt uit de gereedstaande trein en bindt zijn onderarm af. Een kreupele junk stapt in de trein en telt zijn geld. O ja, ik was het bijna vergeten. Ik verlaat een wereldstad,letterlijk en figuurlijk en met meerdere gezichten.

Station Luxemburg. Hier heersen de wetten van de grote stad. [foto: René Hoeflaak]